Log in

'Over Mensen & Macht. Coalitievorming in de Belgische gemeenten'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 7 (september), pagina 76 tot 78

Over Mensen & Macht. Coalitievorming in de Belgische gemeenten

Fanny Wille & Kris Deschouwer
ASP, Brussel, 2012

In Over Mensen & Macht analyseren Fanny Wille en Kris Deschouwer zeer gedetailleerd hoe de coalities in de gemeente gevormd worden en nadien de schepenzetels verdeeld. En dat doen ze niet op basis van theoretische overpeinzingen maar door interviews met (anoniem gebleven) hoofdrolspelers in 20 Vlaamse en Waalse gemeenten. De vergelijkingen van de gebruiken in de twee landshelften is trouwens vaak boeiend, niet in het minst omdat de regelgeving aan Waalse kant sinds 2006 strikter is dan in het Vlaams Gewest. De Burgemeester is er de verkozene met de meeste voorkeurstemmen van de grootste partij in de coalitie. Je kan er dus niet (zoals in Vlaanderen al eens gebeurt) het burgemeestersambt weggeven aan een kleinere partij, wat al eens gebeurt ten voordele van een partij die op de wip zit. De auteurs gaan in het eerste deel vooral in op alle voorafgaande akkoorden. Die altijd supergeheim worden gehouden, voor de burgers, voor de andere partijen, zelfs voor de eigen kandidaten. Er zitten leuke anekdotes in over hoe men op geheime locaties vergadert, maar zelfs op de verkiezingsdag het geheim bewaart tot de uitslag bevestigt dat het voorakkoord haalbaar is. Overal wordt er de jaren voor de verkiezingen al intens overlegd tussen de mogelijke coalitiepartners om na de verkiezingen te zorgen dat men er zeker bij is. En daar spelen in de gemeenten nog gans andere overwegingen dan deze op het nationale niveau. Coalities worden er niet in het minst gevormd voor of tegen personen. Een burgemeester die zijn coalitiepartners of zelfs de leden van zijn eigen lijst te veel tegen in het harnas jaagt kan enkel maar hopen dat hij ook de volgende keer incontournable is. De andere spelers gaan immers ijverig schaken en hebben voor elke stembusuitslag een of meerdere voorakkoorden klaar.

Dat wordt natuurlijk bij de verkiezingen van 2012 een boeiend verhaal. De N-VA denkt haar score van de federale verkiezingen te kunnen doortrekken naar het gemeentelijke niveau, en de vraag is hoe de andere partijen zich daar op voorbereiden. In veel gemeenten was de N-VA bij de vorige verkiezingen zo goed als onbestaande en als ze nu meteen 1/3 van de zetels zou binnenhalen, zijn die onbekende nieuwelingen meteen aan zet. Een aantal bestaande meerderheden sluiten net om die reden deze keer geen geheim voorakkoord af maar gaan gewoon samen op één lijst staan. Het ganse boek is eigenlijk nog geschreven over gebruiken in de tijd dat de verkiezingsuitslagen redelijk stabiel waren. Er waren wel verschillen in resultaat maar elke politicus kon zijn strategie bepalen vanuit de veronderstelling dat de onderlinge machtsverhoudingen status-quo bleven. Of net niet omwille van het wegvallen van een populair lijsttrekker bij de tegenpartij. De sterke uitslagen van het Vlaams Belang deden er eigenlijk niet toe, want hun zetels werden gewoon genegeerd en men rekende verder onder democraten. Ik vermoed dat elke partij nu twee scenario’s voorbereidt, eentje op basis van de oude tradities, en eentje met de N-VA in een hoofdrol.

En ook dan zal het er telkens van afhangen wie de lijsttrekkers voor de verschillende partijen zijn. Of het op het persoonlijke vlak wat kan klikken dan wel of ze mekaars bloed kunnen drinken. Want dat blijkt ook wel sterk uit het ganse boek, de ideologische verschillen tussen de partijen, die al niet sterk meer zijn op het landelijk vlak, zijn triviaal op het gemeentelijk vlak. De inwoners kiezen voor personen, en kijken pas nadien op welke lijst die staat. Het verkiezingsprogramma wordt blijkbaar eerder voor de pers dan voor de kiezers geschreven, op een aantal accenten na belooft iedereen beter milieu, betere mobiliteit, ruimtelijke ordening en goed bestuur. De oppositiepartij hamert er wel op dat de zittende burgemeester het absoluut niet goed doet, maar hoe zij dat dan beter gaan doen, en vooral wat zij wel gaan doen blijft zeer vaag. En de nationale verkiezingsuitslagen zonder meer doortrekken naar het lokale niveau is niet verstandig. De analyse van de vorige uitslagen toont al aan dat er in tegenstelling tot de regionale en federale uitslagen geen ‘globale’ tendens is over gans het land maar de uitslagen voor elke partij zeer sterk afhangen van de omstandigheden in elke gemeente. En de uitslag hangt dus niet af van de populariteit van de nationale aanvoerder maar van de kwaliteit van elke lokale lijsttrekker, en daarbij nog eens van de beoordeling van de prestaties van het huidige schepencollege. De positie van Bart De Wever is daarbij zeer vergelijkbaar met die van Steve Stevaert die ook populairder was dan de rest van zijn partij, en de grootste moeite deed om tijdens de campagne toch zijn aantrekkingskracht overal te verzilveren. Wat hem toen overigens niet lukte.

Een analyse maken waarbij voor de nationale partijen winst en verlies over gans Vlaanderen wordt berekend, is weinig zinvol. De auteurs tonen aan dat de nationaal gekende partijen niet in elke gemeente opkomen. Zelfs de CVP haalde maximum 282 van de 308 gemeenten in Vlaanderen, toen wel goed voor 96% van de kiezers. Sp.a kwam in 1994 nog op in 264 gemeenten, in 2006 maar in 172 gemeenten, 64% van de kiezers. Die partij lijkt het organisatorisch op te geven om nog in elke gemeente haar overtuiging zelfstandig te verdedigen. Voor een deel is dat wel te wijten aan het stijgende aantal gemeenten waar een rood-groen kartel opkwam.

Een en ander heeft wel tot gevolg dat zelfs het berekenen van een nationale uitslag voor elke partij niet voor de hand ligt. Bereken je die op het aantal stemmen in verhouding tot alle Vlaamse kiesgerechtigden, of enkel op het aantal kiezers in de gemeenten waar die partij opkwam. Dat laatste heeft als gevolg dat de uitslagen voor elke partij dan berekend worden op een andere basis. Eigenlijk is het een droomsituatie voor elke partij: ze kunnen altijd verklaren dat ze gewonnen hebben. Ze moeten maar een van de criteria zoeken die deze stelling onderbouwt. Wat me doet denken aan alle verklaringen van de Belgische atleten dat ze het niet slecht gedaan hebben bij de Olympische Spelen. Sommigen hadden zelfs, zoals ikzelf, hun persoonlijk record verbeterd.

Het boek Over Mensen & Macht is verplichte literatuur voor alle kandidaten die ook nog echt politieke ambities hebben, of toch voor diegenen die ook nog iets willen maken van hun mandaat. De golf van overlopers van de ene naar de andere partij bevestigt het idee dat het veel politici enkel maar om het postje te doen is en ze verder nog vlotter van overtuiging veranderen dan een voetballer van club. Maar als inleiding over hoe het er achter de schermen van de gemeentelijke politiek aan toegaat is dit een meer dan verhelderend boek. En ik zou alvast Over Mensen & Macht, Deel 2: Losse schroeven in 2012 bestellen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 7 (september), pagina 76 tot 78