Log in

Het avontuur van Mas Artur

Wim Vermeersch
27 november 2012

Voor Artur Mas, leider van de centrumrechtse CiU in Catalonië, zijn de verkiezingen van zondag jongstleden met een sisser afgelopen. Toen hij in september, op een golf van enthousiasme na de massabetoging op de feestdag la Diada en het neen van Rajoy op het fiscaal pact, vervroegde verkiezingen uitschreef, had hij één doel voor ogen: de absolute meerderheid halen om zo stappen te zetten richting een referendum voor onafhankelijkheid. Het draaide met een verlies van 12 zetels even anders uit.

De explosieve cocktail van crisis en nationalisme

De luide roep om Catalaanse onafhankelijkheid heeft alles te maken met de barre economische tijden. In Spanje zijn de regio’s grotendeels afhankelijk van het geld van de centrale overheid, maar met de crisis wordt de geldkraan dichtgedraaid. Catalonië moet, als rijke regio, besparen om elders gaten dicht te rijden. Artur Mas voerde de voorbije jaren een draconisch soberheidsbeleid. Hij sprak nauwelijks over onafhankelijkheid.

Dat veranderde toen forse kritiek opstak. Om de aandacht van zijn falend socio-economisch beleid af te leiden, zette hij zijn geld op de piste van de onafhankelijkheid. Mas eiste niet langer een betere financiering uit Madrid, maar de onafhankelijkheid van de regio. Hij bespeelde perfect het gevoel bij veel Catalanen dat ze meer in de nationale schatkist storten dan ze eruit ontvangen. Waarom nog bijdragen voor de ander als we het zelf moeilijk hebben? Het is een discours dat, ook in Vlaanderen, aanslaat. Artur Mas is een gewiekste opportunist, een technocraat vermomd als nationalist. Ook zijn partij CiU heeft een ambigue relatie met de Catalaanse onafhankelijkheid. Ze ging naar de kiezer met de slogan ‘La voluntat d’un poble’ (de wens van een volk), maar toonde zich de voorbije 38 jaar een koele minnaar van die zaak.

Zet het nationalisme op de agenda, spreid het bedje van de radicalen

O ironie, net nu CiU ongegeneerd de kaart van het nationalisme trekt, gaan de linkse separatisten van het eerste uur (Esquerra Republicana, ERC) met de overwinning lopen. Ze springen van 10 naar 21 zetels. De kiezer verkoos het origineel boven de kopie. Voor de kantoren van ERC mogen ze een standbeeld van Mas oprichten, net zoals N-VA Yves Leterme mag danken om de staatshervorming en BHV zo prominent op de agenda gezet te hebben. Bij de verkiezingen van 2010 was de Catalaanse onafhankelijkheid nauwelijks een thema en leed ERC een zware nederlaag. Vandaag wordt het de tweede partij.

Geheel terzijde staan we even stil bij hun leider, Oriol Junqueras. We herkennen ons vaag in zijn profiel. Een olijke dikkerd en voormalig historicus, die er perfect in slaagt zowel de academische als volkse snaar te raken, en spits uit de hoek komt. Hij slaagde erin een frisse wind te laten waaien in zijn partij, en haalde de separatistische stemmen tegen het besparingsbeleid van Mas binnen.

Gepolariseerde verkiezingen

Op 25 november ging het ten gronde om een keuze tussen drie staatsmodellen: een onafhankelijk Catalonië (CiU, ECR en andere, kleine partijen), het federalisme (Catalaanse socialisten) en het behoud van de bestaande structuren (Catalaanse PP). PP en CiU, de facto bondgenoten in het besparingsbeleid, stonden in deze campagne lijnrecht en met geslepen messen tegenover elkaar. De Catalaanse PP schilderde Mas af als een avonturier in tijden van crisis. Artur Mas van zijn kant portretteerde PP en PSC als vazallen van de twee grote partijen van Spanje.

De relatie van Mas met de nationale media liep stroef. Hij weigerde interviews met El País wegens ‘geen prioriteit’. Tien dagen voor de verkiezingen kwam El Mundo op de proppen met een verhaal over mogelijke belastingontduiking van Mas. De beschuldigingen werden door Mas geframed als een ‘aanval uit Madrid’. U begrijpt het, het was niet de properste van alle campagnes, met weinig concrete voorstellen en veel verwijten over en weer. Dat gegeven is natuurlijk niet alleen in Catalonië zo.

Socialisme en nationalisme, een moeilijk verhaal

Naast de CiU verloren ook de Catalaanse socialisten (PSC) de verkiezingen. Voor de vierde keer op rij. Hun tweede plek ging naar de linkse separatisten van ERC.In Barcelona-stad, waar PSC dertig jaar lang regeerde, wordt ze slechts de vierde partij. PSC zat met haar discours van federalisme gevangen tussen de nationalisten en de constitutionalisten. Het was een moeilijke campagne, met een onmogelijke spreidstand: tegen de onafhankelijkheid, maar voor het recht om zich erover uit te spreken (dus voor het referendum). Het voorstel tot federalisme - moeilijk uit te leggen in een tweet van 140 tekens - kreeg in de campagne nauwelijks weerklank. Het werd bestempeld als ‘ni carne, ni pescado’, mossel noch vis. Het slechte resultaat van de Catalaanse socialisten heeft ook nationale consequenties. Eerder verloren de socialisten de regionale verkiezingen in Galicië en Baskenland. De PSOE van Rubalcaba mag zich, nogmaals, bezinnen.

Bemerk overigens de enorme versnippering ter linkerzijde. Vlaanderen is duidelijk niet de enige regio met een versnipperd partijlandschap. Naast de genoemde Catalaanse socialisten (PSC, 20 zetels) en de linkse separisten (ERC, 21 zetels), zijn er nog de ecosocialisten (Iniciativa per Catalunya Verds, 13 zetels), de centrumlinkse en anti-nationalistische Ciutadans (9 zetels), en het linkse platform van antikapitalisten CUP (3 zetels). Solidaritat, de linkse groep separatisten rond voormalig voorzitter van FC Barcelona Joan Laporta, die in 2010 nog vier zetels haalde, heeft deze keer geen verkozenen. Samen halen de verschillende linkse partijen 66 van de 135 zetels.

Spanje, patria común _ y indivisible _

Een absolute meerderheid heeft Mas dus niet gehaald. Cijfermatig is er in het politieke landschap eigenlijk weinig veranderd. Tweederde van het Catalaanse Parlement blijft voorstander om ‘zelf te mogen beslissen over haar lot’. Wel is er met deze verkiezingen een dynamiek in gang gezet waarbij de vraag tot zelfbeschikking onvermijdelijk op de agenda komt. CiU zal daarbij de hete adem van de ‘echte’ nationalisten van ECR in de nek voelen, voor wie het ‘nooit genoeg’ zal zijn.

In de huidige sfeer van confrontatie moet de dialoog met Madrid opnieuw worden aangezwengeld. Onoverkomelijk probleem daarbij is dat de modernisering van de staat er met de PP niet zal komen. Voor haar is Spanje één en ondeelbaar. Patria común e indivisible de todos los españoles, lezen we in artikel 2 van de Grondwet. Spanje loopt op institutioneel vlak dertig jaar achter. De oude structuren uit de tijd van Franco zijn nog niet afgebroken. Het is een systeem van politiek cliëntelisme en privileges voor lokale PP baronnen. De eerste stappen richting een federalisme zullen nog zeker een decennium op zich laten wachten. Het beest van het Catalaans nationalisme, dat ten tijde van de economische boom mooi achter grendel zat, lijkt echter definitief los.