Log in

'De vechtpartij. De PvdA van Kok tot Samsom'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 6 (juni), pagina 83 tot 84

De vechtpartij. De PvdA van Kok tot Samsom

Thijs Niemantsverdriet
Amsterdam, Atlas Contact, 2014

In Nederland verscheen onlangs De vechtpartij van Thijs Niemantsverdriet, parlementair verslaggever en PvdA-watcher bij NRC Handelsblad. Het boek buigt zich over de leiderschapskwestie binnen de PvdA, van Wim Kok tot Diederik Samsom. Aan de hand van goed geïnformeerde bronnen beschrijft hij de woelige partijgeschiedenis van de afgelopen vijfentwintig jaar. De PvdA moest dikwijls zware electorale klappen incasseren maar kwam telkens terug. Hoe komt het dat de PvdA constant in een crisis lijkt te verkeren? En waarom wordt er in PvdA zo veel geruzied? Op deze, en andere, vragen probeert Niemantsverdriet een antwoord te geven. Hij detecteert daarbij drie hardnekkige kwalen: ideologische onzekerheid, onplezierige omgangsvormen en grote neiging tot zelfkastijding.

Niemantsverdriet - wat een heerlijke (op de PvdA toepasbare?) naam - focust vooral op de mensen die de partij maken. In hun krachten en tekortkomingen schuilt een even groot deel van de verklaring voor de vele pieken en dalen van de sociaaldemocratie als in het permanente geworstel met de koers en de ideologie. De auteur documenteert de drie miraculeuze heropstandingen van de PvdA: in 1994 met Wim Kok, in 2003 met Wouter Bos, in 2012 met Diederik Samsom. Allen hadden ze een ding gemeen: ze waren te danken aan de persoon van de leider, niet aan de ideeën van de partij, aan een sterk optreden in de verkiezingscampagne, gecombineerd met het strategisch machtselement: ‘Stem op ons, dan worden we de grootste op links’. Het is cruciaal, aldus Niemantsverdriet, dat de PvdA de meeste zetels blijft houden op links. "Zodra de SP er één keer in slaagt groter te worden, zoals dreigde in 2006 en 2012, is de PvdA haar belangrijkste troef kwijt. Van ‘sterk’ en ‘sociaal’ blijft dan alleen nog ‘sociaal’ over - en verliest de PvdA haar bestaansrecht".

Sociaaldemocratie en leiderschap, het is een ingewikkelde combinatie, zo leert het boek. "Geen partij die zulke messianistische verwachtingen heeft van haar leiders als de PvdA: de achterban voelt een diepgewortelde, intuïtieve behoefte aan een verlosser de al het leed doet vergeten". In de partij heerst dan ook een sterke ‘afrekencultuur’ als het misgaat. Ook na de recente oplawaai bij de lokale verkiezingen in maart 2014 gingen alweer stemmen op of Lodewijk Asscher misschien geen betere leider was dan Diederik Samsom. Toch is de PvdA tamelijk standvastig inzake haar partijleiders. Sinds 1986, het afscheid van de legendarische Joop den Uyl, waren dat er slechts vijf: Wim Kok, Ad Melkert, Wouter Bos, Job Cohen en Diederik Samsom (ter vergelijking: de sp.a kende er zoveel sinds haar naamsverandering in 2001). Kok was 16 jaar voorzitter; Wouter Bos 8 jaar.

Voor Niemantsverdriet hebben de verlossers van de PvdA (Kok, Bos en Samsom) ten minste drie dingen gemeen. Een. Ze konden hun kans grijpen dankzij het kordate optreden van een partijvoorzitter. Zo was het Hans Spekman, die na het vertrek van Job Cohen, de weg plaveide voor Diederik Samsom. Twee. Ze staan onthecht ten opzichte van hun eigen partij. Wouter Bos interesseerde zich geen moer in het partijkader; hij liet zich buiten de partijstructuren adviseren door een geheim groepje vrienden genaamd Mercurius. Ook Samsom past in die traditie van onthechtheid. Als politicus staat hij niet alleen boven het gekibbel van de andere partijen in Den Haag, maar ook boven dat van zijn eigen partij: in 2012 ramde hij het verkiezingsakkoord met VVD door de strot van de eigen achterban. Drie. Deze PvdA-leiders hebben een uitgesproken afkeer van oppositie voeren. Ze zien oppositie als een noodgedwongen rustpauze tussen twee bestuursperiodes in.

In dit journalistieke boek worden de hoogte- en dieptepunten van de PvdA smakelijk opgediend. Minder duidelijk wordt het waarom de recente geschiedenis van de PvdA er zo achtbaanachtig uitziet. We lezen weinig over een veranderende maatschappij, over een uiteengevallen achterban door de ontzuiling en individualisering, over de impact van immigratie op de welvaartsstaat, enzovoort. Neen, Niemantsverdriet zoekt de verklaring vooral in de ‘harde, confronterende partijcultuur’, die volgens hem een gevolg is van het feit dat bij de sociaaldemocraten "het verbeteren van de samenleving boven prettige omgangsvormen gaat: de Partij van de Animositeit houdt van de mensheid, niet van mensen".

De auteur schetst het beeld van de PvdA als ‘vechtpartij’. "Natuurlijk wordt er ook in andere partijen geruzied, maar bij de PvdA lijken deze ruzies extra hard. En wat belangrijker is: ze zijn (bijna) altijd openbaar. Geen enkele partij heeft zoveel kritische rapporten over zichzelf geschreven als de PvdA. En boze PvdA’ers vallen elkaar (bijna) altijd af via de media." Hoewel Diederik Samsom zichzelf eerder ziet als een nieuw soort PvdA’er, want een ‘zij-instromer’ die na een carrière als actievoerder bij Greenpeace voor de politiek koos, past hij wonderwel in de traditie van de ‘vechtpartij’: hij is hyperintelligent, hyperactief, eigenzinnig en kent weinig geduldig. Zijn turbulent leiderschap zorgt voor irritatie bij collega-Kamerleden en partijleden.

Thijs Niemantsverdriet heeft, ook voor Vlamingen, een toegankelijk boek geschreven dat leest als een trein. Hier en daar vallen wel bruggetjes te maken naar de sp.a. Het boek toont alvast aan dat sociaaldemocraten overal met veel van dezelfde kwalen kampen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 6 (juni), pagina 83 tot 84