Abonneer Log in

'Luck Egalitarianism'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 7 (september), pagina 86 tot 88

Luck Egalitarianism

Kasper Lippert-Rasmussen
Bloomsbury Academic, Londen, verschijnt oktober 2015

De Deense filosoof Kasper Lippert-Rasmussen behandelt in zijn te verschijnen boek Luck Egalitarism een politieke theorie die zich situeert in het rechtvaardigheidsdebat dat met name sinds de publicatie van John Rawls’ A Theory of Justice (1971) hevig woedt in politiek-filosofische kringen. De centrale vraag in dit debat is hoe we de politieke, economische en sociale structuren van de samenleving moeten inrichten opdat deze rechtvaardig zouden zijn. Dit is een moeilijke vraag waar vele verschillende antwoorden op gegeven worden. Elk antwoord, echter, wordt gevormd door een afweging van verschillende waarden. We willen allemaal dat onze samenleving vrijheid beschermt, gelijkheid garandeert en voldoende welvaart creëert om iedereen de mogelijkheid te geven een menswaardig leven te leiden. Maar wat betekenen ‘vrijheid’, ‘gelijkheid’ en ‘economische efficiëntie’ precies? Het luck egalitarisme geeft alvast een invulling aan de waarde ‘gelijkheid’.

De basisgedachte van het luck egalitarisme is dat het onrechtvaardig is wanneer ongelijkheid tussen mensen het gevolg is van ‘brute pech’. Wanneer de ongelijkheid daarentegen geen gevolg is van brute pech maar van, bijvoorbeeld, de persoonlijke geïnformeerde vrije keuze hoeft deze niet onrechtvaardig te zijn.

Ongelijkheden als gevolg van brute pech kunnen worden ondergebracht in twee grote groepen. Een eerste groep is de ‘natuurlijke loterij’. Sommigen onder ons worden geboren met veel talenten (bijvoorbeeld goede fysieke kwaliteiten), anderen met serieuze beperkingen (bijvoorbeeld een handicap). Niemand kiest haar genen of verdient haar natuurlijke capaciteiten. Bijgevolg zijn onze fysieke gezondheid en mentale mogelijkheden in grote mate het gevolg van de brute pech of het brute geluk dat we hadden bij de geboorte. Daarnaast worden sommigen geboren met talenten die anno 2015, puur toevallig, veel welvaart opleveren (bijvoorbeeld een ingenieur) terwijl anderen talenten hebben die veel moeilijker te verkopen zijn in een markteconomie zoals we die kennen (bijvoorbeeld een filosoof). De natuurlijke loterij handelt over meer dan enkel het geluk dat we hadden bij de geboorte. Ook natuurlijke catastrofes, bijvoorbeeld, maken er deel van uit. Vaak is het een mate van brute pech dat de bliksem jouw huis treft en niet dat van de buurman, of dat het epicentrum van een aardbeving zich in jouw stad plaatsvindt en niet 200 kilometer verder. Voor het luck egalitarisme zijn ongelijkheden die voortvloeien uit dergelijke natuurlijke loterij onrechtvaardig.

Een tweede groep zijn ongelijkheden als gevolg van de ‘sociale loterij’. Niet alleen onze natuurlijke capaciteiten, maar ook de sociale omgeving waar we na de geboorte in terechtkomen, is het gevolg van bruut geluk of brute pech. Kasper Lippert-Rasmussen vermeldt als typevoorbeeld de ongelijkheid tussen blanken en zwarten tijdens de apartheid in Zuid-Afrika. De meeste zwarten waren tijdens de apartheid veel slechter af dan de meeste blanken, niet omwille van hun eigen keuzes of verantwoordelijkheid, maar omwille van de politieke, economische en sociale instituties die blanken bevoordeelden en zwarten onrechtvaardige belemmeringen oplegden. De maatschappelijke structuren zorgden er voor dat ‘zwart zijn’ een voorbeeld werd van brute pech. Andere voorbeelden van brute pech en geluk in de sociale loterij zijn de familie en het land waarin je geboren wordt. Niemand kiest of verdient haar familie of geboorteland. Opgroeien in een familie met veel rijkdom, hoogopgeleide ouders of een goed netwerk verhoogt je levenskansen. De pech hebben geboren te worden in een land waar overleven een dagelijkse strijd is, verlaagt daarentegen je levenskansen drastisch. Ook dit zijn ongelijkheden die het luck egalitarisme veroordeelt.

Betekent dit dat het luck egalitarisme een absolute gelijkheid van uitkomst wenst? Dat het iedereen een gelijke welvaart garandeert? Zeker niet. Een aantal vormen van ongelijkheid zijn wel degelijk aanvaardbaar. Stel dat ik van voetbal houd en elke maand 300 euro uitgeef aan inkomtickets terwijl jij liever elke maand 300 euro op je spaarrekening zet, dan is er geen probleem met de ongelijkheid die tussen ons ontstaat. Mensen hebben persoonlijke preferenties en doelen (een ander voorbeeld: kiezen om veel te werken versus kiezen om veel vrije tijd te hebben) en de kost van die preferenties behoren ze, ook volgens het luck egalitarisme, zelf te dragen. De ongelijkheden die daardoor ontstaan zijn rechtvaardig. Maar kunnen persoonlijke preferenties ook niet bepaald worden door de natuurlijke of sociale loterij? Wat indien mijn ‘dure smaak’ om maandelijks zoveel mogelijk voetbal te kijken, is ingegeven door mijn mentale zwakte voor topsport of, meer waarschijnlijk, door een sociale omgeving waarin voetbal vanaf jonge leeftijd het centrum van mijn wereld was? Waar eindigt de individuele verantwoordelijkheid voor persoonlijke preferenties en neemt de factor ‘brute pech’ de overhand?

Over deze vragen hebben de meest prominente politiek-filosofen zich de laatste decennia het hoofd gebroken. Ook Kasper Lippert-Rasmussen probeert hierop een antwoord te geven in zijn boek.

Omdat het luck egalitarisme de individuele verantwoordelijkheid voor persoonlijke preferenties respecteert, ligt haar focus op de gelijkheid van kansen. Niet iedereen moet hetzelfde welvaarts- of welzijnsniveau bereiken. We moeten de verschillende individuele keuzes van mensen respecteren en bijgevolg zou een dergelijke absolute gelijkheid van uitkomst onwenselijk zijn. Waar luck egalitairen wel naar streven, is een absolute gelijkheid van kansen. Het is onvoldoende dat discriminerende wetten worden afgeschaft zodat er formele gelijkheid bestaat tussen zwart en blank of man en vrouw. Ook de sociale en economische structuren moeten worden aangepast zodat zwarten en vrouwen ook effectief dezelfde kansen en keuzemogelijkheden hebben als blanken en mannen. En voor zij die pech hadden bij de natuurlijke loterij, voor zij die bijvoorbeeld geboren werden met een handicap en/of weinig verkoopbare talenten, moet de samenleving structuren opstellen die hen toch dezelfde kansen geeft om een bepaald welvaarts- of welzijnsniveau te bereiken.

Ondanks dat het luck egalitarisme een intuïtief zeer sterke theorie is, heeft ze ook haar beperkingen. Eén zo’n beperking is dat het moeilijk is om uit deze theorie lessen te trekken voor beleidsmakers. Zoals Kasper Lippert-Rasmussen ook zelf aangeeft: ‘Luck egalitarianism is an incomplete view of justice’. Gelijkheid is niet de enige waarde die we beogen te realiseren in een rechtvaardige samenleving. We willen ook dat mensen voldoende vrijheid hebben om hun leven in te richten en dat er voldoende welvaart wordt gecreëerd om iets betekenisvol van ons leven te kunnen maken. Wanneer deze waarden met elkaar conflicteren, biedt het luck egalitarisme, althans in de vorm die Lippert-Rasmussen verdedigt, geen antwoord. Moeten we meer belastingen heffen om de wachtlijsten in de gehandicaptenzorg weg te werken en zo de effecten van brute pech te verminderen? Of moeten we ervoor zorgen dat de belastingen voldoende laag blijven zodat onze totale welvaart niet vermindert door vluchtende bedrijven? Het luck egalitarisme vormt een aantrekkelijke invulling van ‘gelijkheid’, maar het is slechts één puzzelstukje van een grotere theorie van rechtvaardigheid.

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 7 (september), pagina 86 tot 88