Log in

'Helemaal anders'

Uitgelezen

Helemaal anders

Stephen Bouquin
Critica.be, 2015

Werkloosheid, bestaansonzekerheid en armoede vieren hoogtij. Stress en burn-out swingen de pan uit. Regeringen blijven besparen, al duwen zij zo de economie kopje onder. De grote recessie doet Europa in een moeras verzinken, terwijl een ecologische crisis op ons afstormt.’

Men zou kunnen redetwisten over de vraag of de situatie in België er echt zo zwartgallig uitziet. In vergelijking met de buurlanden is het hier nog altijd vrij goed leven voor een meerderheid van de mensen, maar het is een feit dat de toekomt er lang niet rooskleurig uitziet.
Het is in elk geval het uitgangspunt voor dit boek van Stephen Bouquin, kritisch socioloog en activist.
In negen hoofdstukken beschrijft hij het ‘leugenpaleis’, de mythes die dag na dag op de niet beter wetende burger worden afgevuurd: we leven boven onze stand, besparingen zijn onafwendbaar, de loonkosten zijn veel te hoog, de sociale zekerheid is een hangmat, flexibiliteit werkt beter, enzovoort. Het zijn geen nieuwe feiten, maar het is goed ze op een rijtje te zetten en de samenhang bloot te leggen.

In deel twee van het boek wordt het neoliberalisme ontbloot. Dit is erg interessant omdat de auteur terecht stelt dat de analyse ervan door de linkerzijde sterk wordt verwaarloosd. Neoliberalisme is geen rechtse repliek op het keynesianisme, maar op de crisis van 1929. Neoliberalisme is niet conservatief en geen pleidooi voor een slanke staat. Het is integendeel ‘a strong state for a free economy’. Het is in feite een permanente vorm van crisismanagement, aldus de auteur.
Het neoliberalisme heeft ook tot een culturele revolutie geleid met een verheerlijking van het individu. ‘There is no such thing as society’, zoals Thatcher zei. Individualisme hoeft echter niet haaks te staan op solidariteit en saamhorigheid, en de linkerzijde heeft zich al te lang verkeken op de cultus van de staat.
Het neoliberalisme veroorzaakt ook sociale ongelijkheid op een nooit eerder geziene schaal en het is vooral de middenklasse die hiervoor de prijs betaalt.
De huidige vlucht voorwaarts van het financiële neoliberalisme kan alleen maar leiden tot een veralgemeende monetaire crisis. Het is momenteel de reële economie die de kapitaalmarkt financiert in plaats van omgekeerd.

In deel drie vertelt Bouquin het verhaal van het verzet en van de barsten in het neoliberale geloof. Dat verzet, zo stelt hij, gaat bijna altijd uit van een ‘ethische waarheid’. De rivier verlaat haar bedding omdat de mensen de status quo niet meer kunnen aanvaarden. Overal ter wereld gaan mensen de straat op en bezetten pleinen en parken, als burgers. Wellicht ietwat overmoedig worden de gebeurtenissen van 2011 - de ‘Arabische lente’, Spanje en Griekenland - vergeleken met 1789 en 1968. De auteur is wel zo lucide om te stellen dat ‘sociale protestbewegingen zich kunnen vast rijden indien ze geen politiek perspectief aanreiken’, zoals ze ook kunnen opbranden ‘indien ze de stap zetten naar het politiek electorale terrein’.
Latijns-Amerika wordt voorgesteld als laboratorium voor politieke vernieuwing. Helaas vooral met het voorbeeld van Hugo Chávez en Venezuela, het land dat het minst is geslaagd in het uitbouwen van een links alternatief.
Theoretisch worden hier de stellingen van post-marxisten Ernesto Laclau en Chantal Mouffe uitgelegd. ‘Om het neoliberale hegemonische verhaal te doorbreken is er nood aan een maatschappelijk vertoog dat uitgaat van de noden van de meerderheid van de bevolking’.

Het concrete alternatief komt pas helemaal aan het eind van het boek naar voren. Bouquin pleit voor een links populisme en een radicale democratie. ‘De echte uitdaging bestaat erin de krachtverhoudingen te wijzigen in het voordeel van de 99%’. Volgens de auteur is de helft van de weg al afgelegd. Hij baseert zich hiervoor op drie miskende feiten: het dagelijkse leven met een grote solidariteit tussen mensen, een soort ‘micro-communisme’; de nieuwe praktijken van de ‘commons’, een hefboom om op alle niveaus zelfbestuur te ontwikkelen; en ten slotte de sociale zekerheid, een bij uitstek emanciperende instelling en wellicht de meest onderschatte revolutie van de 20ste eeuw.

Twee concrete voorstellen moeten worden vermeld:
Bouquin stelt een drastische arbeidstijdvermindering voor en wil dit combineren met onbezoldigde arbeid en maatschappelijke inzet. Via een tijdsbank kan zo een ‘tweede cheque’ worden uitbetaald en het vrijwilligerswerk kan leiden tot een verdere daling van de arbeidstijd. Op die manier kan het loon gesocialiseerd worden en kan de arbeidstijdverkorting gecombineerd worden met een soort basisinkomen. Bovendien kunnen sociale bijdragen ook zorgen voor investeringsfondsen bij de sociale zekerheid.
Een tweede interessant voorstel gaat over het democratisch bespreken en schrijven van een nieuwe grondwet, naar het voorbeeld van de progressieve Latijns-Amerikaanse regimes. In plaats van pseudo-democratische participatie zou dit een hefboom kunnen zijn om brede bevolkingslagen te verbinden met een gemeenschappelijk streven. Dit is een project dat verschillende jaren in beslag kan nemen, maar het kan een maatschappelijke discussie ontketenen over hoe we anders willen gaan leven. Het kan een zeer hoog revolutionair potentieel hebben.

Bouquin heeft een interessant boek geschreven dat op het eerste gezicht niet radicaal lijkt, maar het in feite wel is. Het is een interessante bijdrage tot de vernieuwing van de linkerzijde. Al hadden de concrete voorstellen iets uitgebreider kunnen worden voorgesteld, de redeneringen sluiten volledig aan bij wat de radicale linkerzijde momenteel voorstelt, van Syriza en Podemos tot de Parti de gauche. Men hoeft het niet eens te zijn met het optimisme over de hedendaagse sociale bewegingen, maar tegelijk moet men wel beseffen dat ze onze enige hoop zijn.
Juist daarom is het ook jammer dat dit boek - en veel andere boeken over dit onderwerp - niet ingaat op het punt van de meerschaligheid. Zeker nu Griekenland in een totale impasse is beland, en het besef doordringt dat geen enkel land het nog op zijn eentje redt, is er een dringend antwoord nodig over hoe we internationale samenwerking kunnen democratiseren. Een ‘ander Europa’ zonder concretisering is niet langer voldoende als antwoord. Ook de andersmondialiseringsbeweging zit momenteel in een impasse. Eén van de redenen hiervoor is precies het onvindbare internationale - of kosmopolitische? - politieke antwoord op de crisis. Nog te veel mensen geloven dat het probleem bij ‘de instellingen’ ligt in plaats van bij de ideologie. Het neoliberalisme is nog niet overwonnen.
Ten slotte is het jammer dat zo weinig aandacht werd besteed in dit boek aan taal en lay-out. Een goede uitgever had dit wellicht kunnen verhelpen, want soms zijn de vele fouten en slordigheden echt storend.

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 7 (september), pagina 92 tot 94