Log in

Welkom in de netwerksamenleving

GROOT IS DOOD

Op 15 september 2008 vraagt Lehman Brothers, de vierde grootste zakenbank van de Verenigde Staten, het faillissement aan. De kredietcrisis komt in een stroomversnelling en mondt uit in een mondiale economische crisis die ook Europa treft. In Amerika worden minstens 4 miljoen huizen verplicht verkocht, in Spanje worden 60.000 gezinnen uit hun huis gezet. Op 11 maart 2011 veroorzaken een aardbeving en tsunami in Japan een full meltdown van drie kernreactoren in Fukushima, de grootste nucleaire ramp sinds Tsjernobyl in 1986.

Fukushima en Lehman Brothers zijn voorbeelden van de huidige systeemcrisis. Grote centraal georiënteerde systemen hebben de afgelopen decennia gefaald. De grootbanken waren de maat van de mens ontgroeid, van zelfregulering was geen sprake. De centrale energieproductie met kerncentrales leverde jarenlang enorme winsten op, maar de risico’s werden niet ingeschat. Centrale systemen groeiden uit tot oncontroleerbare monsters. De schade die ze veroorzaakten kon enkel betaald worden door de maatschappij, door u en ik.

De beste criteria voor staatssteun waren de voorbije jaren dan ook logheid en insolvabiliteit. De Amerikaanse auto-industrie en de Europese grootbanken werden met miljarden gered onder het motto ‘There Is No Alternative’ (TINA). Sinds de jaren 1980 wordt de overheid afgedaan als een bureaucratisch, log en dus overbodig systeem. Maar het lijkt er sterk op dat het kapitalisme deze overheid vandaag vervoegt. Wat hebben wij aan de staat als behoeder van de vrije markt? Kapitalisme en staat hebben elkaar nodig en houden elkaar in stand. Ze beseffen allebei dat ze niet onfeilbaar zijn. Het TINA-verbond tussen overheid en privé zorgt ervoor dat dit geen crisis is van het Kapitaal tegen de Staat.

En daarmee komt meteen ook een einde aan het decennialange politiek correct denken over de inefficiënte overheidsinstelling versus het performante privébedrijf. Er is geen verschil tussen een logge overheid en een logge onderneming. Zowel Electrabel, NMBS als Fortis staan niet ten dienste van de burger, hun klant. Het gaat om dienstverleners opgesloten in een eenrichtingsverkeer naar de consument. Het neoliberalisme heeft de verzorgingsstaat proberen uit te kleden door ze te runnen als professionele organisaties. Het bureaucratisch systeem moest worden gezuiverd en ten dienste staan van de burger. Maar de efficiëntiewinsten, schaalvoordelen en andere rationalisaties zorgden ervoor dat overheidsdiensten de maat van de mens nog verder verloren als voorheen.

De sociale zekerheid wordt uitgekleed, terwijl de burgers verloren lopen in een globaliserende wereld zonder zekerheden. Dit conglomeraat van staten is op haar beurt niet in staat om mondiale problemen zoals de klimaatverandering, sociale en economische uitbuiting aan te pakken. Landen als Duitsland worden rijk van de crisis in Griekenland. Opeenvolgende klimaatconferenties bereikten nooit de vooropgestelde doelstellingen. Het bleef bij mini-akkoordjes. De oorlog in Syrië leidt tot een ongekend cynisme in ons land.

In zijn essay Ook maar een gewone satelliet stelt Stefan Hertmans dat het lichaam van de mens niet langer de maat is van de wereld. ‘Het bereik van de mens is wat hij via de machine kan bereiken. Ons ruimtegevoel is uitgebreid tot een enorm virtueel lichaam. Onze eigen maat is komen te vervallen als betrouwbare maat (…). Alles is te groot, te abstract en vandaar ook te kil geworden om de mens nog geborgenheid te geven. De techniek en het wereldomspannende kapitalisme, maar ook de grote ideologieën uit de vorige eeuw waren gestoeld op een denken dat ver voorbijging aan de maat van het menselijke’.1

Kortom, grootbanken en multinationals, bureaucratische overheden, natiestaten en grote ideologieën overstijgen allemaal de maat van het menselijke. Ze maken deel uit van de crisis van Het Groot, de crisis van The Sky Is The Limit, de TINA-crisis.

MINDER MARKT, MINDER STAAT, MEER NETWERK

Centraal gestuurde systemen en grote hiërarchisch georganiseerde organisaties hebben de maat van de mens overstegen. We hebben de samenleving verticaal opgebouwd en die toren is in verval. Zijn we dan hopeloos verloren? Nee, zonder het goed te beseffen, is een horizontale beweging ontstaan, een beweging die de zaken opnieuw van onderuit verandert. De sociale revolutie doet een samenleving gebaseerd op structuren vervellen tot een maatschappij die vertrekt vanuit de mens zelf, het hyperindividuele ik. Het individu is tegelijkertijd een consument en producent, is empathisch en verdraagt geen gezag meer. Hij functioneert in een sociaal netwerk, waardoor niet langer de hiërarchische structuur, maar de kwaliteit van de interconnecties bepalend zijn. Deze omwenteling wordt vormgegeven door een technologische revolutie met onder andere sociale media en smart grids. De netwerksamenleving wordt gekenmerkt door hyperverbondenheid, een horizontale structuur, collectiviteit op kleine schaal en zelforganisatie.

WE ZIJN ENORM VERBONDEN

Op 8 november 2012 postte Marisa Urbano een foto op Facebook. Haar kinderen zouden een kat krijgen van papa als de foto 1.000 keer gedeeld werd. Op 14 november vonden al 111.000 mensen de oproep leuk. Deze hype toont de enorme kracht van de sociale media aan. De technologische mogelijkheden van sociale media zorgen ervoor dat de ‘zes niveaus van scheiding’2 frictieloos worden overbrugd. We zijn dan ook enorm verbonden. De hiërarchische structuur van centrale besturen en bedrijven met een bottom-up of top-down-verbondenheid is minder krachtig en trager. Niet alleen de informatietechnologie heeft een netwerkstructuur. Europa bouwt ook aan smart grid, een elektriciteitsnetwerk dat alle producenten en consumenten verbindt om stroom op een slimme manier uit te wisselen.

Tegelijkertijd stelt Paul Verhaeghe dat deze hyperconnectie onvermijdelijk leidt tot een ADHD-samenleving waarin het nu en de ander belangrijker lijken dan het groter verhaal. Ook Stefan Hertmans is deze visie toegedaan. Zoals de asociale autobestuurder door de cocon van het koetswerk beschermd wordt tegen oogcontact en empathie, zo lijken mensen online een stapje terug te zetten in de beschaving. Het publieke leven in bijvoorbeeld de metro dreigt een verlengde te worden van deze kille online wereld. Maar tegelijkertijd maakten sociale media Picnic The Streets en de Arabische Lente mogelijk.

HORIZONTALE STRUCTUUR

Behoort u ook tot de apathische generatie die liever naar Astrid in Wonderland kijkt, dan zich te verdiepen in Dostojevski’s Misdaad en straf? Hoewel verguisd door bepaalde culturo’s neemt Alessandro Baricco het op voor u, de zogenaamde cultuurbarbaar, de digital native, in zijn essaybundel De barbaren. Hij stelt dat onze cultuur niet op de totale ineenstorting afstevent, maar een zeer ingrijpende mutatie ondergaat door de komst van het internet en de sociale media. Hij stelt onomwonden dat diepte niet bestaat, dat het enkel een optische illusie of een nuttige leugen is: ‘De toekomst is aan de oppervlakte. En zo is het goed.’ Cultuur wordt niet domweg bedreigd door het Grote Niets, maar vervelt tot iets nieuws.

Dit heeft tot gevolg dat iedereen behoort tot de avant-garde en dat elites gedoemd zijn te verdwijnen. Zo werd op de Architectuurbiënnale van Venetië in 2012 het micro-urbanisme voorgesteld als spontane interventies die beter aansluiten op het alledaagse leven. ‘Architectuur is te veel verbannen naar het getto van het unieke, maar met een al te verheven definitie van het vak kom je er niet in de nieuwe steden,’ zegt architectuurhistoricus Wouter Vanstiphout. De small is beautiful-houding of crap is good-filosofie duwt architectuur van haar elitaire sokkel en keert zich af van sterarchitectuur.

Tegelijkertijd maken gedecentraliseerde productieprocessen een horizontale netwerkrevolutie mogelijk. Denk maar aan YouTube, aan 3D-printers die objecten niet in de fabriek, maar thuis produceren of de verschillende vormen van hernieuwbare energie zoals zonnepanelen, windenergie, geothermische installaties, enzovoort.

KLEINSCHALIGE EMANCIPATIE

Oprichter van TED: Ideas worth spreading Chris Anderson beschrijft in zijn boek The Long Tail de overgang van een hitgevoelige naar nichegerichte economie. De twintigste eeuw was gekenmerkt door massaconsumptie met een groot aantal hits en een grote markt. Net zoals een vliegtuigmaatschappij zoveel mogelijk passagiers wil vervoeren, probeerde de muziekindustrie zoveel mogelijk luisteraars te bereiken met een klein aantal muzikanten. De short tail kent een klein aanbod, maar een groot aantal verkochte cd’s. De kostprijs van een cd bestaat voor een groot deel uit de productie- en distributiekosten. Socioloog Mark Elchardus waarschuwt voor de vernietigende uniformerende krachten van deze commercialisering: ‘De subtiliteit van het hedendaagse controlemechanisme is dat externe machten meer dan ooit onze keuzes trachten te sturen en wij ondertussen zelf denken onszelf te verwezenlijken.’

Wel, de netwerksamenleving opent nieuwe perspectieven. Met de digitale revolutie zijn de productiekosten verwaarloosbaar geworden waardoor de short tail meer en meer gratis wordt. Er ontstaat een nieuwe groeimarkt bij de niches. De long tail, de nichemarkt, wordt in de netwerksamenleving eindelijk aangesneden. Dit is een enorme kans voor de mens om opnieuw controle uit te oefenen over de krachten die hem beïnvloeden. Om zichzelf te verwezenlijken. Waar vandaag de klassieke externe machten als Colruyt, Apple, EMI en De Standaard onze keuzes sturen, kan het individu morgen opstaan. Gelijkgestemden vinden elkaar sneller dan ooit tevoren en zijn machtiger dan ooit tevoren.

Het is dan ook spijtig dat Elchardus niet verwijst naar het inherente potentieel van de netwerkrevolutie. Het klopt dat deze revolutie verdere beïnvloeding door de externe machten mogelijk maakt, maar tegelijkertijd gaat er een nieuwe wereld van niches en kleinschalige emancipatie open.

De tijd van massaprotest tegen kernwapens en racisme is voorbij. Ze zijn vervangen door kleinere buurtacties met een pragmatische houding. Picnic The Streets wil de overheid niet veranderen, maar een oplossing voor het mobiliteitsprobleem. Ze wil een aangename leefomgeving.

NIEUWE COLLECTIVITEIT

De Amerikaanse econoom Hyman Minsky voorspelde in 1986 al de financiële crisis in zijn boek Stabilizing an unstable economy: ‘Met grootbanken kan de financiële markt niet spontaan tot evenwicht leiden.’ Vandaag ontstaan niet alleen kleinere banken, ze zijn ook meer succesvol. Het motto van de duurzame en ethische Triodos Bank en de coöperatieve bank New B: ‘Klein is het nieuwe groot.’ Tegelijkertijd bewijzen nieuwe betaalmodellen hun kracht. Microkredieten geven toegang aan ondernemers zonder kapitaal en laten zelforganisatie toe. Op deze manier stimuleren ze sociale mobiliteit en emancipatie zonder de perverse effecten van klassieke kredietverleners zoals hoge overheadkosten en corruptie.

Een andere vorm van lokaal geld is de alternatieve munt: De Torekes in Gent en de Ecoiris in Brussel. Het is daarbij niet de bedoeling de euro te beconcurreren, maar een lokale gemeenschap te creëren en mensen te motiveren iets goeds te doen. Geld wordt zo opnieuw gebruikt als ruilmiddel en niet als object van speculatie. Samenaankopen, tot slot, gebruiken de kracht van een massa consumenten om grote kortingen af te dwingen in een vrijgemaakte markt.

Maar wat is de meerwaarde van een lokale munt als enkel de kansrijke burger hem gebruikt? Wat is de meerwaarde van samenaankopen als die enkel toegankelijk zijn voor een deel van de gemeenschap? Maaltijd- en ecocheques hebben onze sociale zekerheid tot op zekere hoogte afgebouwd, maar wat is juist het verschil met een lokale munt? De ruildiensten dragen niet bij tot de sociale zekerheid en bieden geen vangnet. Zonder ruil zouden bepaalde taken ook zonder vergoeding worden uitgevoerd. En een vergoeding kan de intrinsieke waarde van gemeenschapsdiensten ondermijnen. Andere critici waarschuwen voor hyperinflatie en protectionisme. Toch tonen de proefprojecten aan dat lokale munten de cohesie en de bewustwording over consumptie in de regio tussen stad en rand versterken.

ZELFORGANISATIE

Terwijl transportbedrijven zich vast rijden in de stad levert de stedelijke expressdienst PedalBXL.com goedkoop en snel pakjes af met de fiets. Een gsm, een laptop met internet en een fiets waren voldoende om een eigen bedrijf op te richten. Ook online verkoopdiensten, energie- en interieuradviseurs hebben maar weinig nodig om hun eigen fabriekje op te starten… Tegelijkertijd rekenen overheden op deze nieuwe doe-het-zelvers die zich als een vis in het water voelen in de netwerksamenleving.

Zo beperkt de overheid zich enkel tot de rol van katalysator in stadsvernieuwingsprojecten zoals de klusjeshuizen in Rotterdam, de wijkcontracten in Brussel en het Utrechtse leefbaarheidsbudget. Waar burgers vroeger enkel consumenten waren, zijn ze nu ook producenten. De Vlaamse overheid stimuleert gezinnen die zelf stroom opwekken met bijvoorbeeld zonne-energie. Ondertussen groeien in Brussel de eerste projecten naar het voorbeeld van de Community Land Trust, de speculatie op de grondprijs wordt er geëlimineerd zodat een eigen woning en betaalbaar wonen ook op lange termijn gegarandeerd blijven.

Alleenspraak wordt niet meer verdragen. Participatie en inspraak moeten opnieuw uitgevonden worden. Onder stadsontwerpers wordt zelfs gesproken van co-productie.

Het falen van grote bedrijven werkt als katalysator voor de sociale veerkracht van mensen. Die wordt spontaan geholpen door een hernieuwd geloof in oude samenwerkingsmodellen en technologie van het internet en sociale media. Burgers proberen met allerhande initiatieven de regie weer terug te krijgen.

Maar wat gebeurt er met wie niet meekan? Niet iedereen heeft dezelfde middelen tot zijn beschikking om op een volwaardige manier te kunnen meedoen. Als je nachtdiensten draait is participeren niet zo eenvoudig.

STEDEN VERVANGEN STATEN

De stedelijke samenleving wordt in de toekomst belangrijker dan de nationale staat. Amerikaans politicoloog Benjamin Barber herkent in de crisis een grote kracht van steden en de onmacht van staten. In zijn boek If mayors ruled the world stelt hij dat steden veel beter in staat zijn internationale uitdagingen zoals klimaatopwarming, bevolkingsgroei, terrorisme en de financiële crisis aan te pakken. Zo koos Kopenhagen in de strijd tegen de klimaatopwarming radicaal voor de fiets om komaf te maken met de dictatuur van de auto. De burgemeesters van Kortrijk, Lille en Doornik sloegen de handen in elkaar om ruimtelijke, economische en culturele uitdagingen samen aan te gaan en laten landelijke besturen achter zich. Het gebrek aan een Metropolitan governance werd door Pascal Smet terecht naar voor geschoven als de drempel voor Brussel om uit te groeien tot een zichzelf respecterende stad.

Steden bestaan niet langer uit een kernstad en een suburbane rand, maar groeien uit tot een netwerk van stedelijke zones: wijken, stadskernen en grootstedelijke ontmoetingsknopen. Steden ontwikkelen ook niet meer volgens een uitgekiend ruimtelijk plan met een vooraf bepaald eindbeeld en bedacht door de planoloog-expert aan de tekentafel. In ruimtelijke concepten wordt het lerend vermogen, participatie en co-productie belangrijker. De drie presentaties van Brussel 2040 kozen dan ook allemaal voor een horizontale en verknoopte stad.

BEWEGING VAN ONDERUIT

Kortom, zonder het te beseffen, heeft de crisis ons doen zoeken naar nieuwe vormen om samen te leven en te ondernemen. Er groeit een beweging van onderuit met collaboratieve initiatieven die deel gaan uitmaken van een nieuwe maïzena voor de samenleving. Voor het eerst sinds de ontzuiling kan de mens opnieuw zelf het heft in handen nemen. De crisis en de technologische revolutie werken als katalysator. Steden beschikken over een optimale schaal om grensoverschrijdende uitdagingen aan te gaan. Het zijn de veranderingsruimten van de nieuwe netwerksamenleving geworden.

Het networked individualism is een samenleving op mensenmaat waardoor de empathie die inherent is aan de mens opnieuw kan worden geactiveerd. Deze activering is een noodzakelijke aanvulling op de democratische besluitvorming die het meest effectief is op stedelijk of regionaal niveau.

DE SOCIALE REVOLUTIE ZET SOLIDARITEIT ONDER DRUK

Hoe dan ook komen we na de crisis in een horizontale netwerksamenleving terecht, maar het is niet zeker of de sociale revolutie ook tot meer solidariteit zal leiden. De informatierevolutie en de technologische ontwikkelingen houden we niet tegen. De nieuwe mogelijkheden zijn echter van die aard dat een moreel debat zich opdringt. Tegelijkertijd zijn er kapers op de kust en wordt solidariteit onder druk gezet.

De systeemcrisis wordt vandaag opgeëist door neoconservatieven als een crisis van de menselijke moraal. Bart De Wever verklaart het falen van de samenleving door een gebrek aan gemeenschapszin en menselijke moraal: ‘De mens is niet goed van nature.’ Dat klopt niet. Journalist Joris Luyendijk, die zich onderdompelt in de City in Londen, kwam geen psychopathische gekken in de bankenwereld tegen maar mensen van vlees en bloed. Hij verwoordde het zo: ‘Het zijn vrijwel allemaal prettige mensen die lijken te denken: bijna al mijn collega’s zijn oké, ik ben oké, dus hoe kan het systeem waarin we opereren niet ook oké zijn?’. Hannah Arendt toont in De Banaliteit van het Kwaad aan dat je geen slechte mensen nodig hebt om een systeem te runnen met slechte uitkomsten. Niet het gebrek aan moraliteit van de mens, maar die van de neoliberale systemen hebben de crisis veroorzaakt.

Het was de neoliberale conservatief David Cameron die de netwerkrevolutie voor het eerst kaapte. Al in 2005 hamert hij op het belang van sterke lokale gemeenschappen en sociale verantwoordelijkheid. Dit leidde tot een wet, de Localism Bill, die macht delegeert vanuit de centrale overheid naar gemeenten, lokale raden en burgers zelf: lokale overheden mogen alles zelf regelen en wijken moeten lokale diensten voorzien. Uiteraard zijn er schaduwzijdes aan deze zogenaamde Big Society. Ten eerste worden publieke diensten door het openbreken van de top-down-staat toegankelijk voor private partijen. Ten tweede wordt solidariteit herleid tot liefdadigheid via een Big Society Bank.

We mogen niet in de val trappen van de Big Society. Het oorspronkelijke doel leek eruit te bestaan om de macht van politici terug te geven aan het volk. Maar in de feiten bleek het een agenda te zijn van besparingen en het ontmantelen van de staat. Big Society bracht de donkere jaren 1980 terug.

Kortom, de sociale revolutie leidt niet de facto tot een meer sociale samenleving. Het is niet omdat de sociale media een enorme kracht bezitten en de netwerkrevolutie het potentieel heeft om het hoofd te bieden aan de crisissen, dat dit potentieel ook wordt aangeboord en ons naar een meer sociale samenleving leidt. We hebben nieuwe gatekeepers nodig en een nieuwe ethiek.

Omdat de sociale revolutie in eerste instantie een technologische revolutie is met smart grids en sociale media, wordt er vaak gezwegen over de grote ideologische leegte die achter de nieuwe ontwikkelingen schuilgaat. De sociale media zijn niet anders dan andere technologische ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld de auto. In eerste instantie levert deze innovatie onmiddellijke vooruitgang op: met een auto ben je sneller dan met de fiets. In tweede in­stantie werkt de technologie op een complexe manier in op bestaande technische en sociale systemen. Zo had de auto een impact op het woon-werkverkeer, de files en de stadsvlucht. De auto werd slachtoffer van het eigen succes. In een derde fase speelt de technologie een grote rol bij veranderingen in de samenleving. Denk bij de auto maar aan massaproductie, de klimaatverandering, het Midden-Oosten.

Kan de politiek tijdig anticiperen op technologische ontwikkelingen? We worden als het ware voortgestuwd door een zielloze ontwikkeling door technologie, terwijl deze technologie over het potentieel beschikt om een nieuwe samenleving vorm te geven. De mogelijkheden van de netwerktechnologieën zijn dan ook van die orde dat een moreel debat en politieke anticipatie nodig zijn.3

We kampen vandaag met een ideologische leegte in het technologiedebat, een solidariteit onder druk en een poging van neoconservatieven om de revolutie te kapen. De sociaaldemocratie heeft een belangrijke taak om de netwerkrevolutie op te eisen en solidariteit een centrale plaats te geven in de nieuwe samenleving. Solidariteit moet opnieuw uitgevonden worden. We kunnen ook niet langer zwijgen over de ideologische leegte die in de technologische revolutie schuilgaat.

SOCIAALDEMOCRATEN, CLAIM DE REVOLUTIE!

Het wordt hoog tijd dat de sociaaldemocraten de revolutie opeisen. In plaats van de Big Society, hebben we een Society of the Small nodig die zelfredzaamheid ombuigt in samenredzaamheid. Mensen opnieuw greep laten krijgen op hun eigen leven moet het doel zijn. Hun eigen netwerk moet tegenslagen kunnen opvangen en solidair zijn met wie minder zelfredzaam is. De Society of the Small moet opnieuw vertrouwen geven in mens en samenleving.

Een digitale handtekening op een Picnic The Streets-petitie, een storting voor een weeshuis in Kenia… het wordt soms gezien als dunne solidariteit. Maar de wijkinitiatieven, de burgerparticipatie, de samenaankopen en co-housingprojecten tonen aan dat er meer aan de hand is: actief burgerschap groeit, we wachten niet meer op de overheid. Laat er geen twijfel over bestaan. Het model van de terugtredende overheid staat niet ten dienste van de netwerksamenleving. De overheid moet burgerinitiatieven volgen, steunen en bijsturen. Na een periode van privatisering groeit bij de burger opnieuw ownership. Betrokkenheid en verantwoordelijkheidsgevoel gaan hand in hand. De publieke ruimte, het openbaar vervoer… het is van jou, maar ook van mij.

De Society of the Small laat de burger niet aan zijn lot over. Hij moet het niet uitsluitend zelf uitzoeken. De Do It Yourself-beweging van onderuit mag niet misbruikt worden om te besparen op collectieve voorzieningen. De nieuwe solidariteit bestaat niet uit een envelop geld of het beperken van een uitkering in de tijd. Wie minder zelfredzaam is, wordt geïntroduceerd in netwerken zoals wijkcentra, buurtwinkels, burgerinitiatieven en coöperatieven.

Om de horizontale en collaboratieve samenleving van de kleintjes vorm te geven, moeten we nieuwe begrippen ontwikkelen en zijn hervormingen op alle niveaus noodzakelijk. Het verticale vocabularium met volksverheffing, centraal bestuur, stadscentrum, avant-garde, consumptie & productie en nivellering volstaan niet meer.

Stel je een onderwijs voor op maat van elk kind in plaats van schoolnetten en elitaire structuren. Bedenk dat mobiliteit niet volgens de vervoersmodi moet worden georganiseerd, maar kijk naar de mobiliteitsnoden van elk individu op elk ogenblik: multimodaliteit in plaats van Koning Auto en het mobiliteitsbudget in plaats van de bedrijfswagen. Geen klassieke tegenstelling meer tussen koopwoning en sociale huurwoning, maar betaalbaar wonen via een Sociaal Verhuurkantoor of op gemeenschapsgrond - de Community Land Trust. Winkelstraten vervangen de eenheidsworst van de shopping centers, bank New B de grootbanken. Ondernemingen en culturele initiatieven experimenteren met crowd funding en coöperatieven.

De stad is het laboratorium bij uitstek om deze concepten en nieuwe vormen van participatie en lokale democratie uit te testen. De kracht van wijken, sociale mobiliteit op lokaal niveau en nieuwe vormen van delen worden gestimuleerd.

Solidariteit moet opnieuw heruitgevonden worden en vertrekken vanuit de netwerkstructuur van de samenleving in plaats van uit een centrale instelling. Dit mag echter niet leiden tot een concurrentiestrijd tussen steden of regio’s, maar vraagt samenwerking over een fiscale en sociale basis.

De mens moet opnieuw de maat van de dingen worden, de stad de maat van het bestuur. Op deze manier is een nieuwe gemeenschappelijkheid met geborgenheid en activering van ons empathisch vermogen mogelijk. De technologische revolutie neemt de beperkingen van de fysieke wereld weg, maar neoconservatieve kapers zijn op de kust. Waarom zou de sociaaldemocratie deze revolutie dan niet claimen?

Matthias Van Wijnendaele
Medewerker Stedenbouw, Wonen en Energie voor de sp.a-fractie in het Brussels parlement.

Hij schrijft deze tekst in eigen naam.

Noten
1/ Veel cultuurcritici geven Michel Foucault inmiddels gelijk: de mens is niet langer de maat van onze wereld. Grote en abstracte structuren en vertogen hebben het overgenomen, net zoals dat ten tijde van het dwingende en abstracte geloof reeds gebeurde, maar nu op een schaal die door de techniek werd geëxtrapoleerd tot enorme dimensies. Deze techniciteit van de verhoudingen gaat inmiddels ook op voor onze ideeën over gemeenschap: waar vroeger kleine leefgemeenschappen bestonden, moeten we nu de hele planeet maar meteen als lotgenoot gaan ervaren. (…) Dat is juist de verschrikking van de technische uitmoording van een volk: je kunt alleen voeling hebben met wat op mensenmaat voorhanden is.
2/ Six degrees of seperation is een theorie dit stelt dat iedereen op deze planeet met elkaar verbonden is in zes of minder relaties.
3/ Rinie van Est, ‘De ideologische leegte van het techniekdebat: Het grote zwijgen over hoe de informatierevolutie ons verandert’, in: Cor van Montfort, Ank Michels, Wouter van Dooren (red.), Stille ideologie. Onderstromen in beleid en bestuur.

netwerksamenwerking - solidariteit - coöperaties

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 5 (mei), pagina 13 tot 21