Abonneer Log in

'De lokroep van IS. Syriëstrijders en (de)radicalisering'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 6 (juni), pagina 86 tot 87

De lokroep van IS. Syriëstrijders en (de)radicalisering

Patrick Loobuyck (red.)
Uitgeverij Pelckmans, Kalmthout, 2015

Elke maand nog vertrekken er 5 Belgen naar Syrië of Irak. In zijn boek De lokroep van IS wil moraalfilosoof Patrick Loobuyck (Universiteit Antwerpen) het fenomeen van de Syriëstrijders doorgronden. Over de rol van de islam in het hele IS-verhaal wil Loobuyck niet flauw doen. ‘Je kunt nu eenmaal niet ontkennen dat de oprichting van het kalifaat en het jihadisme te maken hebben met de islam.’
‘Hoe kwalijk de fenomenen ook zijn, ook IS en de geradicaliseerde Syriëstrijders verdienen een genuanceerd en goed geïnformeerd maatschappelijk debat’, stelt Patrick Loobuyck. Daarom schreef hij met allerlei uiteenlopende experten het boek De lokroep van IS. ‘Ik stoorde mij aan oneliners en het politieke opbod in de discussie over de aanpak van de radicale islam en wilde graag een tegenstem bieden.’
‘Het blijft een fascinerend gegeven. Jongeren die opgroeien in een democratie, een degelijke welvaartsstaat de rug toekeren om in een gruwelijke oorlog te gaan vechten of te gaan leven in een streng onderdrukt kalifaat. Hoewel dit veel afschuw oproept, mogen we niet vervallen in morele paniek. Duidingsdrift is volgen mij wel de goede reflex. Want op dit moment wint de polemiek het nog vaak van de rede.’
Al minstens 438 Belgen zouden vanuit België vertrokken zijn naar Syrië of Irak. Een cijfer dat relatief gezien veel hoger ligt dan de vertrekkers uit andere Europese landen. Volgens Loobuyck ligt het Belgische cijfer zo hoog omdat iedereen het fenomeen te lang onderschat heeft, ‘ook ik.’
De burgemeester van Vilvoorde Hans Bonte (sp.a) nuanceert deze cijfers. ‘In vergelijking met andere landen zijn we beter op de hoogte waardoor onze cijfers accurater zijn. Bovendien ken ik jongens uit mijn stad die naar grensgebieden in Syrië of Irak getrokken zijn om daar te gaan helpen in vluchtelingenkampen, zij zijn intussen ook al teruggekeerd. Ook zij worden gelabeld als Syriëstrijders.’
Over de rol van de islam in het hele IS-verhaal wil Loobuyck niet flauw doen. ‘Je kunt nu eenmaal niet ontkennen dat de oprichting van het kalifaat en het jihadisme te maken hebben met de islam. Al komt het er op aan het juiste discours te vinden. Enerzijds heb je de naïevelingen die alle betrokkenheid ontkennen. Zelfs Barack Obama zei onlangs dat IS niets te maken heeft met de islam. Anderzijds heb je zij die aan islambashing doen, veralgemenen en alle schuld in de schoenen van de godsdienst schuiven.’
‘Beide zijn te ver doorgeslagen.’ Al benadrukt de auteur dat door naar de islam te wijzen nog lang niet alles gezegd is. ‘Zoveel factoren spelen mee bij de beslissing van iemand om naar Syrië te vertrekken. Bovendien heeft radicalisering te maken met een bepaalde extremistische vorm van de islam.’
‘Daarbij moeten we ook de hand in eigen boezem durven steken’, aldus Loobuyck. Volgens de moraalfilosoof heeft ons land het wahabisme uit Saudi-Arabië veel te lang toegelaten. ‘De islam is in 1974 erkend als godsdienst in ons land, maar pas in 2007 werd de eerste moskee (en dus haar imam) erkend. Dertig jaar lang was er een vacuüm rond de uitoefening van de islam dat gretig werd ingevuld door Saudi-Arabië. Zo werd de Grote Moskee van Brussel gefinancierd met Saoedische Rial. En samen met het geld kwamen de boeken over het Saudische wahabisme, een van de meest radicale stromingen binnen de islam.
‘Het verleden is wat het is’, reageert Mohamed Achaibi van de Moslimexecutieve. ‘Maar dit bevestigt nog maar eens waarom wij vragende partij zijn voor de erkenning van meer moskeeën en hun imams. Zo willen we bruggen bouwen tussen de islam in België en de maatschappij. We beseffen dat we deels gefaald hebben, onder meer door te weinig de Nederlandse taal te gebruiken in de liturgie.’
Ook de Gentse imam Brahim Laytouss wil de hiaten in de religieuze vorming opvullen. ‘Jongeren gaan op zoek op het internet naar informatie over de islam, maar daarbij komen ze onmiddellijk terecht op websites die vol staan met radicale ideeën. Het wordt tijd dat er een tegenstem wordt aangeboden, alternatieven. Zodat jongeren leren dat de islam niet gelijk staat aan gewelddadig jihadisme.’
Toch zijn het niet alleen jongeren die de Belgische samenleving verlaten en naar het woelige Midden-Oosten trekken. Loobuyck constateerde dat één op drie Syriëstrijders ouder is dan dertig. Zeventien procent zou vrouwelijk zijn en er zijn ook behoorlijk wat veertigplussers die naar Syrië of Irak vertrekken.
Iets wat niet uitdrukkelijk aan bod komt in het boek, en in het verleden toch al vaak aangehaald als een van de essentiële factoren bij radicalisering, is discriminatie en racisme. ‘Racisme kan bepalend zijn voor iemand om te vertrekken, maar is dat niet per definitie’, aldus Loobuyck. ‘Bepalend is het gevoel van onrecht, wat veroorzaakt kan worden door discriminatie, maar ook door andere factoren zoals de internationale politiek.’
‘Het jihadisme is het monster van Frankenstein dat het Westen zelf heeft gecreëerd’, noemt Ludo De Brabander (Vrede vzw) het. ‘Zowel in Afghanistan als in het Midden-Oosten is het Westen er niet in geslaagd om de voedingsbodem voor de radicale politieke islam weg te nemen, wel integendeel.’

(deze bespreking verscheen ook op Knack.be)

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 6 (juni), pagina 86 tot 87