Abonneer Log in

De Januskop van Europa tegenover vluchtelingen

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 1 (januari), pagina 40 tot 48 en pagina 57 tot 58

Europa’s antwoord op de vluchtelingencrisis is op zijn minst dubbelzinnig. Er worden dan wel vluchtelingen gered op zee, maar legale vluchtroutes blijven uit. Landen beloven een veilige doortocht en betere opvang voor vluchtelingen via een solidair spreidingsplan, maar in de praktijk ligt de focus vaak op het weren van vluchtelingen en het sluiten van de binnengrenzen. Zowel bij de politieke leiders als bij de bevolking toont Europa een Januskop tegenover vluchtelingen. Enerzijds zijn repressieve maatregelen van conservatieve politici koren op de molen van racistische en xenofobe organisaties. Anderzijds tonen vele acties van solidariteit door burgers en middenveldorganisaties dat er wel degelijk een draagvlak is voor onthaal van vluchtelingen, een signaal dat gelukkig wordt opgepikt door politici die hun taak van opname en integratie van vluchtelingen op de best mogelijke manier willen vervullen.

‘Any man’s death diminishes me, because I am involved in mankind. And therefore, never send to know for whom the bell tolls. It tolls for thee.’ (John Donne)

De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) is formeel: in 2015 hebben meer dan 1 miljoen vluchtelingen het Europese continent bereikt. De grootste vluchtelingencrisis sinds WO II is een feit. Van die meer dan 1 miljoen vluchtelingen kwam de grote meerderheid (bijna 817.000) aan via de zee in Griekenland; meer dan 150.000 arriveerden via de zee in Italië. Het zijn vooral Syriërs die de oorlog in hun land ontvluchten. Maar ook Afghanen, Irakezen en Eritreeërs die gewapend conflict en repressie ontvluchten.

Het afgelopen jaar zagen we nooit geziene beelden van vrouwen, kinderen en mannen die buitengewone moed toonden in hun pogingen om de Middellandse Zee over te steken om bescherming te zoeken in de Europese Unie. Tragisch genoeg verloren duizenden hun leven op die hachelijke tocht. We waren getuige van een bijna onstuitbare stroom mensen die te voet de lange Balkanroute afstapten, op weg naar Oostenrijk, Duitsland of Zweden, landen die zich het meest gastvrij hadden getoond. Ze waren alleen maar te stoppen door metershoge en kilometerslange prikkeldraad en hekkens en door politiegeweld. Het zijn beelden die Europa een geweten hadden moeten schoppen, en tot onmiddellijke actie doen overgaan.

Het was daarvoor wachten op de kleine Aylan Kurdi. Zijn foto ging niet alleen de wereld rond als triest symbool van het lijden van vluchtelingen. Het was ook een wake-upcall aan het adres van de Europese Unie, die faalde om wat aan dat lijden te doen, hoezeer sommige politici van bij ons ook mogen beweren dat ze geen verantwoordelijkheid dragen voor de dood van Aylan.

Duizenden Europese burgers openden spontaan hun harten en hun deuren voor vluchtelingen, als antwoord op hun zoektocht naar een veilig onderkomen. Burgers boden humanitaire hulp, sprongen bij als vrijwilliger in opvangcentra of onthaalden vluchtelingen in hun eigen huis.

Deze burgersolidariteit versterkte op haar beurt ook het signaal aan politici in Europa dat gewerkt moest worden aan een rechtvaardig en humaan vluchtelingenbeleid. Crisissen zijn vaak kenteringen. Vele ngo’s hoopten dat deze vluchtelingencrisis eindelijk een doorbraak zou kunnen betekenen op weg naar een echt gemeenschappelijk asielbeleid, dat verder reikt dan gemeenschappelijke afspraken over de asielprocedures, de opvangcriteria en het terugkeerbeleid. Maar het resultaat blijft tot nog bijzonder pover. We horen recent nog Mark Rutte, die met Nederland vanaf januari 2016 het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie opneemt, zeggen: ‘We zitten nu al 8, 9 maanden te kletsen op ik weet niet hoeveel Europese toppen over hotspots en betere bewaking van de buitengrenzen. En het gebeurt niet.’ Hoe toereikend is nu Europa’s antwoord op de vluchtelingencrisis? En waarom wil het maar niet lukken?

WAAR BLIJVEN DE LEGALE VLUCHTROUTES?

Dagen na één van de meest dodelijke incidenten op de Middellandse Zee, waarbij meer dan 800 mensen omkwamen, beslisten de Europese leiders om het budget van de maritieme operatie Triton van het Europese grensbewakingsagentschap Frontex te verdriedubbelen. Doel was om zo de search and rescue capaciteit in de Middellandse Zee te verhogen. Alhoewel het mandaat van Frontex vooral focust op grenscontrole en zijn actieradius beperkt was tot 30 mijl buiten de Italiaanse kust, redde het met zijn operatie Triton toch duizenden vluchtelingen van de verdrinkingsdood.

De Europese koepel van vluchtelingenorganisaties (ECRE) en zijn leden, waaronder ook Vluchtelingenwerk Vlaanderen1, noemden deze beslissing van de Raad toch een gemiste kans. De ngo’s hadden namelijk een andere oplossing naar voren geschoven. Eén waarbij we net voorkomen dat mensen hun leven op het spel moeten zetten door in gammele boten te stappen. Naast de reddingsoperaties voor de mensen die vandaag in nood komen te verkeren op zee, bepleiten ze om veilige alternatieven te bieden aan mensen die op de vlucht slaan. Een preventieve aanpak via hervestiging van vluchtelingen en het uitreiken van humanitaire visa zodat vluchtelingen uit conflictgebieden op een veilige manier in Europa kunnen raken, en zowel de druk op de grenzen als de levens in nood op de Middellandse Zee kunnen afnemen. Ze pleiten ook voor het inzetten van ondersteuningsteams van het Europees Agentschap voor Asielzoekers (EASO), om de landen van aankomst, hoofdzakelijk de Griekse eilanden en de Italiaanse kust, bij te staan bij het onthaal en de registratie van vluchtelingen, omdat de opvangcapaciteit van die landen zwaar tekortschiet om grote aantallen nieuwkomers te onthalen.

De Europese leiders keken evenwel de andere kant op. Ze beslisten om vooral te investeren in grensbewaking en inspanningen om mensensmokkel te doen stoppen door de boten waarmee vluchtelingen worden overgezet te vernietigen. Dat is een harde manier om het symptoom te bestrijden. Waar is het echte duurzame beleidsantwoord van de Europese beleidsmakers dat deze vluchtelingencrisis aanpakt? Waar is het respect voor de rechten van mensen op de vlucht?

Terwijl de vluchtroutes zich verleggen naar de westelijke Balkanroute, vermenigvuldigen vele landen in Europa hun inspanningen om de vluchtelingenstroom te doen stoppen. Amnesty International meldt een stijgend aantal misbruiken ten aanzien van vluchtelingen in Macedonië, Servië en Hongarije, waar mensen in overbevolkte en ongezonde kampen gevangen gehouden worden zonder toegang tot wettelijke bescherming. Centraal in de internationale regels voor de bescherming van vluchtelingen ligt het belangrijke ‘non-refoulement’ beginsel: je stuurt een persoon op de vlucht niet zonder onderzoek naar zijn of haar nood aan bescherming terug naar het gebied dat hij of zij ontvlucht. De Europese lidstaten flirten in toenemende mate met de grenzen van dit principe. Ze schrikken er niet voor terug om pushbacks te organiseren of kilometers prikkeldraad op te trekken om vluchtelingen buiten hun grenzen te houden. Andere landen organiseren transport om de vluchtelingen zo snel mogelijk over de grens naar het volgende land te krijgen. De VN-Commissaris voor de Mensenrechten klaagt aan dat Tsjechië systematische gevangenneming gebruikt om vluchtelingen te ontmoedigen naar dat land te komen of door het land te reizen.2 Tegen Hongarije start de Europese Commissie een inbreukprocedure, omdat de verstrengde asielwetgeving in dat land elke faire behandeling van asielaanvragen onmogelijk maakt.3 Hongarije heeft het inderdaad niet gemakkelijk als buitengrens van de EU. Het hoort bij de armere landen van Europa en volgens EUROSTAT had het tussen juli en september 2015 het hoogste aantal vluchtelingen na Duitsland. Maar de Hongaarse premier Orban weigerde categoriek de hulp van het UNHCR, de VN-vluchtelingenorganisatie, om de opvang te verbeteren. Hij vond wel 4,5 miljoen euro om anti-vluchtelingencampagnes te betalen. Het hek dat hij aan de buitengrenzen met Servië en Kroatië liet bouwen, kostte 98 miljoen euro, terwijl Hongarije voor opvang en asielprocedures maar 27,5 miljoen euro veil had. Sinds november verhinderen Slovenië, Kroatië, Servië en Macedonië alle vluchtelingen, behalve Syriërs, Afghanen en Irakezen, om het land binnen te komen. Honderden vluchtelingen kwamen zo vast te zitten in transitkampen op niemandsland. Al benadrukt UNHCR dat niemand op basis van zijn nationaliteit de toegang mag worden geweigerd tot internationale bescherming, toch blijven vele Balkanlanden vluchtelingen discrimineren.

De Europese toppen brachten geen soelaas. Op de EU-top over de westelijke Balkanvluchtroute op 29 oktober 2015 engageerden de betrokken landen4 zich ertoe om hun inspanningen te coördineren om vluchtelingen een geleidelijke en gecontroleerde doortocht te garanderen. Ze beloofden ook hun capaciteit op te voeren om te voorzien in onderdak, voedsel en gezondheidszorg voor de vluchtelingen, dit met de hulp van het UNHCR en met financiële steun van de Europese Investeringsbank en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling. Zo zouden er in Griekenland 50.000 opvangplaatsen bijkomen en ook nog eens 50.000 langs de Balkanroute. Tegelijk werden afspraken gemaakt om in samenwerking met Frontex de inspanningen te verhogen om migranten die geen internationale bescherming krijgen versneld te doen terugkeren, om readmissie-akkoorden af te sluiten met herkomstlanden, de grenscontroles aan de buitengrenzen te verbeteren en de acties tegen mensensmokkel op te voeren.

Deze voornemens werden met teleurstelling onthaald door de Europese ngo’s. Naast het feit dat de voorgestelde maatregelen ter ondersteuning van vluchtelingen zich louter richten op de meest urgente humanitaire noden tijdens de Balkan-doortocht, zijn ze ook heel bescheiden. Een beperkte symptoombestrijding dus. Voorts ligt de focus op het weren van vluchtelingen, via terugkeer en grensbewaking. Waar is de aandacht voor de oorzaak van het probleem: het gebrek aan veilige en legale manieren voor vluchtelingen om bescherming te zoeken in Europa? De maatregel om illegale binnenkomsten te beperken lijkt weinig efficiënt als deze niet kadert binnen een breder Europees migratiebeleid, dat ook veilige en legale manieren voorziet om de EU te bereiken voor mensen op de vlucht voor oorlog en vervolging. Bij de vele extra inspanningen voor grensbewaking, tonen de waarnemingen van mensenrechtenorganisaties bovendien duidelijk dat Europa dient toe te zien op de transparantie van de operaties van de lidstaten, met volle respect voor mensenrechten.

DUBLIN-VERORDENING OP DE SCHOP

In het kader van het vrij verkeer van personen nam de EU een gemeenschappelijk kader aan voor de behandeling van asielaanvragen: de Dublin-verordening. Kort genomen bepaalt deze dat slechts één Europees land bevoegd is om een asielaanvraag te behandelen, en welk land dit is in geval een asielzoeker in meerdere Europese lidstaten verbleef. Stelregel is dat het eerste land van binnenkomst binnen de Schengen-zone verantwoordelijk is voor de asielaanvraag, al laat de verordening ook ruimte om andere criteria af te wegen, zoals humanitaire overwegingen of de aanwezigheid van familie in de eerste graad.

Opdat zo’n spreidingsysteem goed zou werken, is het belangrijk dat asielzoekers overal een gelijke behandeling geboden wordt. De Dublin-verordening zou een eerlijk systeem zijn als de asielprocedure in alle Europese landen gelijk is, en asielzoekers in elk land op eenzelfde, menswaardige manier zouden worden behandeld. Ondanks de gemaakte afspraken over gemeenschappelijke asielprocedures, is er echter een hemelsbreed tussen de beschermingskansen van een Afghaan in België (in 2012 zo’n 22,5% kans om erkend te worden) en pakweg Griekenland (in 2012 zo’n 0,8% kans om erkend te worden). Niet alleen de verschillen tussen de asielprocedures, maar ook de verschillen in de integratiekansen dienen onder de loep te worden genomen, bij eender welke vorm van spreidingsysteem dat werkbaar wil zijn.

Bovendien is de verordening niet alleen onfair voor mensen op de vlucht, maar ook voor enkele Europese lidstaten zelf. Een feit dat de huidige vluchtelingencrisis helder aantoonde. De Dublin-regels leggen erg veel druk op de landen aan de buitengrens van de EU. Dat leidt duidelijk tot onhoudbare situaties. Realiteit is dat de landen aan de buitengrenzen vandaag de nodige capaciteit voor onthaal en behandeling van de asielaanvragen ontbreken. Opnieuw zijn vluchtelingen hier de grootste dupe van: zij verblijven er vaak in mensonwaardige omstandigheden. Gevolg is dat langs de Balkanroute veel vluchtelingen weigeren zich te laten registreren als asielzoeker. Omdat ze er geen vertrouwen in hebben dat hun asielaanvraag fair zal worden behandeld, of omdat ze ervaren hebben dat de condities van onthaal slecht zijn, of omdat ze in dat land een discriminerende of xenofobe behandeling vrezen. Door tijdens de Europese toppen te hameren op de naleving van de Dublin-verordening wordt het risico geschapen dat vluchtelingen die zich niet willen laten registreren als asielzoeker in een land, de toegang tot het land geweigerd zien. Als vluchtelingen zich wel laten registreren in de landen die nu transitlanden zijn, zullen die landen helemaal niet in staat zijn om zoveel mensen op een humane manier te onthalen en hun asielaanvraag op een correcte manier te behandelen. Dat was de noodkreet die Griekenland en Italië al voor de zomer van 2015 hadden laten horen. Ze kreeg pas gehoor op het moment dat grote groepen vluchtelingen Europa te voet binnentrokken.

Op de Europese top van december 2015 werd dan ook afgesproken dat de Europese Commissie in de lente van 2016 een herziening van de Dublin-verordening zal voorstellen. Herziening is op zich een goede zaak. Cruciaal zal zijn dat rekening wordt gehouden met de nood om de druk op de grenslanden te verlichten, en de nood aan eerlijke en gelijke kansen op asiel en integratie. Wat de feitelijke plannen zijn over de nieuwe verdeling van de verantwoordelijkheid tussen de lidstaten voor de behandeling van asielaanvragen, is tot nog toe een goed bewaard geheim.

SCHENGEN: DRAAIT EUROPA DE KLOK TERUG?

Ook het Schengen-verdrag, dat de binnengrenscontrole tussen de meeste lidstaten van de EU afschafte in ruil voor betere samenwerking van politie en justitie en afspraken rond de controle van de buitengrenzen, staat de laatste maanden zwaar onder druk.

Nadat Hongarije, uitgerekend het land waar in 1989 de eerste gaten vielen in het IJzeren Gordijn, zijn grenzen met Kroatië en Servië hermetisch had afgesloten met kilometers prikkeldraad, is ook Macedonië gestart met de bouw van een hek op de grens met Griekenland. Ook Slovenië bouwt een afsluiting op de grens met Kroatië. Als Oostenrijk start met de bouw van een 4 kilometer lang hek aan de grens met Slovenië is de eerste afsluiting tussen twee Schengenlanden een feit. Anno 2015 staan er in Europa meer muren dan voor de val van het IJzeren Gordijn in 1989. Vele landen starten opnieuw met grenscontroles: Duitsland en Oostenrijk doen dat al sinds september; in november volgen ook Denemarken en Zweden. Zweden gaat een stap verder, met een wet die identiteitscontroles verplicht maakt voor al wie met het openbaar vervoer het land binnenkomt. Vanaf 4 januari 2016 zullen ook de transportbedrijven beboet worden voor elke passagier zonder identiteitsbewijs met pasfoto. De gevolgen, dit keer voor andere burgers dan vluchtelingen, laten niet lang op zich wachten: de spoorwegmaatschappij beslist om die reden treinen te schrappen, omdat ze niet over de capaciteit beschikt om die controles uit te voeren. Een ware catastrofe voor de duizenden forenzen die dagelijks de Oresundbrug oversteken met de trein om te gaan werken in Kopenhagen. Als reactie organiseert nu ook Denemarken grenscontroles aan de grens met Duitsland. De barsten in het Schengen-verdrag zijn een heuse bedreiging voor de economische ontwikkeling van de EU en voor de fundamentele vrijheden waarop de Unie gebouwd is.

Het begint de Europese leiders te dagen dat het voortbestaan van Schengen afhangt van de buitengrenscontrole. Op de Top van 17 december 2015 werden dan ook plannen gelanceerd voor de oprichting van een Europese grens-en kustwacht ter vervanging van Frontex. Tegen 2020 zou het agentschap over 1.000 vaste personeelsleden moeten beschikken en kunnen rekenen op de hulp van snelle interventieteams, samengesteld uit 1.500 grenswachters uit de lidstaten, die binnen de drie dagen kunnen uitrukken wanneer zich een crisissituatie voordoet en een land alleen niet in staat is om de buitengrenzen te bewaken. Ze kunnen zelfs worden ingezet zonder de toestemming van het land in kwestie. Tegen juni 2016 moet daarover een akkoord gesloten worden. Dat ligt niet voor de hand. Vele landen vrezen voor een uitholling van hun soevereiniteit over hun grondgebied. Het is al gebleken dat zoveel grenswachters rekruteren in de lidstaten niet bepaald een sinecure is. Vanuit het perspectief van de vluchtelingen waarschuwt Amnesty International bovendien terecht dat geen enkel grensbewakingssysteem aan vluchtelingen de toegang tot internationale bescherming mag beletten.

Nieuw in de laatste maanden, is dat de aandacht steeds meer verschuift naar het tegenhouden van vluchtelingen in landen die grenzen aan de Europese Unie, in de regio van de conflictgebieden. Op de Top van 9 november 2015 werd zo een akkoord met Turkije uitgetekend waarbij de EU Turkije aanstelt als poortwachter. De EU zal Turkije helpen bij de opvang van vluchtelingen en steun geven aan Syrische vluchtelingen met tijdelijke bescherming. Op dit ogenblik verblijven in Turkije 2,2 miljoen vluchtelingen waarvan er ongeveer 2 miljoen afkomstig zijn uit Syrië. Turkije zou daarvoor 3 miljard euro krijgen. In ruil engageert het zich om vluchtelingen te beletten door te reizen naar Europa en om migranten terug te nemen die geen bescherming krijgen in Europa. Nog voor het akkoord gesloten was, liet de Europese koepel van vluchtelingenorganisaties (ECRE) al weten dat er een terechte vrees bestaat dat vluchtelingen zullen worden teruggewezen naar herkomstlanden waar hun leven in gevaar is. ECRE waarschuwde ook voor schendingen van de mensenrechten.5 Ondertussen bewijzen rapporten van Human Rights Watch en van Amnesty International6 dat die vrees waarheid geworden is: 1.500 vluchtelingen worden zonder juridische grond en zonder uitleg tot twee maanden lang vastgehouden in kampen in Erzurum en Osmaniye. De open opvangcentra uit het ontwerp actieplan tussen de EU en Turkije zijn uiteindelijk detentiecentra geworden, die gefinancierd worden met Europees geld. Vele vluchtelingen worden teruggestuurd naar Syrië of Irak. Op die manier maakt Europa zich medeplichtig aan schendingen van mensenrechten.

EUROPESE SOLIDARITEIT VIA EEN SPREIDINGSPLAN?

Op de Top van 14 september 2015 lagen nochtans plannen voor met een veel menselijker gezicht, waarin de Europese Unie zou bewijzen dat ze haar verantwoordelijkheid in deze vluchtelingencrisis ter harte neemt. Plannen die bovendien, indien goed uitgevoerd, een goed alternatief zouden bieden voor de falende afspraken van de Dublin-verordening over wie verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielaanvraag. Plannen die solidariteit zou tonen met de landen die nu het zwaarst getroffen worden door de vluchtelingencrisis. Er werd toen een akkoord bereikt over de oprichting van hotspots om vluchtelingen te registreren en tijdelijk op te vangen tot er een beslissing komt over hun status. Als principe kunnen deze hotspots een stap in de goede richting zijn. Maar in de huidige situatie is wel erg snelle implementatie met adequate hulpverlening nodig.

De 11 hotspots moesten operationeel zijn tegen november 2015. Op dit ogenblik zijn echter slechts twee van die hotspots operationeel: in Lampedusa en Lesbos.7 Meteen komen ook al de pijnpunten van het inrichten van hotspots naar boven: in de praktijk lijken ze veeleer geconcipieerd als grensbewaking dan als eerste asielinstantie. De werkende hotspots zijn vooral bemand door grenswachters van Frontex. Ze tellen nauwelijks medewerkers van het Europees Asielagentschap. Lokale ngo’s laten hun bezorgdheid horen over de rol van deze grenswachters en de link tussen detentie en gedwongen repatriëring. Landen die dergelijke hotspots inrichten zijn ook verantwoordelijk voor de opvang van de vluchtelingen in afwachting van hun herplaatsing in andere landen. Maar dan moet die herplaatsing wel snel kunnen volgen na de registratie. Nu al blijkt dat er ter plaatse een groot probleem is van onthaalcapaciteit.

De Top van september 2015 besliste ook om op termijn 160.000 vluchtelingen met een hoge kans op erkenning te herplaatsen vanuit Italië en Griekenland naar andere lidstaten. Dat zou gebeuren op basis van een spreidingsplan dat rekening houdt met het bnp, de bevolking, de werkloosheid en het aantal vluchtelingen dat een land al opvangt. Tot vandaag zijn echter amper iets meer dan 200 vluchtelingen effectief herplaatst.8 Vele landen steken hun kop in het zand. Slechts 9 landen nemen op dit moment vluchtelingen over van Italië en Griekenland.9 Slechts 12 landen deden beloftes om vluchtelingen over te nemen. Slowakije en Hongarije hebben zelfs een klacht ingediend bij het Europees Hof van Justitie tegen de quota uit het spreidingplan. Met dit distributiesysteem erkende de EU natuurlijk al de nood aan een herziening van Dublin. Daarin blijft het noodzakelijk om rekening te houden met het verschil in kansen op een succesvolle asielaanvraag, maar ook omwille van de latere kansen op een goed leven, een succesvolle integratie, een degelijke job, enzovoort. Het blijft bij de implementatie eveneens nog onduidelijk of de voorkeur van vluchtelingen kan meespelen in de beslissing tot toewijzing aan één of ander land, bijvoorbeeld op basis van aanwezigheid van familie of verwanten of een andere band met het land. Dit zijn factoren die het welslagen van dergelijke operatie mee zullen beïnvloeden.

Op diezelfde Top van september 2015 beloofde de EU ook om derde landen te helpen bij de uitbouw van humane opvangplaatsen in conflictregio’s. Het werd immers duidelijk dat vele duizenden vluchtelingen, die eerder in de aangrenzende landen uit de regio opvang hadden gezocht, verder reisden naar Europa omwille van de uitzichtloosheid van de situatie in de kampen. In december bleek dat ook die belofte dode letter gebleven is: van de beloofde 5,6 miljard euro steun aan UNHCR en het wereldvoedselprogramma, het EU regionaal Trust Fund voor Syrië en het EU Emergency Trust Fund voor Afrika, was nog maar 575 miljoen euro effectief toegezegd.10 Bovendien gaat het vaak over gerecycleerd geld dat oorspronkelijk voor ontwikkelingssamenwerking was voorzien.

EUROPA OP DE VLUCHT VOOR HAAR HUMANITAIRE PLICHT

Sinds die Top van september 2015 doet de Europese Commissie eigenlijk niets anders dan de lidstaten wijzen op beloftes die niet worden nagekomen. De regeringsleiders buigen zich op elke Europese Top opnieuw over hun eigen falen. Het is dan ook merkwaardig dat op de mini-top van 16 december 2015 met Turkije, de aanwezige lidstaten11 beloftes deden met betrekking tot resettlement van vluchtelingen in Turkije, Libanon en Jordanië, bovenop de herplaatsing van vluchtelingen die al in Europa verblijven. Het voorstel van de Top bevat geen concrete cijfers. Overal is te horen dat het vrijwillig humanitair admissieschema maar van start kan gaan als Turkije zijn werk doet, zijn grenzen controleert en effectief vluchtelingen tegenhoudt. Dat doet vermoeden dat de lidstaten die aan dit programma willen deelnemen, resettlement willen zien als een alternatief voor de voortdurende aankomst van vluchtelingen. Op de Top werd bijvoorbeeld door België duidelijk gesteld dat resettlement niet kan doorgaan zolang de instroom niet wordt drooggelegd. Maar bij de Europese Commissie valt te horen dat UNHCR jaarlijks maar 80.000 cases aankan voor resettlement. Dat is minder dan 10% van het aantal vluchtelingen dat vorig jaar de Europese Unie bereikte. Waar het principe van resettlement een mooie uiting van verantwoordelijkheidszin van Europa is ten aanzien van kwetsbare vluchtelingen en een teken van solidariteit ten aanzien van de landen in de regio’s waar de meeste vluchtelingen toevlucht zoeken, wordt het op die manier een goedkope afkoopsom voor de humanitaire plicht van landen die de Conventie hebben ondertekend.

Een groot en genereus Europees plan, dat op een solidaire manier vluchtelingen opvangt in alle landen van de Unie mits een billijk spreidingplan, dat overal correcte procedures toepast voor de toekenning van de vluchtelingenstatus met respect voor de mensenrechten, dat de landen in de conflictregio’s steunt om vluchtelingen te herbergen en dat een deel van hun zware last overneemt via resettlement, is voorlopig niet meer dan een hersenschim.

Het is te vrezen dat dit plan ook afwezig zal blijven zolang de discussies louter geleid worden vanuit het prioritair belang van de individuele lidstaten, en niet met een gemeenschappelijk oog op een betere bescherming voor vluchtelingen. Een gedeelde visie op het verlenen van asiel als verlengstuk van de verdediging van onze Europese waarden, ontbreekt. Net als een gedeelde visie op hoe we deze nieuwe Europeanen het best onthalen om hen op duurzame wijze in de Europese samenleving te integreren.

VLUCHTELINGEN (NIET) WELKOM

Europa toont een Januskop ten aanzien van vluchtelingen, zowel onder zijn leiders als bij de bevolking. Enerzijds zijn er de regeringen die er alles aan doen om vluchtelingen zoveel mogelijk buiten hun grenzen te houden en vooral maatregelen treffen om hen te ontraden om voet aan de grond te zetten in hun land. De hekken, prikkeldraad en politiecontroles waarover al sprake was in dit artikel zijn daar een voorbeeld van. In Denemarken wordt zelfs een wet gestemd om juwelen en waardevolle bezittingen van vluchtelingen in beslag te kunnen nemen, wat doet denken aan de zwartste bladzijde in de Europese geschiedenis van de 20ste eeuw. In eigen land pleit Bart De Wever voor een herziening van de Conventie van Genève, voor pushbacks naar veilige landen, voor afsluiting van de grenzen van de Schengenzone en voor opvang van vluchtelingen in hun eigen regio. Regeringsleiders zoals Orban uit Hongarije, die voortdurend misprijzend doet over de vluchtelingen en over al wie hen wil helpen, of Zeman uit Tsjechië, die persoonlijk deelneemt aan anti-islam ralleys en oppert dat de mannen onder de vluchtelingen beter in Syrië blijven om te strijden tegen IS, of Fico van Slovakije, die enkel christelijke vluchtelingen in zijn land wil zien, zijn olie op het vuur van rechtse en racistische organisatie zoals Pegida en van extremisten die het vuur steken aan vluchtelingenkampen.

Anderzijds zijn er ook de vele warme gebaren van mensen, zoals bleek tijdens de solidariteitsmarsen van september, waar tienduizenden betogers in steden in Denemarken, het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Hongarije, Nederland, Portugal, Spanje, Finland, Noorwegen, Zweden, Oostenrijk, Italië en België hun solidariteit betoonden met de vluchtelingen en hun afkeuring lieten blijken met het vluchtelingenbeleid van hun regeringen. Ngo’s, activisten en vrijwilligers vullen steeds meer de leemtes op waar regeringen falen in hun optreden. Ze organiseren konvooien met hulpgoederen naar Calais, verdelen warme maaltijden in Budapest en Athene, organiseren een tentenkamp, inclusief medische zorgen en juridische bijstand in het Maximiliaanpark in het hart van Europa, waar honderden vluchtelingen kamperen in afwachting van hun kans om asiel aan te vragen. Het zijn ook burgers en privé-instellingen die hun eigen deuren openzetten om thuisopvang te organiseren voor vluchtelingen die van de overheid geen opvangplaats toegewezen kregen.

Als de vele spontane uitingen van solidariteit één ding tonen, dan is het wel dat er bij de Europese bevolking wel degelijk een draagvlak aanwezig is om mensen op de vlucht voor oorlog, geweld en vervolging op te nemen in onze Europese samenleving. Hiermee moeten overheden aan de slag. Dat heeft Angela Merkel goed begrepen, ondanks tegenstand in haar eigen partij. Gezien de taak in het onthalen en integreren van vluchtelingen, waar de regeringen van Europese lidstaten onvermijdelijk voor staan, doen ze er goed aan om deze opportuniteit aan te grijpen in plaats van ze links te laten liggen. Het pleidooi voor een humane opvang via een solidair spreidingsplan, zowel in België als in Europa, en voor versterkte inspanningen voor integratie, zoals in het 16-puntenplan van de CD&V, zijn een welkom signaal. Het loont de moeite om naar het aanwezige maatschappelijke draagvlak te kijken als een dynamiek die verder kan groeien en steun kan geven aan een krachtdadig gemeenschappelijk Europees vluchtelingenbeleid. Europese leiders moeten erop toezien dat dit draagvlak net versterkt wordt, eerder dan verdere voeding te geven aan angst en onverdraagzaamheid in de Europese samenleving, die de integratie van deze nieuwe Europese burgers zal bemoeilijken. Hier zijn ook middenveldorganisaties een belangrijke partner voor de EU-lidstaten, in de opvang en begeleiding van vluchtelingen.

Voor de verschillende Europese lidstaten, wiens belangen vandaag soms haaks op elkaar lijken te staan in de vluchtelingenkwestie, blijft de grootste uitdaging om in 2016 eindelijk effectief stappen te zetten in de richting van een gemeenschappelijk legaal migratiebeleid dat alternatieven voor de huidige situatie durft te bieden. Samenwerking is daarin het sleutelbegrip. In 2015 zagen we verdeeldheid, paniekvoetbal en de opkomst van stemmen die de Europese waarden en mensenrechten ondermijnen. In dat opzicht miste Europa zijn afspraak met de geschiedenis om van deze crisis de opportuniteit te maken die toonde dat ze alsnog als krachtdadige en solidaire unie kan samenwerken. Nu is er nood aan gecoördineerde actie met het oog op onderlinge solidariteit tussen de lidstaten, het redden van mensenlevens en de bescherming van vluchtelingen. Dat is de historische uitdaging waar de Europese Unie in 2016 voor staat. Vanuit haar humanitaire plicht, maar ook om haar eigen overleving veilig te stellen.

Charlotte Vandycke en Anne Van Lancker
Respectievelijk woordvoerster en voorzitster Vluchtelingenwerk Vlaanderen

Noten
1/ http://www.vluchtelingenwerk.be/publicaties/nota-veilige-en-legale-routes-voor-syriers-op-de-vlucht.
2/ http://www.ecre.org/un-human-rights-chief-condemns-inhuman-treatment-of-refugees-and-migrants-in-detention-centres-in-czech-republic/
3/ https://www.aivl.be/nieuws/inbreukprocedure-tegen-de-hongaarse-asielwetgeving-gestart.
4/ Albanië, Oostenrijk, Kroatië, Macedonië, Duitsland, Griekenland, Hongarije, Roemenië, Servië en Slovenië.
5/ http://www.ecre.org/ecre-fears-human-rights-being-left-behind-in-the-rush-to-an-eu-turkey/
6/ https://www.aivl.be/sites/default/files/bijlagen/turkeydetentiondeportationbriefing14dec2015.pdf.
7/ http://ec.europa.eu/dgs/home-affairs/what-we-do/policies/european-agenda-migration/press-material/docs/state\_of\_play\_-\_hotspots\_en.pdf.
8/ http://ec.europa.eu/dgs/home-affairs/what-we-do/policies/european-agenda-migration/press-material/docs/state\_of\_play\_-\_relocation\_en.pdf.
9/ België, Finland, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Litouwen, Portugal, Slovenië en Zweden.
10/ http://ec.europa.eu/dgs/home-affairs/what-we-do/policies/european-agenda-migration/press-material/docs/state\_of\_play\_-\_member\_state\_pledges\_en.pdf.
11/ Duitsland, Oostenrijk, België, Luxemburg, Finland, Zweden, Griekenland en Nederland.

vluchtelingencrisis - solidariteit - Europa

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 1 (januari), pagina 40 tot 48 en pagina 57 tot 58