Log in

De (spaar)hamster is een makkelijk prooi

Wim Vermeersch
18 december 2012

Vorige week verschenen de resultaten van de ‘Deloitte Europese salarisenquête - 3e Editie. Daarin staan een aantal wel- en minder gekende vaststellingen over ons land. Opvallend is dat we in België beter leven dan onze buren, mede doordat we goed scoren op het ‘netto besteedbaar inkomen’ (niet hetzelfde als ‘netto inkomen’). Een radicale loonmatiging zou niet alleen die positie prijsgeven, maar ook de bestaande spaarreflex vergroten. En er wordt al met een scheef oog gekeken naar de gemiddelde Belg, een notoir hamsteraar die zijn spaarcenten niet consumeert…

Bekend en voorspelbaar

We citeren uit de studie van Deloitte Belgium: “België zit nog steeds met een zeer hoge werkgeverskost. In scenario’s van de arbeiders is de kost in België de hoogste van alle 17 onderzochte landen; in scenario’s van de bedienden heeft België bijna steeds de 2de hoogste salariskost. De grote boosdoener is hier de sociale zekerheid. Die houdt rekening met hoge percentages werkgeversbijdragen (die onbeperkt van toepassing zijn), een hoge basis (omwille van het hoge wettelijke minimumloon) en een jaarlijkse wettelijk verplichte indexatie van onze lonen.” (p.61)

Vrij vertaald: ons systeem maakt de sociale zekerheid extra duur en kost hopen geld. Geld dat we, in tijden van crisis, steeds minder hebben. Oplossing: snijden. Het is het gekende discours dat vandaag ogenschijnlijk uit alle richtingen komt aanwaaien.

Minder bekend en verrassend

Een ander luik van de studie is minder gekend, maar even interessant. Het nuanceert op zijn minst de huidige discussie over onze loonkost. “Als we de resultaten van de loonvergelijking in een ander daglicht plaatsen door bijkomend de kinderbijslag, de kosten voor de huisvesting én levensonderhoud in het onderzoek te betrekken, bekomen we het ‘netto besteedbaar inkomen’. Daarin scoort België dit jaar nog beter op de ranglijsten. België is beduidend goedkoper dan de rijkere Europese landen en houdt in grote lijnen het midden tussen Noord- en Zuid-Europa. Het leven in Brussel is goedkoper dan in Luxemburg, Zürich, Londen, Parijs, Dublin, Kopenhagen en Amsterdam. En die kloof wordt alsmaar groter.” (p.62)

We worden dus zwaar belast, maar we doen het wel goed op het vlak van ‘netto besteedbaar inkomen’. Dat is goed nieuws voor onze koopkracht. Die lag vorig jaar 19 procent boven het gemiddelde in de Europese Unie, aldus recente cijfers van Eurostat. Een sterke loonmatiging zou die koopkracht doen afkalven. Bovendien zou een ‘lager besteedbaar inkomen’ de bestaande spaarreflex verder aanwakkeren. Hoe minder we hebben, hoe meer we proberen te sparen, het is eigen aan de mens. Maar meer sparen betekent een lagere nationale productie, dus een lager nationaal inkomen, wat dan weer leidt tot een nog grotere spaarneiging. Het is de gekende spaarparadox.

‘Medeschuldig’ voor de crisis?

Nu de overheid de broeksriem strakker aanhaalt, wordt alsmaar meer gekeken naar de burgers. Steeds luider klinkt het argument dat we onze spaarcenten moeten activeren om uit de crisis te geraken. We zitten met z’n allen op een berg geld die zijn waarde verliest door de hoge inflatie en de lage rente. Consumeren is dus de boodschap. Het is onze maatschappelijke plicht om, in een gezamenlijke uitgave-inspanning als het ware, onze economie er terug bovenop te helpen.

Op papier klinkt het logisch. Spaargeld kan alleen maar haar waarde behouden indien sommigen sparen en anderen uitgeven. Als de economie terug aantrekt, kan de rente omhoog. In de praktijk is de eerste reactie van de consument in tijden van crisis echter: voorzichtig zijn, zich indekken voor wat komen moet.

Gedoemd om te sparen

De toon op de opiniepagina’s wordt alvast steeds meer ‘weg met het spaarhamsteren’. Ga eens lekker eten, koop kerstcadeautjes, stel de verbouwing niet uit, richt een bedrijfje op (Koen Schoors, DM 10/12). Wees onbevreesd in deze onzekere tijden, lijkt wel de boodschap.

Helaas, geachte economen, met het bankenfiasco in het achterhoofd vragen twintigers en dertigers, maar ook de steeds grotere groep alleenstaanden (die - zo blijkt uit bovenstaande studie van Deloitte Belgium - er in België fiscaal echt bekaaid vanaf komen in vergelijking met een gehuwde met twee kinderen) zich af wat ze met het geld dat ze maandelijks opzij kunnen zetten, moeten doen. Velen hebben geen zin in een financieel avontuur, maar hebben tegelijk niet voldoende centen om zich een degelijke woning aan te schaffen. Ze zijn ‘gedoemd’ om maandelijks enkele honderden euro’s te sparen, in de hoop het ooit te kunnen besteden, goed beseffende dat het geld zichzelf wegvreet in de kluis.

De huishoudens niet opofferen

De huishoudens mogen niet worden opgeofferd op het altaar van (het wegwerken van) de staatsschuld. Zeker als je bedenkt dat de staat aan één procent kan lenen, terwijl huishoudens dat aan een rente van vier procent moeten doen. Het mag niet de bedoeling zijn dat de verantwoordelijkheid voor het herstel van de economie steeds zwaarder op de schouders van de huishoudens komt te liggen. Dat is immers de illustratie van de neoliberale demagogie: in een maatschappij waar een slanke overheid niet tussenkomt en waar ieder voor zichzelf verantwoordelijk is, komt alles wel goed.

Nu consumenten vooral bezig zijn met het verminderen van hun financiële risico’s, moet de overheid juist zorgen voor een investeringsimpuls. De neerwaartse spiraal kan alleen doorbroken worden als de overheid tijdelijk bereid is minder te sparen. Laten we de focus dus verplaatsen van het activeren van de spaargelden naar de rol van de overheid. Die moet - zeer zeker - het eigen huishouden op orde krijgen en zorgen voor een efficiënte, goed functionerende administratie, maar tegelijk moet ze het soberheidsjuk van zich afgooien en een duurzaam investeringsbeleid gaan voeren. Het wegwerken van de staatsschuld zal een pijnlijke zaak worden - het is een periode waar we onvermijdelijk door moeten - maar het is tegelijk van vitaal belang dat de overheid opnieuw gaat spenderen. Anders blijven we niet alleen ter plaatse trappelen, maar vertrappelen we ook de huishoudens. Zeker als er verder aan hun koopkracht wordt geraakt zonder vooruitzicht op economische groei. (Spaar)hamsters in een kooi zijn dan een gemakkelijk prooi.