Abonneer Log in

'De nieuwe coöperatie. Tussen realiteit en utopie'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 10 (december), pagina 71 tot 72

De nieuwe coöperatie. Tussen realiteit en utopie

Walter Lotens
Tielt, Lannoo Campus, 2013

In Mutual Aid (1972) is Kropotkin niet echt mals voor de coöperatieve beweging. De anarchistische prins omschrijft die als ‘joint-stock individualism’: ‘(...) it undoubtedly tends to breed a cooperative egotism, not only toward the community at large, but also among the co-operators themselves’. Het verwonderde me dan ook dat Walter Lotens - een soixante-huitard pur sang - hierover een boek had geschreven. Achteraf beschouwd heeft hij dat niet gedaan. Het is veel meer geworden: een zoektocht naar een manier om anders te gaan werken, ‘anders dan op de platgetreden paden van een losgeslagen vrijemarkteconomie die de samenleving in een wurggreep houdt’ (p. 17). Wars van alle wetenschappelijke systematiek bericht Lotens over tal van projecten in Noord en vooral Zuid. We beginnen de tocht in Borgerhout in de Roma met de muziek van Bots op de achtergrond: ‘Dan is er werk voor iedereen. Ja, we werken samen, niet alleen.’ Avanti popolo!

Het werk is een mix van, en verhaal over, verschillende experimenten. Om de lezers niet al te veel van hun stuk te brengen/in het ongewisse te laten, wordt er eerst kort verwezen naar de historische wortels van de coöperatie. Naast the usuals suspects Frederik van Eeden (Walden), Proudhon en de pioniers van Rochdale komt ook Jean-Baptiste Godin (1817-1888) aan bod. Wie kent er nog de Familistère van Guise? Godin, spiritist, journalist, politicus en fabrikant van kachels lag aan de basis van een fouri-eristische experiment dat tot 1968 heeft gefunctioneerd. Uiteraard wordt er ook even stilgestaan bij de economisch zeer belangrijke Belgische verbruikerscoöperaties. Dat deze veel meer inhielden dan de Vooruit blijkt uit het feit dat Victor Serwy in 1952 vier forse boekdelen kon vullen met de beschrijving van de coöperatieve beweging in België. Alleen al het naamregister neemt 200 bladzijden in beslag. Vergis u niet. Lotens doet geen stroll down memory lane. Het historische deel is al bij al vrij beperkt.

In het boek komen twee tegenstellingen aan bod. Eerst en vooral wordt de klassieke coöperatieve beweging geconfronteerd met de sociale economie en vervolgens wordt de tegenstelling Noord-Zuid belicht. Het zou mij te ver leiden om alle voorbeelden te bespreken. Ik wil wel een uitzondering maken voor het ‘wonder van Mondragón’. In dit stadje in Spaans Baskenland bouwde een priester, José María Arizmendiarrietta, na de Spaanse burgeroorlog succesvol een arbeidsgemeenschap op volgens coöperatieve principes (83.000 werknemers). Deze coöperatieve gemeenschap trotseert de crisis vandaag veel beter dan de rest van Spanje. Hoewel dat ook relatief is. Zo heeft FAGOR, een dochter van MCC (Mondragón Corporación Cooperativa) onlangs de boeken neergelegd waardoor wereldwijd 5700 banen op de tocht staan. De auteur is terecht vrij kritisch voor het experiment. Wat immers te denken van het feit dat nog maar dertig procent van de werknemers ook eigenaar zijn. Is dit nog een coöperatie, of veeleer een gedegenereerde variant?
Lotens is vooral in zijn element als hij het heeft over de kleine revoluties in het Zuiden: un million de révolutions tranquilles. Men voelt dat het hart van de globetrotter klopt voor de initiatieven in de derde wereld, o.a. voor de microkredieten (Godo) in zijn Suriname. Het achtste hoofdstuk is werkelijk doordesemd van een portie hoop.
In het laatste hoofdstuk worden beschouwingen gewijd aan de derde weg: niet het ideologische gedrocht dat door Tony Blair werd gepromoot, maar een transitie van kapitalisme naar…

De kracht van het boek is dat er moeiteloos verbanden worden gelegd tussen initiatieven in onze achtertuin en de rest van de wereld. Vaak gebeurt dit door middel van ‘stopplaatsen’: informatieve teksten van andere auteurs die her en der worden ingelast. Hierdoor krijgt het werk een journalistieke toets; het blijft echter een intelligente goed verpakte boodschap.
Lotens is op zoek gegaan naar het strand onder de kasseien en volgens mij heeft hij dat gevonden. Ik sluit mij graag aan bij Rik Pinxten die zijn woord vooraf besluit met: ‘een prachtig boek dus’.

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 10 (december), pagina 71 tot 72