Abonneer Log in

Gemeenteraadsverkiezingen in Wallonië en Brussel

Politicologen blikken vooruit op 14 oktober

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 7 (september), pagina 23 tot 31

Op 14 oktober staan in Wallonië en Brussel gemeenteraadsverkiezingen op de agenda. De vraag luidt hoe de Parti Socialiste (PS), Mouvement Réformateur (MR), Centre Démocrate Humaniste (cdH), Ecolo, Fédéralistes Démocrates Francophones (FDF) en een aantal kleinere partijen het er zullen van afbrengen. Wat is de inzet van de verkiezingen?

POLITICOLOGEN BLIKKEN VOORUIT OP 14 OKTOBER

De socialisten te velde
Johan Ackaert
Lokale verkiezingen en nationale peilingen
Tom Verthé
Gemeenteraadsverkiezingen in Wallonië en Brussel
Pascal Delwit

Van oudsher hebben de gemeenteraadsverkiezing een belangrijke politieke draagwijdte voor christendemocratische en socialistische families die uit hun lokale verankering en hun deelname aan de gemeentelijke meerderheden energie putten voor hun extrapolitieke gewicht op hoger niveau. Vanaf midden jaren 1960 gold dit geleidelijk aan eveneens voor de liberalen en, recenter, voor de groenen. Een behoorlijke gemeentelijke verankering en een grote vertegenwoordiging bij de gemeenteraadsverkiezingen zijn essentiële voorwaarden om op politiek vlak gewicht in de schaal te leggen. De structurele handicaps van een zwakke gemeentelijke vertegenwoordiging zijn trouwens in 1970 en 1976 gebleken uit de opeenvolgende resultaten van het Rassemblement Wallon.

De verkiezingsuitslag zal bijgevolg niet alleen worden afgemeten aan het lokale succes, maar ook aan de mogelijke weerslag op regionaal en federaal niveau. Bovendien gebeurt dit in een volslagen nieuwe context: geen enkele van de grote formaties - de Parti Socialiste (PS), de Mouvement Réformateur (MR), het Centre Démocrate Humaniste (cdH) en Ecolo - zit overal in de oppositie. En aangezien vrijwel alle federale en regionale ministers aan de verkiezingsstrijd deelnemen, zullen de verkiezingen ditmaal met argusogen worden gevolgd.
In Brussel moeten we rekening houden met een nieuw, belangrijk element dat de configuratie van 2006 ingrijpend heeft gewijzigd: in september 2011 scheurden de Fédéralistes Démocrates Francophones (FDF) zich af van de MR.1 De resultaten zijn bijgevolg minder voorspelbaar voor Brussel dan voor Wallonië.

PARTI SOCIALISTE (PS)

Voor de PS komt het er vooral op aan het gedrag van haar klassieke electoraat af te toetsen aan de maatregelen die door de federale regering werden genomen. Rudy Vervoort, voorzitter van de Brusselse federatie, had het zelfs over een nationale test.2 Een aantal van de basismilitanten van de PS hebben grote moeite om de gedeeltelijke hervormingen in de pensioen- en werkloosheidssector te aanvaarden, hervormingen die overigens tot aanzienlijke spanningen met de socialistische vakbond FGTB hebben geleid. Zullen hun bezwaren een negatieve invloed uitoefenen op de gemeenteraadsverkiezingen?

Om een eventueel effect in te schatten moeten we in de analyse een onderscheid maken tussen de twee traditionele machtsgebieden van de PS: de provincie Henegouwen en het Luikse bekken. Bij de verkiezingen van oktober 20063 behaalden de socialisten in deze gebieden immers uiteenlopende resultaten. In Henegouwen - maar ook in de provincie Namen - had de PS zwaar te lijden onder een aantal schandalen, die zich in Charleroi en Namen hadden afgespeeld. De partij was er sterk achteruitgegaan: Charleroi (-13 procentpunten), Châtelet (-5,2 procentpunten), Courcelles (-5,3 procentpunten), Bergen (-9,8 procentpunten), Doornik (-3 procentpunten), … In de provincie Luik daarentegen had de PS geen of nauwelijks achteruitgang geboekt. Het betreft hier een belangrijke asymmetrie. De PS gaat ervan uit dat zij haar score vooral in de grote steden van het Henegouwse zal in stand houden of verbeteren. Maar ze vreest daarentegen voor electoraal verlies in Luik en zijn rode gordel: Herstal, Flémalle, Ans, Saint-Nicolas, Seraing, Grâce-Hollogne, waar de concurrentie met de Partij van de Arbeid van België (PTB-PVDA), die tegenwoordig goed verankerd is in bepaalde gebieden, haar linkse stemmen zou kunnen kosten.

A priori hoeft de PS in haar belangrijkste steden geen enkele burgemeester in te leveren: Charleroi, Luik, La Louvière, Bergen, Seraing, Doornik en Verviers. Toch staan we even stil bij de situatie in Verviers waar de cdH-lijst, geduwd door Melchior Wathelet, hoopt van de achteruitgang van Ecolo te kunnen profiteren om opnieuw de eerste partij van de stad te worden. De PS zou dan weer in de problemen kunnen komen in de middelgrote steden rond Luik, Charleroi en Bergen. De situatie in Hoei heeft een symbolisch belang en zal nauwlettend worden gevolgd: enerzijds is er de uitsluiting van Anne-Marie Lizin, anderzijds de rivaliteit tussen de twee PS-kandidaten die openlijk naar de burgemeesterssjerp dingen: Alexis Houziaux, burgemeester sinds 2010, en Christophe Collignon, zoon van Robert Collignon, voormalig minister-president van het Waalse gewest.

De PS hoopt belangrijke ‘winst’ te boeken door in drie kapitale gemeenten de meerderheid te breken en zelfs de burgemeesterssjerp te veroveren. Eerst en vooral in Namen waar de partij in 2006 voor het eerst sinds de gemeentefusies niet de burgemeester had geleverd en in de oppositie was beland. Onder leiding van Waals minister Eliane Tillieux hoopt de PS opnieuw de eerste partij te worden in de Waalse hoofdstad en zodoende de nieuwe cdH-burgemeester Maxime Prévot te onttronen. Vervolgens in Nijvel waar in 2006 de PS-lijst getrokken door André Flahaut door de liberaal Pierre Huart werd verslagen. De Kamervoorzitter hoopt deze situatie bij de komende verkiezingen recht te zetten. In Moeskroen ten slotte waar Annick Saudoyer hoopt de burgemeesterssjerp aan het cdH te ontfutselen.

In Brussel is de toestand onduidelijker, wat zowel te wijten is aan het aantal medespelers als aan de traditioneel minder gestructureerde verankering van de partijen. Bij de strijd om de burgemeesters zal de PS vooral inzetten op Molenbeek. Philippe Moureaux heeft moeten vaststellen hoe het cdH zich van de Lijst van de Burgemeester heeft afgescheurd, en bovendien is zijn gemeente op een niet onverdeeld positieve manier in de media gekomen. Zelfs al zouden de PS-kiezers er als één man achter hem blijven staan, wordt het nog altijd geen eenvoudige kiesstrijd. De socialistische partij zal voort alle zeilen moeten bijzetten om het burgemeesterschap te behouden in Elsene, waar FDF, Ecolo en cdH met hun drieën hopen de absolute meerderheid te verwerven, net als in Ganshoren waar de socialistische burgemeester Michèle Carthé moet afrekenen met de dissidentie van Pierre Kompany. De PS hoopt daarentegen wel opnieuw de burgemeester te kunnen leveren in Anderlecht, een ‘van oudsher socialistische gemeente’, waar ze in 2000 de meerderheid kwijtraakte na een bikkelharde strijd tegen Jacques Simonet (MR), die ook in 2006 de overwinning behaalde. Na diens plotselinge overlijden is het allesbehalve zeker dat Gaëtan Van Goidsenhoven deze politieke krachttoer kan herhalen. Ten slotte zal er veel aandacht uitgaan naar Schaarbeek, een van de grootste Belgische gemeenten. Laurette Onkelinx komt er voor de tweede maal op en haar politieke en electorale prestatie zal na de ‘mislukking’ van 2006 nauwlettend gadegeslagen worden. Niettemin hebben we met een andere context te maken, rekening houdend met de implosie van de MR en het feit dat Bernard Clerfayt (FDF) tussen 2007 en 2011 staatssecretaris is geweest (cf. infra).

Een belangrijke factor bij de komende gemeenteraadsverkiezingen is ten slotte de invloed van de PS op de zetelende partijen en op de federale regering. Los van de resultaten in Wallonië en Brussel zullen de Franstalige socialisten de situatie in Vlaanderen - en meer bepaald het resultaat van de N-VA - met argusogen volgen. Deze kunnen een invloed uitoefenen op het voortbestaan van de federale regering en bijgevolg op het aanblijven van premier Di Rupo, en bijgevolg ook van de PS.

Wat de zetelende partijen aangaat, zijn er nogal wat verschuivingen mogelijk. In theorie kunnen Paul Magnette, Laurette Onkelinx, Eliane Tillieux en Rudy Demotte in een aantal belangrijke steden voor het eerst de burgemeesterssjerp veroveren. Hoewel Rudy Demotte al te verstaan heeft gegeven dat zijn voorkeur naar het ministerschap uitgaat, liggen alle mogelijkheden nog open voor Onkelinx en Tillieux, voor wie in dat geval een vervanger gezocht moet worden. Paul Magnette kondigde aan voor de burgemeesterssjerp te willen gaan in Charleroi. In dat geval wordt hij vervangen in de federale regering.

Tot slot zou een teleurstellend resultaat voor de PS als geheel de oplossing ter discussie kunnen stellen, die werd uitgewerkt voor het partijvoorzitterschap: een ad-interimvoorzitter tot 2014. De druk zou worden opgevoerd op Di Rupo om een structurele oplossing te vinden, wat - hoewel dat nu nog niet het geval is - de deur zou openzetten voor open voorzittersverkiezingen. Feit is dat verschillende gedoodverfde kandidaten hun belangstelling voor de functie niet onder stoelen of banken steken.

MOUVEMENT RÉFORMATEUR (MR)

Voor de Franse liberalen spelen de gemeenteraadsverkiezingen zich onder een onzeker gesternte af. De partij leed in 2009 en 2010 twee verkiezingsnederlagen en heeft na een moeilijke periode, die met een harde campagne gepaard ging, Charles Michel als nieuwe voorzitter aangesteld. Als klap op de vuurpijl aanvaardde de MR tijdens de onderhandelingen over de zesde staatshervorming een aantal compromissen, wat in september 2011 tot de breuk met de FDF heeft geleid. Voor Charles Michel worden de gemeenteraadsverkiezingen bijgevolg een dubbele test: een interne leadership-test ten aanzien van de ‘clan Reynders’ en een externe test tegenover de politieke tegenstrevers.

In tegenstelling tot de PS hoeft de Mouvement Réformateur in de grote gemeenten niet alles op alles te zetten voor de verovering of het behoud van de burgemeesterssjerp. Behalve in Waals-Brabant heeft de partij in de twintig grootste Waalse gemeenten geen enkele burgemeester en er bestaat dan ook weinig kans dat dit nu wel het geval zou zijn, met uitzondering heel misschien van Ottignies-Louvain-la-Neuve.

Toch staat er voor de MR heel wat op het spel op het vlak van de liberale vertegenwoordiging in de colleges van burgemeester en schepenen. Dat geldt voor Bergen, waar de MR het risico heeft genomen om de ambitieuze, maar erg jonge Georges-Louis Boucher als lijsttrekker aan te duiden; in Charleroi, waar Olivier Chastel zal proberen de MR in de coalitie te houden; en in Verviers, waar de MR de opgang van het cdH te duchten heeft of in de strijd om de burgemeester de knoop zou kunnen doorhakken tussen PS en cdH. Voorts is er ook de specifieke situatie in Doornik, waar de rivaliteit tussen Marie-Hélène Crombé-Berton en Marie-Christine Marghem resulteert in twee lijsten, zodat de socialist Rudy Demotte in zijn opzet zou kunnen slagen. In Luik ten slotte hopen de liberalen opnieuw deel uit te maken van de meerderheid. Met het vertrek naar Ukkel van Didier Reynders, die zich in 2006 persoonlijk in de strijd voor de burgemeestersstoel had gegooid, liggen de kaarten nu helemaal anders en probeert Christine Defraigne de PS ervan te overtuigen van partner te wisselen.

Verwacht wordt dat de MR-gemeenteraadsleden het behoorlijk zullen doen, vooral Willy Borsus (vicevoorzitter van de partij) in Somme-Leuze, Jacqueline Galant in Jurbise, Véronique Cornet in Montigny-le-Tilleul, Florine Pary-Mille in Edingen en Jean-Luc Crucke in Frasne-lez-Anvaing. Voorts verwacht men goede resultaten in de Waals-Brabantse gemeenten, het epicentrum van de partij, waar Charles Michel in Waver, Jean-Paul Wahl in Geldenaken en Serge Kubla in Waterloo wellicht opnieuw probleemloos verkozen zullen worden.

Vanwege de breuk met de FDF in 2011 moet de MR in Brussel het hoofd bieden aan een complexe situatie. In een aantal gemeenten hebben de liberale schepenen van een FDF-burgemeester beslist zich kandidaat te stellen op de lijst van de burgemeester. Dat geldt voor Monique Louis en Michèle Hasquin-Nahum in Sint-Lambrechts-Woluwe, voor Philippe Desprez in Watermaal-Bosvoorde en voor Bernard Guillaume en Etienne Noël in Schaarbeek.
Vanwege de concurrentie met de FDF zou de MR het in bepaalde gemeenten lastig kunnen krijgen om de burgemeester te behouden. Dat geldt met name voor Sint-Pieters-Woluwe (Willem Draps) en Anderlecht (Gaëtan Van Goidsenhoven). Tegelijkertijd wordt het ook moeilijker de burgemeester te leveren in gemeenten waar dat theoretisch zou kunnen, in Molenbeek bijvoorbeeld met Françoise Schepmans, of in Vorst met Corinne de Permentier.
En natuurlijk zal het resultaat van lijstduwer Didier Reynders, die zich in de rijke gemeente Ukkel heeft gevestigd, nauwlettend gevolgd worden. Bij de federale verkiezingen van 2014 wordt hij immers de gedoodverfde MR-leider.

CENTRE DÉMOCRATE HUMANISTE (cdH)

De gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2012 vallen voor het cdH op een onzeker moment. Sinds zijn ontstaan in 2002 is het Centre Démocrate Humaniste er niet in geslaagd de evolutie om te keren die in 1999 door de Parti Social Chrétien (PSC) werd ingezet. De positie van het cdH in Wallonië blijft delicaat en in mindere mate geldt dit ook voor Brussel. Net zoals de ‘zusterpartij’ CD&V behaalden de humanisten in juni 2010 hun slechtste resultaat ooit. Op federaal niveau kregen ze slechts negen vertegenwoordigers. Hoewel de partij door haar toetreding tot de meerderheid op gewestelijk niveau (vanaf 2004) en op federaal niveau (vanaf 2007) uit het politieke dal is gekropen, blijft haar positie binnen het politieke spectrum niettemin zorgen baren. Volgens de laatste stemintenties haalt de partij trouwens een erg slechte score en schommelt ze voortaan tussen de 10 en 11,5%.

De onzekerheid is des te groter omdat de humanisten sinds een paar maanden in een nieuwe overgangsfase zitten. Joëlle Milquet, die de partij sinds 1999 leidde, heeft in september 2011 bij het begin van het parlementaire jaar de fakkel doorgegeven aan Benoît Lutgen. De zoon van voormalig minister Guy Lutgen zal het niet makkelijk hebben een partij die aan existentiële twijfels ten prooi is opnieuw op de sporen te krijgen.

Het is dus een understatement te zeggen dat de gemeenteraadsverkiezingen voor het cdH van cruciaal belang zijn. De partij is van oudsher goed vertegenwoordigd in de landelijke gemeenten van de provincies Namen en Luxemburg, maar doet het electoraal veel minder goed in de streek van Luik en Henegouwen. En ondanks de lange aanwezigheid van André Antoine in de Waalse regering, is de Brabantse verankering van het cdH al verschillende jaren in vrije val.

In de strijd om de burgemeester zet de cdH voornamelijk in op de gemeenten Namen en Moeskroen. In Namen zal Maxime Prévot, rijzende ster in de partij, proberen te vermijden dat de socialisten opnieuw aan de macht komen en dat de MR, die zich in de huidige meerderheid onderbedeeld voelt, niet voor een andere coalitiepartner kiest. In Moeskroen moet Alfred Gadenne, die op zijn zesenzestigste heeft geaarzeld om zich opnieuw kandidaat te stellen, ervoor zorgen dat het cdH sterker blijft dan de socialistische partij. In Aarlen zou het cdH normaal gezien moeiteloos de grootste partij moeten blijven. Verviers is de enige belangrijke gemeente waar het cdH de macht eventueel kan veroveren. Van oudsher staan de humanisten er sterk, en in de hierboven geschetste context bestaat er een waterkansje dat het cdH de PS, ondanks de populariteit van burgemeester Claude Desama, achter zich kan laten.
In Charleroi en Luik, de twee belangrijkste Waalse steden, draait het dan weer om de deelname van het cdH aan het toekomstige college. In de vurige stad, waar het cdH al jaren op zijn retour is, wordt de lijst getrokken door Europees afgevaardigde Anne Delvaux, een Brabantse die jarenlang het journaal op RTBF presenteerde en dus erg bekend is. Het cdH hoopt dat zij een meerderheidswissel zal kunnen vermijden. Na burgemeester Jean-Jacques Viseurs afscheid van het politieke leven berust de hoop van het cdH in Charleroi voortaan op Véronique Salvi. Evenzeer als in Luik, of misschien nog meer, moet zij zich opwerpen als partner van de PS, dit in het nadeel van de MR. Ook in Bergen is de strijd nog onbeslist, hoewel de kans minder groot is dat het cdH er de nieuwe coalitiepartner wordt.

De situatie in Bastenaken heeft dan weer een symbolisch belang. Benoît Lutgen zal er immers de kleuren van zijn partij verdedigen. Jarenlang heerste er een gespannen sfeer in de stad. Als verhinderd burgemeester was Guy Lutgen er niet in geslaagd zijn sjerp te behouden. Hij werd opgevolgd door zijn vroegere vriend Philippe Collard, die intussen was overgelopen naar het Mouvement des Citoyens pour le Changement, een afdeling van de MR. Nu Philippe Collard zich niet langer kandidaat stelt, zal de strijd wellicht minder bitsig verlopen.

In het Brusselse Gewest lijken de twee cdH-burgemeesters van Jette en Sint-Agatha-Berchem stand te zullen houden. We besteden dus aandacht aan twee andere situaties. Ten eerste de poging van Brussels minister Benoît Cerexhe om in Sint-Pieters-Woluwe de burgemeesterssjerp over te nemen van de liberaal Willem Draps. Vervolgens de situatie in Brussel-stad, de belangrijkste gemeente van het gewest, waar Joëlle Milquet lijsttrekker is. Toch is haar deelname aan de toekomstige meerderheid twijfelachtiger dan in 2006. Enerzijds is er de harde concurrentiestrijd met de MR die voortaan wordt geleid door Alain Courtois en met de FDF onder leiding van Fabian Maingain. Anderzijds kan ook de keuze van het Schaarbeekse cdH, dat een voorakkoord met Bernard Clerfayt (FDF) heeft aangekondigd, negatieve gevolgen hebben voor Milquet. De PS zou beide gemeenten met elkaar kunnen verbinden: als het cdH in Schaarbeek niet samengaat met de PS, dan gebeurt dat ook niet in Brussel-stad. Joëlle Milquet is zich bewust van het gevaar en probeert Denis Grinberghs, haar Schaarbeekse alter ego, over de streep te trekken. Maar Grinberghs, intern tegenstander van Milquet binnen het cdH, laat zich het hoofd niet op hol brengen.

ECOLO

De Franstalige groenen hebben geen idee wat de gemeenteraadsverkiezingen voor hen in petto houden. Na de uitstekende regionale verkiezingen van 2009 kende Ecolo een aanzienlijke terugval bij de federale verkiezingen van 13 juni 2010. Daarna nam Ecolo deel aan de onderhandelingen voor de staatshervorming, zonder evenwel tot de federale regering toe te treden. En ten slotte heeft de partij intussen een nieuw bestuur. Nadat Jean-Michel Javaux acht jaar aan het hoofd van Ecolo stond, besloot hij zich niet langer voor die functie kandidaat te stellen. Geleidelijk aan nam zijn loopbaan een nieuwe wending en onlangs werd hij als bestuurder van Meusinvest aangesteld. Na een campagne die bitsiger verliep dan verwacht, haalde het duo Olivier Deleuze-Emilie Hoyos in de lente van 2012 de overhand op de teams Benoît Hellings-Muriel Gerkens en Bernard Wesphael-Marie Corman. Dit resultaat en de aanduiding van Patrick Dupriez als voorzitter van het Waalse parlement hebben geleid tot het vertrek van Bernard Wesphael, met in zijn kielzog een aantal zeldzame getrouwen. Deze laatsten hebben een nieuwe partij opgericht, het Mouvement de Gauche.
Met de verkiezing van een nieuw Ecolo-bestuur worden er bij de groenen twee kapitale wijzigingen doorgevoerd. Om te beginnen krijgt Ecolo feitelijk opnieuw een collectief bestuur. Formeel was dat vroeger eveneens het geval, maar in werkelijkheid drukte Jean-Michel Javaux ontegensprekelijk zijn stempel op de partij waarvan hij de facto wel degelijk de voorzitter was. Vervolgens zijn zowel Olivier Deleuze als Emilie Hoyos minder populair dan Javaux, en ofschoon ze een zekere bekendheid genieten, oefenen ze minder politieke invloed uit. Bij de komende gemeenteraadsverkiezingen zitten de groenen dus in een overgangsfase. Het zal er voor Ecolo vooral op aankomen de verworvenheden van 2006 te bevestigen. In de eerste plaats natuurlijk door hun twee Waalse burgemeesters te behouden. Dat Jean-Luc Roland in Ottignies-Louvain-La-Neuve in de problemen zou komen, is weinig waarschijnlijk. A contrario dient men in Amay met heel wat onbekende factoren rekening te houden. Javaux wist de stad in 2006 na een harde kiesstrijd te veroveren. Nu echter heeft de voormalige PS-burgemeester beslist zich opnieuw kandidaat te stellen, en dat is niemand minder dan Robert Collignon, voormalig minister-president van het Waalse Gewest, die er in 2006 niet was in geslaagd de sleutels van het gemeentehuis aan zijn zoon door te geven.

In de grote Waalse steden komt het er voor Ecolo op aan de best mogelijke score te behalen. Politiek gezien lijkt het immers weinig waarschijnlijk dat Ecolo in Charleroi, Luik, Bergen, Doornik, La Louvière, Seraing of Verviers aan de macht komt. Blijft over Namen waar Ecolo, dat van oudsher sterk staat in de Waalse hoofdstad, een coalitie vormt met het cdH en de MR. We zeiden het al, de electorale en politieke strijd lijkt er nog helemaal onbeslist. Toch lijkt een gezamenlijke deelname van PS en Ecolo aan het bestuur van de Naamse metropool haast onmogelijk vanwege de onverzoenlijke tegenstellingen tussen beide partijen.

Hoe zit het met het Brusselse Gewest? In 2006 was Ecolo na een polarisering over de gemeente Schaarbeek in de belangrijkste gemeenten in de oppositie terechtgekomen: in Brussel-stad, Molenbeek, Anderlecht en Elsene. Zes jaar later heeft Ecolo een dubbel streefdoel. Om te beginnen wil het in een aantal colleges opnieuw zitjes veroveren. Dat is haalbaar, maar opnieuw dreigt de Schaarbeekse situatie roet in het eten te gooien. Ecolo heeft er een akkoord gesloten met FDF en cdH tegen PS en MR. Niet alleen weten we niet of dit volstaat om een meerderheid te behalen, bovendien wekt dit akkoord de wrevel op van de PS waar Laurette Onkelinx zich in de strijd heeft gegooid, en ook van de MR dat de FDF graag in het stof wil zien bijten. Het zou dus kunnen dat Ecolo hiervoor ook in andere gemeenten het gelag moet betalen. Het tweede streefdoel van de partij bestaat erin een burgemeester te leveren. Volgens Ecolo zou dat mogelijk zijn in Vorst, Elsene en Watermaal-Bosvoorde. Naar mijn gevoel maakt de partij de meeste kans in deze laatste gemeente.

FÉDÉRALISTES DÉMOCRATES FRANCOPHONES (FDF)

De gemeenteraadsverkiezingen zijn de eerste verkiezingen sinds de FDF zich van de MR heeft afgescheurd. Voor de partij is het alles of niets, een mislukking zou haar voortbestaan op het spel zetten. Mijn analyse betreft drie niveaus.
Om te beginnen in de Vlaamse rand rond Brussel, waar de FDF het erg lastig zal hebben om Véronique Caprasse als burgemeester van Kraainem te laten herverkiezen. Ze moet het opnemen tegen een andere Franstalige lijst, die alle andere Franstalige democratische partijen bijeenbrengt.
Vervolgens in Brussel waar de scheuring tussen MR en FDF in alle gemeenten heeft geleid tot FDF- of LB-lijsten (Burgemeesterslijsten) en MR- of LB-lijsten, wat voor heel wat ‘dissidenten’ heeft gezorgd. Zo is er binnen FDF-rangen de kandidatuur van Didier Van Eyl op de lijst van liberaal burgemeester Vincent De Wolf of van Delphine Bourgeois op de MR-lijst van Dominique Dufourny.
Didier Gosuin zal wellicht probleemloos burgemeester van Oudergem kunnen blijven, maar voor Olivier Maingain in Sint-Lambrechts-Woluwe en voor Martine Payfa in Watermaal-Bosvoorde is dat veel minder zeker. En Bernard Clerfayt ten slotte begint aan een open gevecht. Zes jaar geleden had hij geprofiteerd van een anti-Onkelinx-polarisering die gepaard ging met een campagne als ‘zuiver lokaal mandataris’. In 2012 liggen de zaken anders. Clerfayt, die in dezelfde regering als Onkelinx heeft gezeten, kan zich thans bezwaarlijk op zijn statuut van ‘zuiver lokaal mandataris’ beroepen. Een polarisering van de campagne Onkelinx zou ditmaal contraproductief zijn. En hij moet vooral rekening houden met de concurrentie van een MR-lijst getrokken door schepen Georges Verzin. Op zijn zachtst gezegd kan het dus alle kanten uit met de Schaarbeekse verkiezingsuitslagen.
Tot slot dienen we ook de resultaten van de FDF-lijsten in Wallonië te volgen. Het ziet ernaar uit dat de door Olivier Maingain verhoopte expansie is uitgebleven.
Zoals gezegd is het resultaat van levensbelang voor de FDF, en zal het grote invloed uitoefenen bij de voorzittersverkiezingen in december. Olivier Maingain heeft nog niet bevestigd dat hij zich kandidaat zal stellen, noch duidelijkheid gecreëerd over zijn wensen. Didier Gosuin en Bernard Clerfayt daarentegen, twee andere zwaargewichten, hebben er op een ondubbelzinnige manier toe opgeroepen om een nieuwe voorzitter te kiezen!4

DE ‘KLEINTJES’ - EEN ONBEKENDE FACTOR

Behalve de vijf grootste formaties uit het Franstalige politieke spectrum kan nog een andere partij een rol spelen bij de gemeenteraadsverkiezingen, met name de Partij van de Arbeid (PTB-PVDA). En ten slotte zijn er de extreemrechtse partijen: Wallonie d’Abord, de Droite Nationale en eventueel ook Nation.

Nadat de PTB in 2000 haar eerste afgevaardigden kreeg, behaalde de partij bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 een ietwat beter resultaat: een zetel in La Louvière en Seraing, en twee zetels in Herstal, niet toevallig drie gemeenten waar een medisch huis van ‘Geneeskunde voor het volk’ is gevestigd. Voor de PTB komt het er nu op aan een zetel in Luik te veroveren en indien mogelijk ook in Charleroi. De partij zet alles op alles om dit objectief te bereiken en voert, naar het voorbeeld van Antwerpen maar dan in gunstigere omstandigheden, een heftige verkiezingsstrijd in de tweede Waalse stad. Raoul Hedebouw, woordvoerder van de partij, zou op die manier verkozen kunnen worden. In Charleroi probeert dokter Sofie Merckx, dochter van oprichter van ‘Geneeskunde voor het volk’ Kris Merckx, een zitje in de gemeenteraad te veroveren.
Ook in Brussel hoopt de PTB-PVDA op een vertegenwoordiger - vooral in Molenbeek. De kaarten om hierin te slagen liggen echter heel wat moeilijker. De gemeenschap wordt er in veel mindere mate door arbeiders gevormd. En net als in Antwerpen dreigt de PTB-PVDA het slachtoffer te worden van een ‘nuttige stem’ voor links.

Ten slotte is er de onbekende factor van Franstalig extreemrechts dat nooit hoge toppen heeft gescheerd. Onder de merknaam ‘Front national’ behaalde het echter nu en dan een redelijk succes, zoals bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1994. Eigenlijk is de situatie gunstig: gevoelens van etnocentrisme en moslimhaat tieren welig, en Frans extreemrechts kan garen spinnen bij de opmars van Marine Le Pen bij de Franse presidentsverkiezingen. Toch moeten we rekening houden met drie elementen die elk een handicap betekenen. Ten eerste zijn de uiterst rechtse verenigingen op het terrein weinig verankerd, zodat ze slechts hier en daar een lijst kunnen indienen. Vervolgens betekent het verbod om nog langer de naam ‘Front national’, de afkorting ‘FN’ en het logo met de vlam te gebruiken - dit na een rechtszaak aangespannen door het Franse Front National - wellicht de doodsteek. En natuurlijk speelt ook de fragmentering mee van een politiek kamp dat op zich al uiterst klein is: Nation, Droite Nationale en Wallonie d’Abord vissen allen in dezelfde kiesvijver, zodat de stemmen van het Franstalige uiterst rechtste electoraat helemaal versnipperd dreigt te worden.

Pascal Delwit
Centre d’étude de la vie politique, Université libre de Bruxelles (ULB)

Vertaling: Katelijne De Vuyst

Noten
1/ Over het vertrek van de FDF uit de MR, zie Pascal Delwit, La vie politique en Belgique de 1830 à nos jours, Brussel, Editions de l’Université de Bruxelles, 2012 (3e druk).
2/ ‘Ten slotte wordt het voor ons, bij de PS, een test aangaande de sociaaleconomische politiek, de ditmaal uitzonderlijke deelname aan de regering, aangezien we met Elio vertegenwoordigd zijn in de Wetstraat 16’, zegt Rudy Vervoort, in Le Soir, 18 mei 2012.
3/ Zie 1. Pascal Delwit, Regis Dandoy, Nicolas De Decker, Les élections communales du 8 octobre 2006 en Belgique, L’année sociale 2006, 2007, pp. 13-44.
4/ Didier Gosuin, Le new FDF aura l’accent scandinave, Le Soir, 16-17 juni 2012 ; Bernard Clerfayt, Il faut du renouveau à la tête du FDF, Le Vif, 17-23 augustus 2012.

verkiezingen - Brussel - Wallonië

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 7 (september), pagina 23 tot 31