Log in

Solidaire en toegankelijke gezondheidszorg, tegen welke prijs?

HET VLAANDEREN VAN MORGEN

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 6 (juni), pagina 63 tot 68

Het is uiteraard onbegonnen zaak een zo complexe materie als gezondheidszorg, en de ontelbare uitdagingen waarmee ze kampt, in zes pagina’s te beschrijven en daaromtrent een visie naar voor te schuiven. Alomvattend is het sp.a-plan rond gezondheidszorg in de congresteksten ‘Het Vlaanderen van Morgen’ niet. Maar dat de gezondheidszorg er een plaats heeft gekregen, is op zich al positief. Dat is niet alle thema’s gegund (denk maar aan welzijn, mobiliteit, ruimtelijke ontwikkeling). Solidariteit, gelijkheid, toegankelijkheid, doelmatigheid, kwaliteit en leven in gezondheid zijn de centrale invalshoeken van de sp.a-visietekst rond gezondheidszorg. Ze sporen alvast met die van het Socialistisch Ziekenfonds. We belichten een aantal ervan meer in detail. Blijft de grote vraag hoever de sp.a zal gaan in het verdedigen van deze principes in de huidige budgettaire context.

HET VLAANDEREN VAN MORGEN

Het nieuwe diversiteitsmodel van de sp.a
Pieter-Paul Verhaeghe
Het Duitse model voorbij?
Paul Kalma
Het samen offensief
Carl Devos
Solidaire en toegankelijke gezondheidszorg, tegen welke prijs?
Paul Callewaert
Samen het Rijnlandmodel verzekeren
Caroline Copers
Het laatste taboe: de vergroening van de fiscaliteit
Bart Martens

SOCIALE ONGELIJKHEID EN INDIVIDUELE VERANTWOORDELIJKHEID

De sp.a zet radicaal in op het bestrijden van sociale ongelijkheid in de zorg. Ondanks een budget voor de verplichte ziekteverzekering van om en bij de 27 miljard euro, een uitgebouwd net van (vooral financiële) beschermingsmechanismen en een laagdrempelige gezondheidszorg blijft de gezondheidskloof schrijnend hoog. Kwetsbare groepen hebben een slechtere gezondheid, stellen zorgen meer uit, besteden minder aandacht aan preventie, leven ongezonder, sterven sneller,… De lijst is lang en onaanvaardbaar.

Het is dan ook meer dan terecht dat de sp.a het bestrijden van de gezondheidskloof hoog op de politieke agenda zet. Des te meer in het licht van actuele thema’s als individuele verantwoordelijkheid. Het ‘eigen schuld, dikke bult’-principe is ook in opmars in de gezondheidszorg en in de publieke opinie. Al te vaak wordt hierbij vergeten dat gezondheid geen eenduidige resultante is van individuele verantwoordelijkheid, maar sterk spoort met de sociaaleconomische situatie van een individu. Terecht stelt de sp.a daarom in zijn visietekst dat ‘individueel gedrag nooit mag resulteren in afstraffing of uitsluiting van zorg en dat gezondheidspromotie moet vertrekken van een emanciperende logica.’

SUPPLEMENTEN EN PRIVATE VERZEKERINGEN

Positief is het belang dat gehecht wordt aan toegankelijke en solidaire zorg. Gezondheid is geen luxegoed, hoort niet op de markt thuis en gezondheidsrisico’s moeten we solidair dragen. Nemen we even twee statements met een belangrijke draagwijdte onder de loep:

De gezondheidszorg moet volledig dekkend zijn zodat private aanvullende verzekeringen overbodig zijn.

Een terechte resolutie, en dit om volgende redenen:
→ Volgens de studie van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) van 2011 heeft 40 procent van de Belgen geen hospitalisatieverzekering, terwijl 16 procent dubbel verzekerd is. Niet echt een teken van doelmatigheid.
→ Geef 100 euro aan de ziekenfondsen en 95 euro komt terecht bij de patiënt. Geef 100 euro aan privéverzekeraars en slechts 85 tot 65 euro komt ten goede van de patiënt. Evenmin een teken van doelmatigheid.
→ Bij wijze van boutade kan je zeggen dat de hospitalisatieverzekering nog steeds voornamelijk dient om de eenpersoonskamers in dure ziekenhuizen met dure artsen te financieren. Veel Belgen nemen een hospitalisatieverzekering, terwijl ze er eigenlijk geen nodig hebben.
→ De kleine lettertjes in de hospitalisatieverzekeringen zijn van wezenlijk belang. In de polis staat bijvoorbeeld dat ze maar tussenkomt ten belope van 100 procent van de wettelijke ziv-tarieven. Het saldo mag de patiënt alsnog ophoesten. Zekerheid is in deze ver weg.
→ Hospitalisatieverzekeringen hebben een inflatoir karakter. De schroom van artsen valt weg om supplementen te vragen. Met als gevolg dat de premies van de verzekering stijgen, en de verzekerde toch weer de rekening betaalt. De premies volgen de loonverwachtingen van artsen, niet de kwaliteit van een ingreep.
→ Ten slotte richt de hospitalisatieverzekering zich vooral op zij die het niet of minder nodig hebben (de goede risico’s) in plaats van op zij die het echt nodig hebben (de slechte risico’s).

Aanvullende private verzekeringen mogen ons inziens enkel voorbehouden worden voor ‘comfort’ niet voor ‘zorg’. Toch te noteren dat de sp.a in deze verder gaat dan de CD&V in zijn Innesto-tekst. De christendemocraten menen dat de aanvullende private verzekeringen zich moeten beperken tot ‘aanvullende’ zorg, en dat de ‘basiszorg’ dus collectief verzekerd moet zijn. Voor ons gaat dit niet ver genoeg: zorg moet collectief verzekerd zijn, enkel comfort kan voorwerp zijn van aanvullende private verzekeringen.

Een gezondheidszorg waarin zorgverstrekkers zich, in het kader van de verplichte ziekteverzekering, houden aan conventietarieven zonder supplementen.

De patiënt betaalt in België gemiddeld 25 procent van de gezondheidszorguitgaven uit eigen zak. Dat is veel, zeker als je weet dat een extreme uitgavenconcentratie typisch is in de gezondheidssector. Zo’n 10 procent van de bevolking is goed voor 75 procent van de uitgaven. Zo’n 4 procent van de bevolking is goed voor 50 procent van de uitgaven. Chronisch zieken, ouderen, laaggeschoolden,… voelen deze factuur maar al te goed.

Eén van de ‘boosdoeners’ van deze factuur (naast niet of onvoldoende terugbetaalde zorgen, remgelden, rusthuisfactuur) zijn de supplementen. Zorgverstrekkers kunnen supplementen vragen bovenop de wettelijke tarieven. Dat is één van de heilige huisjes van het Belgische gezondheidszorgcompromis. Wie eraan wil raken, komt best niet onbeslagen op het ijs.

De hoegrootheid van de aangerekende supplementen in het ziekenhuismilieu kennen we, en analyseert het Socialistisch Ziekenfonds elk jaar in detail. Zo bleek uit onze ziekenhuisbarometer vorig jaar dat:
→ de ereloonsupplementen goed zijn voor gemiddeld 35 procent van de ziekenhuisfactuur;
→ een patiënt in een eenpersoonskamer gemiddeld 791 euro betaalt aan ereloonsupplementen, maar de verschillen tussen ziekenhuizen zijn groot.

We hebben evenwel geen idee van hoeveel supplementen in de ambulante sector worden aangerekend. Bij ongeveer 36 procent van de getuigschriften verstrekte hulp die bij ons ziekenfonds worden ingediend, geven de artsen geen informatie over het effectief aangevraagd bedrag.
De ereloonsupplementen zijn arbitrair en onvoorspelbaar. Ze zijn niet (of weinig) begrensd, en hangen af van het statuut van de arts, de kamerkeuze, de ziekenhuiskeuze, bijzondere eisen,… Kortom: het is voor een patiënt zeer moeilijk om te weten wat hij uiteindelijk uit eigen zak zal moeten betalen.
De supplementen ondergraven ook het ‘sociaal’ karakter van de ziekteverzekering. Niet iedereen kan de supplementen betalen. Niet iedereen denkt er aan op voorhand na te pluizen of zijn arts wel de tarieven respecteert, en wat het supplementenbeleid van hun ziekenhuis is.
Deze ‘supplementenonzekerheid’ vreet aan de legitimiteit van de ziekteverzekering. Minstens het gevoel ontstaat dat de ziekteverzekering niet meer zeker en niet meer sociaal is. Voorts leiden deze supplementen ook niet tot een rechtvaardige of te rechtvaardigen verdeling van de middelen tussen de zorgverstrekkers en -instellingen.

Het Socialistisch Ziekenfonds is daarom voorstander van een ziekteverzekering van de 21ste eeuw zonder ereloonsupplementen. Kwaliteit van de zorg mag niet afhangen van de portemonnee van de patiënt. We zijn niet tegen eventuele supplementen voor ‘comfort’ - bijvoorbeeld voor een eenpersoonskamer -, zolang die supplementen transparant zijn en volledig losgekoppeld zijn aan de zorg. Supplementen verbonden aan de zorg - de zogenaamde ereloonsupplementen - moeten worden afgeschaft en vervangen door een ander, beter systeem. En dit in een budgetneutraal kader.

We zijn tevreden dat sp.a op dezelfde golflengte zit, en duidelijker stelling durft in te nemen dan bijvoorbeeld de CD&V die het in zijn Innesto-teksten houdt bij ‘we waken erover dat het aandeel van de patiënt niet stijgt.’

DOELMATIGE ZORG

De sp.a zet - het tegendeel zou verbazen - in op doelmatige zorg, waarbij elke euro met gezond verstand uitgegeven wordt. Dat is essentieel voor de legitimiteit en het draagvlak van een systeem dat collectief georganiseerd en solidair betaald wordt. Als Socialistisch Ziekenfonds hebben we de laatste jaren ter zake veel inspanningen gedaan, en ook naar de toekomst toe kiezen we resoluut voor doelmatige zorg, waarbij overconsumptie, onrechtvaardige uitgavenverschillen, het adagio ‘iedereen doet alles’,… bestreden worden.

Een evolutie van een prestatie- naar een meer forfaitaire financiering - zoals de sp.a voorstelt - is eveneens een strijdpunt waard, en dit zowel in de ambulante als in de ziekenhuissector, mits evenwel het in acht nemen van een aantal absolute voorwaarden:
→ transparantie;
→ garanties tegen onderbehandeling en risicoselectie;
→ de forfaitaire financiering moet zijn afgestemd op de reële zorgbehoeften van de patiënt.

Het nieuwe financieringsmodel van de forfaitair gefinancierde wijkgezondheidscentra is in deze een mooi precedent. Op basis van het model financiële verantwoordelijkheid van de ziekenfondsen, worden de medische huizen sinds 1 mei 2013 betaald volgens de reële zorgnoden van hun patiënteel. Belangrijk is ook dat ze zich engageren om kwaliteitsindicatoren en meetbare doelstellingen uit te werken.

INNOVATIE TEGEN WELKE PRIJS?

Terecht pleit de sp.a voor innovatie en een rechtvaardige prijszetting. Een thema dat de jongste weken opnieuw in de actualiteit is gekomen door het schrijnende verhaal van Viktor, het zevenjarig jongetje dat om in leven te blijven Soliris moet krijgen, goed voor zo’n slordige 18.000 euro per maand.

Voor het Socialistisch Ziekenfonds betekenen transparante en gerechtvaardigde geneesmiddelenprijzen minstens:
→ Prijzen die in verhouding staan tot de reële therapeutische meerwaarde van een product en niet louter de subjectieve bereidheid tot betalen van de markt weerspiegelen.
→ Prijzen die het gevolg zijn van een correct functionerende markt, en niet van een kunstmatig afgeschermde markt.
→ Prijzen die een rechtvaardig en billijk rendement bieden aan het bedrijf, maar geen onverdedigbare winstmarges.
→ Prijzen die rekening houden met de (fiscale) stimuli die de overheid al toekent en die ook duidelijk reflecteren wat het aandeel van de (gesubsidieerde) academische wereld in het onderzoek is.

We kunnen ons ook de vraag stellen of de grenzen van het huidige patentenbeleid niet bereikt zijn. En of we geen alternatieve innovatiemodellen moeten ontwikkelen, waarbij de kost van het geneesmiddel losgekoppeld wordt van de kost van R&D. Waar nodig moet Europa de stok kunnen bovenhalen, en bepaalde toegestane gunsten intrekken, als bedrijven de deontologische regels met de voeten treden of misbruik maken van hun machtspositie.

DE ROL VAN DE ZIEKENHUIZEN

Het verheugt ons uiteraard dat de sp.a - in tegenstelling tot andere politieke partijen - de meerwaarde van de ziekenfondsen erkent. De partij wil de ziekenfondsen de juiste prikkels en instrumenten geven om de uitgavenverschillen te beheersen die niet door verschillen in zorgbehoeften en gezondheidsrisico’s van hun leden te verantwoorden zijn. Voorts beaamt ze onze zienswijze dat ‘ziekenfondsen moderne dienstverlenende organisaties moeten zijn die de belangen van hun leden verdedigen en de ambitie hebben om elk lid individueel globale oplossingen aan te bieden die met hun ziekte of gezondheid te maken hebben.’

WAAR BLIJFT DE OUDERENZORG?

Laat ons ten slotte stilstaan bij de in onze ogen belangrijkste tekortkomingen en risico’s van ‘Het Vlaanderen van Morgen’.

Deze visietekst concentreert zich op de typische ziekenhuis- en medische zorg. Er wordt nauwelijks aandacht besteed aan zaken zoals geestelijke gezondheidszorg. Ouderenzorg komt al helemaal niet aan bod. Het zijn nochtans twee belangrijke thema’s naar de toekomst toe.
Onze goede gezondheidszorg en de toegenomen welvaart zorgen ervoor dat we met zijn allen langer leven. De oude dag komt helaas niet alleen. We zijn het daarom verplicht niet enkel verder te bouwen aan een goede gezondheidszorg, maar er ook voor te zorgen dat elke oudere de zorg krijgt die hij nodig heeft op de plaats die hij verkiest. Ziehier enkele suggesties tot verbetering:
→ Een goede, toegankelijke, solidaire, betaalbare ouderenzorg moet worden verankerd als een sociaal basisrecht.
→ De zorg moet uitgaan van de behoeften van de ouderen. Commercialisering en winstbejag horen niet thuis in ouderenzorg.
→ Ouderen met al hun mogelijkheden en kwetsbaarheden moeten een eigen zinvolle plek in de samenleving kunnen innemen, en daarbij waar nodig ondersteund worden.
→ Ouderenzorg mag zich niet beperken tot zorg, maar moet ook aandacht hebben voor welzijn, woonbeleid, enzovoort.

WAAR BLIJVEN DE CENTEN?

Blijft voorts de eeuwige vraag wie al deze mooie beloftes en goede basisprincipes zal betalen. De uitgaven voor gezondheidszorg zullen blijven stijgen, alle doelmatigheidsmaatregelen ten spijt. De vergrijzing, de medische innovatie, de hoge verwachtingen van de bevolking, de ongedekte noden of nog de ‘witte woede’ zijn hiervoor verantwoordelijk.

De sp.a gaat voluit voor solidaire financiering en neemt stelling in tegen private verzekeringen. Dat is goed. Maar we komen niet te weten hoe de partij de stijgende uitgaven in de huidige budgettair moeilijke situatie zal opvangen.

De CD&V gaat zelfs een stap verder. De christendemocraten schuiven in hun Innesto-verklaring ook een hele resem beloftes en verbeteringen naar voor, maar voegen er doodleuk aan toe ‘dat de collectieve financiering van de gezondheidszorg niet sneller mag stijgen dan de economische groei.’ Hoe dit kan zonder het aandeel van de patiënt te laten verhogen of zonder de toegankelijkheid in het gedrang te brengen wordt er niet bij vermeld. Ter vergelijking: de afgelopen tien jaar stegen de ZIV-uitgaven gemiddeld met 4,7 procent per jaar.

De ziekteverzekering heeft in 2012-2013 ruim 2,8 miljard euro, of toch zo’n 10 procent van het budget, bespaard. De patiënten hebben deze miljardenbesparing (grotendeels en tot nog toe) niet gevoeld. We zijn er in geslaagd beter in te zetten op doelmatigheid en evidence based zorg. Een prestatie die niet alle andere Europese landen ons kunnen nadoen, en waar we best fier op mogen zijn.

Toch kan stilaan de vraag gesteld worden hoeveel verder je nog kan gaan zonder de patiënt écht te raken of zonder te ver te snijden in sommige sectoren. Zoals zo vaak zal ‘the proof in the eating of the pudding’ zitten. Daar wacht de sp.a nog een enorme taak.

Paul Callewaert
Algemeen Secretaris Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten (NVSM)

sp.a - gezondheidszorg - Het Vlaanderen van Morgen

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 6 (juni), pagina 63 tot 68