Log in

'In het oog van de storm. Over mensen, geschiedenis en klimaatveranderingen'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 3 (maart), pagina 78 tot 81

In het oog van de storm. Over mensen, geschiedenis en klimaatveranderingen

Luc Goeteyn en Chris Jacobson
ASP Editions, Brussel, 2012

In het oog van de storm van Luc Goeteyn en Chris Jacobson zou verplichte lectuur moeten zijn voor iedereen die in dit land bij belangrijke beleidsbeslissingen is betrokken.

Eind februari 2013 hield het Vlaams parlement een zogeheten ‘actualiteitsdebat’ over Vlaanderen in Actie (ViA), het paradepaardje van de huidige en de vorige Vlaamse regering. Het ‘toekomstproject van Vlaanderen’ wil deze zakdoekgrote regio tegen 2020 doen uitmunten als ‘een economisch innovatieve, duurzame en sociaal warme samenleving’. Vlaanderen opstoten in de vaart der volkeren, kortom. Over zeven jaar precies moet Vlaanderen, gemeten aan het BBP, de vijfde van de 131 Europese regio’s zijn. Daartoe zijn er echte transities nodig - fundamentele veranderingen in onder meer het voedsel-, energie- of mobiliteitssysteem. Zo wil Vlaanderen het hoofd bieden aan de economische crisis, het energievraagstuk, de vergrijzing van de bevolking, de opkomst van nieuwe economische grootmachten, de milieu- en mobiliteitsproblemen en de structurele moeilijkheden op de arbeidsmarkt.

Tijdens de tussentijdse evaluatie van de voortgang van ViA oordeelden de oppositiepartijen dat er te weinig resultaten werden geboekt. De meerderheidspartijen vonden even voorspelbaar dat er al veel gebeurd was en dat er nog meer zou volgen. Enfin, een handvol parlementsleden deed zijn best om een debat op niveau te voeren. Te bekijken op de publieke zender, dat was meegenomen. In de regeringsbanken zat, moederziel alleen, de minister-president minzaam te luisteren. Naar wat eigenlijk? Naar de vraag of we nu goed of niet goed bezig zijn. Of de lichtjes van de in het transitieproces geplande acties op groen, oranje dan wel op rood stonden. En vooral natuurlijk of Wallonië het momenteel al niet beter deed of - ‘horresco referens’ zou een populair politicus zeggen - ons op termijn wel eens op links zou kunnen inhalen. Ook daarover waren de meningen verdeeld. Afrondend zwaaide de minister-president op het spreekgestoelte met een Europees rapport waaruit bleek dat Vlaanderen in 2009 al de vierde van de vijftien Europese topregio’s was (volgens het BBP). Nog één plaats te zakken dus.

Kortom, er was geen reden voor zelfgenoegzaamheid maar evenmin voor doemdenken. En omdat tenslotte alles beter kan, zou de minister-president eind april alle ondertekenaars van het Pact van ViA terug aan tafel brengen. Om het stof van het project te blazen. Incident gesloten, zouden ze in de federale Kamer zeggen. ‘s Anderendaags konden de Vlaamse parlementsleden opnieuw overgaan tot de echte orde van de dag: het brandgevaar van zonnepanelen en een al dan niet tolvrije Liefkenshoektunnel. Tussen de debatten door konden ze in de kranten op zoek gaan naar een verslag van hun actualiteitsdebat. Een frustrerend bezigheid, want aan parlementaire verslaggeving doet onze pers al twintig niet meer. Een gemeenteraad met gegarandeerd veel ruzie, tot daaraan toe!

Uiteraard zijn er bij ViA veel vragen te stellen. En vanzelfsprekend worden er op alle beleidsniveaus maatregelen genomen voor ‘een economisch innovatieve, duurzame en sociaal warme samenleving’. En natuurlijk heeft een plenair debat in het parlement zijn grenzen. Maar gaan we desalniettemin niet erg lichtzinnig om met die door de Vlaamse overheid vooropgestelde transitie? Tenslotte is de analyse die aan ViA voorafgaat niet niks - waarom zeggen regeringspartijen anders te willen overgaan tot fundamentele veranderingen in onder meer het voedsel-, energie- of mobiliteitssysteem? En onderschreef niet zowat heel Vlaanderen de ogenschijnlijk radicale doelstellingen van ViA - van werkgevers, vakbonden tot middenveldorganisaties? Toch komen we in een debat in het hoogste democratische orgaan van deze regio niet verder dan een welles-nietesspelletje over het beleid van de dag, bij voorkeur overgoten met een licht of zwaarder communautair sausje - want dat horen de mensen graag.

Na lectuur van het ongemeen boeiende boek In het oog van de storm van Luc Goeteyn (geograaf-planoloog, adviseur van Vlaams minister Ingrid Lieten) en Chris Jacobson (bioloog, specialisatie milieusanering, medewerker Argus, het milieupunt van KBC) kreeg het debat in het Vlaams parlement iets hallucinants. De neiging om streng te oordelen overheerst. Is het collectieve nalatigheid of, erger, schuldig verzuim? In elk geval ontbreekt het maatschappelijk besef dat het niet volstaat analyses te maken zonder daar vervolgens ook maar iets mee aan te vangen. En dat de nood hoog is, tonen Goeteyn en Jacobson overvloedig aan. Maar ze prediken daarmee in de woestijn of voor eigen parochie. Want voor de meeste Vlamingen, met inbegrip van hun politieke vertegenwoordiging, is de toestand in het slechtste geval hopeloos maar niet ernstig.

Goeteyn en Jacobson bekijken de geschiedenis aan de hand van klimaatveranderingen. Ze brengen een op wetenschappelijk werk van anderen steunende synthese van de complexe verhouding tussen de menselijke samenleving en het klimaat door de eeuwen heen. Dat is zonder meer boeiend aangezien historici tot voor kort zelden vanuit dat oogpunt naar het verleden hebben gekeken. Dat is ook niet echt het ding van historici - de bruikbare bronnen op het gebied van de geschiedenis van het klimaat zijn nu eenmaal gemakkelijker te interpreteren door biologen, geografen, archeologen en uiteraard klimaatwetenschappers. En tot voor kort was klimaatverandering niet echt een brandend actueel thema dat inspirerend zou kunnen werken voor historisch onderzoek. Dat de bibliografie van In het oog van de storm op historisch gebied niet erg sterk is, is een minpunt dat zelfs historici er graag zullen bijnemen. Want ook zij worden meegesleept in een wervelend verhaal over duizenden jaren geschiedenis. Een echt verhaal overigens, zoals dat gelukkig steeds meer opnieuw mag worden verteld, in dit geval goed geschreven en wetenschappelijk onderbouwd. En zoals de auteurs zelf constateren: er was in het Nederlandse taalgebied tot nu toe weinig systematische aandacht voor de impact van klimaatveranderingen op de geschiedenis.

Het klimaat heeft als belangrijke determinant in de verandering van de fysieke omgeving een grote invloed gehad op de mens. Hoe de aarde sinds haar ontstaan wordt gekenmerkt door ontelbare kleine en grote klimaatschommelingen wordt in een inleidend hoofdstuk helder uit de doeken gedaan. Niet dat een niet-gespecialiseerde lezer nadien nog zou kunnen navertellen wat zelfs maar de hoofdlijnen van de theorie van de platentektoniek van Alfred Wegener, de thermohaliene circulatie, de cycli van Milankovitch of de Dansgaard-Oeschgercycli zouden zijn. Daarvoor is het geraadzaam desgewenst enige hoofdstukken te herlezen. Maar om die pure kennis is het de auteurs in essentie ook niet te doen.

Bedoeling is wel aan de hand van wetenschappelijk bewijs aan te tonen hoe ingrijpend de periodes van droogte en neerslag en van koude en hitte op onze verre voorouders zijn geweest, hoe ze imperia tot bloei hebben doen komen en andere rijken hebben doen instorten; hoe ze de opkomst van steden, geïnstitutionaliseerde godsdiensten en strak gedrilde legers hebben beïnvloed; hoe ze voor overvloed, armoede en sociale ongelijkheid hebben gezorgd. Daarin slagen de auteurs met verve. Ze willen dan ook vooral dat we uit ons verleden zouden leren. Precies daarom citeren ze graag de Amerikaanse fysioloog en bioloog Jared Diamond, die het in zijn boek Ondergang heeft over de vijf kritische succesfactoren voor het al dan niet overleven van oude beschavingen: roofbouw van de economie op het natuurlijke systeem, klimaatverandering, vijandige politieke relaties met buren, relaties met bevriende handelspartners en tot slot de belangrijkste factor: de reactie van een beschaving op haar problemen. Daarom citeren ze ook graag het Pentagonrapport van het Amerikaanse ministerie van Defensie - ook niet bepaald van de linkse hobby. Het rapport maakt een vergelijking met het jonge dryas (een nog kouder tijdperk aan einde van een ijstijd) dat 12.700 jaar geleden het ontstaan van landbouw inluidde. Mocht eenzelfde klimaatschok zich vandaag voordoen, dan zou dat leiden tot massale hongersnood, ziekten en pandemieën gevolgd door burgeroorlogen en massamigratie. Voorwaar een opwekkende gedachte van het Pentagon. En toch hoeft het zo ver niet te komen.

De Britse econoom Nicolas Stern, een tijdlang vicepresident van de ook niet echt bij de linkse hobby gerekende Wereldbank, becijferde dat 1 (één) procent van het BBP volstaat om de gevolgen van klimaatverandering beheersbaar te houden. Maar dan moet er wel iets gebeuren. Sinds het ontstaan van complexe stedelijke beschavingen, zo’n 5.000 jaar geleden, was de variatie in de temperatuur gemiddeld nooit meer dan 1° (één) Celsius graad. De kans dat we de stijging tegen 2100 tot 2° Celsius kunnen beperken, bestaat nog. Maar ze wordt elke dag kleiner. Want dat zou betekenen dat in 2015 en ten laatste in 2020 de uitstoot van broeikasgassen moet beginnen te verminderen… Als dat niet gebeurt, dreigen de landen die het minst aan die uitstoot hebben bijgedragen, de grootste slachtoffers van klimaatverandering te worden. Maar dat is blijkbaar nog minder onze bekommernis.

In het oog van de storm zou verplichte lectuur moeten zijn voor iedereen die in dit land bij belangrijke beleidsbeslissingen is betrokken. Misschien kunnen Goeteyn en Jacobson een korte synthese presenteren wanneer de partners op 30 april samen met de Vlaamse regering het stof van ViA willen halen. Niks beter om versneld tot daden over te gaan dan het besef van de ernst van de situatie. En uiteraard zal Vlaanderen het niet op zijn eentje redden en is de internationale gemeenschap even of zelfs nog meer nalatend. Allemaal waar. Net zoals het prima is dat de Vlaamse regering de hoop blijft koesteren om bij de top 5 van de Europese regio’s te horen. Probleem is dat het door de regering gehanteerde BBP daartoe niet de juiste graadmeter is. Vorig jaar berekende MIRA, de milieurapportering in opdracht van diezelfde Vlaamse overheid, hoe duurzaam onze welvaart is. Terwijl het BBP tussen 1990 en 2009 met 34 procent toenam, daalde de duurzaamheidsindex ISEW (Index for Sustainable Economic Welfare) met 16 procent en was er sprake van een opvallende toename van de inkomensongelijkheid. Het zou helpen, mocht Vlaanderen eens helder formuleren op welke terreinen het écht een topregio wil zijn. Het ziet er niet naar uit dat het voorkomen van extreme klimaatverandering bovenaan het lijstje staat. Jammer, want dat zou pas een echte transitie zijn. In het actualiteitsdebat over ViA in het Vlaams parlement beklemtoonden al te veel politici dat ze ruim een jaar voor alweer verkiezingen zeker en vast niet in verkiezingsmodus verkeren. Politici die dat zeggen, bedoelen doorgaans het tegendeel. Dat klinkt slecht voor het klimaat.

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 3 (maart), pagina 78 tot 81