Log in

Opnieuw voorlopers worden

HET SIENJAAL: 20 JAAR LATER

Midden jaren 1990 is de oproep van Het Sienjaal niet tot iets voldragen gekomen. Vreemd genoeg is het draagvlak voor bredere bewegingen twintig jaar later wél veel meer aanwezig. De opdracht voor politieke samen-werkers is, gezien de nieuwe breuklijn tussen een open en gesloten samenleving, echter veranderd. We moeten het pessimisme over de samenleving omkeren en nieuwe dromen inhoudelijk vormgeven. De ideologische frontvorming is een bijna organisch proces. Het zullen niet de partijen zijn, maar de mensen die het doen. In welke vorm frontvorming uiteindelijk politiek gebeurt, is voor mij dan bijzaak.

HET SIENJAAL: 20 JAAR LATER

Iedereen bleef kijken vanuit het eigen hokje
Norbert De Batselier
Verschillen en complementariteit tussen groene en rode kiezers
Bart Meuleman, Koen Abts, Chris Gaasendam en Marc Swyngedouw
Partijleden en link(s)e samenwerking
Nicolas Bouteca, Carl Devos, Robin Devroe, Benjamin de Vet en Bram Wauters
Opnieuw voorlopers worden
John Crombez
Voor een progressief front van doeners
Meyrem Almaci
Een Borgerhout-scenario in heel Antwerpen
Peter Mertens
Werken aan coalitie van enthousiasten
Patrick Develtere
Samenwerken is de enige optie
Rudy De Leeuw
Het linkse speelveld is ruimer dan je denkt
Tom Garcia
Gescheiden slagen
Herman Lauwers en Jos Geysels

Kunnen we twintig jaar na datum nog iets leren van Het Sienjaal? Ja. Niet alleen is het bijzonder verrijkend, maar ook zeer herkenbaar. Veel van de antwoorden van toen zijn en blijven brandend actueel voor de uitdagingen van morgen. Antwoorden die elke progressief - in de breedste zin van het woord - ook vandaag zou formuleren, daar ben ik van overtuigd.

Nochtans is er ontzettend veel veranderd sinds midden jaren 1990. Sommige zaken zagen we aankomen zoals de toetreding tot de euro en de uitbreiding van de Europese Unie (al hadden Coppieters en co de Brexit wellicht niet verwacht); de opkomst van China en de desindustrialisering van Europa; de stijgende ongelijkheid na de Reagan-Thatcher jaren; het besef dat een switch naar een groen en duurzaam klimaatbeleid noodzakelijk is; de nakende digitalisering en de vergrijzing.

Andere gebeurtenissen overvielen ons dan weer: 9/11 en de terreuraanslagen sindsdien, ook bij ons; de Arabische lente, de burgeroorlogen die erop volgden en de vluchtelingencrisis; het groeiende onveiligheidsgevoel en de onzekerheid die de toenemende migratie met zich meebrengt; de bankencrisis en de grote depressie. Met andere woorden: oude breuklijnen hebben zich verder afgetekend, maar nieuwe hebben zich ook aangediend.

DE NIEUWE BREUKLIJN: OPEN-GESLOTEN

Het Sienjaal was een oproep die begon met een eenvoudige vraag. ‘In welke samenleving leven wij vandaag en welke waarden willen wij vandaag en morgen beleven? Is het te veel gevraagd om naar antwoorden te zoeken? Mogen we die vragen nog stellen vanuit een mens -en wereldbeeld waar gelijkheid, rechtvaardigheid, vrijheid in het kader van samen-ik zijn centraal staan?

Inspelend op die vraag moeten wij, progressieven, resoluut en ondubbelzinnig kant kiezen op wat volgens mij dé breuklijn van vandaag (en ongetwijfeld de volgende jaren) is: met name de breuklijn tussen politiek die aan een open wereld werkt én politiek die deze wereld afsluit. De breuklijn tussen zij die ervan overtuigd zijn dat een samenleving niet te sturen valt tenzij door grenzen te sluiten en terug te plooien op zichzelf én zij die geloven in de kracht van samenwerking, van een samenleving met een gelaagde identiteit en diversiteit, en van bestuursvormen die zo’n samenwerking en samenleving vormgeven.

Maar een open samenleving is niet vanzelfsprekend. We hebben geen wilde, liberale samenleving voor ogen waar enkel wie sterk, rijk of machtig is aan de bak komt. Als socialisten voegen wij iets toe aan die open gedachte, namelijk dat die voor iedereen vrijheid moet bieden. Wij moeten de hand reiken aan wie zich in een snel veranderende wereld afvraagt of er voor hem of haar nog wel plaats is. Wij moeten de hand reiken aan wie angstig is over zijn of haar welvaart én luisteren naar wie bang is dat onze normen en waarden in het gedrang komen. Wij moeten de hand eveneens reiken aan allen die zich uitgesloten en onheus behandeld voelen. Iedereen moet mee kunnen in die nieuwe open samenleving.

Om iedereen mee te laten participeren moeten we bescherming bieden. Om te beschermen moeten we delen en samenwerken. Om te delen moeten we gemeenschap vormen en afbakenen. Precies daarom moeten we vertrekken van wat ons verbindt. Enkel zo kunnen we echt bouwen aan een sterke, breed gedragen ‘open samenleving’. Er is een gedeeld burgerschap en wederzijds respect nodig om van die open samenleving ook een warme samenleving te maken waar iedereen die van goede wil is een plaats heeft en zich geborgen kan voelen. Samen onder één dak leven blijft voor ons een evidentie. Dat kan alleen lukken als iedereen een basiskader van regels en waarden deelt waarbij iedereen de vrijheid heeft om zichzelf te kunnen zijn.

ONZE OPDRACHT IS VERANDERD

De grote frustratie is vooral dat het niet meer vooruit gaat. Niet alleen de jongeren maar ook de wat ouderen onder ons geloven niet langer dat de politiek de samenleving écht kan sturen, maken en veranderen. Ze wachten dan ook niet langer om actie te ondernemen. Vandaag is maatschappelijk engagement niet langer het alleenrecht van politieke partijen of traditionele bewegingen. En gelukkig maar. Steeds meer mensen proberen meteen zelf op een positieve manier de wereld rondom hen te veranderen. In een poging om de dingen samen beter te maken. Ze ondernemen zelf actie, in hun straat, in hun wijk of op nog grotere schaal.

Die vaststelling verandert de opdracht van politieke partijen. De eerste en belangrijkste taak van wij, progressieven, is dan om dat ‘natuurlijke’ engagement, dat van onderuit groeit, te versterken en te ondersteunen. Door de inspiratie van onderuit een stem te geven in de politieke ideeënstrijd. Door een incubator te zijn voor kleinschalige initiatieven met impact en ze op grote schaal te vertalen in beleid. Door talent samen te brengen die vertegenwoordiger is van dat engagement. Kortom, door die spontane, sociale ingesteldheid meer gewicht te geven via de politiek. Maar moderne politiek vergt ook een stevige machine. Een organisatie die ideeën en mensen, actie en communicatie snel en doeltreffend kan verbinden tot winnende teams. Dat kunnen meerdere teams zijn, zolang ze samenwerken.

NIEUWE DROMEN FORMULEREN

Vlaanderen en België zijn vandaag welvarender, gelijker en duurzamer dan ooit tevoren. Maar het werk is nooit af. Er blijven belangrijke sociaaleconomische uitdagingen en bedreigingen. Nieuwe technologie stelt ons voor nieuwe uitdagingen op vlak van werk, inkomen en tijdsbesteding. Precies daarom is een alternatief nodig dat de huidige denkkaders en bestaande structuren overstijgt. Om jong én oud weer grip te geven op hun tijd en hun eigen leven. Omdat alleen sociale en duurzame vooruitgang voor iedereen - zonder onderscheid - elk van ons de vrijheid geeft om het leven te leiden dat we wensen. En niet zoals anderen of ‘de markt’ het opleggen. Mensen hebben recht op nieuwe dromen. Ook in 2016.

De belangrijkste vraag blijft dan hoe we die nieuwe dromen vormgeven? Samen of ieder voor zich? Verschillende bewegingen samen? Politiek of niet politiek? Het Sienjaal was een poging om de maatschappelijke krachten te verenigen die kiezen voor ‘samen’, ‘wij’, ‘iedereen’. Dat is opnieuw nodig. Kan dat? Ja, door samen te werken. Ja, dat kan door de vele kleine stemmen te verbinden tot één stem die luid weerklinkt. Oorverdovend als het moet. Tegen het opgelegde eenheidsdenken. Tegen een kleine, invloedrijke groep van lobby’s, machtigen en superrijken die ervan overtuigd zijn dat de taart die onze economie heet, sneller groter wordt als we ze ongelijker verdelen.

Dat betekent ook dat we aan de fundamentele pijlers van onze sociale welvaartsstaat niet laten raken. Ingrepen die de deur naar de armoede openzetten, de ongelijkheid vergroten, onderwijskansen verkleinen of een duurzame en groene toekomst voor onze kinderen op het spel zetten, daar leggen we onze kop voor. Maar we mogen/moeten niet alleen het goede dat we opgebouwd hebben verdedigen, maar ook nieuwe dromen formuleren. En die realiseren. Alleen op die manier kan een samenleving erop vertrouwen dat haar instellingen overal en altijd voor eerlijke oplossingen zorgt.

TWEE GROTE UITDAGINGEN

Daarom zie ik twee grote uitdagingen voor de politieke samen-werkers: 1/ ideeën voor een beter leven omarmen zonder te veel vast te zitten in het verleden; en 2/ een antwoord bieden aan het pessimisme over de toekomst van onze samenleving.

1/ Nieuwe ideeën

Zoals Rutger Bregman zegt: ‘We hebben het zo goed dat we niet meer weten hoe het beter moet.’ Het gevaar is niet dat we zouden vergeten te strijden tegen de afbraak van onze sociale welvaartsstaat, maar dat we zouden vergeten te denken buiten de bestaande systemen, voorbij het status quo om samen te bouwen aan de dromen van de toekomst. Mantelzorgers die voor hun zieke kinderen zorgen moeten niet minder, niet evenveel, maar méér krijgen. Kinderopvang mag voor niemand duurder zijn dan de kinderbijslag. Het rusthuis mag nooit duurder zijn dan het pensioen.

Om vooruit te gaan, moeten we nieuwe ideeën, zoals een basisloon voor iedereen, alle kansen geven en krijtlijnen durven uittekenen voor een nieuwe, moderne sociale zekerheid. Out of the box denken is daarbij de boodschap. In mijn boek CTRL+ALT+DEL gaf ik een voorzet om precies dat debat op gang te trekken, ver weg van de absolute overtuiging van het eigen gelijk. Om vooruit te gaan, moeten we ook voluit gaan voor een voortdurende participatie die onze democratie sterker maakt; moeten we overheidsdiensten durven om te vormen tot de meest moderne en innovatieve dienstverleners; moeten we kiezen voor een open cultuurbeleid; moeten we jonge ondernemers meer kansen en een betere bescherming bieden, het recht geven om te mislukken en opnieuw te beginnen; moeten we de jeugdwerkloosheid afschaffen door alle min 25-jarigen te laten studeren, werken of op te leiden, precies door hen een degelijk inkomen te garanderen (basisloon) in plaats van alleen maar te zwaaien met straffen en sancties. Mijn overtuiging is dat je met enkel kortetermijnoplossingen geen duurzame en eerlijke economie op lange termijn bouwt. Net zo min als je een sociale zekerheid in stand kan houden louter door die te verdedigen maar niet langer uit te breiden.

2/ Het pessimisme over de samenleving keren

Uit onderzoek van professor en socioloog Mark Elchardus blijkt dat Belgische jongeren hun eigen toekomst erg optimistisch inschatten, maar bijzonder pessimistisch zijn voor de samenleving rondom hen. Zodra het over de buitenwereld gaat, slaat hun toekomstbeeld volledig om. Maar liefst 2.000 Vlaamse, Waalse en Brusselse jongvolwassenen werden bevraagd. Het resultaat is een gitzwart mens- en wereldbeeld bij de Belgische twintigers en dertigers. Zo vreest 7 op de 10 meer godsdienstoorlogen door een gebrekkige integratie en de onder druk staande relatie tussen moslims en andere Europeanen; 9 op de 10 vreest dat de opwarming van de aarde steeds meer natuurrampen zal veroorzaken; 9 op de 10 vreest een daling van de werkgelegenheid, meer druk op de sociale zekerheid en lagere pensioenen; 8 op de 10 vreest een steeds grotere kloof tussen arm en rijk en dat mensen alsmaar langer zullen moeten werken; 8 op de 10 vreest dat het leven alleen betaalbaar zal blijven met twee jobs.

U merkt het, het woord dat het meeste valt is ‘vrezen’. Jongeren geloven niet langer dat ze alles nog kunnen rondfietsen. Met tijd voor de kleine, maar o zo belangrijke dingen in het leven. Met een leefbaar evenwicht tussen werk en gezin. En dus is het motto: ‘We plooien op onszelf terug, dan houden we tenminste wat we hebben.’ Hoe is het zover kunnen komen? Wanneer zijn we gestopt om te geloven dat mensen helpen de samenleving een pak minder kost dan ze op hun eigen eilandje hun zaakjes zelf te laten regelen? Wanneer zijn we ervan overtuigd geraakt dat investeren in een samenleving niet langer loont? Wanneer zijn we ervan overtuigd geraakt dat het meer loont om zelf te beschermen wat je hebt in plaats van samen te strijden om er uiteindelijk ook zelf beter van te worden?

Ook dat laatste vormde een kerngedachte van Het Sienjaal. Precies geschreven om gezamenlijke progressieve antwoorden te vinden en die te formuleren. Om de geschiedenis opnieuw uit te leggen en te verenigen wat ons bindt. Het was een oproep om progressieve Vlaamse krachten - niet alleen politici en politieke partijen, maar ook vzw’s, ngo’s, vakbonden, sociale organisaties, milieubewegingen, armoedebewegingen en vormingsinstituten - te bundelen op basis van programmapunten en acties die gemeenschappelijk zijn. Zonder daarom naar programmatorische eenheidsworst of eenpartijworst te evolueren, laat staan op te leggen.

IEDEREEN MEEKRIJGEN

Wat betekent dat dan precies, dat laatste, voor Vlaanderen? Waar willen we dan naartoe? Welk Vlaanderen? Ik zie ruimte voor samenwerking rond drie grote assen die uitdrukking geven aan de soort van gemeenschap die we elk op onze manier nastreven:

- het nieuwe wij: een gemeenschap die verbondenheid en identiteit weet te beleven doorheen onvermijdelijke diversiteit;
- het nieuwe samen: een gemeenschap die de maakbaarheid van een duurzame samenleving herontdekt in vele kleine, overlappende initiatieven en die weet samen te brengen in een democratische onderstroom;
- het nieuwe iedereen: een gemeenschap die sociale bescherming en vooruitgang voor iedereen blijft bieden in een digitale, geglobaliseerde wereld.

In de woorden van Het Sienjaal werden een aantal namen gegeven: open Vlaams, radicaal-democratisch , solidair, gekoppeld aan nieuwe gemeenschapszin. Vandaag spreken we eerder in termen van gemeenschapsvorming, participatie en sociale investering. Dat vertaalt zich dan in investeren in zorg, onderwijs en welzijn, het organiseren van de energietransitie, fiscale rechtvaardigheid en een socialer Europa.

We waren voorlopers in het verleden en wij, progressieven, kunnen dat opnieuw zijn. Daar ben ik steevast van overtuigd. Want de debatten zijn verschraald. Er was na 9/11 en de beurscrash van 2001 zogezegd geen alternatief. Na de bankencrisis in 2008 heette het weer zo. Maar het is vooral een slogan om gepasseerde recepten te blijven herhalen, net als na de Reagan-Tatcher-periode. Het zal om de inhoud gaan, de soberheid van de boodschappers en het al dan niet succesvol (opnieuw) overtuigen van bredere bewegingen dat hun stem en inzet wel gehoord en opgepikt wordt, én gevolg krijgt. Dan gaat het om mensen meer grip geven op hun tijd en leven; dan gaat het om vooruitgang ten bate van velen in plaats van privilege beschermen voor weinigen; dan gaat het om sociale bescherming die sociale zekerheid en veiligheid garanderen.

HET GAAT OM DE INHOUD EN HET PROJECT

Midden jaren 1990 is de oproep van Het Sienjaal niet tot iets voldragen gekomen. Vreemd genoeg is het draagvlak voor bredere bewegingen twintig jaar later wél veel meer aanwezig. Ik zie daar twee redenen voor. Ten eerste hebben mensen hun geloof in de instellingen op een laag pitje gezet. Dat geloof moet dringend worden hersteld. Maar het interessante gevolg is dat er daardoor opmerkelijk veel zelforganisatie en coöperatie is ontstaan. Ten tweede is er de grotere verkaveling van het politieke landschap. Samen met de media en de rechtbanken zijn politieke partijen deel van de instellingen die vertrouwen verloren. Door een bredere spreiding van de stemmen is het geloof in de verandering die verkiezingen kan brengen, verminderd.

In beide opzichten zijn bredere bewegingen dus een reële optie om dat euvel weg te werken. Anno 2016 zien we dat gelijkgestemde zielen zich sneller (kunnen) verenigen rond ideeën en wervende projecten. Het betekent dat je die openheid ook ten allen tijde moet durven tonen en elkaar leren vertrouwen. En één keer dat vertrouwen voldoende groot is, wordt die ideologische frontvorming op termijn een bijna organisch proces. Dat doe je niet door nieuwe structuren op te leggen van bovenuit. En al zeker niet vanuit een traditioneel politiek strategisch denken. Neen, die inhoud groeit van onderuit, op basis van concrete gemeenschappelijke programma’s en acties. Anders gezegd: het zullen niet de partijen zijn, maar de mensen die het doen. Wij politici moeten vooral de bescheidenheid hebben om niet in de weg te staan en verschillen te zoeken waar er eigenlijk nauwelijks zijn. Niet de vorm is van tel, maar wel de inhoud en het project. Met name het project om iedereen in onze samenleving - zonder onderscheid - hoop, zekerheid en perspectief te bieden. En of dat organische proces over 20 jaar al dan niet in één beweging, een standvast kartel of één partij (geef het kind een naam) moet uitmonden, is in mijn ogen dan bijzaak.

John Crombez
Voorzitter sp.a

Het Sienjaal - progressieve frontvorming - sp.a

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 7 (september), pagina 25 tot 30