Abonneer Log in

Vreugdevol werk maken van gedeelde tijd

DE ARBEID VAN DE TOEKOMST

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 4 (april), pagina 30 tot 33

‘Delen is het nieuwe hebben’. Het succes van deze slogan duidt op een maatschappelijke verandering. We kennen ondertussen de voordelen van het delen. Een auto in een deelsysteem vervangt minstens tien privéauto’s. Waarom een boormachine kopen als je die maar tien minuten per jaar gebruikt? De uitbouw van deelsystemen kan ook nieuwe jobs creëren in lokale dienstenbedrijven die deels in de plaats kunnen komen van productiebedrijven in het Oosten. Zijn we zo op weg naar een echt duurzame samenleving?

DE ARBEID VAN DE TOEKOMST

Help, de robots komen
Jurgen Masure
Welk onderwijs voor de jobs van morgen?
Dirk Van Damme
Jongeren in onzekere banen
Fabian Dekker
Arbeid in dienst van de gemeenschap
Bart Verhaeghe
Werk van betekenis
Mieke Van Gramberen
1 mei : Dag van de Arbeidsduurvermindering
Jeroen Lievens
Vreugdevol werk maken van gedeelde tijd
Dirk Holemans
De Circulaire City-economie
Fons Leroy
Morgen iedereen coöperant?
Amanda Latinne
Diversiteit in de neoliberale arbeidsmarkt
Patrizia Zanoni
Sociale bescherming in onzekere tijden
Valeria Pulignano en Nadja Doerflinger
Sociale zekerheid in tijden van robotisering
Bea Cantillon, Linde Buysse en Wim Van Lancker

Zo eenvoudig is het niet. Want als we bijvoorbeeld het met autodelen uitgespaarde geld besteden aan citytrips met het vliegtuig, zijn we op vlak van milieudruk en gejaagd leven verder van huis. Gebruiken we het echter om onthaaste keuzes te maken, en ook te investeren in arbeid die nu niet formeel erkend en gewaardeerd wordt, dan krijgen we zicht op goed leven in een meer zorgzame samenleving. De bijdrage van de deeleconomie tot zinvolle arbeid en een goed leven hangt dus af van de politieke, maatschappelijke kaders die we collectief creëren en de keuzes die we als individuen en groepen maken. Met de juiste keuzes kunnen we paden creëren die leiden naar een veelheid aan goede levens, duurzame levensstijlen in een sociaalecologische samenleving.

Om het belang van deze samenhang te tonen, vertellen we in wat volgt een toekomstverhaal, dat met de juiste maatschappelijke en politieke keuzes dichterbij ligt dan we denken.

Gent, maandag 28 april 2025

Fatima en Filip zitten aan de ontbijttafel aan het begin van hun driedaagse werkweek. Ze herlezen het verhaal dat ze het voorbije weekend schreven, op vraag van het lokale 1 Mei-comité. Bedoeling is dat ze dat donderdag vertellen op het Festival van de Arbeid. En dat willen ze best doen. Fatima werkt van maandag tot woensdag, Filip van dinsdag tot donderdag. Daarnaast zijn ze een dag in de week actief in de oudercoöperatieve in hun wijk. Zo hebben ze fantastisch veel mensen in de wijk leren kennen en is de opvang van hun twee peuters erg goedkoop. Een auto hebben ze niet. Als ze daar voor kiezen moeten ze meer betaalde werkuren kloppen en daar hebben ze geen zin in. Hoewel ze allebei een leuke job hebben: Fatima als zelfstandig adviseur duurzaam bouwen, Filip werkt als technicus bij een herstelbedrijf dat onderdeel is van de stedelijke kringloopeconomie.

Bij hun kop koffie bespreken ze wie de boodschappen zal doen. Dat gebeurt met de fiets op terugweg van het werk. En er is ook een deelbakfiets beschikbaar van het wijkcomité.
Vrijdag is een bijzondere dag. Nadat Gent al een hele tijd terug van donderdag veggiedag had gemaakt, is sinds vijf jaar vrijdag vrijwilligersdag. Op vrijwillige basis uiteraard. Filip steekt dan zijn handen uit de mouwen in het stadslandbouwproject, wat hen het jaar door goedkope biologische groenten en fruit oplevert. Fatima helpt op vrijdag bij de energie-coöperatieve, wat meteen zorgt voor betaalbare hernieuwbare energie.

Het lijkt alweer lang geleden, toen ze bij de aanvang van hun loopbaan in 2015 beiden voltijds beginnen werken. Al snel hebben ze toen door dat ze zo te weinig tijd voor zo veel belangrijke zaken hebben. Fatima begint na twee jaar viervijfde te werken als ze de stap zet om als zelfstandige aan de slag te gaan. En als er in 2019 een groenlinks georiënteerde regering aan de macht komt, wordt ineens veel mogelijk. En dat moest ook, want ondertussen zijn er de grootste overstromingen ooit in Europa geweest, duidelijk verbonden met de klimaatverandering. Het is nu dodelijke ernst met het ecologisch vraagstuk.

De regering lanceert als antwoord hierop onder meer het systeem van transitie-inkomen. Als experiment in het kader van een basisinkomen, geeft dit twee jaar een waardig inkomen aan mensen die werk willen maken van transitie-initiatieven in hun buurt of stad. Filip en Fatima zijn er als de kippen bij om er voor in tekenen. En ook op Europees vlak wordt nu het kader gecreëerd voor een sociaalecologische transitie. Het integraal aanpakken van de sociale en ecologische uitdaging vertaalt zich in een echte tax shift, met de invoering van zowel een vermogens- als koolstoftaks. Zo wordt de financiering van de sociale zekerheid veel minder afhankelijk van de opbrengsten van loonarbeid. Pensioenen en vervangingsinkomen zijn nu gegarandeerd voor de toekomst zonder dat iedereen ‘langer en harder’ moet werken. Ook de publieke middelen voor armoedebestrijding kunnen stijgen, nu dat terug de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Want dat was men in 2015 blijkbaar vergeten, dat in Europa tien procent van de bevolking zestig procent van het kapitaal bezit! En de koolstoftaks maakt dat activiteiten die veel broeikasgassen veroorzaken, denk aan vliegen, een pak duurder zijn. Ondertussen komen er wel elk jaar vlotte treinverbindingen bij, lokaal maar ook tussen Europese hoofdsteden.

En als aansluitend de nieuwe Europese Commissie de structurele werkloosheid eindelijk een groter probleem vindt dan de rendabiliteit van banken, installeert ze twee jaar later de vierdagenweek als Europese norm.

Toch is niet alles rimpelloos verlopen. Als rond 2015 heel wat deelinitiatieven uitgroeien tot grote projecten, wordt al gauw duidelijk dat deeleconomie een vlag is die verschillende ladingen dekt. Autodelen vinden Fatima en Filip op dat moment heel tof, het maakt de aankoop van een auto overbodig. En bedrijven als Airbnb en Uber lijken hen ook wel wat, zo cool wat nieuwe technologieën allemaal mogelijk maken! Tot de vader van Fatima zijn ontslag krijgt als taxichauffeur. Te weinig werk door de komst van Uber, is de uitleg van de uitbater van het taxibedrijf. Niet veel daarna hoort de vader het verhaal uit de Verenigde Staten waar gewezen taxichauffeurs met hun eigen wagen luttele centen proberen te verdienen met Uber. In het zwart, zonder statuut, laat staan een gewaarborgd minimumloon. Het protest barst pas echt los als via Wikileaks het verdienmodel van Uber bekend geraakt: mensen die te veel betalen voor een rit, in verhouding tot wat chauffeurs ervoor krijgen, en het allemaal niet van elkaar weten. Terwijl de aandeelhouders in Silicon Valley slapend rijk worden. Als reactie komt er de Transparantiewet gebaseerd op het systeem van ‘open data’: commerciële deelsystemen moeten de prijs van elke deelactiviteit zoals een autorit, en wat ze in dit geval chauffeurs daarvoor verlonen, op het net zetten. Zelfs liberalen zijn er voor, omdat echte marktwerking toegang tot informatie veronderstelt. Ondertussen is Uber geen big thing meer: in 2018 richten werkloze taxichauffeurs met de steun van een burgernetwerk, die een crowdfunding project opzetten, een Stedelijke TaxiCoöperatieve. Ze beslissen nu zelf over het verdienmodel, de meerwaarde blijft in het land en ze zijn collectief eigenaar van het wagenpark. En uiteraard krijgen aandeelhouders geen extreem dividend, maar wel een korting op elke rit.

De vierdagenweek is ondertussen de norm, maar Fatima en Filip blijven het beter vinden om deeltijds te werken. En dat is dus in de nieuwe situatie drie dagen. Waarbij ze hun sociale rechten behouden. Ze hebben allebei een toffe job, maar vinden net als de filosoof Hans Achterhuis in zijn boek dertig jaar geleden ‘arbeid een eigenaardig medicijn’. Het is ongeloof belangrijk, een fijne werkplek, maar je moet het doseren. Want een overdosis leidt al snel tot een burn-out. In feite gaat het over leren omgaan met grenzen. En die hebben uiteraard ook te maken met koopkracht. Alleen is niet alles te koop in het leven. Zo bespaart het koppel een flinke duit door een huis te delen met Filip zijn ouders. En is er voor deze laatste minder nood aan ‘zorg inkopen’, zoals dat in 2015 nog werd omschreven. Maar ook de stedelijke ‘bibliotheek van het gereedschap’ maakt de aankoop van heel wat spullen totaal overbodig.

Maar niet alleen spullen of een huis worden gedeeld. In hun deelstad gaat het evenzeer om tijd, vaardigheden en passies. De LETS-groep (Local Exchange and Trade System) is ondertussen uitgegroeid tot de Stedelijke Tijdsbank. Ze laat toe in de praktijk te brengen wat handboeken economie in hun eerste hoofdstuk theoretisch omschrijven: economie gaat over het lenigen van behoeften. Dat hoeft helemaal niet in euro’s te gebeuren (dat lees je meestal niet in de verdere hoofdstukken van de handboeken). Dat kan dus ook via de ruil van tijd. En het straffe hiervan is dat het mensen opnieuw samenbrengt, los van hun koopkrachtpositie, zodat de dualisering in de stad eindelijk terug vermindert. En naast de euro is er ook een ecosysteem aan complementaire munten geïnstalleerd om het ruilen en delen te structuren. Zo hebben een aantal burgerverenigingen in de Benelux een zorgmunt ingevoerd. Als je als vrijwilliger zorg voor iemand opneemt, ontvang je die munt. En je kan die doorgeven aan iemand anders die zorg behoeft. Zo leidt de spontane zorg voor de oude buurvrouw van het koppel tot de mogelijkheid dat de moeder van Fatima in Amsterdam wat extra zorg kan betrekken, bovenop wat de overheid als behoorlijke basiszorg voorziet. Een systeem dat aan belangstelling wint, omdat het werkt voor arm en rijk. En het leidt tot een wederzijdse versterking van publieke en burgerinitiatieven.

Het vreemde aan heel de situatie in 2025 is, dat als Fatima en Filip worden gevraagd welk werk ze hebben, ze niet goed meer weten wat te antwoorden. Zeker, Fatima is drie dagen actief als zelfstandig adviseur, maar ze werkt ook kosteloos in de oudercoöperatie en versterkt op vrijdag het team in de energiecoöperatie. En het gekke is dat ze eigenlijk wel een goed leven hebben, door veel te delen en minder loonarbeid te verrichten. En geld hebben ze eigenlijk wel genoeg, zonder auto, een gedeeld huis, erg goedkope kinderopvang, betaalbare hernieuwbare energie en voor een deel gratis biologische groenten en fruit uit de stadsboerderij. Ze vinden vooral dat ze hun toekomst terug zelf in handen hebben genomen, en dat verhaal vertellen ze graag verder.

Dirk Holemans
Coördinator van denktank Oikos

arbeid - arbeidsmarkt - deeleconomie

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 4 (april), pagina 30 tot 33