Abonneer Log in

François Hollande, besluiteloos tussen programma en realiteit

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 4 (april), pagina 51 tot 55

De gemeenteraadsverkiezingen van 23 en 30 maart 2014 waren de eerste test voor François Hollande als Frans president. Ze zijn uitgedraaid op een historische catastrofe voor de PS en haar bondgenoten. In het segment van de steden boven de 10.000 inwoners had links de macht in de meerderheid van de gevallen. Amper twee jaar na de presidentsverkiezingen tuimelt dat aantal naar een derde. Nog nooit eerder sinds 1945 verloor een Franse politieke partij zoveel mandaten bij lokale verkiezingen. De winst van het Front National is uiteraard zorgwekkend, maar de president wordt meer bedreigd door de goede prestatie van de UMP, in alliantie met het centrum. Frankrijk blijft een politiek tweestromenland, waar de kiezer niet kan begrijpen dat Hollande maar niets aanvangt met het duidelijke mandaat dat hij in 2012 gekregen heeft.

BELOFTE MAAKT SCHULD?

Het programma waarmee presidentskandidaat Hollande toen naar de kiezer trok, was een synthese van een vooraf door de partij vastgelegde lijst aan eisen en persoonlijke engagementen. Blikvangers waren een heronderhandeling van het Europese budgettaire verdrag1, ondertekend door Sarkozy vlak voor de verkiezingen, een strakke splitsing tussen spaar- en investeringsbanken, pensioen op 60, een rijkentaks van 75% op inkomens boven een miljoen euro, extra aanwervingen in het onderwijs en overheidsgesteunde jongerenbanen. Twee jaar later valt op dat de socialistische regering de mond vol heeft van twee begrippen die allerminst centraal stonden in de kiesstrijd: het crédit d’impôt compétitivité-emploi en het pacte de responsabilité. Het gaat telkens om belastingverlagingen voor de Franse bedrijven (20 resp. 10 miljard euro), die hun exportkracht moeten verhogen, op aandringen van de MEDEF (het Franse equivalent van het VBO), overlegd met de sociale partners.

Hollande lijkt onderweg naar het Elysée te zijn opgeschept door forse tegenwind, om uiteindelijk van richting te veranderen. De werkloosheid piekt tot boven de vijf miljoen werkzoekenden (alle categorieën samen), ondanks herhaalde en geleidelijk minder geloofwaardige engagementen om ‘de curve van de werkloosheid om te keren’. De dure woorden over ‘mijn enige vijand, de wereld van het grote geld’ zijn vervlogen met de stemming van een slappe bankenwet, grotendeels gedicteerd door de zo verfoeide financiële lobby. De belastingverhogingen bij het begin van de legislatuur worden maar moeilijk verteerd, ook al omdat het zwarte geld van de minister van Begroting, Jérôme Cahuzac, na verloop van tijd kwam bovendrijven. De PS lijkt grotendeels het beleid van de laatste jaren onder Sarkozy verder te zetten: besparingen bij de overheid en belastingverhogingen om het Franse begrotingstekort in te perken. De PS heeft voor 50 miljard euro bijkomende besparingen op het programma staan voor 2015 tot 2017.2

Een selectieve BTW-verhoging om loonlasten te doen dalen, onder Sarkozy de ‘TVA sociale’ gedoopt, werd door de PS eerst afgeschaft en vervolgens opnieuw ingevoerd. Sinds het rapport-Gallois in november 2012 werd gepresenteerd aan de regering, is de keuze duidelijk. Hollande gaat voor een ‘politique de l’offre’: inzetten op de aanbodzijde, precies wat economen als Paul Krugman net verkeerd vinden aan het Europese economische beleid. De hoop op een structurele ommekeer in Europa was meteen ook vervlogen. Bovendien vernietigde de Conseil Constitutionnel twee belangrijke beloftes: de rijkentaks (die nu niet meer door individuen betaald wordt, maar door vennootschappen) en het ontslagverbod voor bedrijven die winst maken (de Loi-Florange, naar de emblematische hoogovens). De ideologische verschillen met rechts worden node beperkt tot drie symbooldomeinen: onderwijs3, veiligheid en justitie worden niet getroffen door besparingen, en zien hun middelen verhoogd.

De president blijft in gebreke voor het groene luik van zijn programma. Martine Aubry onderhandelde als premier secrétaire een ambitieuze alliantie met de groene partijen, maar bij de machtswissel behoorde de ‘groene transitie’ van de Franse economie allerminst tot de prioriteiten. Minister van Wonen, Cécile Duflot, kreeg een groot renovatieprogramma onder haar vleugels, maar het ministerie van Ecologie ging naar de PS. De ecotaks, een erfenis van de regering-Fillon, werd na protest van Bretoense transporteurs ‘tijdelijk’ geschorst.4 Eerste minister Jean-Marc Ayrault steunde persoonlijk het project van een nieuwe luchthaven in Notre-Dame-des-Landes, bij Nantes.

De belangrijkste uitdaging voor François Hollande was een grote belastinghervorming.5 Frankrijk houdt voor de inkomstenbelasting nog steeds vast aan een heffing achteraf. Michel Rocard creëerde begin jaren 1990 de flat-rate CSG (‘Algemene Sociale Bijdrage’), die wel via een systeem van bedrijfsvoorheffing wordt ingehouden. Hollande stelde voor om beiden te fusioneren en inkomsten uit kapitaal en arbeid gelijk (progressief) te belasten, conform een eerder voorstel van economen Thomas Piketty, Emmanuel Saez en Camille Landais.6 Jean-Marc Ayrault probeerde deze enorme werf in november 2013 te starten, maar werd een paar maanden later door Hollande teruggefloten uit electorale schrik. Nochtans zijn het precies dit soort grote uitdagingen waarmee links het verschil kan maken. Recent suggereerde het Elysée ook voor particulieren een belastingverlaging, wat er op duidt dat dit dossier in de komende maanden voorrang kan krijgen.

HOLLANDE EN ZIJN VOORGANGERS

De omslag die Hollande aankondigde op zijn persconferentie van 14 januari 2014 werd meteen vergeleken met de ‘tournant de la rigueur’ onder Mitterrand. Na bijna twee jaar aan de macht besloot hij in maart 1983 om de vraagstimulerende economische politiek te laten vallen voor een programma van besparingen en financiële stabiliteit. Dit moment staat symbool voor de loutering bij links en de creatie van een managementelite bij de PS, die zich richt op het beheren van de afgeslankte neoliberale staat, eerder dan het transformeren van de economie via overheidsingrijpen. Hollande wordt gezien als de politieke zoon van Jacques Delors, die in 1983 als minister van Financiën de beleidsommezwaai moest vertalen en vervolgens als voorzitter van de Europese Commissie deregulering en vrijmaking van de interne markt bracht.7

Het beleid van de regering-Jospin (1997-2002) bracht dan weer de privatisering van onder andere Air France en France Télécom. Binnen de PS ligt de nauwe alliantie tussen een deel van de partij en de beheersstructuren van neoliberale wereldorde (WTO, EU) en bedrijfsleven sterk onder vuur. Een van de frequent ter linkerzijde aangehaalde verklaringen voor de nederlaag van Jospin in 2002 is de dominantie van de strekking Jacques Delors-Pascal Lamy. Als premier secrétaire balanceerde Hollande voortdurend tussen de verschillende inhoudelijke strekkingen en hofhoudingen van de voornaamste partij-éléphants. Dit leidde tot een sterk verwaterde lijn en lethargische sfeer, waarbij vage clichés en containerbegrippen noch door de mandatarissen, noch door de kiezers als geloofwaardig werden aangevoeld.

FRANKRIJK BLIJFT EEN TWEESTROMENLAND

Het succes van het FN (11 mairies en één van de sectoren in Marseille, meer dan 150.000 inwoners) is uiteraard betreurenswaardig, maar mag niet doen vergeten dat het Franse kiesstelsel een grote FN-doorbraak onmogelijk maakt. Het alternatief voor de PS is in Frankrijk nog steeds de UMP. Bovendien is het FN zo weinig fréquentable dat het nooit in allianties de eerste plaats in de tweede ronde kan bereiken. Ter illustratie: extreem-links (2.822) en het centrum (6.858) halen meer raadsleden dan het FN met bevriende extreemrechtse lijsten (1.598). De verklaringen van Marine Le Pen, als ware het FN voortaan de derde politieke macht in Frankrijk, zijn dan ook onzin. De dreun die werd uitgedeeld, kwam van rechts, en niet van de partij van Le Pen.

Van een controle over de meerderheid van de middelgrote en grote steden is links gezakt naar een derde. De lijst verliezen is indrukwekkend: Toulouse (vierde stad van Frankrijk), Reims, Saint-Etienne, Angers, Amiens, Limoges (links sinds Jean Jaurès in 1912). De agglomeraties van Parijs, Lyon, Marseille, Saint-Etienne en Bordeaux gaan naar rechts. Linkse dissidenten winnen in Montpellier en Grenoble. In Parijs wint Anne Hidalgo weliswaar van Nathalie Kosciusko-Morizet, maar ze verliest zelf negen procent in haar eigen vijftiende arrondissement.

VAN OPPOSITIE NAAR MEERDERHEID, DE RADICAAL-LINKSE KRITIEK BLIJFT ONVERANDERD

Toen de PS tien jaar in de oppositie zat onder Chirac en Sarkozy, bekritiseerde ze fel het beleid van de regeringen Raffarin, Villepin en Fillon. Een belangrijke component daarbij was het internationale kader en het gebrek voor publieke actiemogelijkheden op nationaal niveau.8 Onder Sarkozy werd het discours van Marine Le Pen sterk gericht tegen een internationale financiële elite, die zowel de PS als de UMP geïnfiltreerd zou hebben. In 2012 slaagde ze erin om (binnen een eclectisch stemmenreservoir) ook sociaaleconomisch zwakkere groepen binnen te halen.

Hollande hoopt al van bij het begin van de legislatuur op een graduele verbetering van de internationale economie, waardoor ook Frankrijk zou worden meegezogen. Op die manier verkleint hij de politieke keuzeruimte echter dusdanig, dat een linkse politiek bijna onmogelijk is, klinkt het ook intern ter linkerzijde. Arnaud Montebourg richtte zijn pijlen met de ‘démondialisation’ grotendeels op wie aan de zijlijn was gelaten door de geglobaliseerde economie, om potentieel FN-publiek te capteren. In 2012 werd hij minister voor ‘Productief Herstel’, tot nu toe een weinig glorieuze rol van ambulancier voor noodlijdende bedrijven. Recent mocht de heraut van het ‘produire français’ de intrede van Chinese kapitaalverschaffers in de noodlijdende autobouwer PSA aankondigen. De kritiek verstomt evenwel niet, maar wordt enkel heviger.9 De initiatieven van Hollande, die op bijval kunnen rekenen ter rechterzijde, worden door linkse auteurs genadeloos neergesabeld.10 Het beeld van een convergentie met Duitsland is al helemaal anathema.11

DE PS INTERN

Aubry en Hollande hadden na de voorverkiezingen de eenheid van de partij voorop gesteld. De geweldige verkiezingsdreun schept weer ruimte voor discussie over de oriëntatie en maakt het behoud van de volkomen transparante en impopulaire Harlem Désir als premier secrétaire onwaarschijnlijk. De noodzaak om het budgettaire traject te bewaken, maakt het onwaarschijnlijk dat de sociaaleconomische lijn verandert. Het volgende partijcongres is voorzien voor 2016, maar een verandering dringt zich op voor de regionale verkiezingen van 2015. Waar Martine Aubry zich vanuit de oppositie associeerde met intellectuelen en experten om een programma op te bouwen12, bevindt de creativiteit van de PS zich vandaag in de technocratie. In het publieke debat is de partij totaal afwezig. Dat laat zich ook voelen in symbolische discussies, zoals rond het homohuwelijk of de opname van het genderthema in de leerprogramma’s voor de lagere school. Een Franse Tea Party stond op met de ‘Manif pour tous’, iets wat een paar jaar terug absurd had geklonken. Systematische harde aanvallen uit (extreem)rechtse hoek worden maar aarzelend beantwoord, discussies slepen eindeloos aan, om vaak door de president te worden beslecht door uit electorale schrik terug te krabbelen. De gemeenteraadsverkiezingen tonen evenwel aan dat wie schrik heeft, uiteindelijk toch slaag krijgt.

CONCLUSIE

De afwezigheid van veel linkse kiezers bij de gemeenteraadsverkiezingen heeft te maken met de onleesbaarheid van het beleid tot dusver. Hollande schippert tussen de verschillende groepen en lijkt enkel positie te kiezen voor de punten die niet in het oorspronkelijke kiesprogramma voorkwamen. De enige uitweg lijkt te zijn om aan Europa uitstel te vragen, en zo concessies te kunnen doen aan de linkervleugel van de partij. Na zijn aantreden vond Hollande hiervoor steun bij Rajoy en Letta, een piste die misschien opnieuw een uitweg kan bieden. Maar enkel op voorwaarde dat er doortastender geregeerd wordt en de president de moed toont om niet enkel opgedrongen maatregelen uit te voeren, maar ook zijn overtuiging te volgen. De linkse econoom Thomas Piketty, wiens oproep voor een fiscale hervorming vooralsnog niet gehoord werd, typeerde Hollande in januari 2014 nog als een ‘cafouilleur social à répétition’ (sociale knoeier uit gewoonte) die onvoorbereid aan de macht was gekomen.

Frederik Dhondt
Doctor-assistent Rechtsgeschiedenis, UGent

Noten
1/ Zie presidentieel programma (http://www.parti-socialiste.fr/articles/les-60-engagements-pour-la-france-le-projet-de-francois-hollande).
2/ Sébastien Rolland, ‘La Cour des comptes, cerbère de l’austérité’, Le Monde Diplomatique, November 2013.
3/ Engagement 36.
4/ Jean-Arnault Dérens en Laurent Geslin, ‘Malaise français, colère bretonne’, Le Monde Diplomatique, februari 2014.
5/ Engagement 14.
6/ Camille Landais, Thomas Piketty & Emmanuel Saez, Pour une révolution fiscale. Un impôt sur le revenu pour le XXe siècle, Paris, Seuil, 2011.
7/ Serge Halimi, ‘Le temps des jacqueries’, Le Monde Diplomatique, januari 2014.
8/ Benoît Hamon, Tourner la page. Reprenons la marche du progrès social, Paris, Flammarion, 2011.
9/ Frédéric Lordon, La Malfaçon. Monnaie européenne et souveraineté démocratique, Paris, Les liens qui libèrent, 2014.
10/ Frédéric Lordon, ‘Les entreprises ne créent pas l’emploi’, Le Monde Diplomatique, maart 2014.
11/ Olivier Cyran, ‘En Allemagne, les patrons votent à droite mais remercient la gauche’, Le Monde Diplomatique, September 2013.
12/ Martine Aubry et al., Pour changer de civilization, Paris, Odile Jacob, 2011.

Frankrijk - Hollande François

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 4 (april), pagina 51 tot 55