Log in

'Why Are We Waiting?

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 9 (november), pagina 91 tot 93

'Why Are We Waiting?

Nicholas Stern
The MIT Press, Cambridge, 2015

Zelden heb ik een boek gelezen waarvan de titel zoveel prijsgeeft over de inhoud. Sir Nicholas Stern is een vermaard econoom met een lange staat van verdienste als het de strijd tegen klimaatverandering betreft. Het meeste bekendheid verwierf The Stern Review, een rapport uit 2006 (in boekvorm verschenen in 2007) dat in opdracht van het Engels Hogerhuis een economische analyse van de klimaatverandering opmaakte. Het rapport werd ontvangen als een doemscenario, maar had de grote verdienste om het debat over de opwarming van de aarde op basis van harde cijfers naar een veel breder forum te brengen.
Sommige technologische ontwikkelingen gaan sneller dan door The Stern Review ingeschat, maar helaas doen de effecten van klimaatverandering zich ook sneller voor. Dat leidt tot de conclusie dat de politieke reactie ‘roekeloos traag’ is en op het ogenblik geenszins volstaat om onder de drempel van 2° Celsius stijging te blijven. Dat is echter de grens vanaf waar zichzelf versterkende feedback-effecten van de opwarming niet meer uit te sluiten zijn.

De sterkte van zowel dit boek Why Are We Waiting?, als The Stern Review, ligt in de wetenschappelijke onderbouwing van het inzicht dat de strijd tegen de klimaatverandering niet ten koste van welzijn of van economische ontwikkeling gaat. Maar die ontwikkeling zal niet eenvoudigweg vergroende groei zijn, maar een veel drastischer veranderingsproces. Volgens Stern kan klimaatverbetering wel degelijk hand in hand gaan met het verbeteren van de samenleving. Ethische, economische en beleidsargumenten wijzen allemaal op de nood aan snelle en drastische actie. We zijn de eerste generatie die door laksheid de relatie tussen planeet en mens kan verstoren. Volgens Stern hoeft dat helemaal niet te gebeuren. Een maatschappelijke ontwikkeling naar lage CO2-groei is immers niet alleen mogelijk, het is ook een heel aantrekkelijk project. Wel vergt het een nieuwe industrieel-energetische revolutie, waarvoor we nu de nodige en zeer omvangrijke investeringen moeten doen. Soms is een houding van ‘wait and see’ gerechtvaardigd in situaties van onzekerheid, maar in het geval van klimaatverandering is dit absoluut niet het geval. Dat is wat Stern verwijt aan de huidige beleidsmodellen die ingezet worden.

Waarom komen de meeste traditionele modellen niet tot de conclusie dat drastische actie kan en nodig is, en wel zo snel mogelijk? Ze hanteren een te beperkt gezichtsveld, gaan slecht met risico’s om, negeren secundaire effecten en bevatten geen leercurve-aspecten. Daardoor overschatten ze systematisch de kosten, onderschatten de (globale) effecten en leggen ze de ambities onvoldoende hoog. Het probleem van klimaatverandering is immers een flow-stock proces: de effecten bouwen zich op, waardoor de substantiële risico’s relatief ver in de tijd liggen, maar actie nu nodig is. Klimaatverandering is daarenboven een ‘public bad’, naar analogie met de meer gebruikelijke term ‘public good’, iets waar niemand rechtstreeks voor betaalt, maar waarvan we allemaal kunnen genieten. Dat karakter van ‘public bad’ creëert een economisch free-rider probleem, waarbij iedereen de illusie koestert dat de anderen de kastanjes uit het vuur zullen halen.

Het boek biedt een aantal scherpe inzichten, die niet allemaal even nieuw zijn maar wel een heel volledig en inzichtelijk kader aanreiken. Ondanks jarenlang onderhandelen, ettelijke internationale akkoorden, sneller dan verwachte investeringen in hernieuwbare energie en lage koolstof fossiele energie (schaliegas) en afbouw van kolen als bron voor elektriciteitsproductie, sensibilisering voor meer energie efficiëntie,… blijft de uitstoot van CO2 stijgen. De bal ligt daarbij steeds meer in het kamp van de ontwikkelende landen, met een cruciale positie voor China. Toch ziet Stern nog steeds een grote morele verantwoordelijkheid voor de ontwikkelde landen, omdat armoede en klimaatverandering de twee meest prioritaire wereldproblemen zijn.

Een belangrijk aandachtspunt voor Stern is innovatie. Gaande van hightech industriële innovaties, zoals Carbon Capture and Storage (CCS), die nodig zal zijn om te vermijden dat we nog hoogstens 30% van de gekende fossiele energiereserves kunnen gebruiken binnen het 2° Celsius venster, over kleinschalige innovaties die lokale gemeenschappen kunnen dynamiseren en verduurzamen via zelfontplooiing, tot heel nieuwe paradigma’s die in bepaalde sectoren (landbouw, transport) moeten worden ingevoerd. Het pleidooi van Stern voor niet alleen een industriële, maar ook een lokale community based innovatie is sterk en heeft de economische wind mee. De huidige lage rente en hoge spaartegoeden die over de afgelopen jaren ook in ontwikkelende landen tot stand kwamen, bieden immers een uitstekende vertrekbasis voor een intensieve investeringsgolf die voor een lage CO2-samenleving moet zorgen. De aanzienlijke uitgaven die daarvoor nodig zijn, mogen dan ook niet louter als kosten gezien en door de economische modellen zo geteld worden, maar als investeringen in een betere samenleving.

Tot dusver klinkt het verhaal dat Stern schetst over de noodzakelijk maatschappelijke transformaties als een ambitieuze, maar relatief optimistische boodschap. Dat optimisme gaat het raam uit zodra de politieke besluitvormingskant van de zaak aan bod komt. De kansen dat politici in staat zullen blijken om de nodige krachtige beleidsmaatregelen te nemen en een vruchtbaar kader te scheppen om nog binnen de +2° Celsius-limiet te blijven, zijn zeer klein volgens Stern. Dat de politiek de sleutel in handen houdt, is duidelijk. Het gaat immers in de eerste plaats om het corrigeren van marktfalen. Doorslaggevend hier is de prijs van CO2. Als er één manier is om het ‘public bad’ karakter van de klimaatverandering aan te pakken, dan is het wel om een correcte prijs te plakken op de kosten die veroorzaakt worden door CO2-uitstotende activiteiten. De markt faalt daarin, omwille van het publieke karakter van - de gevolgen van - deze kosten (overstromingen, droogte, woestijnvorming, vluchtelingenstromen). Hoe de politici daarmee omgaan, bepaalt in sterke mate de evolutie van de mondiale economie en samenleving voor de komende 40 jaar. En omdat die 40 jaar bepalend zijn voor het vermijden dan wel overschrijden van de +2° Celsius-drempel, zullen de beleidskeuzen in de komende decennia de hele toekomst van onze planeet bepalen. Wie nu de nadruk legt op de kortetermijnkosten, dreigt dus niet enkel de toekomstige baten te verliezen, maar heel de toekomst van de mensheid op de helling te zetten.

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 9 (november), pagina 91 tot 93