Abonneer Log in

'De ziel van de marionet. Een zoektocht naar de vrijheid van de mens'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 4 (april), pagina 110 tot 112

De ziel van de marionet. Een zoektocht naar de vrijheid van de mens

John Gray
Ambo/Anthos, Amsterdam, 2015

Een marionet kan toch geen vrijheid toegedicht worden? Het is toch duidelijk dat zo’n pop beweegt volgens de grillen van wie aan de touwtjes trekt? John Gray verwijst nochtans naar een 19de eeuwse auteur (Heinrich von Kleist), die vond dat een marionet bij uitstek vrij is. Zij wordt immers niet gehinderd door de zwaartekracht en heeft geen last van zelfbespiegeling. Al eens een zwaardgevecht gedaan met een beer? Je zou weten dat die perfect alle slagen pareert. Vrij zijn staat niet gelijk met keuzevrijheid, maar juist met vrij zijn van keuzes.

Het boek van John Gray, emeritus Europese ideeëngeschiedenis, draait rond deze merkwaardige beschouwing. Vandaar ook de titel natuurlijk. Het is geen moeilijk boek, maar het is soms wel moeilijk om de draad goed af te wikkelen. Is dat nu zijn analyse? Of verwerpt hij deze juist? Ik denk het laatste, maar ik moet bekennen dat ik het niet honderd procent zeker ben en al zeker niet van wat hij dan in de plaats zou stellen. Toch blijft het interessant, niet in de laatste plaats omdat de auteur je meevoert naar talloze bekende en minder bekende schrijvers.

De idee van de vrije marionet voert Gray terug naar het gnosticisme, een mystieke en geheime strekking die vaagweg met het Christendom verbonden is. Je keert de zaken gewoon om: nee je hebt geen keuze, maar daar gaat het bij vrijheid niet om. De mens is een product van een demiurg, maar hij kan zichzelf door zijn kennis herscheppen in een hogere vorm. Welnu, dat wereldbeeld vind je tot vandaag terug in de wetenschap. Die maakt een einde aan de vrije wil, maar juist de wetenschap zal toelaten te ontsnappen aan alle beperkingen. Een mens is wel gedetermineerd, een machine, maar dankzij de wetenschap zal hij ooit los geraken van de materiële wereld. De wetenschappelijke revolutie wordt niet door rationaliteit gedreven, maar is veeleer een product van mysticisme en magie. Vooral belangrijk is dat de wetenschap het streven van het gnosticisme overneemt om zich tegen de natuurlijke orde te verzetten. Ze wil eigenlijk de natuur overheersen.

Die ambitie is echter niet beperkt tot de wetenschap. John Gray neemt zijn lezer mee naar een keure schrijvers, die hij allemaal met de gnostische of wetenschappelijke verzuchting om een verbeterde versie van de mens te creëren in verband brengt. Hij laat zijn lezer ook kennis maken met de cultuur van de Azteken. Hun goden zijn verwoestende krachten, achter de wereld waarin we leven zit een chaos. Juist omdat mensen niet in staat zijn het geweld in zichzelf te bannen, hebben de Azteken het geheiligd. Zij offerden zonder veel gêne mensen, zelfs kinderen, maar ze hadden daarbij geen ander doel dan hun omgeving af te schermen van het geweld en de chaos. Magie, maar ook in de wetenschap zit een magische ondertoon. Norbert Wiener en John von Neumann, respectievelijk vader van de cybernetica en van de speltheorie, hadden het over machines die het begrip van hun bedenkers overstijgen en over een economie die het oordeel van mensen niet meer nodig heeft. Leven we niet stilaan in een wereld die ons volledig controleert, een virtueel panopticum (J. Bentham)?

Achter de wetenschap schuilt vaak een gnostisch wereldbeeld, de betrachting om zoveel kennis op te bouwen dat er een betere werkelijkheid ontstaat. Op zich heeft dat echter met wetenschap weinig te maken. Het is een onderzoeksmethode, geen visie op de wereld. Het antwoord of er sprake kan zijn van vrijheid kan niet van de wetenschap komen, maar is een zaak van de filosofie. Een wereldbeeld heeft met andere woorden weinig met rationaliteit te maken, er zijn vele wereldbeelden mogelijk. Vast staat alleen dat mensen mythes van doen hebben. Bewustzijn is niet eens dat wat een mens tot mens maakt. Wie wil uitkomen bij een mens of een machine met een hoger bewustzijn, zou van een kale reis thuis kunnen komen. Het resultaat zou wel eens weinig menselijks kunnen overhouden: ‘Wetenschap, kunst en menselijke relaties worden voortgebracht door processen waarvan we slechts een flauw benul kunnen hebben. De scheppende vermogens die zo wezenlijk menselijk zijn zouden niet per se toenemen bij een verhoogd menselijk bewustzijn.’ (154)

Het gnosticisme leek stilletjes verdwenen, maar het bleef in werkelijkheid de westerse cultuur beheersen. Ook de moderne mens is ervan doordrongen dat door kennis een hogere werkelijkheid zal ontstaan. Helemaal op het einde van zijn boek, in de allerlaatste paragraaf, geeft John Gray aan dat hij die ambitie niet deelt. Het is beter je onwetendheid toe te geven en te aanvaarden. Dat zal je een innerlijke vrijheid geven. Je leven heeft geen dwingende betekenis, je moet gewoon keuzes maken: ‘Wie er niet naar streeft tot de hemel op te stijgen kan vrijheid vinden in het vallen naar de aarde.’ (165)

Dat zijn echt de laatste woorden van het boek. Pas helemaal aan het einde bekent Gray min of meer kleur. De wereldvisie van het gnosticisme en de wetenschap streven naar een hogere werkelijkheid, een hogere mens. Zij leiden echter niet tot vrijheid. Wie vrij wil zijn, moet het doen met wat hij heeft. Ook als dat misschien niet veel is. Enfin, ik denk dat het dit is, een wereldbeeld dat vertrekt van de menselijke eindigheid. Het had duidelijker kunnen worden geschetst, maar hoe dan ook is het belangrijk te zien hoe de wetenschap, of men ze nu een onderzoeksmethode noemt of iets anders, voortgedreven wordt door de doelstelling om uit te komen bij een nieuwe en hogere mens. Het zou misschien goed geweest zijn indien ook aangegeven werd hoe op die irrationele ambitie om te heersen over de natuur een rem kan worden geplaatst. Het is tenslotte ook maar de vraag of die ambitie echt zijn wortels heeft in het gnosticisme. Zit het dan niet gewoon in de christelijke idee van het deel hebben aan het goddelijke door de menswording van God?

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 4 (april), pagina 110 tot 112