Abonneer Log in

Een Moeder van Niks

DE INZET VAN 25 MEI

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 5 (mei), pagina 4 tot 9

Toen mij gevraagd werd dit stuk te schrijven, werden een paar vragen gesuggereerd waarop ik antwoord kon geven. Tussen welke twee maatschappijmodellen hebben we de keuze? Waarom is dit de moeder aller verkiezingen? Allemaal vragen waarop ik moeilijk antwoord geven kon. Ik zag geen moeder. Ik zag geen modellen. Ik zag iets heel anders. Ik zag hoe een verkiezing die niets betekent heel belangrijk werd.

DE INZET VAN 25 MEI

Een Moeder van Niks
Celia Ledoux
De markten temmen
Luc Huyse
Een vernieuwd gelijkheidsprincipe
Jos Geysels
Een Europese Sociale Unie
Frank Vandenbroucke

DE VERKIEZINGSSHOW

Een democratie is iets moois. Of toch een van de minder tirannieke samenlevingsmodellen. We kunnen kiezen, er is relatieve inspraak, en als je mensen ervan overtuigd krijgt dat ze niet machteloos zijn, kan hun stem nog best iets betekenen in het stemhokje en zo nodig via burgeracties.

De afgelopen tijd worden er sterke uitspraken gedaan, is er weer ruzie in het parlement en wordt er in partijprogramma’s gepolariseerd. Het enige wat ik hierachter zie is dé zwakte van democratie: de verkiezingsshow. Want hoewel er nu degens worden getrokken en er in sterke dualiteit over ‘de keuze tussen twee maatschappijmodellen’ en ‘de moeder aller verkiezingen’ wordt gesproken, is er de afgelopen jaren eigenlijk gepraat in nuances van eenzelfde discours.

DANKBAAR VOOR UW RIOOL

Toen ik pas begon te werken, stuurde een studiegenootje een link door met een calculator van hoe relatief rijk je was op wereldschaal. We waren afgestudeerd in Internationale Betrekkingen en uitgewaaierd. Ik zat in de internationale communicatie, een ander op een bank, eentje ging bij de spoorwegen werken als kaartjesknipper en de wilde studiegenoot die met mij veroveringen besprak tijdens springuren was er niet bij. Die zag ik - de wonderen van Facebook - onlangs als geairbrushte schepen van een middelgrote stad opduiken. De mailverstuurder was de sociale sector in gedoken.
Hoewel wij als pas afgestudeerden (behalve dan de diplomatenzoon die mij onder het bekijken van zijn stamboom ten huwelijk had gevraagd) een carrière lanceerden maar redelijk arm waren zoals het een twintigjarige betaamt, scoorden we hoog. We waren bij de tien rijkste procent ter wereld, meen ik, alleen al doordat we dichte riolering, betonnen straten en een redelijk stabiele munt genieten.

Elk recipiënt mailde netjes iets deemoedigs terug. Ik mailde niks. Ik vond het stinken.

Tien jaar later zat ik bij een consultancybedrijf en ontdekte Thomas Piketty wat mijn neus niet onder woorden gebracht kreeg: dat de kloof tussen superrijk en ‘de rest’ vele malen groter is dan die tussen de middenklasse en de armen. Die link over hoe rijk je was, dat was meer een klassiek katholiek schuldgevoeltestje.
Op een passende wijze voor iemand die termen als ‘the one percent’ uitvond, werd Piketty pas nóg eens tien jaar later bekend en kreeg hij opeens interviews in allerlei kranten. Intussen had ik het licht gezien, was ik niet meer op weg steenrijk te worden (wellicht via huwelijk met een corporate banker, want door hard werken raak je alleen in een burn-out), was ik schrijver en waren de recepties waar ik kwam dus een stuk minder chic. En ik was een van de 99%.

NEEN IS GEEN PROGRAMMA

Het viel me op hoe we worden bekogeld met hoe goed we het wel hebben, en dat er bespaard moet worden op die waanzinnige rijkdom. Waarbij wel wat aan te merken viel. Mogelijk zijn we nominaal niet arm, maar de basisrechten en -voorzieningen kosten de laatste jaren bijvoorbeeld astronomisch meer. En toch is er géén ander discours geweest tijdens de afgelopen legislatuur. Piketty wordt niet vernoemd, zelfs niet door wie hem ideologisch voorstaat. Zelfs Chomsky en Keynes werden nauwelijks opgevist. De agenda is gezet door Dalrymple. Het politiek verzet bleef bij tegenstemmen, ontkrachten en neenzeggen. En ‘neen’ is geen programma.
Het is wél de enige innovatie bij deze saaiste aller verkiezingen: je stemt dit keer niet ‘tegen’ als je voor extreemrechts gaat - zoals het Vlaams Blok 20 jaar de tegenstem symboliseerde - maar stemt tegen het liberale programma van De Wever.

Dit maatschappijmodel gaat sterk ten koste van wie van nature verliest in de samenleving: armen, werklozen, steuntrekkers, sociaal zwakkeren, asielzoekers, ouderen en andere uitvreters, en bespaart bij grootkapitaal en de toplaag van rijke Belgen. En toch scoort De Wever bij het volk. Hij is een éénmanspartij met schorremorrie allerhande op zijn lijsten, en toch zal hij in heel Vlaanderen scoren. Wonderlijk toch?

DE JOLIGSTE PARTIJ VAN VLAANDEREN

Als ex-communicatiespecialist vind ik dat een prestatie. Ik sla bewonderend gade hoe De Wever deze agenda enerzijds heeft verkocht gekregen als een samenhorigheidsfeest dat de gemiddelde Vlaming ten goede komt, en anderzijds als maatstaf heeft gesteld.

Verkocht, want vele Vlamingen - ook de grote meerderheid die bij zijn plannen geen baat heeft - zien N-VA als hun vertegenwoordiger. Ik ken een aantal N-VA-stemmers. Slechts bij één van hen is de stem logisch: hij is miljonair en grootverdiener. Al verschilt deze vriend sterk met mij van mening en vlammen de ideologische discussies tussen ons, ik vind zijn stem pragmatisch: hij stemt écht voor een afgevaardigde. Eén van de andere stemmers komt zelf op voor N-VA. Zij haalt telkens weer sociale issues aan waarover ze schande spreekt, maar waarbij juist de N-VA die ‘schande’ in de hand werkt. ‘Eigenlijk hoor jij ideologisch bij de PVDA+; dat weet je toch?’, zeg ik haar, en soms zelfs ‘Heb je het partijprogramma wel eens gelezen?’ Dat bevestigt ze, gaat dan haastig over op een ander onderwerp. Waaruit weer blijkt dat ze het programma mooi niet las. Ze stelt de partij niet in vraag. Ik kan alleen concluderen dat N-VA wel een erg jolige bende moet zijn. En ook dat het een beetje eng is, dat blinde volgen.

Maatstaf, want partijen staan nauwelijks een eigen visie voor, maar hebben het over De Wevers maatschappijmodel in verschillende gradaties - en een tijdlang lanceerde de man zijn ideeën volgens een prima publicatiemachine: in de weekendkrant, voor of op een feestdag, op tijd voor Terzake of Reyers Laat, zodat er weer een halve week over hem gepraat werd - voor of tegen. Reclame is reclame. Wel heeft PVDA+ de alternatieve mode gelanceerd te besparen via vermogensbelasting, maar het blijft besparen. Groen en sp.a pikten dat op. Sp.a helaas zo dicht bij de verkiezingen dat het naar verkiezingsdrukwerkinkt ruikt.
Verder zijn taal, blinde vlekken en issues waarin onze politici praten gemeenschappelijk: die van De Wever.
Wacht. Issues?!

DE THEMA’S! WELKE THEMA’S?

Sociale media zijn een pest, want ze pikken onze privacy in. En daar is iedereen boos om, weten we via sociale media. We vinden drones vuile beestjes, willen geen Oosterweel en bijna iedereen zou Pieter De Crem naar de speelgoedwinkel sturen wanneer hij nog eens om F-16's komt zagen in vredes- en crisistijd.
We zitten collectief in met onze oude dag - om de sociale afbraak in pensioen én de crappy bejaardentehuizen die norm worden, om de longen van onze kinderen en de crèches - het gebrek aan plaatsen, maar vooral de aberrante zorg. Hoewel milieu ons nog verdeelt, is iedereen boos dat er failliete banken zijn gekocht en is ‘Bankier’ nu een schandelijk beroep (behalve als je kind met eentje trouwt, dan komt het met dat bejaardentehuis misschien nog goed). Hoewel milieu een verdeeld issue is, merk je dat die verdeeldheid wegvalt bij onderwerpen als bijensterfte en het Europees gelobby van Bayer daaromheen, de fijnstofwaarden en de recent gekapte bossen. Over alle politieke partijen heen vertrouwen we de EU nog evenveel als een statement van de NSA dat ze onze gegevens nooit meer zullen tappen. We voelen ons terecht bespioneerd door de staat en over GAS-boetes draaien we van Groen tot Vlaams Blok collectief de ogen. Hoeveel we nog om cultuur geven is onzeker; en dat maakt het op zich al een interessant onderwerp. Maar een thema is het, één of twee goedgespecialiseerde volksvertegenwoordigers niet te na, niet.

Dit blijkt sommige politici te verbazen. Toen een vooraanstaand politicus me vroeg waar ik me in Brussel het meest zorgen om maakte, zei ik dat dat fijn stof was. ‘Echt waar?!’, zegt de politicus met ontstellende verbazing.
Wat mij dan weer verbaast. Ik hap benzine bij elke teug adem, en mijn tere kinderen ook. Waarom zou ik met geweld inzitten als ik de misdaadstatistieken ken? En wie een hoofddoek draagt en waar zal me worst wezen, als ze maar met twee woorden spreken. Maar wie een extra strook op de Brusselse ring wil, kan mijn stem levenslang in het beton gieten.
Ben ik echt de enige? Heb ik een clubje zeer onmodale Vlamingen en Brusselaars om mij heen? En wil de rest van Vlaanderen echt de afgedankte Ford-mensen hun brugpensioentje ontzeggen, of komen mijn kraamverzorgster met overduidelijk flink rechtse sympathieën en ik puur per toeval overeen?

DE STEMTEST IS DOOD, LEVE HET STEMTEST!

Ik ga u niet vervelen met de zoveelste discussie welke de beste stemtest is, of de vragen partijdig zijn, welke partijen erin horen. Of de verschillende stemtests goed zijn, vind ik een minder interessante discussie dan welke thema’s ze aansnijden. Onderwijs: mogen hoofddoeken op school? Milieu: moeten carpoolers in de spits een eigen rijstrook krijgen? Wat een doekjes voor het bloeden zijn me dat? EU-kritiek, bankencrisisretributie, privacy, internationale politiek: geen woord.
Dé stemtest van deze verkiezingen is daarmee de alternatieve ‘Het Stemtest’. Die vraagt o.a. hoe je de wijn van Karel De Gucht vond en hoeveel miljard bankiers bij de volgende bankencrisis mogen krijgen (1,5,10 of ‘het ros geld in mijn portemonnee en een toek op hun bakkes’). Niet je stem wordt in vraag gesteld, wel het ontbreken van issues, de ogenrollend futiele ‘inzet’ en de asociale hoofdbrok.
Met ‘een VIP-strook voor VIP-chauffeurs’ of ‘parkeerplaats voor drones’ als oplossing voor de milieucrisis, de suggestie dat Monsanto, Verhofstadt of Obama de EU leiden en de vraag of je een GAS-boete mag geven aan mensen die Meatlove aanvragen op een trouwfeest dan wel aan mensen die het eind van films verklappen, kan u én eens goed lachen én merken hoe de kloof tussen politiek en mensen voor het eerst bewaarheid is.

De test is nog redelijk accuraat ook. Maar dat is bijzaak.

VERKIEZINGSTIJD: OOGKLEPPEN OP!

Hoewel in verkiezingsaanloop politiek altijd als een scherp gesteld, duidelijk zwart-witgebeuren wordt voorgesteld, verwordt het na diezelfde verkiezingen altijd in een compromis, een schipperen, een laveren. Wie je vurig en zeker het kiezershof maakte, moet na het huwelijk gaan overleggen met zijn eerdere aartsrivalen en vergeet daarin al eens zijn kiesvrouw. Om twee jaar later weer in de rol van de minnaar te worden gedwongen, kwelend dat het anders wordt.

Dé voorspeller van een prettig uitdraaiende stem is door dat fundamenteel manco bijna nooit verkiezingsdrukwerk - jammer van de bomen - wel de voorbije daden van politici. Spijtig genoeg heb ik politici de afgelopen jaren een vrij uniforme taal horen spreken: besparen in cultuur en sociale issues, wegkijken van milieu en bankwezen en andere internationale thema’s, leunen naar het Thatchermodel in meer of mindere mate. Pas nu in verkiezingstijd differentieert die taal zich, en begint links zich te profileren. Dat had wel een paar jaar eerder gemogen. Het is geen wonder te noemen dat Bart De Wever de PS als aartsvijand neemt zoals ooit de Volksunie: sp.a stelt zich niet oncoöperatief op.

KAN HET INDIVIDU ONS REDDEN?

Hoeveel geloof moeten we aan stellige uitspraken in verkiezingstijd hechten? Ik weet het niet. Maar ik weet ook niet of ze ons verkiezingsmoe mogen maken. De democratie blijft van ons, ook als we om de paar jaar hevig worden verleid en daarna behandeld als de sloor op sletsen in de keuken. Verkiezingsbeloften zijn geen teken dat democratie niet werkt, maar een ingebouwde zwakte van een op zich redelijk systeem.
Als het voorbije gedrag van partijen niets brengt, werkt in de keuze van een echtgenoot afgevaardigde wel bijhouden hoe personen zich gedragen. Stemt uw sympathieke verkozene steeds tegen uw favoriete issues? Dumpen. Moet een welmenend politicus zich steeds schikken naar een tirannieke partij? Misschien toch maar niet. Het is heerlijke wraak om bij wat u een rotbeslissing vindt te denken: jij krijgt nooit mijn stem, jij engerd/kreng/zak/trut. Het is ook prettig om vergevingsgezind te zijn bij een misstap, en het spaart zelfs uit op reality-TV met - weliswaar zeer vertraagd - interactief wegstemmen.

Misschien kan in tijden van versnippering het individu dus de politiek redden - zoals één individu de politiek ook op deze ja/neenpiste heeft gezet. Het persoonlijke lijkt in verkiezingstijden ver weg voor de kiezer en dichtbij voor de deurenleurende kandidaat. Misschien helpt het ons nog niet in deze verkiezingen zonder onderwerp, die niemands moeder zijn en alleen een zoveelste misworp qua inzet. Maar wellicht realiseren we ons een volgende ambtstermijn dat partijen uit mensen bestaan, met een lappendeken van vooral persoonlijke overtuigingen. Met soms extreem veel inzet of stille, kippenvelcompetente inzet.
Dat maakt het waard politiek te volgen in tijden dat wij collectief apathisch heten, maar wellicht eerder gefrustreerd wachten op politieke schoonheid: de mens. Bij de kiezer, bij de kandidaat. In elke stem.

Ik weet dat het een utopisch einde is. Maar zonder Utopia geen verandering.

Celia Ledoux
Schrijfster

verkiezingen - ideologie

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 5 (mei), pagina 4 tot 9