Log in

'Wereldvreemd in Vlaanderen. Bakens voor een progressieve politiek'

Uitgelezen

Wereldvreemd in Vlaanderen. Bakens voor een progressieve politiek

Vooruitgroep, E. Corijn & P. Saey (red)
Epo, Berchem, 2014

De ‘Vooruitgroep’ is een denktank die regelmatig standpunten publiceert. De leden zijn vaak aan universiteiten verbonden en komen uit diverse disciplines. Ze hebben gemeen dat ze een nieuwe invulling willen geven aan wat links betekent, een ruimte willen bezetten links van links. En ze hebben het niet zo voor de ‘Gravensteengroep’, die zich progressief en Vlaams opstelt. Hun houding leidt tot een verkleining van het territorium van de solidariteit, terwijl zich juist een mondiale schaal opdringt. De ‘Gravensteengroep’ is voor hen een voorbeeld van de nieuwe Vlaamse hegemonie, een ‘pensée unique’, die dringend doorbroken moet worden. De ‘Vooruitgroep’ maakt zich zorgen over de verrechtsing en wil de democratische cultuur herstellen. Links wil volgens hen fundamenteel streven naar een maximale herverdeling, ongelijkheid is niet aanvaardbaar. Het boek gaat uit van het besef dat de wereld grondig veranderd is en dat er een antwoord moet komen op een aantal levensbedreigende uitdagingen.

Het wordt reeds in het eerste hoofdstuk duidelijk gemaakt, maar het is een constante in alle stukken: de economische logica moet worden doorbroken ten voordele van het primaat van de democratische politiek. De wereld zit in een diepgaand veranderingsproces, er is een nieuwe orde in de maak en de oude recepten werken niet meer. Het antwoord kan niet simpelweg zijn de schaal groter of kleiner maken. Beide zijn nodig. De wereld bestaat niet uit ‘nationale containers’, maar uit veel met elkaar verbonden schalen. De steden zijn daar een heel belangrijke factor in. We moeten vooral aanvaarden dat we instrumenten nodig hebben voor een alternatieve analyse. Maar ook dat politiek niet neerkomt op het vinden van compromissen. Politiek is niet dialogisch, maar antagonistisch. Op het politieke strijdtoneel staan tegenstanders, die zich positioneren langs duidelijke breuklijnen. Wie de consensus nastreeft, blijft onvermijdelijk in het centrum. En de breuklijnen zijn duidelijk: de klassen, het milieu en het open of gesloten zijn.

De dominante marktlogica moet dus worden doorbroken. Eindeloze kapitaalsaccumulatie en winstmaximalisatie moeten worden vervangen door het bevredigen van behoeften. Of zoals een van de auteurs het schrijft: eens we geproduceerd hebben wat nodig is, moeten we er gewoon mee stoppen. Het voortbestaan van de planeet is bedreigd en het kapitalisme biedt gewoon geen oplossing. Dat is op zich geen aanval op de vrije markt, want de ongebreidelde winstmaximalisatie is juist alleen mogelijk wanneer de markt niet vrij is. Er is eigenlijk maar één vraag te beantwoorden: hoe de samenleving organiseren zodat gelijkheid echt mogelijk wordt? Gelijkheid is het regulerend ideaal, het kompas als het ware.

Maar we zijn er nog niet. Er is nog veel en dringend denkwerk nodig, schrijft tenminste Francine Mestrum. Er is een nieuw sociaal-progressief concept nodig van sociale bescherming, maar daar moet nog ideologische strijd voor gevoerd worden en er is dringend een democratisch debat nodig: ‘We moeten nadenken over een nieuw model dat bijna vanzelf kan leiden naar een aanpassing van het economisch systeem, wellicht in de richting van een solidaire en sociale economie, met bovendien een integratie van milieurechten.’ (123) Dit kader wordt in de andere hoofdstukken nog wel breder opengetrokken, maar niet iedereen blijft even bescheiden. Sommige auteurs hoeven helemaal niet meer na te denken en schelden op wie die anders denkt dan zij zelf. Het neoliberale paradigma moet worden doorbroken en de pseudoprogressieven kunnen daartoe geen bijdrage leveren.

In het deel ‘Hete hangijzers’ wordt het concreter en gaat het over milieu, verstedelijking en diversiteit. Er wordt gepleit voor een versterking van de stedelijkheid en voor een linkse kosmopolitische politiek. Maar vooral het hoofdstuk over de klimaatopwarming is interessant. ‘Nog nooit was optimisme zo onverantwoord’ (146), schrijven Anneleen Kenis en Matthias Lievens. De gevolgen van de klimaatopwarming zijn wel degelijk al te zien. En er is maar een oplossing: de fossiele brandstoffen in de grond laten zitten! De groene economie heeft dat niet begrepen. Ze probeert oplossingen naar voor te schuiven die compatibel zijn met groeidwang en een absurde financiële logica. Ze wil de klimaatcrisis aanpakken via de markt. Het ecologisch denken wordt op die manier gewoon gekoloniseerd door de economie, men wil er zelfs een opportuniteit in zien om meer groei te stimuleren. De idee van natuurcompensatie past daarin: we mogen blijven uitstoten als we dat maar op een of andere manier compenseren. Daarmee maken we onszelf illusies: ‘Als de koek voortdurend moet groeien, moeten de inspanningen om de economie te vergroenen des te groter zijn.’ (154) Het is een vicieuze cirkel, waarvoor de zogenaamde efficiëntiewinsten nooit groot genoeg kunnen zijn en het sociaal kostenplaatje veel te hoog is. Er moet een linkse en progressieve invulling komen voor het ecologisch project, met bijvoorbeeld een stop van de subsidies aan fossiele brandstoffen, een consequente keuze voor 100% hernieuwbare energie, een CO2-taks, enzovoort.

Ik besef dat dit een zeer onvolkomen samenvatting is van het boek en dat misschien niet alle auteurs het over alles eens zijn. Het is altijd moeilijk bij ‘readers’, maar ik hoop dat ik toch de grote lijn weergegeven heb. Het is meestal geen boeiend boek geworden, helaas. Daarvoor is het abstractieniveau te hoog. Ik denk dat de ‘Vooruitgroep’ volkomen gelijk heeft te pleiten tegen de marktlogica. Wanneer die niet doorbroken wordt, kunnen de problemen inderdaad nooit echt aangepakt worden. En het is waar dat de marktlogica er te dikwijls in slaagt alternatieven te recupereren. Compensatie voor CO2-uitstoot lijkt me inderdaad een valstrik en met zonnepanelen moet je als overheid wel degelijk uitkijken. Maar het is gemakkelijk om de mantra steeds opnieuw te herhalen dat er een ander paradigma moet komen; het is veel moeilijker om er effectief aan te beginnen. Ik begrijp dat maar al te goed en beweer zeker niet dat ik daar zelf pasklare remedies voor heb. Maar wat meer bescheidenheid van sommige auteurs zou op zijn plaats zijn. Francine Mestrum heeft gelijk dat er nog heel veel denkwerk moet gebeuren. Probleem is dat de ‘Vooruitgroep’ principieel tegenstanders zoekt. Ze vinden terecht dat politiek op meningsverschillen drijft, maar ze willen de klassenstrijd voeren, weet je wel. Maar wie dat wil doen zonder zijn tegenstander te overtuigen of minstens een stuk van de weg samen af te leggen, kan hem alleen maar de kop inslaan vrees ik. Eigenaardig dan dat er een paar keer gepleit wordt voor convivialiteit.

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 6 (juni), pagina 85 tot 87