Log in

'Kleine revoluties'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 4 (april), pagina 86 tot 88

Kleine revoluties

Rik Pinxten
epo, Berchem, 2013

De grote verhalen zijn op. Men kan er moedeloos van worden, overtuigd dat de krachten ons te zeer overstijgen. Maar men kan ook proberen op een bescheiden manier weerstand te bieden. Rik Pinxten wil dat laatste, vanuit de overtuiging dat er onderaan nog veel plaats is. Het macroniveau is natuurlijk een realiteit, maar iedereen kan proberen vanuit zijn eigen positie een beetje macht uit te oefenen. Kritisch en constructief, ruimte geven aan de menselijke creativiteit, daar gaat het hem om. Op die manier wil hij een alternatief formuleren voor het dominerende economisch discours. Hij vindt daarbij aansluiting bij talrijke initiatieven van mensen die het anders proberen. Microinitiatieven zijn het, maar ze moeten een globale aanpak aanvullen. Het boek is opgebouwd rond een zevental hoofdstukken, die allemaal beginnen met een concreet en echt gebeurd verhaal. Hij wil immers vertrekken van de realiteit van de gewone mensen.

Het Westen heeft een trieste geschiedenis achter de rug, met evenveel misdaden als weldaden. Vandaag zit het in een overgangsperiode. Het economisch zwaartepunt verschuift naar China, India en Brazilië. Het is tijd om ons superioriteitsgevoel op te geven en op een andere manier om te gaan met mensen. We moeten onze mentaliteit gewoon veranderen en dat is een zaak van pure noodzaak. De draagkracht van de wereld dreigt het anders te begeven. Er moet een eerlijker en duurzamer model van overleven ontwikkeld worden. De eerste stap is inclusief denken. Het uitgangspunt is niet mijn persoonlijke vrijheid, maar de mensheid. Als ik mijn eigen vrijheid laat primeren sluit ik onvermijdelijk mensen uit, verhoog ik hun onvrijheid en armoede. Inclusief denken gaat uit van gelijke rechten en begint aan herverdeling. Het is een zaak van vertrouwen en respect in de medemens. Je wilt die behandelen met dezelfde waarden en maatstaven als waarmee je zelf behandeld wilt worden. De gewone burger kan die discussie opstarten en goede praktijken aanreiken. Praatavonden, jongerendagen, maar ook initiatieven in de strijd tegen armoede. Deze burgerinitiatieven zijn nieuwe vormen van strijd, die op een fundamentele manier helpen bijsturen en vooral de mentaliteit helpen aanpassen.

Het marktmodel is natuurlijk overal doorgedrongen. Geluk wordt gemeten in termen van de hoeveelheid consumptie. Mensen worden gereduceerd tot hun functioneren in de economie. Ook al kan niet ontkend worden dat die economie ook voordelen heeft opgeleverd, er moet gewoon een andere weg gevonden worden dan die van het pure winstbejag. Je kunt geluk gewoon niet kwantificeren. Mensen zijn lerende wezens en leren is iets anders dan imiteren. Leren is interpreteren, is daarom ook net iets verder gaan dan de leermeester. In plaats van een reductionistisch wereldbeeld, belijdt Pinxten een humanisme. De mens reduceren tot koopwaar is het tegendeel van humanisme, want heel vlug word je overbodig. De burger kan zich daar tegen verweren door vrijwilligerswerk te doen of in ruilsystemen te stappen of door de consumptiedwang tegen te gaan. Het zijn burgerreacties die een tegenwaarde creëren en een solidariteitseconomie realiseren. Denk aan Oxfam, maar ook aan allerlei initiatieven inzake voeding, energie en mobiliteit. Het gaat van alternatieve betaalwijzen tot alternatieve productie en distributie. Pinxten staat stil bij de mogelijkheid om oude industriële gebouwen om te bouwen tot plantages, die in een coöperatief verband worden uitgebaat. Beter dan lofts.

Bij het westerse superioriteitsgevoel hoort de idee dat bovenal de christelijke waarden primeren. Het is een wij-zij denken dat principieel op uitsluiting van verschil gebaseerd is. Het bestaat ook in een seculiere vorm. Kolonialisme, oorlog, uitputting van grondstoffen, milieuvervuiling… zo superieur zijn de resultaten niet. We moeten dringend leren met verschil om te gaan. Het grote gelijk bestaat niet, voor niemand. Verschillen hoeven niet onmiddellijk uitgevlakt te worden, maar moeten met een open tolerantie benaderd worden. Er zijn mensenrechten die voor iedereen gelden, maar er mogen gerust verschillen zijn in kleding- en voedingswijze, in manieren van feest vieren… Daar moet pragmatisch mee omgegaan worden. De relevantie van verschillen moet beperkter worden. Verschillen zijn intrinsiek met het leven verbonden, het zijn geen storende zaken. De vermarkting heeft gezorgd voor een cultuur waarin ongeveer iedereen hetzelfde doet, hoewel tegelijk een ideologie beleden wordt die het individu centraal stelt. Naast economische, zijn er echter ook sociale en culturele waarden, die op elkaar afgestemd moeten worden. Daarbij is de oplossing niet een eigenaardige combinatie van neoliberalisme en neonationalisme. De oplossing kan alleen een soort wereldregering zijn, die gewoon regels oplegt aan de globale economie. Er moeten vooral duidelijke afspraken gemaakt worden, in een kosmopolitische besluitvorming, over wat op welk niveau beslist wordt. Essentieel daarbij is dat solidariteit opnieuw ingevuld wordt.

Hiermee is vooral het kader geschetst waarbinnen Pinxten denkt. Er gaat veel verloren doordat ik niet kan ingaan op de verhalen die ieder hoofdstuk vooraf gaan. Pinxten zelf is wat beducht voor eindeloze analyses en wil vooral stilstaan bij wat we zelf kunnen doen om het economische systeem te keren. Het is een pleidooi voor grotere zelfredzaamheid. Hij voelt zich geen erfgenaam van het marxisme, maar wil in de economie ook de culturele aspecten zien. Economie is geen natuurwetenschap, maar zit vol keuzes rond waarden, mensvisies, arbeidsbegrippen en politieke keuzes. In de vrije markt wordt absoluut niet rationeel gekozen. Laat ons beginnen ermee op te houden onze identiteit te halen uit wat we bezitten. De fundamentele dimensies van het mens zijn moeten aan de markt onttrokken worden. En dat gaat voor Pinxten om: voedsel, onderwijs, cultuur, gezondheid, energie en politiek. Wat dit betekent werkt hij in een aantal voorbeelden uit. Kweek zelf voedsel bijvoorbeeld, op daken van huizen of in kleinschalige tuinbouw, in elk geval stedelijke initiatieven. Halen we ook het onderwijs uit de markt, door onze kinderen zelf te onderwijzen. In cultuurproducten moeten we mede-eigenaarschap opeisen. Ook op vlak van geneeskunde kan de burger zelfredzamer worden dan vandaag. Er zijn voldoende mogelijkheden om energieverspilling te vermijden en te produceren zonder afval. Protest en verzetsbewegingen zijn een sluitstuk in een sluipschuttersaanpak van de politiek.

Rik Pinxten heeft een wijs boek geschreven, hij is dan ook net in emeritaat. Hij durft ongezouten kritiek geven op het economisch systeem dat mensen van hun vrijheid berooft, maar ook op de meest wrede manier voor miserie zorgt. Hij pleit voor een open tolerantie en een kosmopolitische besluitvorming, maar vooral voor bescheidenheid. Hij rijkt ook alternatieven aan, die vooral met zelfredzaamheid te maken hebben. In zijn verhalen klinkt dit goed door. Maar vaak blijft de indruk hangen dat die initiatieven toch wel microscopisch klein zijn in vergelijking met de problemen die moeten worden opgelost. Soms doen ze zelfs naïef aan. Maar ik moet toegeven dat het langs de grote voordeur ook niet zo goed lukt. De initiatieven aan de basis zullen op termijn misschien toch iets in beweging zetten. In elk geval heeft Rik Pinxten een mooi en leesbaar boek afgeleverd.

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 4 (april), pagina 86 tot 88