Log in

'Blauwe Economie. 10 jaar - 100 innovaties - 100 miljoen banen'

Uitgelezen

Blauwe Economie. 10 jaar - 100 innovaties - 100 miljoen banen

Gunter Pauli
Uitgeverij Nieuw Amsterdam, Amsterdam, 2012

Gunter Pauli is voor ons land geen onbekende. Hij was ooit directeur bij Ecover en bouwde de eerste ecologische fabriek voor het alternatief schoonmaakmiddelenbedrijf in Malle. In 1994 verliet hij het bedrijf, ook al omdat hij toen besefte welke ecologische ravage werd aangericht bij de teelt van palmolie, de basis voor veel van Ecover’s producten. Sindsdien reist hij de wereld rond als een soort duurzame messias die met zijn stichting ZERI (Zero Emissions Research and Initiatives) inspiratie en steun wil bieden voor de ontwikkeling van duurzame productiemethoden. Blauwe Economie is het laatste boek van deze veelschrijver. Het verscheen al in 22 talen, maar werd nu ook door Uitgeverij Nieuw Amsterdam uitgegeven in het Nederlands. Blauwe Economie gaat over een ondernemerschap dat zich laat inspireren door de kracht van ecosystemen. Door toepassingen te kopiëren die de natuur na miljoenen jaren evolutie heeft geperfectioneerd, kunnen we volgens Pauli grensverleggende oplossingen vinden voor de uitdagingen waar onze planeet voor staat. Als we er maar in slagen de natuur te ontraadselen en diens geheimen om te zetten in innovatieve economische toepassingen, dan opent zich voor ons een walhalla waarin genoeg is voor iedereen en van schaarste geen sprake meer is.

Het boek is doorspekt met voorbeelden. Gebouwen die niet geventileerd worden met elektronische automatische klimaatbeheersingssystemen, maar natuurlijk zoals in termietenheuvels. Hartproblemen die niet worden aangepakt met dure pacemakers, maar met nanobuisjes die net als bij een walvis energie van de ene plaats naar de andere voeren. Lijmen die niet worden vervaardigd met chemisch, toxische oplosmiddelen, maar met natuurlijke producten die mosselen of gekko’s doen hechten,… En vooral toepassingen die afval- of nevenstromen van bepaalde productieprocessen als grondstof zien voor nieuwe producten. Zo blijkt de biomassa die overblijft na de koffieteelt een ideale grondstof voor het kweken van paddenstoelen die op hun beurt een proteïnerijk substraat opleveren dat kan dienen als veevoeder. Slachtafval kan worden aangewend voor het kweken van maden die proteïnen afscheiden die perfect kunnen dienen voor de behandeling van wonden, terwijl de madenresten verder dienst doen als voeding voor vissen of kwartels…

De blauwe economie zet zich af tegen de rode en groene economie. De ‘bankonomie’ van de rode economie slorpt de liquiditeiten van de hele wereld op maar ontzegt krediet aan iedereen die het echt nodig heeft. Het is een failliet economisch model dat leent ‘van de natuur, van de mensheid, van het gemeenschappelijk goed van iedereen, en van centrale banken die hun onafhankelijkheid van de politiek zijn kwijtgeraakt, waarbij de gedachte aan terugbetaling eindeloos naar de toekomst wordt verschoven’. Het is het verhaal van een falende economie van ‘in het rood staan’. De groene economie, zo stelt Pauli, gaat door op dezelfde weg met nog meer investeringen in een apparaat met weliswaar een kleinere milieu-impact, maar ook met een kleiner economisch rendement en hogere prijzen voor de consument. Een oplossing die volgens Pauli weinig kans maakt in een tijd van economische neergang. Door ecosystemen na te bootsten en energie en grondstoffen in kringloopketens te benutten, spiegelt de blauwe economie - geïnspireerd door de wijsheden van onze blauwe planeet - ons toepassingen voor die minder investeringen vragen en meer opleveren dan alleen maar cashflow. Traditionele ondernemers en managers - gezegend met een diploma Master of Business Administration - focussen zich te eenzijdig op de kerntaken van hun onderneming en laten kansen onbenut om rest- of nevenstromen te valoriseren. Het MBA van de natuur laat Meesterschap in Briljante Aanpassingen zien die geen enkele stroom laat verloren gaan en meerdere kasstromen oplevert. De blauwe economie levert ook sociaal kapitaal op, werkgelegenheid en gemeenschappelijke goederen en houdt de belofte in om tegemoet te komen aan de (basis)behoeften van iedereen. ‘Het kunstmatige begrip schaarste wordt omgezet in een gevoel dat het aanwezige genoeg is, en zelfs overvloedig. Binnen ecosystemen bestaat er geen hongersnood of werkloosheid.’

Blauwe Economie is een nuttig boek voor wie overtuigd wil worden van de intelligentie van de natuur en de inspiratie die we daaruit kunnen halen voor onze manier van produceren en consumeren. Blauwe Economie waarschuwt ook duidelijk voor ‘valse’ groene oplossingen die op één facet een milieuverbetering realiseren, maar andere milieuproblemen doen ontstaan (kernenergie, sommige biobrandstoffen, biologisch afbreekbare schoonmaakmiddelen die via palmolieplantages regenwoud doen verdwijnen). Het biedt aanzetten voor een meer holistische en geïntegreerde kijk op de dingen.

Maar om de wereld echt te veranderen is veel meer nodig. Belangrijke vraagstukken laat men onbeantwoord. Hoe brengen we de ‘steady state’ van de natuur in overeenstemming met de gepronostikeerde bevolkingsgroei (naar 9 miljard in 2050) en met de permanente nood aan meerwaardecreatie en kapitaalsaccumulatie in de kapitalistische economie? Wat met het bestaande gebouwenpatrimonium, de bestaande productiemethoden en -technieken? Gaan die zich zomaar laten verdringen door de toepassingen uit de blauwe economie? Gaan de nieuwe blauwe toepassingen snel genoeg voor de nodige veranderingen zorgen zodat bijvoorbeeld de klimaatopwarming tijdig een halt wordt toegeroepen? Waarom pikt de vrije markt de blauwe oplossingen niet op als die toch lagere investeringen vragen en een hoger rendement beloven? Blauwe Economie geeft nergens aan wat de rol van de overheid is, welke institutionele veranderingen nodig zijn om te gedijen. De vrijhandel wordt aan de kaak gesteld, zonder daar een realistisch nieuw concept tegenover te plaatsen.

Blauwe Economie heeft veel weg van Cradle-to-Cradle, het boek over duurzaam ontwerpen waarmee William McDonough en Michael Braungart enkele jaren geleden furore maakten. Ook deze auteurs beloven een duurzame wereld van overvloed, als ontwerpers maar het licht zien, afval als voedsel beschouwen en kringlopen sluiten. Het is allemaal kwestie van mentaliteit, van ‘mind-set’. Eens de ondernemers en ontwerpers de knop hebben omgedraaid, gaat het allemaal vanzelf. ‘Wanneer marktleiders zich bij innovaties door de natuur laten inspireren en groene chemie gebruiken in plaats van toxische chemie, worden hun producten zowel winstgevend als duurzaam’, stelt Pauli. ‘De wens tot verandering zou noodzakelijkerwijs moeten voortkomen uit een groter plichtsgevoel ten aanzien van de gezondheid en het milieu dan ten opzichte van ingesleten managementprincipes.’

Nobel, maar wellicht al te gemakkelijk. Blauwe Economie ziet bijvoorbeeld een belangrijke rol weggelegd voor verzekeringsmaatschappijen die via lagere kosten voor ecologische producten, de duurdere, ongezondere synthetische producten uit de markt gaan prijzen. Alleen wordt daarbij voorbijgegaan aan het feit dat in onze huidige (Europese) wetgeving niemand aansprakelijk kan worden gesteld voor de schade die wordt aangericht met wettelijk toegestane producten of productiemethoden (de zogenaamde ‘permit defence’ in de Europese milieuschaderichtlijn). Zonder beleid dat milieukosten en milieurisico’s doorrekent, zal het succes van de blauwe economie zich te veel beperken tot bepaalde niches en toepassingen met kleine opschaalbaarheid. In Blauwe Economie beschreven doorbraaktechnologieën zoals de met CO2-gassen gevoede algenkweek die als basis kan dienen voor de productie van biobrandstoffen en biopolymeren in fotosynthese bioraffinanaderijen, vragen overheidssubsidies en massale investeringen om concurrentieel te zijn tegen de fossiele concurrenten die met leisteengas, leisteenolie of teerzandolie nog wat vuiler zijn geworden. Zonder beprijzingsbeleid voor CO2 komen die zogenaamde tertiaire biobrandstoffen of biobased producten niet van de grond. De randvoorwaarden waarin blauwe economie het verschil kan maken, zijn deze van de groene economie waarvan men zich nochtans wil onderscheiden.

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 9 (november), pagina 72 tot 74