Log in

Gescheiden slagen

HET SIENJAAL: 20 JAAR LATER

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 7 (september), pagina 57 tot 62

‘Groen en sp.a zouden beter samen opkomen in plaats van elkaar vliegen af te vangen.’ ‘1 + 1 = 3.’ ‘Progressieve frontvorming, samen sterker’: klinkt goed en lijkt vanzelfsprekend. Wij plaatsen daar vraagtekens bij. Wij zijn er immers niet van overtuigd dat dit altijd en overal een goede strategie is. 1 plus 1 zou minder dan 2 kunnen zijn. Wil de progressieve zijde groeien, dan moeten beide partijen grondig nadenken over hun programma en hun doelpubliek. De twee huidige kiezersgroepen kunnen niet zomaar opgeteld en bijeengebracht worden. Elkaar vliegen afvangen is geen optie, samenwerking op het terrein is een must, maar er zijn andere mogelijkheden om progressief Vlaanderen groter te maken.1

HET SIENJAAL: 20 JAAR LATER

Iedereen bleef kijken vanuit het eigen hokje
Norbert De Batselier
Verschillen en complementariteit tussen groene en rode kiezers
Bart Meuleman, Koen Abts, Chris Gaasendam en Marc Swyngedouw
Partijleden en link(s)e samenwerking
Nicolas Bouteca, Carl Devos, Robin Devroe, Benjamin de Vet en Bram Wauters
Opnieuw voorlopers worden
John Crombez
Voor een progressief front van doeners
Meyrem Almaci
Een Borgerhout-scenario in heel Antwerpen
Peter Mertens
Werken aan coalitie van enthousiasten
Patrick Develtere
Samenwerken is de enige optie
Rudy De Leeuw
Het linkse speelveld is ruimer dan je denkt
Tom Garcia
Gescheiden slagen
Herman Lauwers en Jos Geysels

Willen wij het debat over de progressieve frontvorming in de kuil van de geschiedenis smijten? Uiteraard niet. Wel hopen we dat het besef groeit dat de discussie liefst niet louter in termen van de politieke rekenkunde gevoerd wordt. Dromerijen over een progressieve partij zonder rekening te houden met de attitudes en de verwachtingen van het electoraat zijn misschien prettig maar vooral kortstondig. Oproepen tegen de versnippering en voor de eendracht kunnen mobiliserend werken en een dynamiek losmaken. De frontvorming propageren als de wereldse actualisering van de Bijbelse vermenigvuldiging van de broden, klinkt aanstekelijk. Maar of het de rechterzijde steekt en/of de kiezer charmeert, is eerder een hypothese dan een algemene conclusie.

Anderzijds, het is niet omdat de realiteit de dromers tot de orde roept dat het debat is afgelopen. Zo is het twijfelachtig of we uit een onderzoek naar de waarden, de inkomenspositie en/of de scholingsgraad van het kiespubliek zomaar een strategie voor een politieke partij kunnen afleiden. De realiteit als enig referentiepunt beschouwen om de toekomst te benaderen reduceert de rol van een politieke partij tot een kiesvereniging die louter registreert en reproduceert wat het electoraat denkt of wat de poortwachters van de media opvoeren.

3 OPDRACHTEN VOOR DE LINKERZIJDE

1/ Beginselen laten sporen met belangen kiezers

Een levende democratie heeft partijen nodig die een visie formuleren, keuzes voor de toekomst aanbieden en het maatschappelijk debat politiseren en aanzwengelen. Een democratie leeft van het meningsverschil. Als er geen fundamentele verschillen zijn tussen democratische partijen wordt de publieke ruimte door anderen bezet.

Progressieve partijen mogen best partijdig zijn, de politieke strijd aangaan, beweging maken. Partijen zijn er immers niet alleen om via machtsvorming een programma te realiseren maar ook om burgers te mobiliseren voor hun ideeën en alternatieven. Ze zijn geen fotokopie van wat het electoraat denkt (‘wij zeggen wat jij denkt’), ze zijn ook dragers van meningen en gedachten (‘wat denk jij over wat wij zeggen’). Die worden best ook uitgedragen en niet in de kast gestopt. Ook als het over netelige kwesties en moeilijke onderwerpen gaat.

De macht van een mobiliserend verhaal is de voorwaarde voor een eventuele electorale overwinning. Wie de hegemonie wil doorbreken, moet een ander verhaal ontwikkelen. Een wervend alternatief aanbieden.

De linkerzijde in het algemeen en de sociaaldemocratie in het bijzonder moet dat (terug) beseffen.

Sinds de jaren 1980 en 1990 werd de politiek verzocht haar maakbaarheidgedachten op te geven, vooral als het over de economie ging. Ze liet haar actieradius inkrimpen en haar keuzemogelijkheden beperken. De economie werd een gegeven in plaats van een probleemstelling, wiskunde in plaats van menswetenschap. Economische vraagstukken werden niet gepolitiseerd maar geneutraliseerd.

‘It’s the economy stupid’, zei Bill Clinton. Een deel van de linkerzijde was dom genoeg om de discussie hierover aan de markt over te laten. Als er iets dat duidelijk heeft gemaakt, is het wel de financiële crash van 2008.

Monika Sie Dhian Ho, toen directeur van de Wiardi Beckman Stichting van de Nederlandse PvdA, drukte het in Samenleving en politiek zo uit: ‘Ons vooruitgangsbegrip is gekaapt door de neoliberalen. We zijn ze gaan napraten. Dus vooruitgang is geworden ‘economische groei’, vooruitgang is geworden ‘iedereen doctorandus’’.2 Hiermee doelt ze op het laten samenvallen van ‘voortgang’ met ‘vooruitgang’, over het verwarren van menselijke rijkdom met het opstapelen van goederen. Wie van een ander welvaartsbegrip vertrekt kan niet anders dan pleiten voor een heroveren van het terrein dat de politiek aan de economie is verloren. Dat betekent niet een verstaatsing van bedrijven of het benoemen van politieke vrienden maar wel het democratisch aflijnen van de economie en het vrijwaren van publieke goederen.

Progressieve partijen moeten op zoek gaan naar een nieuw verhaal. Makkelijk is dat niet, want ze zullen hun systeemkritiek moeten verbinden met de leefwereld van mensen. Precies in die wereld van ervaringen, beelden en verhalen, pakten moderne ontwikkelingen - globalisering, multiculturalisering, individualisering, vergrijzing - het hardst uit en vormden daar bij verschillende lagen van de bevolking de bron voor een groeiend wantrouwen en een afkeer van de publieke zaak.

Het zal er dus op aan komen de beginselen te laten sporen met de belangen van kiezers. Populair te zijn zonder populistisch te worden. Aantrekkelijk te worden, ook voor de centrumkiezer, zonder te vervallen in (inhoudelijk) grijze centrumpolitiek. Dat lijkt ons al een eerste opdracht.

2/ Het debat in een andere toon zetten

Het debat in een andere toon zetten, is een tweede opdracht. Niet alleen naar (partij)structuren kijken maar ook naar maatschappelijke processen, niet alleen naar de actualiteit maar naar evoluties binnen de samenleving, niet alleen naar de Wetstraat maar ook naar de dorpsstraat.

Anders gezegd, een nieuw front openen met de (h)erkenning van nieuwe problematieken, de zoektocht naar alternatieven en de ondersteuning van nieuwe netwerken.

Dat is het verschil tussen de optelsom van het bestaande en het ontwikkelen van electorale en maatschappelijke beweging, tussen een defensief en een offensief project voor de toekomst.

Want wie goed rondkijkt en even de tijd neemt om eens goed te observeren, merkt dat er in Vlaanderen een onderstroom in de samenleving is die kiest voor de kwaliteit van leven, werken, verplaatsen, wonen en samenleven. Met minder stress en meer kwaliteit. Dat uit zich in deeltijds werken, meer fietsen, vaderschapsverlof, meer aandacht voor gezonde voeding en eerlijke producten, interesse voor minder vervuilende auto’s, allerlei initiatieven rond maatschappelijk verantwoord ondernemen, ecologischer wonen, spontane solidariteitsacties en aandacht voor verkeersveiligheid.

Die onderstroom voor een ‘alternatief van de kwaliteit’ vinden we ook terug in het sociaal-cultureel werk, in nieuwe coöperatieven of samenwerkingsverbanden zoals stRaten-Generaal, Ringland en Hart boven Hard.

‘Politiek’ uit zich niet alleen in parlementaire zetels maar ook in maatschappelijke ideeën die zo dominant worden dat iedereen ze aanvaardt. Maatschappelijke invloed, het creëren van krachtsverhoudingen rond ideeën en belangen, is belangrijk om politieke macht te verwerven. ‘Opinion leading’ is een vorm van ‘policy making’. Dat besefte Antonio Gramsci een eeuw geleden al. Het draagvlak voor een vermogensbelasting is daar een treffend voorbeeld van. Tien jaar geleden was het een onderwerp waar een taboe op rustte, nu zijn meer dan 80% van de Vlamingen er voorstander van.

Het komt er dus op aan van belangrijke thema’s maatschappelijke kwesties te maken die aansluiten bij de verzuchtingen, bij de belangen en stromingen in de samenleving. En, niet te vergeten, de verontwaardiging een positieve horizon geven. En die horizon verbeelden als een reëel alternatief.

Verbreding gaat dus niet alleen over partijen maar ook over maatschappelijke bewegingen, niet alleen over structuren maar ook over inhoud. Het gaat niet om het delven van een gezamenlijke loopgraaf tegen de aanval van rechts, een defensief project, maar om het bezetten van het terrein dat nu door (centrum) rechts wordt bevolkt. Progressieve verbreding begint met een offensief voor nieuwe ideeën en programma’s waarrond mensen en individuen zich organiseren en beweging maken.

3/ De pluriformiteit binnen de linkerzijde erkennen

Laten we, ten derde, de pluriformiteit binnen de partijpolitieke linkerzijde erkennen. Groenen, sociaaldemocraten, progressieve christendemocraten en linkse socialisten hebben inderdaad gezamenlijke programmapunten. Maar de verschillen inzake politieke cultuur, inhoudelijke positionering en kiespubliek blijven significant. Verscheidenheid binnen de linkerzijde hoeft de linkerzijde als geheel, zowel maatschappelijk als politiek, niet te verzwakken. Integendeel, wie naar het succes van agendasetting van de rechterzijde kijkt, zal tot een andere conclusie komen.

Bovendien hoeft deze diversiteit gezamenlijke machtsvorming niet te hinderen noch inhoudelijke samenwerking rond bepaalde programmapunten uit te sluiten.

Erkennen van deze verscheidenheid is dus geen pleidooi voor politiek tribalisme waarbij het eigen gelijk als hefboom wordt gebruikt om elkaar vliegen af te vangen of met gezwollen retoriek elkaars positie te betwisten.

Maar het is ook niet aangewezen om álles samen te doen. De electoraten (en de middenkaders) blijven immers deels verschillend. Groen en sp.a moeten - naast die samenwerking - ook blijk geven van andere benaderingen, andere prioriteiten, zelfs meningsverschillen. Dat moet kunnen zonder elkaar te bekampen of kiezers te willen afsnoepen.

Sp.a en Groen moeten dus ook apart beslissen hoe ze een groeiscenario plannen.

UITDAGINGEN VOOR SP.A

Vooral sp.a staat voor een moeilijke keuze. Enerzijds is er de druk van PVDA, die een traditioneel ‘links’ en syndicaal sp.a-publiek aanspreekt. PVDA haalt ook een deel van het electoraat terug dat sp.a eerder verloor aan extreemrechts, waaronder veel lager opgeleiden en werklozen. Die groep wordt niet kleiner. Anderzijds is er de uitdaging om centrumkiezers te overtuigen: ontevreden ACW’ers, maar ook ‘verlichte’ zelfstandigen en links-liberalen. Met die laatsten bedoelen we een publiek van meestal stedelijke, beter opgeleide, sociaal bewogen mensen die electoraal laveren tussen Open Vld, Groen en sp.a, maar eigenlijk partijpolitiek dakloos zijn. In Nederland bewegen ze tussen PvdA, GroenLinks en D66.3 Het is onder meer het publiek dat Stefan Hertmans beoogde in zijn oproep aan zelfstandigen: ‘een uitdrukkelijk sociaal progressief, liberaal appel, dat gesteund is op solidariteit, strikte fraudebestrijding bij de grote vermogens en rechtmatige verdeling van lasten’.4

De twee ‘wingebieden’ samen, dat lijkt ons bijna de kwadratuur van de cirkel. Je kan moeilijk én syndicalistisch zijn en verruimen naar zelfstandigen, middenkaders ... Niet zozeer omdat dit ideologisch moeilijk verzoenbaar is, maar omdat het twee andere publieken zijn, die met een andere taal moeten worden aangesproken.

Het probleem van sp.a is dat zij, om te groeien, moet kiezen tussen verschillende sociologische groepen. Ook in Samenleving en politiek vind je stemmen in de twee richtingen. De discussie wordt al meer dan tien jaar gevoerd. Reeds in 1994 wees Mark Elchardus erop dat lager opgeleiden meer defensief reageren op crisistijden dan hoger opgeleiden en dat er een verschillend waardeprioriteit is.5

Meermaals kondigde John Crombez aan dat de partij volledig breekt met het ‘Derde Weg-denken’ en niet langer een koers wil varen waarbij de sociaaldemocratie slechts een amendement is op het rechtse sociaaleconomische verhaal. ‘De heersende ideologie waarbij neoliberale ideeën worden gebruikt om socialistische doelstellingen te bereiken heeft lelijk huisgehouden. De uitspraak (…) dat New Labour ‘heel erg ontspannen is over mensen die verschrikkelijk rijk zijn’ krijgt in het post-crisistijdperk een wrange bijsmaak. We zijn te ontspannen geweest’, aldus sp.a-voorzitter Crombez.6

De optie om een ongegeneerde linkse koers in te slaan en hiermee (terug) aansluiting te vinden bij de traditionele achterban blijft echter botsen met de pogingen om de progressieve hoger opgeleiden te charmeren. ‘Vooral in diversiteitkwesties blijkt de spagaat telkens weer groot’, schrijft De Morgen-commentator Bart Eeckhout. ‘De wantrouwige houding van de ene groep laat zich moeilijk verzoenen met de kosmopolitische attitude van de andere’.7

Hoe moeilijk het omgaan is met deze spagaat ondervond John Crombez toen hij op 31 januari 2016 in het VRT-programma De Zevende Dag aankondigde dat hij het vluchtelingenplan van zijn Nederlandse collega Diederik Samsom ondersteunde. De in dat plan voorziene quota voor vluchtelingen en een grootschalige gedwongen terugkeer (per veerboot) kreeg niet alleen zware kritiek van Groen (‘sp.a steekt N-VA langs rechts voorbij’) en van mensenrechten- en vluchtelingenorganisaties, maar veroorzaakte in eigen midden zoveel verontwaardigde reacties dat het partijbureau genoodzaakt was om Crombez terug te fluiten. Ook al zou de EU zich later op dat Samsom-plan inspireren om met Turkije een (betwistbaar) akkoord af te sluiten om de vluchtelingenstroom in Griekenland onder controle te krijgen.

De sp.a staat dus voor moeilijke keuzes. En geen keuzes die met ‘gezelligheid’ kunnen worden opgelost.

UITDAGINGEN VOOR GROEN

Groen staat voor een andere uitdaging. Blijven dobberen rond 8% in Vlaanderen heeft zin als zweeppartij, maar het is te weinig om te wegen in een eventuele coalitie als regeringspartij. Groen heeft er ook geen baat bij om de electorale positie van sp.a te ondergraven, wat ook de keuzes van die partij zouden zijn. Ook al zullen een aantal sociaaleconomische standpunten erg gelijklopend zijn en blijven (bijvoorbeeld over armoede, vermogensbelasting, indexkoppeling van lonen,…), toch zijn hun potentiële wingebieden verschillend. Alleen rekenen op het voortschrijdende effect van jonge, eerste kiezers is geen optie: de vergrijzing gaat sneller en de jongste analyses wijzen ook op de aantrekkelijkheid van N-VA en Open Vld bij een jonger publiek. Wachten op een sense of urgency na nog eens een paar desastreuze (milieu)rampen of de zichtbare impact van de opwarming van de aarde, dat zou cynisch en onverantwoord zijn.

Voor Groen liggen er kansen op groei in de richting van ‘het centrum’. Niet door zelf centrum te worden, maar door de progressieve kiezers ervan te overhalen. Voor Groen ligt ook de bereikbaarheid van een links-liberaal publiek sociologisch wellicht dichterbij dan voor sp.a, maar dan moet er ook naar dit publiek gecommuniceerd worden in woorden en beelden die een zekere identificatie mogelijk maken (breder dus dan de Wereldwinkelier, de vegetariër en de bakfietsstedeling). In zijn boek F\*\*k de zijlijn solliciteert Kristof Calvo uitdrukkelijk naar de vooruitziende ondernemers en in haar nieuwjaarstoespraak van 2016 benadrukte voorzitster Meyrem Almaci dat Groen ‘de kmo-partij’ is.

CONCLUSIE

Wij zien (electorale) kansen voor de progressieve partijen om hun eigen actieradius uit te breiden als ze erin slagen hun respectievelijke opportuniteiten optimaal te benutten. Dit ‘gescheiden slagen’ (Joschka Fisher, oud boegbeeld van de Duitse Groenen) hoeft de versterking van de agenda van de linkerzijde niet in de weg te staan, integendeel.

Jos Geysels en Herman Lauwers
Auteurs Valkuilen van de progressieve frontvorming
(Uitgeverij Vrijdag, Antwerpen, 2016)

Noot
1/ Dit is een voorpublicatie uit het nieuwe boek van Jos Geysels en Herman Lauwers, Valkuilen van de progressieve frontvorming (Uitgeverij Vrijdag), dat op maandag 26 september om 20u wordt voorgesteld in de Minardschouwburg, Walpoortstraat 15, 9000 Gent.

2/ Interview met Monika Sie Dhian Ho, ‘De sociaaldemocratie moet het contact met de samenleving herstellen’, Samenleving en politiek, jg. 17/nr.1, januari 2010, pp. 14-23.
3/ Voor een definiëring en positionering van links-liberalisme, zie: Herman Lauwers, Links-Liberalisme, 2012, Kalmthout, Pelckmans, pp. 98-101.
4/ Stefan Hertmans, ‘Een nieuw verhaal voor de kleine ondernemer’, De Morgen, 26/11/2014, p. 23.
5/ Mark Elchardus, ‘Gekaapte deugden’ en ‘Verschillende werelden’, Samenleving en politiek, 1994, nrs. 1 en 7.
6/ Knack.be, 26/07/2015.
7/ De Morgen, 01/02/2016.

Het Sienjaal - progressieve frontvorming - Groen - sp.a

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 7 (september), pagina 57 tot 62