Abonneer Log in

'Red de vrije markt'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 9 (november), pagina 75 tot 77

Red de vrije markt

Johan Van Overtveldt
Uitgeverij De Bezige Bij, Antwerpen, 2012

Terwijl een gebrek aan kennis van zaken vele opiniemakers niet hindert bij het kwistig rondstrooien van commentaar, voel ik mij sterk beperkt in mijn onwetendheid over een crisis die Europa al vier jaar in zijn greep heeft. Een waaier aan talking heads lieten hun zaklampje schijnen over de financiële crisis, maar geraakten niet verder dan enkele schimmige verklaringen. Gelukkig zijn er schrijvers zoals Johan Van Overtveldt die vanuit een grondige studie op een bevattelijke manier de goudstandaard, (een interpretatie van) de oorzaken van de financiële crisis en de verschillen tussen Friedman en Keynes beschrijft. Hiermee belicht hij één van de voornaamste deelnemers aan het belangrijkste economische en politieke debat van de laatste eeuw. Dit debat focust zich op de rol van de overheid in de economie en van de economie in de samenleving. De kennis van Van Overtveldt over economie en meer bepaald de Chicago School is onbetwistbaar, net als zijn voorliefde voor de economische en maatschappelijke visie van Milton Friedman. Dat Van Overtveldt fan is van Friedman, is geen geheim. Hij maakte een doctoraat over de Chicago School, een moeilijk verteerbaar, maar zeer uitgebreid en inhoudelijk ijzersterk boek.

Red de vrije markt bestaat in essentie uit drie delen. Het eerste deel is een beschrijving van Milton Friedman die dit jaar 100 zou zijn geworden. Het tweede deel is een beschrijving van het werk van Milton Friedman en enkele collega’s aan de Chicago School, waarna een toepassing ervan volgt op de interpretatie van de huidige financiële crisis.

Friedmans interpretatie over de rol van de overheid in een financiële crisis is actueler dan ooit. De voorzitter van de Amerikaanse Centrale Bank, Ben Bernanke, gebruikte de bijdrage die Friedman schreef over de oorzaken van de financiële en economische crisis in 1929 als draaiboek bij het bestrijden van de huidige financiële en economische crisis. Friedman beargumenteert dat de geldhoeveelheid het centrale element is in de economie en dat de overheid net dit element destabiliseert. Hij wijt de financiële crisis in 1929 aan een ondoordachte monetaire politiek van de centrale bank. Deze hield eerst een te lage rentevoet aan. De overproductie die hierdoor werd gevoed, zorgde ervoor dat bedrijven hun producten niet meer verkocht kregen en failliet gingen. Om zeepbellen tegen te gaan schroefde de centrale bank de rente te snel omhoog, waardoor een vicieuze cirkel startte. Bedrijven kregen hun producten niet verkocht en banken gingen failliet doordat leningen niet meer werden terugbetaald. Mensen haalden hun geld van de bank en hielden het zelf bij, waarna nog meer banken failliet gingen. Hierdoor daalde de geldhoeveelheid in de economie, wat opnieuw zorgde voor minder uitgaven, meer faillissementen en werkloosheid. Volgens Keynes kan deze vicieuze cirkel gebroken worden wanneer de overheid geld in de economie pompt door de uitgaven te verhogen. Volgens Friedman leidt dit echter alleen maar tot het verhogen van de inflatie.

Van Overtveldt neemt deze redenering over en legt de schuld van de financiële crisis bij overheidsinterventie. Hij beschrijft hoe de Amerikaanse overheid door het stimuleren van goedkope leningen de huizenboom in de hand heeft gewerkt. Dit beleid bestaat echter al sinds Roosevelt. Het zijn eerder banken die leningen aan mensen verkochten die deze niet konden terugbetalen, vervolgens in pakketten met andere leningen stopten en doorverkochten die aan de oorzaak liggen van het wantrouwen tussen de banken. Het wantrouwen resulteerde op zijn beurt in het droogleggen van de financiële markt. Dit wantrouwen was gebaseerd op onzekerheid wie wel of niet deze schulden die niet meer worden terugbetaald op de balans had staan. Zonder overheidsinterventie was deze situatie er ook gekomen, zonder interventies van de overheid was ze nog een stuk erger geworden. Interventie van de overheid om een scheve situatie recht te trekken, kan op zijn beurt moeilijkheden veroorzaken. Deze garanties van de overheid creëren namelijk een probleem van moral hazard in de financiële wereld. Dit probleem van moral hazard komt erop neer dat banken wisten en nog steeds weten dat de overheid hen moet redden om een totale economische depressie te vermijden. Dit in gedachte kunnen ze grote risico’s nemen zonder de gevolgen te dragen. Dit probleem is niet opgelost, bijgevolg valt een nieuwe financiële crisis te verwachten.

Friedman bleef zoals het een intellectueel betaamt niet als een mol verder in zijn vakgebied graven. Hij gebruikte zijn economische inzichten als basis om de vrije markt in alle geledingen van de maatschappij te doen doordringen. ‘I have tried to influence public policy. I have spoken and written about issues of policy. In so doing, however, I have not been acting in my scientific capacity but in my capacity as a citizen, an informed one, I hope.’ (Van Overtveldt J. (2007). The Chicago School. Chicago: Agate Publishing) Friedman heeft een hele resem concrete beleidsvoorstellen gedaan, sterk gepopulariseerd in zijn beroemde televisieserie Free to Choose. Een voorbeeld is de negatieve inkomensbelasting die ook door Verhofstadt sterk werd verdedigd en even aan bod kwam in de opiniebijdrage van Van Overtveldt in Knack (17-25 april 2012). Friedman stelde voor, vanuit het idee dat de overheid enkel inefficiënt werkt, dat het efficiënter is om alle hulp van de overheid aan armen af te schaffen (woonbeleid, sociale zekerheid, elektriciteitssubsidies) en deze te vervangen door een negatieve inkomensbelasting. Deze is een rechtstreekse som die door de overheid wordt uitgekeerd indien iemands inkomen onder een bepaalde grens is. Deze en vele andere van zijn concrete voorstellen over de inrichting van de samenleving hadden meer aandacht in het boek mogen krijgen. Hun impact is immers enorm. Deregulering, privatisering, decentralisering, terugdringen van de overheid, verkopen van sociale woningen en breken van de vakbonden zijn allemaal deels geïnspireerd op het intellectuele werk van Friedman.

Hoe mooi het idee van volledige vrijheid is, de vrije markt is onmenselijk. Het is mogelijk dat de werkloosheid lager ligt wanneer er geen minimumloon is en mensen €4 per uur verdienen, maar is dit wenselijk? Om een muntunie te laten functioneren moet arbeid mobieler zijn. Mensen zouden van de ene job naar de andere job moeten verhuizen en zo een leger van footloose labour vormen, maar welk gezin wil dit nomadenbestaan? Een vrije markt in gezondheidszorg en onderwijs leidt misschien tot beter presterende privéscholen, maar wat met de mensen die toegang tot deze gezondheidszorg of onderwijs niet kunnen betalen? De auteur is duidelijk in de ban van Friedman. Zijn provocerende en meestal goed onderbouwde ideeën prikkelen de kritische lezer tot nadenken. Dit boek is een oprecht pleidooi om de vrije markt te redden, waarop een even geloofwaardig en vlot leesbaar antwoord dient te volgen. Misschien getiteld ‘Red de sociale zekerheid’?

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 9 (november), pagina 75 tot 77