Abonneer Log in

De Circulaire City-economie

DE ARBEID VAN DE TOEKOMST

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 4 (april), pagina 34 tot 37

DE SITUATIE IN 2015

Het is ondertussen alweer vijftien jaar en een paar maanden geleden dat de wereld z’n adem inhield en met gekruiste vingers de secondewijzer naar middernacht zag overslaan. Gelukkig bleven we toen van de allesverwoestende ‘millennium bug’ bespaard. Wie weet waar zouden we nu staan, moesten op die ene oudejaarsavond alle computersystemen er de brui aan gegeven hebben. Dit als voorbeeld van hoe onvoorspelbaar de toekomst was en altijd zal zijn in onze ‘global village’ waarin alles en iedereen met elkaar verbonden lijkt. Er duiken met de regelmaat van een klok, en toch steeds weer onverwacht, ‘black swans’ op: gebeurtenissen in binnen- of buitenland die onze maatschappij en onze arbeidsmarkt beïnvloeden, maar die niemand had zien aankomen of waarop alleszins onvoldoende geparticipeerd werd. We leven in wat mijn vriend uit de IT-wereld Peter Hinssen een VUCA-wereld noemt: volatiel, onzeker, complex en ambigu.

De belangrijke les die we hieruit moeten trekken, is dat we maar beter op meer dan één paard wedden als we met ons arbeidsmarktbeleid willen anticiperen op de uitdagingen van morgen. De les die we hier zeker niet uit mogen trekken, is dat het toch geen zin heeft vooruit te blikken en een langetermijnvisie te ontwikkelen. Ze is morgen toch al achterhaald. Die redenering slaat de bal helemaal mis, want een goede langetermijnvisie moet er namelijk in bestaan de arbeidsmarkt net op die manier in te richten dat ze kan omgaan met voortdurende onzekerheid, externe schokken en onstopbare evoluties. De arbeidsmarkt zal immers ook geconfronteerd worden met disruptieve ideeën, processen en producten. Zelfs het pleidooi voor een disruptieve sociale dialoog dook recent op. Maar ondanks alle onzekerheden zijn er ook evoluties die wel behoorlijk goed in te schatten vallen op de middellange en lange termijn, zoals bijvoorbeeld de demografische trends.

We weten al een hele tijd dat onze samenleving aan een hoog tempo vergrijst. Al vele jaren voor de ‘millennium bug’ werd hiervoor gewaarschuwd. In een documentaire uit de jaren 1980 over het brugpensioen, die recent om één of andere reden opnieuw werd uitgezonden op Canvas, waarschuwde men reeds voor de onhoudbaarheid van die maatregel in het licht van de vergrijzing. We weten ondertussen dat in 2030 zo’n 1 op 4 Vlamingen ouder zal zijn dan 65 jaar. In 1990 was die verhouding 1 op 7. Er zijn tegen dan ongeveer 40 65+ers voor elke 100 Vlamingen op arbeidsleeftijd. De vorige federale Minister van Werk, Monica De Coninck, overdreef dus niet toen ze zo erudiet stelde dat ‘iedereen met poten en oren zal moeten werken’. We weten dit ook al heel erg lang, maar als het over concrete maatregelen gaat zijn er toch nog steeds velen die het selectief vergeten zijn. De sense of urgency lijkt echter na vele jaren van prediken in de woestijn toch ook doorgedrongen bij onze politieke elites.

In onze omgevingsanalyse lezen we ondertussen dat het aandeel 80+ers in onze samenleving binnen 15 jaar 1 op 14 zal bedragen, tegenover 1 op 20 nu. In 2012 werd voor het eerst de kaap van de 1000 100+ers gerond! Vaak wordt gedacht dat dit alles mee veroorzaakt wordt door een dalend aantal kinderen dat geboren wordt. Uit de cijfers blijkt echter dat deze ‘ontgroening’ stagneert, waarbij we zowel in 2010, 2020 als 2030 zo’n 16% -15-jarigen zullen tellen. De maatschappelijke evolutie die hier een deel verklaring biedt, is dat de migranten die zich de afgelopen decennia in Vlaanderen gesetteld hebben wel vaak voor een grote kroost kiezen. Een bezoek aan een paar willekeurige scholen volstaat om vast te stellen dat onze jeugd een smeltkroes is van verschillende achtergronden, nationaliteiten en culturen die onze samenleving de komende decennia een heel ander karakter zullen geven dan vandaag.

Die superdiverse bende leerlingen van vandaag zijn de twintigers en dertigers die in 2030 onze bedrijven en publieke diensten zullen draaiende houden. Dit vraagt nu om een sterke diversiteitsaanpak waarbij we echt enkele tandwielen groter schakelen. Vooruitblikken naar 2030 heeft geen zin als we nu blijven stilstaan en niet handelen!

FAST FORWARD NAAR 2030

Circulaire economie

De algemene tendens is dat er terug kansen te rapen zijn voor enthousiaste jongeren. Eindelijk wordt algemeen erkend dat al te lang werd vastgehouden aan het economisch model van de 20ste eeuw dat niet alleen een veel te grote druk legde op onze planeet, maar net zo goed op haar inwoners opdat ze steeds harder zouden werken om steeds meer te consumeren. De Circulaire economie, waarin meerwaarde gecreëerd wordt door te hergebruiken, te herbestemmen en bovenal zuinig met grondstoffen om te springen, wordt beschouwd als hét economische model van de 21ste eeuw. Wat vorige eeuw nog werd weggezet als een naïeve hallucinatie van groene jongens werd uiteindelijk opgepikt, wetenschappelijk onderbouwd door gerenommeerde studiebureaus zoals McKinsey en geconcretiseerd in ingrijpende initiatieven van de Europese Commissie tot de lokale besturen. Veel van deze Europese, Vlaamse en lokale steunprogramma’s die de omslag naar een 100% groene, circulaire economie tegen 2050 helpen bewerkstelligen richten zich naar ondernemende jongeren, en stimuleren volop het omzetten van hun verbeeldingskracht in ecologisch verantwoorde start-ups. Het bouwen en onderhouden van passiefhuizen en -gebouwen, het onderhoud van elektrische fietsen en wagens, het onderzoek naar de meest energie-efficiënte materialen en technieken,… Ze bieden kansen voor jongeren van elk scholingsniveau, die bovendien weten dat ze meewerken aan een duurzamere toekomst. Het is dan ook moeilijk te geloven dat deze omslag zo laat pas begint door te werken, terwijl de baten de kosten zo ongelooflijk duidelijk overstijgen.

Competentiemanagement

De idee van ‘herbestemming’ en ‘recyclage’ zit ook ingebakken in onze arbeidsmarkt en hoe er met ons menselijk kapitaal wordt omgegaan. De verregaande robotisering en automatisering van eenvoudige repetitieve handelingen hebben ervoor gezorgd dat vooral de middengeschoolden het enorm moeilijk hebben om aan de slag te gaan. Er waren in 2020 nog amper bedrijven die administratieve taken aan een werknemer toevertrouwden. Gelukkig voor hen bestaat er sinds enkele decennia een uitgebreid aanbod aan bijscholingen die in verschillende leervormen worden aangeboden, en waarvoor de overheid samen met de bedrijfswereld een groot stuk van de kosten dragen. Ook voor werknemers staat dit ruime aanbod open, en werkgevers stellen zich veel meer dan vroeger flexibel op om hun werknemers zich te laten ontwikkelen. Zo worden burgers doorheen heel hun carrière, van op school tot aan het pensioen, door de overheid, de werkgever en elkaar gestimuleerd om actief de eigen Competenties bij te schaven en af te stemmen op de opportuniteiten in de arbeidsmarkt. Ontslagen als bediende bij de overheid? Dan word ik nu eindelijk kinesist! Wat in 2015 absurd in de oren klonk is in 2030 geen uitzondering meer. De arbeidsmarkt functioneert nu immers ook als een kringwinkel volledig in lijn met het nieuwe economische model. Kortom, cradle-to-cradle als groene draad.

Creative Cities

Soms lossen ernstige maatschappelijke problemen zich ook op uit noodzaak eerder dan door een doordacht beleid. De voorbije jaren werden nog amper klachten geregistreerd over discriminatie op de arbeidsmarkt. Dit is ongetwijfeld te wijten aan de enorme krapte in de jaren 2018-2028 waardoor werkgevers gaandeweg hun vooroordelen lieten varen en iedereen met poten en oren een kans gaven om zich te bewijzen. Het is bijna niet voor te stellen dat de meeste bedrijven zelfs tot in 2020 een bijna volledig wit personeelsbestand kenden, zeker in de grote steden waar de meerderheid van de schoolverlaters een migratieachtergrond heeft. Op een aantal wijken na is de ongekwalificeerde uitstroom uit het onderwijs nagenoeg onbestaande. Dat laatste is dan weer geen toeval, maar het resultaat van een goede ondersteuning door de scholen van jongeren met problematische thuissituaties en een sterk stelsel van duaal leren en werken met een goede interactie tussen onderwijs en bedrijven die samen investeren in de competentieverwerving van jongeren.

De ministers van begroting in die periode zijn zelf opvallend grijzer geworden van de opeenvolgende begrotingstekorten door de vergrijzing, maar nu we over de piek heen zijn (de uitstroom uit de arbeidsmarkt is ondertussen nog nauwelijks groter dan de instroom) en er al een tijdje een optimisme heerst bij burgers en ondernemers beginnen die tekorten zichzelf op te lossen. De ouderen van vandaag zijn dan ook niet de ouderen van vroeger: ze blijven actief leven en bewust consumeren tot in het rusthuis en vormen op die manier ook een economische drijfkracht. Het aantal bedrijfjes dat diensten levert aangepast aan of specifiek voor ouderen schiet de laatste jaren als paddenstoelen uit de grond. De verzilvering creëert daar bovenop werkzekerheid voor de vele jongeren die in de zorgsector aan de slag gaan.

In de steden vallen zo een aantal cruciale puzzelstukken in elkaar waardoor innovatie alle kansen krijgt. Er heerst een algemeen enthousiasme dat het wel degelijk mogelijk is iets duurzaam op te bouwen door in te spelen op de nieuwe behoeften van vandaag. Diverse talenten worden in de scholen herkend en gekoesterd en in contact gebracht met mentors die hun ideeën helpen waarmaken. De diversiteit in de grootsteden is de drijvende kracht van creativiteit, innovatie en ondernemerschap. Ze genereert via crowdfunding nieuwe mogelijkheden voor de nieuwe generatie ondernemers die met creatieve oplossingen bijdragen aan een duurzame, circulaire economie. Onze Creative Cities vormen zo meer dan ooit een economische motor die welvaart creëert voor heel Vlaanderen.

Fons Leroy
Gedelegeerd bestuurder VDAB

arbeid - arbeidsmarkt - circulaire economie

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 4 (april), pagina 34 tot 37