Log in

Inkorten die grote vakantie

Wim Vermeersch
30 juni 2012

Vandaag begint de grote vakantie. Acht weken welverdiende rust voor leerkrachten. Voor leerlingen het moment om dingen te doen waar anders geen tijd voor is, om de kennis die verworven is in te oefenen, … maar ook een periode waar kans- en taalarme kinderen geleidelijk vergeten wat ze het voorbije schooljaar leerden. Waarom korten we de grote vakantie voor het lager onderwijs niet met 2 weken in?

Kansarmen kennen steile leercurve tijdens het jaar…

Taalgevoel en vaardigheden worden van kleins af in verschillende mate gestimuleerd naargelang het milieu van afkomst. Kinderen waarvan ouders vaak voorlezen, hebben een ruimere woordenschat; kinderen die hun ouders zien lezen, lezen zelf ook meer. Net daarom speelt onderwijs zo’n cruciale rol. Het moet de verschillen in de startposities van kansrijke en -arme kinderen uitvlakken. De school is de motor van sociale vooruitgang, de instelling waar kinderen de meeste tijd doorbrengen buiten het gezin. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat kansarme en -rijke kinderen hetzelfde traject afleggen tijdens het schooljaar. Vaak is de leercurve van ‘arme’ kinderen zelfs steiler dan die van ‘rijke’ kinderen. Ze willen leren, ze willen vooruit. De manier waarop de schooltijd wordt ingevuld, heeft dus wel degelijk invloed op de leerprestaties van kansarme kinderen. Dat is goed nieuws.

… en ‘summer setback’ in de zomer

Het slechte nieuws is dat die steile leercurve teniet wordt gedaan door de acht weken grote vakantie. Naar school gaan mag dan al dé manier zijn om veel bij te leren, de lange zomeronderbreking heeft het tegenovergestelde effect bij kinderen uit lagere sociale klassen. De leerwinst die ze op school boekten, zijn ze in september weer kwijt.

Tik ‘Summer setback’ in op Google (Scholar), en u vindt een hele reeks artikels over dit fenomeen. Hoe gaat dit ‘zomerverlies’ precies in zijn werk? In de zomervakantie gaan kinderen van hooggeschoolde ouders sterk vooruit. Ze nemen deel aan culturele activiteiten, volgen zomerkampen, lezen boeken, bezoeken musea, gaan op reis, komen in contact met andere culturen. Dat is niet het geval voor kansarme kinderen. Door gebrek aan financiële middelen of inspirerende omgeving, gaan hun ouders hen niet intellectueel stimuleren. Deze kinderen hebben misschien wel een leuke en zorgeloze vakantie, maar ze stagneren. Meer zelfs, vanaf week zes van de schoolvakantie beginnen ze te vergeten wat ze het voorbije schooljaar hebben geleerd. In september starten ze met een leerachterstand, die ze tijdens het volgende schooljaar moeilijk weggewerkt krijgen en die de volgende grote vakantie opnieuw wordt uitgediept. Voor je het weet, zitten ze in een negatieve spiraal, met demotivatie tot gevolg, en komen ze terecht in de waterval die ons schoolsysteem is.

Thuistaal niet-Nederlands

Leerkrachten ervaren niet alleen dat kansarme kinderen op 1 september heel wat kennis, sociale vaardigheden en vertrouwdheid met schoolse gebruiken verloren zijn, maar dat ook hun Nederlands weg is. Steeds minder kinderen in Vlaanderen spreken thuis Nederlands. De cijfers die dit voorjaar door Vlaams minister van onderwijs Pascal Smet werden vrijgegeven, zijn alarmerend. In onze grote steden zien we snel stijgende percentages. In Antwerpen spreekt vier op de tien thuis geen Nederlands. De basisscholen in Gent telden in het schooljaar 2010-2011 ook al zo’n 37% kinderen die thuis geen Nederlands praatten, met pieken in bepaalde scholen van 91%. (De Standaard, 18/04/2012) Deze trend geldt niet alleen voor de stad, maar ook daarbuiten: daar waar het percentage in Vlaanderen in 2007-2008 nog 9% bedroeg, ligt dat cijfer voor 2010-2011 op 12%.

Onevenwichtige schoolkalender

Het is duidelijk: hoe langer de kinderen onder invloed staan van het schoolmilieu, hoe kleiner de ongelijkheid wordt tussen leerlingen uit verschillende sociale klassen. De afstand tussen eind juni en begin september is voor vele kans- en taalarme kinderen te groot. Bovendien zitten we in ons huidig systeem met een onevenwichtige verdeling van het tweede en derde trimester. Dat is een gevolg van onze koppeling van vakanties aan feestdagen (een week met Allerheiligen en Aswoensdag, twee weken met Kerstmis en Pasen). Dat resulteert in een verkeerd ritme om te leren. Want, vergis u niet, vakanties zijn cruciaal voor de verstandelijke ontwikkeling van jongeren. Een korte break van 14 dagen werkt hersenstimulerend voor de verwerking van nieuwe leerstof. Het betekent een rustpauze waar alles een plekje vindt in de bovenkamer.

Ons vakantiesysteem radicaal herdenken

Als we dit allemaal weten, moeten we de schoolkalender toch zo inrichten dat langdurige schoolonderbrekingen worden vermeden? Socioloog Ignace Glorieux (VUB) werkte ooit een interessant kalendervoorstel uit: de zomervakantie met twee weken inkorten en de herfst- en lentevakantie elk met één week uitbreiden; de lesperiodes tussen de vakanties allemaal min of meer gelijkstellen (7 à 8 weken) door ze los te koppelen van de variabele feestdagen. De totale schooltijd verandert daarbij dus niet: 37 lesweken en 15 vakantieweken. (Ignace Glorieux, Jessie Vandeweyer, VLOR, 2011) Het voorstel stierf een stille dood. Het is opvallend dat de schoolkalender in beleidskringen altijd buiten de discussie blijft. Het lijkt alsof de schooltijden een natuurgegeven zijn, terwijl de oogsten al lang niet meer in augustus moeten worden binnengehaald. De tweede helft van augustus moeten de basisscholen terug open!

Onderwijshervorming

Vanaf dit najaar staat de hervorming van het secundair onderwijs op de agenda. Het is één van de belangrijkste politieke gebeurtenissen van het najaar, een discussie die pakweg een keer om de 40 jaar wordt gevoerd. Waarom nemen we niet direct de schoolkalender voor het lager onderwijs mee onder de loep? De zomervakantie inkorten en langere tussenvakanties, zonder het aantal vakantiedagen aan te passen, dat moet toch mogelijk zijn?