Log in

Het jaar van de verwarring

TERUGBLIKKEN OP 2016

Elk jaar is bijzonder en kent zijn opmerkelijke gebeurtenissen, maar het afgelopen jaar 2016 zal ongetwijfeld in de geschiedenisboeken verschijnen als een scharniermoment voor de moderne wereld. Thema’s zoals asiel en migratie, mondiale conflictbeheersing, economische crisissen en politieke verschuivingen beheersten meer dan ooit de nieuwsagenda. We leven in een periode van grote veranderingen, zowel op politiek, sociaal, economisch als ecologisch vlak. De volledige en definitieve analyse van welke mechanismen er in gang werden gezet, is werk voor historici en academici. Dat is niet het opzet van dit artikel. Ik wil eerder aan de hand van enkele ervaringen een overzicht geven van wat mijn jaar als vrt-reporter zo verwarrend maakte.

TERUGBLIKKEN OP 2016

Het jaar waarin links zich (weer) liet aftroeven
Ferdi De Ville
Het jaar van de verwarring
Steven Decraene

‘In wat voor een tijd leven wij? Is dit nog normaal? Waar gaat dat met die vluchtelingen eindigen? En wanneer ontploft de volgende bom?’

Zulke vragen heb ik het voorbije jaar vaak gehoord, niet alleen op televisie of op straat, maar ook in de redactielokalen van nieuwsmedia of aan de eettafel bij familie. De gebeurtenissen van de afgelopen maanden slaan iedereen met verstomming. Het lijkt alsof de aarde sneller rond haar as draait en de geschiedenis net dat tikkeltje anders verloopt dan verwacht. Van de oorlog in Syrië, de exodus van miljoenen mensen, tot de aanslagen op het vrije Europa en de verbrokkeling van de Europese Unie,… niemand durft nog met de zekerheden van gisteren de actualiteit van vandaag te bekijken, laat staan de toekomst uit te tekenen. En je krijgt het gevoel dat net zoals burgers ook politici en opiniemakers het soms niet meer weten. Er komen te veel indrukken binnen. Rustig stilzitten en alles laten bezinken, volgens velen is het daar nu de tijd niet voor. Een jaaroverzicht dwingt ons tenminste even stil te staan bij de gebeurtenissen die 2016 zo hectisch maakten.

NIEUWJAAR IN KEULEN

Het jaar is nog maar net ingeluid of de verwarring slaat meteen toe. We gaan even terug naar oudejaarsnacht, de jaarwisseling van 2015 naar 2016, naar het kille plein voor het station van Keulen. In de Duitse geesten is er toen veel veranderd. Een poging tot reconstructie van de feiten.

Verkrachtingen op oudejaarsavond in Keulen, dat gonst er op nieuwsjaardag door de Duitse stad. Maar pas op zondag 3 januari 2016 beginnen de media te rapporteren over wat er gebeurd is. Van bij de eerste berichten stel ik mij de vraag: wat is hier waar en wat niet? Groepen van jonge mannen hebben vrouwen omsingeld, er worden mobiele telefoons gepikt, er zijn handtastelijkheden en aanrandingen, en er komen ook klachten van verkrachting binnen. De daders zijn vluchtelingen die in Duitse asielcentra verblijven, zegt men. Snel valt het woord ‘seksueel terrorisme’ en ‘seksuele jihad’. De link tussen de terreurdreiging en de vluchtelingencrisis is vlug gelegd. De acties zouden vooraf bedacht en georganiseerd zijn, want ook uit andere Duitse steden (Hamburg, Frankfurt, Dortmund) komen soortgelijke berichten. Daar is inderdaad maar één woord voor: seksuele intimidatie en terreur. De slachtoffers beschreven later in interviews hoe ze betast werden en hoe er werd geprobeerd hen met geweld te ontkleden.

De media maken een van hun meest verwarrende weken van het jaar mee. De politie en het stadsbestuur van Keulen reageren ongelukkig en worden beschuldigd van een doofpotoperatie. De politie zou bewust niet ingegrepen hebben, de pers zou zichzelf het zwijgen opgelegd hebben uit politieke correctheid.

Het nieuws gaat als een schokgolf door Duitsland en de verbijstering is enorm. Het aantal klachten stijgt met de dag. De houding van de publieke opinie keert zich tegen de vluchtelingen. Onvoorstelbaar in een Duitsland dat zich de voorbije maanden onder leiding van ‘Mutti’ Merkel opgeworpen heeft als de meest gastvrije plek van de Europese Unie. Plots staan linkse feministische groeperingen op dezelfde barricaden als Pegida (voluit de Patriottische Europeanen tegen de islamisering van het Avondland), een extreemrechtse beweging die tegen de islamisering en tegen de komst van economische vluchtelingen ageert. Critici beschouwen de aanhangers als vreemdelingenhaters, zelf omschrijft Pegida zich als burgerbeweging.

In de weken en maanden die volgen, krijgt kanselier Merkel het moeilijk om haar open vluchtelingenbeleid te verdedigen. Het ‘Wir schaffen das’ lijkt zich tegen haar te keren. De beelden van die dramatische oudejaarsnacht blijven rondspoken in de Duitse geesten en leggen een hypotheek op de vlotte integratie van de vluchtelingen, die intussen met meer dan een miljoen in Duitsland verblijven. Het is logisch dat er op een miljoen mensen ook mannen zijn met criminele bedoelingen. Hoe futiel de minderheid ook kan zijn, de perceptie en het besef dat er misschien ook asielzoekers zijn die schaamteloos en met voorbedachte rade onze waardigheid willen kwetsen, is nefast en nestelt zich voorgoed in de geesten. De maanden van onschuld zijn verdwenen, Duitsland leert dat er een loodzware taak wacht.

De gebeurtenissen van die nacht blijven lang in een waas van onduidelijkheid en zelfs massahysterie hangen, en zo lijkt de impact steeds groter te worden. In de maanden die volgen, levert het Bundeskriminalamt, de Duitse recherche, goed werk. Uiteindelijk worden er ongeveer 1.200 klachten ingediend, in 500 gevallen is er sprake van seksuele aanranding. De meeste verdachten zijn afkomstig uit Marokko en Algerije.

Op 7 juli 2016 worden in Duitsland de eerste veroordelingen uitgesproken. Een Algerijn en een Irakees krijgen allebei een jaar voorwaardelijk, voor aanranding en medeplichtigheid aan seksuele aanranding. In de nasleep wordt in de Bondsdag, het Duitse parlement, een wet goedgekeurd die de bestraffing van seksueel geweld gemakkelijker maakt, toevallig op dezelfde dag als de eerste veroordeling. Volgens het principe ‘neen is neen’ is voortaan iedereen strafbaar die seks afdwingt met geweld of door dreiging met geweld. De omschrijving van het begrip ‘verkrachting’ is veel ruimer en ook seksuele aanranding door een groep is expliciet opgenomen. De Duitse wetgever speelt kort op de bal.

SYRIË, HET BLIJFT MAAR DUREN

In het voorjaar van 2016 staat een trieste verjaardag voor de deur: in maart 2016 is de oorlog in Syrië vijf jaar aan de gang. Wat in 2011 eerst nog werd afgedaan als een lokaal of regionaal conflict, is nu een oorlog waarin de hele internationale gemeenschap willens nillens bij betrokken is: Rusland, de Verenigde Staten, Europa, Iran, de Golfstaten, de NAVO, de Arabische Liga,... Regionale burgeroorlogen bestaan vandaag niet meer, de geopolitieke ambities van verschillende spelers eisen hun tol. Met de vluchtelingencrisis is de Syrische oorlog een exportproduct van menselijke ellende geworden. In februari 2016 bombardeert het Syrische leger met de hulp van Rusland de Syrische stad Aleppo in een nietsontziend offensief tegen de rebellen. Aleppo is cultureel werelderfgoed, of misschien beter: was. Een van de oudste steden ter wereld ligt volledig in puin. In de historische binnenstad staat nog nauwelijks iets recht. De stad loopt leeg. Meer dan veertigduizend vluchtelingen troepen samen aan de Turkse grens. Maar die blijft dicht.

Hulporganisaties trekken aan de alarmbel. Turkije moet de grens openen en wel snel, anders sterven de vluchtelingen van kou, honger en ontbering. Die noodkreet sturen de Verenigde Naties keer op keer de wereld in. Er sterven tijdens die koude februaridagen meer dan twintig baby’s door de vrieskou. De tenten bieden wel bescherming tegen de regen, maar de vrieskou snijdt door merg en been.

Natuurlijk hoorde de Turkse president Recep Tayyip Erdoğan die smeekbede van de internationale gemeenschap wel, maar hij heeft volgens zijn eigen logica argumenten genoeg om er niet op in te gaan. Turkije vangt nu al meer dan 2,6 miljoen Syriërs op en in Turkse grensstadjes zoals Kilis wonen meer Syrische vluchtelingen dan Turken. Erdoğan kaatst de bal terug: ‘Wat hebben de Verenigde Naties en de Europese Unie ooit voor de vluchtelingen gedaan? Hebben zij er al opgevangen? De Verenigde Naties geven ons 440 miljoen dollar, terwijl mijn land al meer dan 10 miljard dollar gespendeerd heeft om vluchtelingen op te vangen.’ Op de vraag van Europa om de grenzen te openen, antwoordt hij laconiek dat hij de vluchtelingen dan gewoon een doorgangsticket zal geven richting Europa. Krasse taal, een handelsmerk van Erdoğan. Hij beschuldigt de Syrische president Assad ervan een etnische zuivering begonnen te zijn. Erdoğan spreekt vooral voor zijn eigen publiek en haalt ook uit naar de Verenigde Staten die de Koerdische groeperingen in Syrië steunt. In feite wil Erdoğan vooral zijn grenzen bewaken en niet het risico lopen dat Koerdische milities Turkije binnenraken. Naast de financiële kwestie van de opvang spelen dus ook geopolitieke en strategische belangen. Turkije wil de oorlog zo ver mogelijk weghouden en laat de vluchtelingen daarom liever als een soort buffer fungeren tussen zijn grens en de oprukkende Syrische troepen van president Assad.

Voor Moskou spelen er even grote strategische belangen. Door het Syrische regime te steunen wilde Rusland aanvankelijk alleen zijn marinebasis in de Syrische havenstad Latakia in handen houden. Maar plotseling reikt de invloed van Rusland verder omdat de Syrische president Assad dankzij de Russen terrein aan het heroveren is. Stilaan eist Rusland een eersterangsrol op in het Midden-Oosten. Het lijkt er steeds meer op dat de Russische president Vladimir Poetin het politieke schaakspel beter beheerst dan de Verenigde Staten. Washington laat diplomatiek af en toe de spierballen rollen, maar echt indruk maakt dat niet aan de frontlijn. De Amerikaanse presidentsverkiezingen slorpen alle aandacht op en Barack Obama geeft in zijn laatste ambtsjaar niet de indruk nog militaire avonturen aan te gaan.

MENSEN OP DE VLUCHT

Ik heb hen ontmoet aan zowat alle grenzen van de Balkanroute: mensen op de vlucht voor oorlog, terreur, politieke onderdrukking of ellende. Soms vluchten mensen ook vaak gewoon om het ergens andere beter te hebben. De piek in de vluchtelingenaantallen bereikte een hoogtepunt in het najaar van 2015. Vanaf 2016 daalt het aantal asielzoekers dat Europa wil binnenkomen. Daar zijn wellicht twee belangrijke elementen verantwoordelijk voor: de sluiting van de Balkanroute door de gesloten Schengengrens in Hongarije en het akkoord tussen de Europese Unie en Turkije.

De deal die Europa op 19 maart 2016 met Turkije gesloten heeft, is controversieel. Er werd afgesproken dat Turkije meer migranten zou opnemen en zijn grenzen beter zou bewaken. In ruil daarvoor ontvangt het land extra financiële steun van de Europese Unie en worden afspraken gemaakt over afschaffing van de visumplicht voor Turken die naar de EU willen reizen. Europese leiders krijgen het verwijt dat ze te veel toegevingen hebben gedaan aan de Turkse president Erdoğan, die steeds meer onder vuur komt te liggen. (Vergeet niet dat er al meer dan 2,5 miljoen Syrische vluchtelingen op Turks grondgebied verblijven.) Aan het akkoord is voor Europa een kostenplaatje van 6 miljard euro verbonden; Turkije heeft verkregen dat de toetreding tot de EU terug op tafel komt. (Turkije is als sinds 1999 kandidaat-lid, maar niet alle lidstaten staan te springen om het land toe te laten.)

Op 4 april 2016 worden de eerste vluchtelingen vanuit Griekenland naar Turkije teruggebracht. Enkele ngo’s klagen aan dat daarbij geweld wordt gebruikt en dat de asielzoekers in Turkije in mensonwaardige leefomstandigheden terechtkomen. De ngo’s verwijten Turkije dat ze de vluchtelingen als pasmunt gebruiken. Ze zijn van oordeel dat het akkoord het humanitair recht schendt. Een ander onderdeel van het akkoord is een ruil: voor elke Syriër die wordt teruggestuurd naar Turkije, hervestigt de EU een vluchteling uit een van de Turkse kampen. De UNHCR, het vluchtelingenagentschap van de VN, schiet die overeenkomst meteen af.

Volgens Human Rights Watch (HRW) is het akkoord strijdig met het Europese principe dat asielzoekers alleen mogen worden teruggestuurd naar een ‘veilig’ land, Turkije valt daar niet onder. De imagoschade aan de EU als behoeder van mensenrechten is enorm. De toestand in de Griekse opvangkampen gaat zienderogen achteruit. Later loopt de spanning tussen Europa en Turkije op omdat de afschaffing van de visumplicht niet wordt doorgevoerd wegens Europese onvrede over de Turkse antiterreurwetgeving. De afschaffing had al in juni 2016 een feit moeten zijn. Na de mislukte staatsgreep in Turkije van 15 juli 2016, de zeer repressieve aanpak van de coupplegers en de uitzuivering van elke kritische stem voor het Erdoğan-regime, bekoelt de relatie nog meer. De vraag is wat er tegen halfweg 2017 nog overblijft van de deal tussen de EU en Turkije. Europese leiders blijven het akkoord verdedigen onder het motto dat er geen beter alternatief voorhanden is. Maar een goed model om een coherente Europese migratiepolitiek uit te bouwen is de deal alleszins niet.

DODEN OP ZEE

Sinds de sluiting van de Balkanroute is de toestroom vanuit Libië richting Italië sterk toegenomen. Die route is veel gevaarlijker dan de route naar de Griekse eilanden via de Egeïsche Zee, niet alleen door de verraderlijk woeste Middellandse Zee maar ook door de Libische milities in het afreisland. In augustus 2016 zijn er al bijna 90.000 vluchtelingen in Italië aangekomen. De noodzaak voor een spreidingsplan blijft dus bestaan. In de vluchtelingenkampen in Kenia zitten nog honderdduizenden te wachten om de oversteek te wagen. Wanneer het geweld in Zuid-Soedan oplaait, zullen die aantallen nog stijgen. Volgens Fabrice Leggeri, de topman van Frontex, zullen er in 2016 nog zo’n 300.000 vluchtelingen Europa proberen te bereiken via de Maghreb-landen. Ook Egypte is intussen een afreisland geworden, ook al duurt de overtocht van daaruit een tiental dagen, met alle gevaren van dien. Leggeri suggereert om ‘bijzondere humanitaire vluchten vanuit de vluchtelingenkampen’ in te leggen. Hij wordt meteen teruggefloten.

Soms kan het ook snel gaan in de cenakels van de EU-macht. Begin juli 2016 stemt het Europees Parlement in met de vorming van een Europese Grens- en Kustwacht. Daarvoor wordt het bestaande grensagentschap Frontex in Warschau omgevormd en uitgebouwd. Frontex coördineert sinds 2004 de Europese grensbewaking tussen de lidstaten maar botst al snel op logistieke en financiële beperkingen. Het vroegere grensagentschap had een beperkte manoeuvreerruimte: het kon zelf geen aankopen doen en had geen eigen operationeel personeel.

De Europese wetgeving om het mandaat van Frontex uit te breiden is op een half jaar goedgekeurd, een recordtijd in de trage Europese administratieve molen. Vanaf het einde van de zomer van 2016 heeft de Grenswacht een nieuw en sterker mandaat om de Europese buitengrenzen te bewaken. Dat kan alleen op vraag van een lidstaat en in geval van een crisis moeten de lidstaten snel 1.500 grenswachten kunnen leveren. De Grenswacht zal ook ingezet worden om ‘economische migranten’ die geen recht op internationale bescherming hebben, sneller te doen terugkeren.

Is Schengen dood en gaan de Europese buitengrenzen dicht? Neen en ja. Het Schengenverdrag regelt het vrije verkeer van personen binnen de EU. De inwoners van de Schengenlanden mogen vrij rondreizen zonder controle aan de binnengrenzen. Onder druk van de migrantentoestroom en de terreurdreiging zijn er vorig jaar terug paspoortcontroles ingevoerd, maar dat wil niet zeggen dat Schengen dood en begraven is. Wellicht gaat het om tijdelijke maatregelen. De tijd van permanente grensposten met slagbomen is hopelijk voorgoed verleden tijd. Maar de controles aan de buitengrenzen zullen onvermijdelijk strikter worden. In de toekomst zal Europa vaker akkoorden moeten afsluiten met landen aan de buitengrenzen, zoals Turkije, Libië en zelfs verder weg Egypte en Kenia, om daar de asielaanvragen te controleren en registreren, en van daaruit een spreidingsplan te organiseren. Voorlopig is het niet te voorspellen hoe dat in zijn werk zal gaan.

TERREUR DOOR VLUCHTELINGEN?

Het was een verbijsterende ontdekking. Net na de aanslagen aan het Stade de France in Parijs in november 2015 wordt naast het lichaam van een van de zelfmoordterroristen een Syrisch paspoort gevonden. Griekenland en Servië kunnen het paspoort traceren in hun databanken: de vingerafdrukken komen overeen met een man die in Leros aan land gegaan is en via de Balkanroute Europa doorkruist heeft. De angst dat terreurorganisatie IS de vluchtelingenroutes gebruikt om jihadi-terroristen naar Europa te versassen, wordt er alleen maar groter op. Het vermoeden is natuurlijk niet uit de lucht gegrepen. De instroom van vluchtelingen verloopt chaotisch, de controle aan de grenzen zit vol gaten en in Syrië leven er vakbekwame paspoortvervalsers.

Verschillende terrorisme-experts wijzen erop dat het (vervalste) paspoort misschien wel doelbewust achtergelaten is, als tactiek om angst te zaaien. IS heeft er alle baat bij dat de publieke opinie in het Westen zich tegen de vluchtelingen keert. De terreurorganisatie wil moslims opzetten tegen christenen, de Arabische wereld tegen Europa. Dus door de link te leggen tussen vluchtelingen en terroristen creëren ze een sfeer van verdachtmaking en wantrouwen. Eén veldslag om de geesten is al gewonnen. IS wil niet alleen slachtoffers maken maar vooral de samenleving ontwrichten, door een klimaat van onrust en schrik te creëren, door groepen tegen elkaar op te zetten.

Die theorie blijkt hout te snijden wanneer een IS-leider in februari een bericht de wereld instuurt dat IS via de vluchtelingenroutes een vijfde colonne van duizenden jihadi’s richting Europa uitgezonden heeft. Soortgelijke berichten worden ook via Twitter verspreid. Het cijfer is buiten proportie maar dat de Balkanroute ooit als jihadi highway gebruikt is, valt moeilijk te ontkennen. Zelfs de Duitse kanselier Merkel geeft het in de zomer van 2016 met zoveel woorden toe. De juiste omvang moet nog worden uitgeklaard.

Sinds de sluiting van de Balkanroute is het onwaarschijnlijk dat er nog IS-terroristen langs deze weg Europa binnenkomen. De Libiëroute beschouwen veiligheidsdiensten voorlopig als een minder prioritair probleem want die wordt vooral gebruikt door vluchtelingen uit Afrika. Bovendien vertelt het profiel van de IS-terroristen die in 2015 en 2016 toegeslagen hebben, een ander verhaal waarin Afrika niet voorkomt. Meestal gaat het om jongeren die in Europa opgegroeid zijn (weliswaar met een migratieachtergrond) en die een crimineel verleden hebben (diefstallen, overvallen, wapengeweld, drugs).

EEN BLOEDIG JAAR

Op 22 maart wordt België getroffen door één van de zwaarste aanslagen na de Tweede Wereldoorlog. Om 7.58 uur ontploft de eerste bom aan de balies van de chartermaatschappijen, waar ook de Amerikaanse luchtvaartmaatschappij Delta Air Lines zijn check-in houdt. Negen seconden later ontploft een bom aan de Starbucks waarbij ook de balie van Brussels Airlines volledig vernield wordt. Er ligt nog een derde bom, de zwaarste van de drie, maar die ontploft pas later, na een interventie van de ontmijningsdienst DOVO. Om een nog onbekende reden verlaat Mohamed Abrini de vertrekhal zonder de bom tot ontploffing te brengen. Na de twee explosies verlaat hij de luchthaven te voet en aan de hand van de beelden van straatcamera’s wordt de weg die hij volgt meter per meter gereconstrueerd, tot in de buurt van het Meiserplein, een kleine twee uur stappen. Op 8 april wordt Abrini, de man met het hoedje, opgepakt. De twee andere daders, Ibrahim El Bakraoui en Najim Laachraoui, komen om bij de zelfmoordaanslag. De drie zijn met een taxi vanuit Schaarbeek naar Brussels Airport gekomen. Tegen de taxichauffeur protesteerden ze nog dat hij hen ophaalde met een gewone wagen en geen bestelbusje zoals gevraagd. Daardoor kunnen ze niet alle koffers en nog meer dodelijke explosieven meenemen. Een uur later, om 9.11 uur, vindt een zelfmoordaanslag plaats in een metrostel dat onder de Wetstraat rijdt tussen de stations Maalbeek en Kunst-Wet. De dader is Khalid El Bakraoui, de broer van een van de Zaventem-terroristen. De tol is hoog: er vallen 32 doden (de 3 daders niet inbegrepen), en er zijn 340 gewonden, onder wie enkelen zeer zwaar.

Op 14 juli 2016 begint er een nieuwe reeks gewelddaden die de zomer bloedrood kleuren: van Nice tot Tokio, van Kaboel tot München. Hectische tijden voor de media, een slecht seizoen voor komkommers. Uitgerekend op le quatorze juillet, de Franse nationale feestdag, scheurt Mohamed Bouhlel met een witte vrachtwagen over de Promenade des Anglais in Nice. Er vallen 85 doden en 300 gewonden.

Het wordt stilaan ingewikkeld om een onderscheid te maken tussen terreur en geweld, tussen georganiseerd terrorisme en individuele acties van losgeslagen lone wolfs. De zomer van 2016 wordt getekend door aanslagen die de handtekening van terreurorganisatie IS dragen. Andere acties worden gepleegd door psychologisch losgeslagen individuen. In juli ligt er een deken van angst over onze contreien. Onze open samenleving wordt steeds meer onder vuur genomen, ons verlangen naar vrijheid en onze hunker naar veiligheid staan onder immense druk.

Een aanslag is nooit de laatste, met die beklemmende zekerheid hebben we intussen leren leven. Die waarheid wordt ook pijnlijk zichtbaar in de dagen en weken die volgen. Wie zegt dat geweld en terreur nog geen deel zijn van ons leven, leest beter eerst onderstaand lijstje:

14 juli, Nice (Frankrijk)
Aanslag met vrachtwagen op de Promenade des Anglais
84 doden, 300 gewonden

18 juli, Würzburg (Duitsland)
Aanval op een trein met een bijl
5 gewonden

19 juli, Garde-Colombe (Frankrijk)
Aanval in vakantiedorp
4 gewonden

22 juli, München (Duitsland)
Schietpartij in hamburgerrestaurant en winkelcentrum
9 doden, 35 gewonden

23 juli, Kaboel (Afghanistan)
Zelfmoordaanslag
80 doden, 230 gewonden

24 juli, Ansbach (Duitsland)
Zelfmoordaanslag
15 gewonden

24 juli, Bagdad (Irak)
Zelfmoordaanslag
20 doden, 35 gewonden

24 juli, Reutlingen (Duitsland)
Steekpartij
1 dode

25 juli, Tokio (Japan)
Steekpartij
19 doden, 25 gewonden

26 juli, Saint-Etienne-du-Rouvray (Frankrijk)
Gijzeling en moord
1 dode, 3 gewonden

Een indrukwekkend lijstje, zegt u? Jammer maar helaas, het is verre van volledig. Tussen 14 juli en 27 juli 2016 zijn er wereldwijd ongeveer 90 aanslagen geweest, daarbij vielen meer dan 600 doden. Het grootste slagveld ligt in Irak. De vindingrijkheid van de aanslagplegers verbaast. Er zijn standrechtelijke executies in Irak, een granaataanval in India, bomauto’s in Somalië, bermbommen in Turkije, enzovoort. Natuurlijk is de motivatie achter elke aanslag verschillend en alles op één hoop gooien strookt niet met de waarheid, maar is onze perceptie in staat om het onderscheid te blijven maken?

SOCIALE MEDIA

Als er één fenomeen is dat de journalistieke wereld danig door elkaar geschud heeft, is het wel de opkomst van de sociale media. Plotseling heeft en geeft iedereen een mening en een persoonlijke lezing van de feiten. Op zich kan je dat toejuichen: hoe meer stemmen, hoe meer vreugde. Toch enkele kanttekeningen: niet iedereen komt even goed beslagen op het ijs en velen voelen zich geroepen om de eigenbelangen te verdedigen. Als beroepsjournalist krijg je plotseling concurrentie van miljoenen amateurjournalisten. Sommigen zijn ongelooflijk professioneel en zouden zonder moeite kunnen meedraaien op een nieuwsredactie. Maar het merendeel wil toch vooral aandacht voor de eigen stem, de eigen verlangens, de eigen agenda, de eigen angsten.

De impact van sociale media op de nieuwsberichtgeving in 2016 is enorm. Na een aanslag kan je er zeker van zijn dat de eerste beelden ervan nu opduiken op Twitter, Facebook of een kleine website. Twitteraars signaleren nieuwswaardige elementen en vormen vaak de eerste en belangrijkste getuigen van nieuwsfeiten. Als journalist kan je in feite maar blij zijn om een extra informatiebron. Alleen komt er zo ook veel ruis binnen: geruchten, foute informatie en zelfs volledige gemanipuleerde berichtgeving. Zijn al die gedeelde filmpjes wel authentiek? En wat doe je met actualiteit die live binnenkomt via Facebook? Nieuwe uitdagingen voor ons journalisten. Alle nieuwtjes op Twitter controleren, factchecking in de echte betekenis van het woord, dat wordt een job op zich.

Mede door al die extra ‘informatiekanalen’ dreigen de traditionele media in het verdomhoekje te belanden. Het verwijt komt dat kranten en tv-zenders te traag nieuws opmerken. Maar, o wee als die media een thema breed uitspelen want dan krijgen ze klachten dat ze sensatie zoeken of het conflict willen aanwakkeren. Wanneer media voorzichtig handelen vanwege gevoelige informatie of omdat niet alle feiten in een verhaal kloppen, slijpen de mediawatchers ook al hun messen. Beschuldigingen in de aard van ‘regimepers’, ‘politieke correcte brigade’ of ‘censuur’ zijn dan schering en inslag.

HISTORISCHE GOLVEN

Hoe moet het verder met de wereld in 2017? Wie het weet, mag zijn hand opsteken. Ook ik heb er geen pasklaar antwoord op. Ik geloof alleen in de menselijke kracht en soepelheid om te overleven in nieuwe omstandigheden.

Vluchtelingen en terreur zijn geen nieuwe fenomenen. Hoe we ermee omgaan, dat kan vandaag verschillen met wat we vroeger deden. En daar ligt de uitdaging. België heeft al honderdduizenden migranten opgevangen, het overgrote deel van hen leeft hier vandaag als Belg, zoals wij dat doen. Het Westen moet vasthouden aan zijn waarden en vrijheden, daar kunnen we geen millimeter op toegeven. Maar tegelijkertijd moeten we asielzoekers helpen om zich aan te passen. En dat kan alleen als er ondubbelzinnige regels zijn, ook over wie er binnen mag en wie niet. De hele wereld opvangen, kunnen we niet. Daarom moeten we investeren in de landen waar de vluchtelingen vandaan komen. Investeren met aandacht, geld en de politieke wil om de problemen daar op te lossen.

Ook in tijden van verhoogde terreurdreiging moeten we nu investeren in mensen bij wie het dreigt verkeerd te lopen. Waarom is er in bepaalde wijken een maatschappelijk weefsel aanwezig om terroristen onderdak te geven? Waarom radicaliseren jongeren van hier? Die vragen moeten we echt oplossen.

Tot slot dit, de geschiedenis werkt in golfbewegingen. Het kan een troost zijn, of een manier om positief te blijven. De volgende paragrafen zijn niet geschreven om het geweld en de problemen anno 2016 te relativeren, maar eerder om de impact ervan te nuanceren.

Sinds de aanslagen van 11 september 2001 heeft de westerse reiziger zich aangepast aan een nieuwe wereld met meer veiligheidscontroles en een grotere waakzaamheid. De bommen in Madrid (2004) en Londen (2005) hielden de toeristen niet weg en houden de pendelaars vandaag niet uit de treinen en de metro’s. Ook Parijs en Brussel zullen de aanslagen overleven.

Wie in de jaren 1950 dacht aan reizen naar Berlijn, Havana of Hanoi, werd goed gek verklaard, maar vandaag zijn het populaire reisbestemmingen. Conflicten en oorlogen zijn tijdelijk, de grotere uitdaging om de wereld veilig en leefbaar te houden, ligt in de strijd tegen de klimaatverandering. Daarom is de kans groter dat je in 2060 Damascus wel zal kunnen bezoeken en Miami niet meer. Als de wapens zwijgen, maar het water blijft stijgen, is dat niet eens een boude voorspelling.

Steven Decraene
Vrt-reporter en auteur van het boek Het jaar van de verwarring
(Uitgeverij Van Halewyck, Antwerpen, 2016)

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 10 (december), pagina 17 tot 24 en 33 tot 34