Abonneer Log in

Een socialist kan geen pacifist zijn

PRO - CONTRA

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 3 (maart), pagina 23 tot 24 en pagina 33

Een socialist kan geen pacifist zijn. Want dat betekent mensen aan hun lot overlaten in situaties waarin zonder het leger geen oplossing meer mogelijk is. Dat kan een socialist niet maken.

Natuurlijk kan het gebruik van geweld voor geen enkele Europeaan, laat staan voor een socialist, ooit een normaal beleidsinstrument zijn. Daarvoor zijn Europeanen te veel oorlogen begonnen en hebben de Europese landen zelf te veel geleden. Het leger kan echter ook preventief ingezet worden, voor peacekeeping-opdrachten om geweld te vermijden, en voor de opleiding van de strijdkrachten van partnerlanden, zoals de Europese Unie dat vandaag in Mali en Somalië doet. Ook afschrikking van elke aanval op het EU- en NAVO-grondgebied is belangrijk. Afschrikking heeft ook een extern effect. Een geloofwaardige ontplooibare capaciteit ondersteunt rechtstreeks de Europese diplomatie in een wereld waarin vele regimes helaas nog steeds Stalins vraag over het Vaticaan als graadmeter gebruiken: hoeveel divisies kan deze of gene inzetten?

Maar: wanneer preventie faalt - en ze zal soms falen - moet er ook opgetreden kunnen worden. Als ultiem middel. Wanneer geen andere instrumenten meer baten, en binnen de grenzen van het internationaal recht, kan geweld dus nodig zijn. Met name wanneer ons grondgebied of onze vitale belangen (denk aan het afsnijden van de scheepvaart door piraterij) rechtstreeks bedreigd worden, of wanneer mensen ten prooi vallen aan genocide, etnische zuiveringen, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.

Kan de linkerzijde in die laatste vier gevallen aan de zijlijn blijven staan?

Het is in dergelijke crisissituaties dat de VN-Veiligheidsraad zijn ‘verantwoordelijkheid tot bescherming’ (Responsibility to Protect) moet opnemen en militaire operaties kan toestaan. Een principe waar links, toen het in 2005 door de Algemene Vergadering van de VN aangenomen werd, achter stond. Om consistent te zijn met onszelf, moeten we dan ook de militaire middelen ter beschikking kunnen stellen wanneer de VN onze hulp vragen. Ook het traditionele linkse standpunt pro Europese defensiesamenwerking noopt tot consistentie: wie gaat er met België willen samenwerken als wij zelf niets meer in te brengen hebben? Geen Europese defensie zonder Belgische defensie.

Ook van België wordt dus internationaal een militaire bijdrage verwacht. Want in tegenstelling tot wat de meeste Belgen denken, beleidsmakers incluis, is België geen klein land. Zowel qua bevolkingsaantal als qua bbp zijn we de negende lidstaat van de EU. Die kloof tussen ons zelfbeeld en onze eigenlijke omvang zorgt voor problemen. Want België dreigde zijn deel niet meer te doen. Onze defensie-uitgaven waren de negende in de EU - tot de regering-Michel bij haar aantreden zeer zware besparingen oplegde. Als deze besparingen tot aan de verkiezingen van 2019 zouden worden doorgezet, zouden onze defensie-uitgaven zakken tot amper 0,7% van het bbp of nog niet de helft van het EU-gemiddelde. Daarmee zouden we meteen de laatste van de klas zijn. Dat zou niet alleen geen nieuwe gevechtsvliegtuigen betekenen, maar ook geen vervanging van de fregatten en geen nieuwe uitrusting voor de landcomponent. Bovenal zou defensie met dit budget niet voldoende mensen kunnen aanwerven om de massale pensioneringsgolf die er de volgende jaren aankomt op te vangen.

Een kleine, maar betrouwbare partner was terecht ons motto. De laatste jaren hebben we dat waargemaakt, door telkens weer een betekenisvolle bijdrage aan operaties te leveren. De landcomponent in Mali, de F-16's boven Libië en Irak, de marine in de Middellandse Zee: op de Belgen kon men rekenen. Daar dreigde dus een einde aan te komen. De andere EU- en NAVO-landen zouden er alleen nog op kunnen betrouwen dat de Belgen toch niet meer zouden kunnen meedoen.

Dat is wel degelijk problematisch. In de allereerste plaats is België niet alleen geen klein land, het is ook geen eiland. België is een van de meest open economieën ter wereld: 75% van onze welvaart komt van onze export. We hebben er dus enorm belang bij dat de wereld rondom ons stabiel blijft of onze welvaart lijdt daar onmiddellijk onder. Het zijn ook Belgische schepen die door Somalische piraten bedreigd worden en het is onze energiebevoorrading die afhankelijk is van de stabiliteit in de Sahel. Het zijn ook 500 van onze burgers die gaan meevechten met IS in Syrië en Irak. Alle operaties waaraan we recent hebben deelgenomen, zijn dus direct in ons eigen belang.

Bovendien maakt onze defensie-inspanning integraal deel uit van onze bijdrage aan de Europese integratie in het algemeen. De EU versterken en verdiepen, is dé prioriteit van de Belgische diplomatie. Wij moeten op de Europese besluitvorming kunnen wegen. Maar in de EU hangen alle dossiers met elkaar samen.

Als onze premier zijn collega’s in de Europese Raad van zijn standpunten in een economisch of institutioneel dossier wil overtuigen, helpt het echt niet als België zichzelf al op voorhand zou uitsluiten van een serieuze rol in elk defensiedossier. De prijs van het niet investeren in defensie wordt met andere woorden niet alleen door defensie betaald - alle departementen krijgen vroeg of laat de rekening gepresenteerd.

Nu geeft dezelfde regering aan Defensie gelukkig opnieuw een langetermijnperspectief. Voor wie denkt dat dit nu wel erg veel geld is: eigenlijk krijgt het leger niet echt veel extra. De defensie-uitgaven zullen geleidelijk stijgen naar het niveau van voor de besparingen, rond 1,1 procent van het bbp, zoals onder de regering-Di Rupo, om met de grote investeringen erbij ten slotte uit te komen rond 1,3 procent - tegen 2030 pas! Net zoals het eigenlijk in het regeerakkoord staat, maar initieel niet werd uitgevoerd. België zal hiermee niet meer dan zijn deel doen; het EU-gemiddelde bedraagt overigens 1,5 procent. Qua getalsterkte, 25.000 militairen en burgers, zal ons leger zelfs een van de kleinere worden. Maar in het licht van de grote pensioneringsgolf was dit onvermijdelijk. Zelfs om op 25.000 te blijven zal een indrukwekkende rekruteringsinspanning nodig zijn, omdat men tegelijk de gemiddelde leeftijd wil verlagen. En de mensen die na een bepaalde leeftijd vertrekken, moeten natuurlijk ook worden vervangen.

Essentieel is dat het ambitieniveau grotendeels gehandhaafd blijft: in elke component - land, zee en lucht - een betekenisvolle gevechtscapaciteit in stand houden. Met die waaier kan België op een serieus niveau aan een operatie deelnemen in alle mogelijke scenario’s waarin het wil deelnemen. Dat geeft deze en alle volgende regeringen maximale politieke speelruimte. Om deze waaier op een zo kostenefficiënt mogelijke manier te kunnen behouden, zal er volop moeten worden ingezet op doorgedreven samenwerking met andere landen. Onze marine is al erg geïntegreerd met de Nederlandse. De opvolging van de F-16’s moet de gelegenheid zijn om ook onze luchtcomponent op een gelijkaardige manier te integreren met een van onze partnerlanden. Ook de landcomponent moet op zoek naar meer internationale samenwerking.

In de jaren 1930 was de linkerzijde van de toenmalige Belgische Werkliedenpartij kwaad op de regering, en met name Minister van Buitenlandse Zaken Spaak, omdat die niet wou tussenkomen in de Spaanse burgeroorlog en de Republiek niet wou bijstaan tegen de fascistische rebellie van Franco. Socialisten vandaag moeten even ontzet zijn indien wij als land niet meer in staat zouden zijn om internationale solidariteit te tonen wanneer elders mensenrechten en mensenlevens op het spel staan.

Sven Biscop
Directeur van het programma ‘Europa in de wereld’ aan het Egmont - Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen en doceert aan de UGent en het Europacollege. **
Hij is oud-voorzitter van sp.a-Willebroek.**

pacifisme - socialisme - defensie - gevechtsvliegtuigen

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 3 (maart), pagina 23 tot 24 en pagina 33