Log in

New B: een coöperatieve bank van de 21ste eeuw?

DE REVIVAL VAN DE COÖPERATIE (5)

Banken zullen nooit meer zijn als vroeger. De crisis die in 2008 uitbrak was niet alleen niet voorspeld en onverwacht, ze was vooral ongezien in de grootte van de verliezen, en van het domino-effect dat er op volgde. De staat van de financiën, in België en de wereld, beroert ons en roept vragen op naar de toekomst. Wat kunnen we er als burgers aan doen? Moeten we verder lijdzaam toezien of kan het anders? We hebben behoefte aan meer diversiteit in het bankenlandschap, aan banken die een echte dienstverlening bieden aan de maatschappij, de (sociale) ondernemingen en de burgers die daar belang aan hechten. Back to the roots. Ontstaat er met het gigantische succes van New B, de coöperatie die de oprichting wil voorbereiden van een nieuwe duurzame ethische coöperatieve bank, een nieuwe beweging?

FINANCIËLE CRISIS

In heel hun geschiedenis hebben arbeidersbewegingen bij de opbouw van hun economische poten de coöperaties als instrument ingezet; die kwamen snel uit op de financiële kant van het verhaal… en het opzetten van allerlei kassen en uiteindelijk banken. Dat de meesten uiteindelijk kopje onder zijn gegaan, is geen reden om het kind met het badwater weg te gooien. Ook niet in deze tijden waar de ARCO-leiding - terecht, en nog veel te weinig trouwens - met de vingers wordt gewezen. Want in wezen zijn, ook in de financiële sector, de fundamenten van het coöperativisme meer dan valabel. De kassen die o.a. in Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk groeien en bloeien bewijzen dat ze niets aan actualiteit hebben ingeboet.

In België zijn zowel de banken met coöperatieve roots, als zij die waren opgericht omwille van het algemeen belang, op een onwaarschijnlijke wijze weggegomd uit het economisch weefsel: Bacob, Cera, ASLK, Gemeentekrediet, Codep… ze moesten opgaan in de vaart der nieuwe tijden, ‘groot, groter, grootst’ was het devies, dik twee cijfers voor de komma moest de winst bedragen, jaar na jaar. De globalisering kende geen limieten.

Toen barste het concept en zouden de commerciële banken nooit meer zijn als vroeger. De crisis die in 2008 uitbrak was niet alleen niet voorspeld en onverwacht, ze was vooral ongezien in de grootte van de verliezen, en van het domino-effect dat er op volgde. Vooral voor de commerciële banken. De nodige dammen opwerpen tegen een algemene financiële clash heeft de belastingbetaler nu al dubbel zoveel gekost dan het hele federaal jaarbudget voor sociale zekerheid. De aderlating zal ons nog lang achtervolgen. De grootbanken, noch de overheidinstellingen die hen moesten controleren, waren in staat te doen wat van hen verwacht werd: de spaarders, de ondernemingen en de investeerders ten volle beschermen. Dat geeft te denken over het financieel systeem dat we ondergaan, temeer omdat we moeten vaststellen dat er sindsdien ten gronde nauwelijks wat is veranderd.

De basisgegevens zijn gekend. Ons bancair systeem wordt gedomineerd door beursgenoteerde bedrijven voor wie niet het algemeen belang of dat van hun klanten primeert. Het verstrekken van smeerolie voor de economie of het stimuleren voor lokale ontwikkelingen, of klanten gepaste diensten aanbieden zijn activiteiten die geacht worden winsten te genereren die je onmogelijk kunt halen door louter in de reële economie te investeren. Want rendementen op kapitaal van 15%, soms zelfs 25%, is niet verenigbaar met een reële economie. Omdat die geen groeiscenario’s van die orde heeft. Omdat je met ‘gewoon bankieren’ dergelijke opbrengsten niet kunt realiseren. Banken die deze onredelijke rendementen moeten bereiken, kunnen niet anders dan hun toevlucht zoeken tot het nemen van grote risico’s die uiteindelijk neerkomen op speculeren en gokken, via steeds ingewikkeldere constructies. De geglobaliseerde wereld is het speelveld waarbij de constructies zo ingewikkeld zijn dat zelfs bestuurders van vele banken er niet meer wijs uit geraken. Toch is het probleem in de grond vaak vrij eenvoudig te begrijpen: zoals in het geval van traders die met geld van de bank een percent opstrijken van de speculatiewinsten die ze maken, terwijl ze niets kunnen verliezen. Bonussen zijn dan geen stimulus voor slim beleggen ten gunste van de bank of de klant, maar worden louter een hefboom voor het eigen gewin. Die trader kan zelfs aan de slag met waarden die hij niet in bezit heeft: aankopen en verkopen kan in dit wereldje ook als je ze bij anderen ontleent, of belooft te zullen ontlenen. Duizelingwekkende miljarden gaan in flitsen van microseconden rond de wereld. Vergelijkingen met casino’s zijn eigenlijk voorbijgestreefd: in casino’s kan je doorgaans zien en begrijpen hoe het spel wordt gespeeld. Voeg daarbij dat de financiële architecten van de speculatie gretig gebruik maken van fiscale paradijzen en andere ondoorzichtige paden,… je zou je voor minder afvragen waar dit zal eindigen, en hoe wij, politiek geboeide lezers van Samenleving en politiek ons daar kunnen aan onttrekken. Want ja, als u klant bent bij een grootbank is de kans bepaald groot dat delen van uw gelden in dit spel meespelen. Gelukkig zijn er niet alleen beursgenoteerde grootbanken in België. Maar ze vertegenwoordigen 80% van de markt, dus voeren zij de toon.

DIVERSITEIT

Eerst en vooral dit: de liberaal en conservatief getinte opinion leaders die voortdurend suggereren dat het een haast natuurlijke orde is dat banken commercieel en kapitalistisch zijn, hebben het verkeerd voor. Deze stelling zit er niet alleen historisch en cultureel naast, ze getuigt van miskenning van de realiteit: de coöperatieve en lokale spaarkassen die in de ons omringende landen maar even zo goed in de Angelsaksische wereld bedrijvig zijn, hebben de financiële crisis stukken beter verwerkt dan hun commerciële en beursgenoteerde concurrenten. In heel Europa wordt gemiddeld een klein kwart van de bancaire activiteit ondernomen door banken met een coöperatief of publiek karakter.

Alleen België is een eiland waar dat niet het geval is.1 Terwijl onze geschiedenis leert dat we net wel een verleden hebben van coöperatieve en publieke banken. Dat er daarnaast ook privébanken actief waren, was al bij al een meerwaarde en had een functie in ons economisch en financieel weefsel. Die evenwichtige en gezonde situatie is echter in korte tijd, niet meer dan een decennium, gekeerd. In ons land zijn de coöperatieve banken en de openbare kredietinstellingen stuk voor stuk opgeslorpt in beursgenoteerde privébedrijven met andere logica’s dan het algemeen belang en dat van hun klanten. Een veelzijdig en divers bankenlandschap is in België verworden tot een uniform geheel waar de klant in feite nauwelijks keuze overhoudt. Ons bankenlandschap is verschraald. In tegenstelling tot andere Europese landen waar de coöperatieve en mutualistische banken vandaag zo’n 140 miljoen klanten tellen en een marktaandeel hebben dat er toe doet. Zo’n 47 miljoen Europese burgers zijn lid van een coöperatieve bank. Er werken daar in totaal 730.000 bedienden. Interessant is vast te stellen dat globaal gezien banken die uitgaan van het algemeen belang de laatste vijf jaar de financiële crisis beter hebben doorstaan dan de beursgenoteerde actoren. De diversiteit aan verschillende typen banken heeft haar meerwaarde bewezen. Voor de economie, de begrotingen van staten en voor de klanten.

EN BELGIË?

België is het enige land in Europa waar sinds 25 jaar een zo drastische herschikking van het bankenlandschap is doorgevoerd dat de diversiteit er aan moest geloven. Naast het verdwijnen van de historische spelers zijn de enige nieuwe banken die zich op onze markt hebben begeven buitenlandse filialen die de gelden die ze hier weten afromen terug naar hun moederhuis transfereren. Zij dragen niets bij aan het Belgisch economisch weefsel: de kredieten die ze hier verschaffen zijn ‘op de vingers van een hand te tellen’. En de ‘eigen’ overgebleven grootbanken gaan verder hun gang, vanuit hoofdkwartieren (al dan niet in het buitenland) die elk kwartaal resultaten moeten voorleggen. Aangezien de bonussen van het management in regel gekoppeld zijn aan deze resultaten, zijn ze geneigd vooral op korte termijn te denken en te handelen. Ze opteren voor de snelle resultaten. Wat in tegenspraak is met de belangen van de klanten: u en ik, de ondernemingen (zeker de kmo’s) en de gemeenschap voor wie resultaten meer op langere termijn worden gemeten. Zeker in een maatschappij waar de transitie naar meer mensvriendelijke economie steeds meer op de agenda komt: het belang te investeren in een koolstofarme economie, in gebouwen die minder energie verbruiken, in meer sociale tewerkstelling, in meer duurzame mobiliteit, in de gevolgen die een verouderende bevolking met zich meebrengen… stuk voor stuk domeinen waar op langere termijn zal worden afgerekend. Een financieel systeem dat niet meer in synergie werkt met de behoeften van de samenleving zit met een probleem. Zeker als ze steeds meer vervreemd geraakt van haar primaire functie: intermediair zijn tussen de spaargelden van de klanten en het financieren van economische projecten, wat mij betreft: duurzame, toekomstgerichte projecten.

Conclusie: we hebben behoefte aan meer diversiteit in het bankenlandschap.

HOE VERDER?

Ook al wordt ons de laatste maanden ingeprent dat het de ‘goede kant’ opgaat met onze banken (de ratio’s verbeteren inderdaad licht), ook al blijven de activiteiten in de ‘marktzalen’ belangrijker dan nodig voor een reële economie, ten gronde zullen we maar perspectief hebben op een gezonder financieel landschap als de overheden verder regels verstrengen. Zolang met lucifers kan blijven worden gespeeld op de hooizolder kan de schuur in lichterlaaie eindigen. Goede verzekeringspolissen en beperkingen om lucifers te gebruiken kunnen dat wel nuttig zijn, ten gronde blijft het risico reëel. Een strenge reglementering uitvaardigen komt er in de bankwereld op neer dat het de ‘gewone’ banken zou worden verboden nog lucifers in huis te hebben. Die banken zouden zich dan ten volle kunnen richten op u en ik en de reële economie, door daar prioritair meer kredieten aan te verschaffen. En voor wie met lucifers wil spelen en grote risico’s wil nemen, kunnen investeringsbanken blijven bestaan die zich inschakelen in het casinokapitalisme.

Op langere termijn stelt zich de vraag naar welk bancair systeem we eigenlijk willen in de reële economie en hoe burgers, maatschappelijk middenveld en politici daarbij te betrekken: hoe we als samenleving opnieuw het kader kunnen bepalen waarbinnen banken dienen te opereren.

WAT KUNNEN WE ZELF DOEN?

Ondertussen hoeven we zelf niet stil te zitten. Als we vaststellen dat ons land nog nauwelijks banken heeft die het algemeen belang vooropstellen en echt de bekommernissen delen van de vele burgers en organisaties (die een meer menselijke, sociale en ecologische samenleving nastreven) kan de vraag gesteld worden of we niet zelf een initiatief kunnen nemen om een bank op te bouwen die wel aan onze verwachtingen beantwoordt: een eenvoudige bank die de courante producten en diensten aan correcte voorwaarden aanbiedt, een ethische bank die de referentie wordt voor grootbanken, een professioneel beheerde bank die nauw samenwerkt met het maatschappelijk middenveld, een bank die haar kredieten toespitst op de transitie naar een meer duurzame economie, een coöperatieve bank waar de leden klanten zijn en werkelijk hun zeg hebben.

Een utopische gedachte? Sinds eind maart 2013 weten we dat het kan. Een groep van meer dan 60 organisaties uit het maatschappelijk middenveld en een groep ervaren bankiers hebben de handen in mekaar geslagen en lanceren een oproep aan alle burgers in dit land, aan u en ik, om uit hun kot te komen. Op 48 uur tijd was het oorspronkelijk opzet om 10.000 mensen te verzamelen rond een idee, een concept, gerealiseerd. De respons van het publiek is overweldigend. In tijden van vertwijfeling een positief voorstel doen dat perspectief biedt, slaat aan. De coöperatieve gedachte slaat aan. Anders omgaan met geld slaat aan. In een brede beweging, zoals we er de laatste jaren niet meer gezien hebben sinds de raketten en de witte marsen, zijn we bezig geschiedenis te schrijven. Met een invulling die eigentijds is en waarden die universeel zijn: Maatschappelijke inbedding; Eenvoud; Veiligheid; Duurzaamheid; Transparantie; Innovatie; Inclusie; Soberheid; Diversiteit; Nabijheid.

New B is de werktitel van dit opzet. Ik Bank Mee de naam van de campagne. Een campagne die wel eens een stevige wind kan doen waaien in ons bankenlandschap. Een coöperatieve wind.

Marc Bontemps
Coördinator en vicevoorzitter van de Raad van Bestuur van New B
(www.ikbankmee.be is de site waar dezer dagen geschiedenis wordt geschreven)

Noot
1/ Waarbij ik Belfius niet categoriseer als overheidsbank. Omdat ze zich zo niet gedraagt en omdat je niet wil weten wat haar hoogste leiding, tot en met in het openbaar, meent te moeten ventileren over haar aandeelhouderstaat. Zoveel is duidelijk: Belfius zal niet lang een overheidsbank meer zijn. En ze gedraagt er zich naar.

banken - bankencrisis - New B - coöperaties

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 4 (april), pagina 56 tot 60