Log in

'Macht en onmacht' / 'Wie is Charlie?'

Uitgelezen

Macht en onmacht

Tinneke Beeckman
De Bezige Bij, Amsterdam, 2015

Wie is Charlie?

Emmanuel Todd
De Bezige Bij, Amsterdam, 2015

Een jaar geleden vond de aanslag plaats op Charlie Hebdo. Het gaf toen aanleiding tot een discussie over vrije meningsuiting. Tinneke Beeckman vindt echter dat de filosofische implicaties van die gebeurtenis veel verder gaan. De oude boegbeelden van mei ’68 zijn vermoord. Frankrijk werd geraakt in zijn verdediging van de politieke vrijheid. Het is voor de auteur een aanknopingspunt voor een filosofische reflectie over onze tijd. Charlie Hebdo en zijn idealen van libertijnse vrijheid en militant laïcisme waren al verdampt en vervangen door een algemene vertwijfeling over waarden en ideeën. Dit postmodernisme staat haaks op de overtuiging dat de mens de maat is van de politieke en morele waarden en dat de rede de mens kan emanciperen. Het postmodernisme zet zich af tegen het humanisme en rationalisme van de 17de-18de eeuw, maar het heeft misschien wel het kind met het badwater buiten gegooid.

Martin Heidegger was voor het postmodernisme een belangrijke inspiratie. Voor hem is de mens principieel onbepaald. Dat lijkt een idee van vrijheid te impliceren, maar zeker sinds de publicatie van zijn ‘Zwarte schrifte’ in 2014, kan niemand er omheen dat diezelfde Heidegger zich overgegeven heeft aan antisemitisme en complotdenken. Welnu, precies dat antisemitisme en complotdenken komen terug. Het postmodernisme heeft de democratie ondermijnd door te twijfelen aan de mogelijkheid van waarheid en autoriteit. Het gaat bij de postmodernen echter niet alleen om Heidegger. Er is een hele filosofische stroming, te beginnen met Nietzsche, die de (absolute) waarheid in vraag stelt en de laatste idealen die ons verblinden, wil ontmaskeren. Foucault en Deleuze nemen een vooraanstaande plaats in. Er zijn voor hen alleen maar interpretaties. De vraag naar de waarheid wordt een vraag naar de dominante interpretatie en naar de mogelijkheid van een minderheid om daar (tijdelijk) tegenin te gaan. De verdediging door Foucault van Khomeini is een pijnlijke illustratie tot wat dit soort kritische houding ten opzichte van de Verlichting kan leiden.

Zonder een vorm van waarheid of waarachtigheid is er geen verschil tussen feit en fictie en is een liberale leefwereld onmogelijk. Strijd voor waarachtigheid is een verweer tegen bijvoorbeeld desinformatie die tot geweld leidt. Ideeën over het algemeen belang mogen best van elkaar verschillen, maar er mag geen geweld aan te pas komen.

Emmanuel Todd publiceerde enkele maanden na de aanslag Qui est Charlie?. Zijn analyse sluit aan bij een postmoderne deconstructie: hij zoekt onder de oppervlakte naar de betekenis van de massademonstratie en komt tot het inzicht dat de manifestanten eigenlijk door islamofobe motieven geïnspireerd waren. De opkomst was het grootst op die plaatsen waar tijdens de Tweede Wereldoorlog het meest gecollaboreerd werd met het Vichy-regime, waar men dus vooral rechts, conservatief en katholiek was. Dat katholicisme lijkt verdwenen, maar dat is slechts aan de oppervlakte zo. Wie dieper kijkt, ziet de krachten van toen nog altijd aan het werk. Hij noemt dat zombi-katholicisme. De manifestanten kwamen niet op voor gelijkheid of voor de zwakkeren. Zij kwamen volgens hem op voor de vrijheid van de meerderheid. Zij zijn allen schuldig, wat niet beweerd mag worden van de slachtoffers in de banlieus, ook al gaan die tot terroristische daden over. Todd noemt zichzelf een wetenschapper en voert bewijzen aan met kaarten, maar eigenlijk is hij voor Beeckman gewoon een moderne priester die schuldigen aanwijst.

Todd komt zelf dus op voor de jongeren die in de banlieus opgegroeid zijn en die gewoon in opstand komen tegen hun sociaaleconomische achterstelling. We hebben hier te maken met een vals bewustzijn van de hogere middenklasse, denkt hij. Die is in de betogingen ook oververtegenwoordigd, ten koste van de arbeidersklasse die zich zomaar niet op sleeptouw laat nemen. De al dan niet verborgen islamofobe reactie van die hogere middenklasse is een puur zondebokmechanisme.

Op de manifestaties zien we een uitbarsting van een religieuze crisis, puur geïnspireerd door de angst om door de islam overrompeld te worden. Politiek wordt veel minder aangedreven door economie dan door religie. De religieuze gemeenschappen zijn in hun fundamenten veel minder veranderd dan hun oppervlakkige discours laat vermoeden. Het is een zaak van geloven in egalitaire structuren en liberale waarden of in ongelijkheid en autoritaire waarden. Hollande is in dat licht een volmaakte belichaming van het Zombie-katholicisme. ‘Miljoenen Fransen stroomden de straat op om het recht te spuwen op de godsdienst van de zwakkeren aan te merken als een eerste behoefte van de samenleving’ (69).

Ik heb Charlie Hebdo nooit gelezen, maar ik vind natuurlijk niet dat men die redactie zomaar mocht omverblazen. Ik denk niet dat dit een uiting van islamofobie is, want tegelijk sta ik huiverig tegen het publiek bespotten van wat de gelovigen zo ernstig nemen. Zelf ben ik vrijzinnig, maar ik zou er niet aan denken een hoofddeksel op te houden als ik een kerk binnenga, ook niet om mijn schoenen aan te houden in de moskee. Misschien zijn er op de kaarten van Todd veel nakomelingen van de antisemieten die Dreyfus aangepakt hebben, maar zijn analyse is een beetje te karikaturaal om helemaal ernstig genomen te worden.

Toch lijkt het me niet helemaal onjuist om ook bij sommigen die reageren op de aanslagen religieuze motieven te ontwaren. Tinneke Beeckman pleit ervoor om de fundamentalisten niet louter te zien als slachtoffers van een sociaaleconomische achterstelling. Ze heeft gelijk dat de religieuze visie op hiërarchie en principiële ongelijkheid wel degelijk een rol spelen. Maar dat zal ook gelden voor wat aan religie overblijft in de christelijke cultuur, al dan niet bij gelovigen of vrijzinnigen. Todd maakt er bij momenten een karikatuur van, maar helemaal ongelijk heeft hij misschien ook niet.

Todd en Heidegger zijn postmodernisten die verzand zijn in relativisme. Beeckman aanvaardt niet dat de sociaaleconomische omstandigheden een allesverklarende factor zijn. Radicalisering is niet alleen terug te voeren naar achterstelling, maar moet ook begrepen worden vanuit denkbeelden over hiërarchie en heteronomie. Postmodernen willen ontmaskeren. Je belandt dan vrij vlug bij complotdenken, dat een ijzersterke retorische strategie volgt. Alle tegenargumenten worden gewoon weerlegd. Dit is goed voor iemands identiteit, want hij of zij behoort per definitie bij de goeden, maar zonder waarheid kun je om het even wat beweren. Niet dat die waarheid absoluut zou zijn, maar voor sommige stellingen zijn er nu eenmaal meer argumenten dan voor andere. Opinies zijn niet allemaal even waar. Nauwkeurigheid en oprechtheid zijn belangrijke deugden die een richtlijn kunnen aangeven. De Verlichting ziet de natuur helemaal niet als alleen maar een instrument.

De stelling van Tinneke Beeckman is eigenlijk eenvoudig en in elk geval eenduidig: wie iedere vorm van waarheid verwerpt, komt in het vaarwater van gevaarlijke filosofen. Wie het humanisme en het rationalisme dat op de Verlichting teruggaat verwerpt, construeert zijn eigen waarheid. En het valt natuurlijk niet te ontkennen dat Heidegger bij antisemitisme uitgekomen is, zoals het niet te ontkennen valt dat Todd zombie-katholieken ziet zoals bange mensen spoken ervaren in het donker. Onder de manifestanten kort na de aanslag op Charlie Hebdo waren er natuurlijk mensen die misbruik maakten van de situatie om hun haat voor de islam te tonen. Maar dat er alleen maar erfgenamen van diegenen die Dreyfus en de Joden in het algemeen verjaagd hebben, is bijna te gek voor woorden. Maar dat je dat kromme denken herstelt door terug te gaan naar de Verlichting lijkt me ook niet zo evident. Beeckman noemt waarheid en waarachtigheid in een adem, maar dat is toch niet hetzelfde? Waarachtigheid is wat naar waarheid overhelt, wat er uitziet als waarheid. Ik denk dat je niet kunt volhouden dat alles even waar is zonder uit te komen bij de stelling dat alles om het even is. Maar de waarheid van de Verlichting is evenmin vol te houden. De mens is niet simpelweg rationeel, vrees ik. En natuurlijk was Heidegger op een heel pijnlijke wijze fout. En natuurlijk gaat dat verder dan een opportunistisch slippertje en zit dat ergens diep in zijn denken. Maar toch heeft hij ook wel aangevoeld dat het Verlichtingsdenken op een grens gestoten was. Tinneke Beeckman betoogt terecht dat de religieuze motieven van de fundamentalisten wel degelijk meespelen, maar zij ontkent dan toch net een beetje te hard dat dit ook geldt voor een tegenreactie die soms even diepe religieuze wortels kan hebben.

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 1 (januari), pagina 80 tot 83