Log in

Waarom sp.a naar het centrum moet

PRO - CONTRA

Een paar maanden geleden werd John Crombez tot nieuwe voorzitter van sp.a verkozen. Ondertussen kennen we ook de nieuwe voorzitter van de Britse sociaaldemocratische Labour partij, met - op het moment van schrijven - Jeremy Corbyn als favoriet met een naar Britse maatstaven zeer links-populistisch discours. Er is al veel over geschreven en gezegd, maar nogmaals een poging tot (electorale) analyse: moet de sociaaldemocratie in West-Europa een links-populistische koers varen, of moet het veeleer het politieke centrum opzoeken? Ik pleit voor het tweede: beste John, kies voor het centrum!

VOORKEUREN VOOR HERVERDELING: DE ‘SOCIALE CORRECTIES’

Een grote hoeveelheid literatuur heeft de vraag trachten te beantwoorden in hoeverre mensen een voorkeur hebben voor herverdeling. Wat veelal uit dit onderzoek naar voren komt is dat de meeste mensen een hoge bereidheid tot betalen hebben voor het sociale zekerheidssysteem, als men maar het gevoel heeft dat belastingen, de bijdragen tot het publieke goed, terechtkomen bij diegenen die het echt nodig hebben’. Met andere woorden: mensen die tegenwoordig meer rechts stemmen doen dit niet uit egoïsme, maar uit een gevoel dat het systeem’ niet meer fair’ is.

Dat gevoel werd de voorbije decennia versterkt door het verder uitbreiden van de welvaartsstaat naar terreinen die zeker niet passen bij klassieke herverdeling. Een voorbeeld hiervan in Vlaamse context is het subsidiëren van gratis openbaar vervoer. Veel mensen die vaak perfect bereid zijn én de financiële mogelijkheden hebben om een kleine bijdrage te betalen voor een abonnement, konden zich toch gratis verplaatsen. Veel belastingbetalers zien die middelen dus in eerder opwaartse richting verdwijnen’, i.p.v. naar diegenen die echt bijkomende financiële ondersteuning nodig hebben.

Gratis openbaar vervoer is uiteraard maar één voorbeeldje (maar het is terecht omdat veel mensen aan linkerzijde blijvend de idee verkondigen dat dit een progressief-herverdelende maatregel was, hetgeen zeker niet evident of eenduidig is).

Centrumrechtse partijen zoals N-VA hebben dit zeer goed begrepen. Niet voor niets gaat hun politieke communicatie altijd in twee richtingen: enerzijds het schrappen van bepaalde voorzieningen én de mededeling dat er sociale correcties’ zullen zijn. Ik sta zeer sceptisch t.a.v. de effectieve uitvoering van het laatste aspect, maar de communicatie is wel effectief en in zekere zin is daar zelfs niets asociaal’ aan. Centrumlinkse politici zijn veel te snel om dit af te doen als overgang naar liefdadigheid’.

Wederom, als er een constante in de voorkeuren voor herverdeling en delen bestaat, dan is het de overtuiging dat middelen effectief moeten terechtkomen bij zwakkeren binnen een gemeenschap. Rechts heeft dat begrepen. Links blijft zitten in het niet-bereikbare idealisme van de onbegrensde welvaartsstaat.

ZICHTBAARHEID: WIE ZIJN DE ‘SUPERRIJKEN’?

John Crombez heeft tijdens zijn campagne en bij de start van zijn voorzitterschap aangekondigd dat hij scherper’ en duidelijker’ wil zijn. Het valt op dat hij meer het begrip superrijken’ hanteert. Dit begrip valt allicht binnen het kader scherp en duidelijk links’, maar is het politiek effectief om een ruime, sterke sociaaldemocratische partij uit te bouwen?

Ik vrees van niet. Cruciaal is uiteraard het aspect van zichtbaarheid. Veel mensen hebben geen goed idee van wat Crombez precies bedoelt met dat begrip. Wie heeft hij in het oog? Het is zeer onduidelijk. Mensen zullen allicht snel denken aan ondernemers zoals Wouter Torfs of Marc Coucke. Zijn aanvallen op hen electoraal lonend? Wel, we hoeven slechts te denken aan de relatief grote stroom negatieve reacties (ook van werknemers) op de uitspraken van voormalig sp.a-voorzitter Bruno Tobback op Wouter Torfs.

In tegenstelling tot het relatief vage begrip superrijken’ (die overigens vaak toch eerder een internationaal profiel hebben), kunnen veel mensen - terecht of onterecht - een beeld vormen van mensen die de kantjes van het socialezekerheidssysteem opzoekt. Veel centrumlinkse kiezers wijzen op de cijfergegevens die aantonen dat het om een (relatief) kleine groep gaat. Dat is zo. Helaas is het een gegeven van menselijke psychologie dat men veeleer reageert op basis van gevoelens en indrukken, niet op basis van cijfergegevens.

Dat ontkennen helpt niet. Helaas is het een vrij robuust gegeven in psychologisch, politicologisch en gedragseconomisch onderzoek. Velen aan de (uiterst) linkerzijde beargumenteren dat het mogelijk is om, bijvoorbeeld in analogie met wat Thatcher voor rechts in de Britse politiek heeft gedaan, het politieke centrum te verplaatsen’. Ook Syriza wordt dan vaak als voorbeeld aangehaald.

Deze vergelijking vergeet een belangrijk aspect (wat zelfs de meest fervente marxist zou moeten erkennen): om zulke drastische wijzigingen in politieke voorkeuren te bewerkstelligen, dienen de materiële omstandigheden ook in overeenstemming te zijn met het discours. Thatcher gaf kiezers een boodschap dat paste bij de tijdsgeest in Groot-Brittannië (te sterke, verlammende vakbondsmacht, gevoel van economische stilstand, enzovoort). Tsipras gaf Grieken een boodschap die paste bij het gevoel van enorm leed door het besparingsbeleid.

Past de Vlaamse politieke context in dit plaatje? Duidelijk niet. Hoezeer we ook kritiek kunnen hebben op het gevoerde (centrumrechtse) beleid, de gevolgen van dit beleid - en algemener van de economische crisis - op de gemiddelde Vlaming blijft veel te beperkt om een linkser verhaal op te enten.

De rechterzijde heeft dit wederom goed begrepen en de politieke strategie (en communicatie) daarop aangepast. Waarom zouden linkse politici zich hiervan weerhouden? Je kan perfect de imperfecties’ aanzetten om tot mooie, wenselijke uitkomsten te komen, progressief-herverdelend beleid i.p.v. een verdere afbouw van de sociale zekerheid. Wenselijk, toch?

NIET NAAR LINKS, BEZET HET CENTRUM

Vandaar mijn oproep naar sp.a-voorzitter John Crombez: de beweging richting een meer scherp links discours stemt helemaal niet overeen met de wens om een volkspartij rond de 20% te worden. Het is een illusie te denken dat men hiermee verder komt in de realisatie van de sociaaldemocratische (of socialistische) doelstellingen: enkel in het beleid kan men deze effectief uitvoeren.

De CD&V heeft (eindelijk) een kleine bocht naar een meer linkse koers genomen met het strijden voor een vermogenswinstbelasting, de indexsprong voor de huurprijzen, enzovoort. In plaats van het infantiele spel oppositie/meerderheid te spelen, kan een verantwoordelijke sociaaldemocratische partij aansluiting zoeken met de christendemocratische basis. Overtuig de linksere kiezers en leden binnen CD&V van een eventueel latere samenwerking op de eerder aangehaalde thema’s.

Zo’n ruim centrumlinks front van socialisten, sociaaldemocraten en christendemocraten biedt een enorme uitdaging voor N-VA. Met een keuze tussen een veel meer liberale volkspartij of een sociaal meer gevoelige volkspartij is het allerminst duidelijk dat de meeste Vlamingen voor het eerste zouden kiezen. Een mooie toekomst voor de sociaaldemocratie in Vlaanderen wordt dan meer waarschijnlijk. Waar wacht sp.a op?

Tom Potoms
Doctoreert economie aan de Université Libre de Bruxelles (ULB)

sp.a - ideologie

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 7 (september), pagina 65 tot 67