Log in

'Onsterfelijk links'

Uitgelezen

Onsterfelijk links

Paul Magnette
De Bezige Bij, Amsterdam, 2016

We weten uit de geschiedenis dat als men een boot ‘onzinkbaar’ of een financieel product ‘risicoloos’ noemt, we ons zorgen moeten maken. Zo ook met de titel van het nieuwste boek van Paul Magnette (PS-politicus, Minister-President van het Waals Gewest, Burgemeester van Charleroi en voormalig Professor Europese Politiek): Onsterfelijk Links. In de ontkenning zit de erkenning van de existentiële crisis van de sociaaldemocratie. Magnette heeft wel geprobeerd daar een heel optimistisch antwoord op te formuleren.

Die crisis van de sociaaldemocratie is de voorbije jaren al vaak geanalyseerd, niet in het minst in dit tijdschrift. Ook Magnette begint met de ondertussen gekende vaststelling dat links aan een drieledige kwaal lijdt. Een electorale crisis, waarbij sociaaldemocratische partijen kiezers verliezen, en in sommige Europese landen zelfs gedecimeerd worden. Na een heropleving in de tweede helft van de jaren 1990 is de sociaaldemocratie in West-Europa gemiddeld een derde van haar kiezers kwijtgeraakt. Een intellectuele crisis, omdat links geen overtuigende diagnose en aanpak van de financieel-economische en andere crisissen weet te maken die overtuigt. En een morele crisis, waarbij de sociaaldemocratie aan zichzelf begint te twijfelen.

Magnette is bescheiden over zijn relatief dunne boek, dat men niet als een doorwrocht pamflet of programma moet zien en ook niet alle voor links belangrijke thema’s aansnijdt. Wel wil hij, aan de hand van een aantal concrete uitdagingen, in grote lijnen de weg aanduiden die de sociaaldemocratie moet volgen om terug te bloeien. Hoe ziet hij dat? Niet verrassend pleit Magnette voor een duidelijke linkse koers, die evenwel moet worden aangepast aan de omstandigheden van deze tijd. Tussen het kopiëren van rechtse recepten (zoals sommige andere Europese sociaaldemocratische partijen vooral als junior partner in een aantal centrumcoalities doen) en de populistische aanpak (waarvan Magnette stelt dat ze eigenlijk geen nieuwe ideeën aandraagt en deze bovendien te weinig rigoureus en coherent uitwerkt) in dus.

Maar eigenlijk is het boek moeilijk te plaatsen. Op sommige plaatsen klinkt het, zoals we zouden verwachten, traditioneel-links dat socialisme per definitie antikapitalistisch is. Op andere plaatsen zou je zweren dat hier niet een voorman van de PS aan het woord is, maar wel één of andere Alexander De Croo, wanneer bijvoorbeeld de lof van de selfie bezongen wordt als uiting van het zelfbewustzijn, als democratisering van de celebrity. Daarmee lijkt Magnette de gespleten achterban van de sociaaldemocratie te proberen vangen in één worp, via klassieke linkse taal wanneer het op ongelijkheid aankomt, maar een moderne invulling van identiteitsbeleving, organisatievormen en burgerschap. Hoe die spreidstand programmatorisch coherent vertaald kan worden, had zeker beter kunnen worden uitgewerkt.

Soms is het boek inderdaad nogal onsamenhangend, en lezen we losse overpeinzingen van Magnette over recente gebeurtenissen, en hoe links daar optimistisch mee kan omgaan en positief op kan inspelen. Zo gaat het in één hoofdstuk (over hoe het nieuwe individualisme een kans is voor de democratie) van de welkome solidariteit en collectieve verontwaardiging na Charlie Hebdo over het nut van de stemplicht, het eerder vermelde positieve van de selfie naar hoe links een feest is en moet blijven. En daarom ook de hedonistische jeugd niet met geheven vingertje moralistisch moet terechtwijzen maar net moet laten inzien dat het antwoord op ‘waar is dat feestje?’ ‘links’ is.

Naast dit hoofdstuk over een voor links atypisch onderwerp als het individualisme bevat het boek te verwachten thema’s als ongelijkheid, financiële excessen, arbeidsherverdeling, sociale zekerheid en precaire arbeidsvoorwaarden en de nood van Europese samenwerking tussen sociaaldemocratische partijen en van het socialer maken van de Europese samenwerking. De analyse en oplossingen zijn helder (vaak ook met verwijzingen naar recent academisch werk zonder te storen bij het lezen) maar zelden vernieuwend. Dat lijkt ook de bedoeling: Magnette lijkt ons (met zelfverzekerde kop op de cover) de boodschap te willen geven dat links eigenlijk meestal wel al de juiste antwoorden op de juiste vragen geeft, maar dat het vooral weer meer moet geloven in dat verhaal, en moet geloven dat mensen dan wel zullen volgen. De ondertoon is, op verschillende plekken in het boek, dat een radicalisering van het discours niet nodig is.

Het boek eindigt dan ook met de conclusie dat links niet moet en niet mag fatalistisch zijn. De sociaaldemocratie is al eerder met crisissen geconfronteerd en is er telkens sterker uitgekomen, stelt Magnette. De evenwichtsoefening tussen radicale ideeën ter verbetering van de samenleving uitdragen en het sluiten van compromissen om ze te verwezenlijken, tussen de achterban enthousiasmeren en ze te begeleiden naar de consensus, is ook van alle tijden. De nieuwe tijd, ontzuild, geïndividualiseerd en technologisch veranderd, biedt niet minder mogelijkheden voor de sociaaldemocratie dan de goeie ouwe tijd van de trentes glorieuses, aldus de auteur.

De uitdaging blijft onveranderd hoe de collectieve morele energie van verontwaardiging om te zetten in veranderingen die de maatschappij permanent rechtvaardiger maken. Op de laatste bladzijden van het boek brengt Magnette zijn voorstel voor een alternatieve Europese six-pack in herinnering: vervanging van vrijhandel door eerlijke handel; een Europees minimumloon; gemeenschappelijke obligaties; hervorming van de financiële sector; een Europees industrieel beleid; en een ambitieuze financiële transactietaks. Op dezelfde wijze moet links op andere niveaus een klein aantal grote doelstellingen vooruitschuiven en alles in het werk stellen om deze te verwezenlijken, stelt de PS’er. Ik ga akkoord, maar ben eerder in het boek op mijn honger blijven zitten omtrent hoe men daarin zal slagen, behalve met meer zelfvertrouwen dezelfde boodschap verkondigen.

Hoop dus niet in dit boekje eindelijk de wonderoplossing te vinden over hoe de sociaaldemocratie weer een leidende politieke beweging kan worden. Op zoek daarnaar kunnen wij de bladzijden van Samenleving en politiek blijven vullen. Wie echter nood heeft aan een dosis optimisme over de toekomst van de sociaaldemocratie na vele stukken die lezen als overlijdensberichten, moet dit boek zeker lezen. Je zou kunnen stellen dat Magnette met dit boek vooral een antwoord wil bieden op de morele crisis van de sociaaldemocratie, en ons weer wil doen geloven in de juistheid van haar waarden en de haalbaarheid van haar recepten.

In de geest van het boek zal ook ik optimistisch eindigen. De sociaaldemocratie zal nooit verdwijnen als ze aan zelfreflectie blijft doen, schrijft Magnette ergens. Als dat klopt, dan zit links inderdaad gebeiteld.

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 4 (april), pagina 101 tot 103