Abonneer Log in

Maigret en de moord op de sociaaldemocratie

2017: VERKIEZINGSJAAR BIJ ONZE BUREN

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 10 (december), pagina 62 tot 67

De redactie van Samenleving en politiek vroeg me een voorbeschouwing van de Nederlandse Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017, en meer bepaald wat de verwachtingen zijn voor de PvdA. Terwijl ik dit eind november schrijf zijn twee relevante feiten te melden: 1. Het is wel eens beter gegaan en 2. Mensen beslissen pas een maand voor de verkiezingen wat ze stemmen. Alles daar tussenin is koffiedik. En het bekijken daarvan gaat beter door een Belgische bril. Daarom leest u hieronder een verhaal van Jules Maigret, hoofdpersonage in de vele romans en korte verhalen van de Belgische schrijver waar ik zo van hou, Georges Simenon.

2017: VERKIEZINGSJAAR BIJ ONZE BUREN

Maigret en de moord op de sociaaldemocratie
Menno Hurenkamp
Er waren eens twee hanen, een pitbull en een wolf
Niels Morsink
De zure vruchten van de große Koalition
Dieter Berckvens

De ochtend leek nog ver weg toen de telefoon rinkelde. Maar na één keer diep uitademen was Maigret wakker genoeg om de telefoon op te nemen. Hij dacht dat hij wist wat hem te wachten stond. In de loop van de dag zou blijken dat hij zich daarin danig vergist had.
Het was inspecteur Janvier, die deze week de nachtdiensten draaide.
- Commissaris, u kunt maar beter even naar het bureau komen. Het is te ingewikkeld om over de telefoon uit te leggen. Maar er is wel haast bij.
Terwijl mevrouw Maigret koffie zette, kleedde hij zich aan. Op straat hield Maigret een taxi aan. Dit keer ergerde het hem niet dat de chauffeur hem herkende.
- Naar het bureau, chef?
Maigret bromde instemmend. Hij had de afgelopen dagen zijn administratie gedaan. Dat er nu echt werk wachtte stemde hem tevreden, ook al was het nog nacht. Er zou een dode zijn en dat was treurig. Maar een schuldige die zich nu nog verstopte, zou worden gepakt. Onschuldigen die zonder hulp misschien in problemen zouden komen, moesten worden gevrijwaard.
De mens in al zijn zwakten. Maigret mijmerde weg, starend naar de weerschijn van de straatverlichting in het natte asfalt.

Op het bureau van de centrale recherche nam inspecteur Janvier hem direct mee naar het kantoor van de directeur-generaal. Deze keek moeilijk.
- Maigret, het is een lastig geval. Er is wel een dode maar geen lijk. Je moet het omzichtig aanpakken.
Maigret voelde naar zijn pijp in zijn jaszak maar liet hem daar zitten. Hij fronste. Wel een dode maar geen lijk? Hij dacht dat hij alle denkbare misdaden wel van nabij had gezien. Dit was nieuw.
- Het is de sociaaldemocratie. Die ligt dood in het water, gekeken naar de peilingen. Vermoord, heet het zelfs. U moet de dader pakken zonder deining te veroorzaken. We houden dit liever buiten de schijnwerpers. De stemming is al zo slecht.
Maigret keek verbaasd.
- Hoezo naar de dader zoeken? Ze zal dan toch zeker door de kiezers vermoord zijn?
- Nee, zo zit het niet. Dat snapt een kind. De kiezers zijn de beul, niet de schuldige. U moet op onderzoek. Niet onder de kiezers, die zijn letterlijk allemaal al eens ondervraagd door opiniepeilers. Daar worden ze onrustig genoeg van. U moet de betrokkenen onder de loep nemen.
De commissaris liet een zucht uit het diepst van zijn massieve lijf komen. Halsafsnijders, bankrovers en passiemoordenaars had hij graag tegenover zich. Achterhalen wat hen tot hun daden bracht, dat was werk. Bewijzen dat ze schuldig waren ging vervolgens meestal vanzelf.
Politici schenen Maigret vooral aandachtshongerig toe. Dat was misschien onvermijdelijk, maar spannend was anders. Er zat nu niks anders op.

Maigret liet zich vroeg in de ochtend bij het partijkantoor afzetten en meldde zich bij de voorzitter van de PvdA. In een t-shirt en spijkerbroek was Hans Spekman een informeel geklede man. Hij bood de commissaris een stoel, zag toen de pijp in diens hand, nam zijn gast mee naar buiten en stak verheugd zelf een sigaret op.
Spekman begon zonder een vraag af te wachten te praten.
- Ik weet wel waarom u komt. Werkelijk iedere columnist schrijft over dit onderwerp. Maar u moet niet bij mij zijn. Ik heb alles gedaan wat ik kon. Het partijkantoor weg uit de elitebuurt. Meer inspraak voor de gewone leden. Steeds meer inspraak voor de gewone leden. We zijn er al jaren mee bezig. Ik. Mijn voorgangers ook. Toch zeuren die leden. Over álles. Telkens woedend. Dan weer de minderjarige asielzoekers, die we te ruig zouden behandelen. Niet waar. Dan weer de sociale werkplaatsen, die we zouden afschaffen. Niet waar. Dan weer het referendum over Oekraïne, waar we kiezers zouden hebben verraden. Niet waar.
Maigret trok zijn wenkbrauwen op. Hij had geen zin om open deuren in te trappen. En dat hoefde ook niet.
- Ja, vervolgde Spekman. Ik weet wel dat er duizenden leden zijn weggelopen. Maar ik heb toch maar mooi een lijsttrekkersverkiezing georganiseerd. Dat trok veel nieuwe leden. Nee, niet de tienduizend ofzo die we sinds 2012 kwijt zijn. Maar die verkiezing is uniek. Bij ons is wel wat te kiezen, bij anderen niet. Oke, de twee kandidaten Lodewijk Asscher en Diederik Samsom hadden eigenlijk hetzelfde programma. Maar het is beter dan niks.
De commissaris zag een gekweld man. Hij zuchtte. Er was niks aan te doen: hij moest een televisieverslaggeversvraag stellen.
- Heeft u zich niet gewoon uitgeleverd aan rechts? Door mee te doen aan een regering waarvan u wist dat ze slecht zou uitpakken voor uw partij en voor het land? U bent toch niet verbaasd dat er geen mensen meer naar vergaderingen komen?
- Nee, schudde Spekman, nee, nee, nee. Dit moest. Wij lopen niet weg. Wij nemen verantwoordelijkheid. Als we dit niet gedaan hadden, hadden er minder kinderen een plek gehad in de opvang, was er helemaal niks meer van de verzorgingsstaat over geweest.
- Verzorgingsstaat? Ik dacht dat u dat woord niet meer mocht gebruiken. Dat het afgeschaft was door de regering. Dat we tegenwoordig in een participatiesamenleving leefden.
- Natuurlijk wel! Het ligt misschien niet meer voor op de tong van de jonge generatie. Die geloven in eigen kracht en zo. Maar wij zijn van de verzorgingsstaat. Echt waar. Ook al is er meer controle op de bijstand. En moet je je studiebeurs lenen. En zijn er geen bejaardentehuizen meer. Sommige dingen moet je nu zelf regelen. Maar het is een moderne verzorgingsstaat. De kiezer gaat dat heus nog zien. Die wil dat ook.
Maigret knikte en vertrok. Buiten keek hij een tijd het verkeer na. De auto’s en fietsen gleden voorbij.

Hij nam de tram op weg naar het parlement. Daar liet hij zich aandienen bij de fractievoorzitter en tevens partijleider van de sociaaldemocraten, Diederik Samsom. Een man met een gezicht dat door de beweeglijkheid van oren, neus en wenkbrauwen een eigen leven leek te leiden.
Maigret stelde zich voor. Samsom knikte afwachtend.
- Zegt u het maar, zei hij. Wat kan ik voor u doen?
- Ik onderzoek een moord. Op de sociaaldemocratie. Uw partijvoorzitter Hans Spekman zegt dat er niks aan de hand is.
- Tja. We staan er niet rooskleurig voor. Dat is in heel Europa. Sociaal beleid en internationalisme gaan slecht samen. En de PvdA doet het altijd slecht direct na kabinetsdeelname. Maar, ik heb nergens spijt van. We hadden een land in crisis en een lastige verkiezingsuitslag. Daar moet je mee werken en dat hebben we gedaan. Eerst flink bezuinigen en dan weer groeien. Het werkt. De economie groeit en de werkloosheid daalt.
- Maar u lijkt geen kiezers te hebben. De mensen zeggen niet van uw Europa te houden. Of van uw immigratie. Ze willen alleen geen racist genoemd worden. Misschien wel socialist. Ze vinden dat het kapitalisme moet worden aangepakt. De snelle jongens. Google. ABN Amro. Goldman Sachs. Ze willen Sanders, geen Clinton.
- Voor problemen moeten we slimme oplossingen verzinnen. Retoriek over afschaffen van Europa of grenzen dicht of arbeiderszelfbestuur doe ik niet aan mee. We hebben de overeenkomst met Turkije - zij vangen de vluchtelingen uit Syrië op, wij geven visa. We belasten topsalarissen, bonussen. Je moet wheelen en dealen. Wij kunnen dat. We moeten samen vooruit. Samen doorknokken.
Commissaris Maigret stak bezwerend een hand op om de snel op stoom rakende fractievoorzitter te stoppen. Hij vreesde een toespraak.
- Kom, kom. U bent niet vies van retoriek. Met dat ‘doorknokken’. En u heeft toch ook uw mannetje gestaan met stevige uitspraken over bijvoorbeeld Marokkaanse rotjeugd? Dat ze het monopolie op overlast hebben? Misschien had het uw partij gered wanneer u daar voor vervolgd was, en niet Wilders.
- Dat is cynisch. Daar houd ik niet van. De verkiezingsstrijd moet nog beginnen. Ik zie kansen voor de toekomst. Innovatie. Groene maakindustrie. Of bijvoorbeeld linkse samenwerking. Als wij alleen niet de grootste worden, dan kunnen we het samen zijn.
- Hmm. Bij GroenLinks denkt de leider dat hij premier wordt. Uw ondergang is de bestaansreden van uw concurrent de Socialistische Partij. Het hele land is op zoek naar identiteit: wat is Nederland? Al onderling kibbelend over waar het heen moet lijken de sociaaldemocraten onderdeel van dat probleem. Geen oplossing. Uw collega-sociaaldemocraat Moscovici zegt dat hij namens heel Europa minister van Financiën is. Maar in uw land, in Duitsland, in Frankrijk, in Italië en in Oostenrijk komen verkiezingen waarbij mensen die ooit uw achterban waren dat als megalomanie betitelen. Vandaar misschien die dood.
- Onzin. Ik heb nog nooit gedaan alsof het makkelijk is, altijd het eerlijke verhaal verteld. Wij zijn juist van de binding. Wij bieden een verhaal over Nederland van gelijke kansen. En er is dus geen dode, trouwens. Peilingen, daar hecht u toch hoop ik ook niet te veel waarde aan?
Maigret knikte. Hij wist even genoeg en bedankte Samsom.

Buiten stak Maigret snel het Plein over. Hij dronk een glas bier in cafe 19. De trage, zware commissaris liet de gesprekken van zojuist op zich in werken. Deze mensen leken het beste met de wereld voor te hebben. Het was misschien dapper dat ze bereid waren hun partij op te offeren aan het landsbelang: juist als de verdeeldheid groot is moet er een verstandige regering zijn. Om het kippenhok vol gevoelsmensen koest te houden. Maar wat hadden mensen die hier om tafeltjes zaten met politiek? Of met de mensen die zich buiten haastten hun inkopen te doen? En als die mensen aan echte verandering dachten, wat zagen ze dan voor zich? Vast andere dingen dan een wat hogere rekenrente voor het pensioen.
Weemoed overviel Maigret. Er was een tijd dat politici een soort dominees waren, voormannen. Nu leken ze amechtig achter de mensen aan te hollen. Misschien omdat ze vroeger de markt en de ondernemingen tot de orde riepen en nu het volk tot rust probeerden te brengen?
En dan nog. Nederland scheen hem een overwegend rechts landje. Conservatisme en nationalisme verstopt onder een forse handelsgeest en een laagje gedoogbeleid. Terwijl in de wereld de onverdraagzaamheid toenam. Amerika, China, Rusland, Turkije, iedereen trok zich terug op eigen turf. Gewaagd van die sociaaldemocraten om illusies te koesteren….
Maigret dronk nog snel een glas bier en haastte zich naar de uitdager van Diederik Samsom.

Lodewijk Asscher, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, stak hartelijk een hand uit.
- Commissaris!
Hij bewoog een beetje schuttiger, een net pak met een man er in.
- Ik ben op de hoogte, vervolgde Asscher. Laten we snel terzake komen. Ik heb een permanent gevecht geleverd de afgelopen jaren. Zorgen dat mensen uit Oost-Europa onze chauffeurs niet kapot concurreren. Zorgen dat er vaste banen komen. Het punt is, wie in deze maatschappij succes heeft, denkt dat hij dat zelf bereikt heeft. Werkgevers komt dat goed uit. En als wij zeggen dat het anders is, klinkt het al snel zielig. Toch bereiken we dingen. En de vakbeweging steunt me. Dus u bent aan het verkeerde adres.
Maigret gromde. Hij zei:
- Uw land is rijk. Zou het niet een koud kunstje moeten zijn boze burgers en weggelopen kiezers gelukkig te maken? Maar ze zien u en uw collega’s niet als linkse voormannen, maar als deel van een elite. Die het zelf droog houdt als het water stijgt door klimaatverandering, als de immigratie toeneemt door Europese regels, als de banken omvallen door ongeremde hebzucht. Ze voelen zich weggezet als achterlijk. De slimme voorhoede legt nog één keertje uit dat handelsverdragen moeten, dat Europese samenwerking moet.
- De mensen boos om het klimaat verschillen nogal van de mensen boos om immigratie. We moeten daarom een echte gemeenschap bieden. Niet een verbeelde gemeenschap zoals intellectuelen dat willen. Een gemeenschap die je voelt. Al die culturele verschillen van tegenwoordig maken dat mensen niet graag delen.
- Vandaar dat ze zich opwinden dat een kinderfeest zwárt moet zijn? En dus dat de boosheid met wat extra dialoog en wederzijds begrip verdwijnt? Is dat niet een eind vandaan bij uw grote leiders van weleer? Pieter Jelles Troelstra wilde nog de revolutie uitroepen, in 1918. Willem Drees vocht voor algemene ouderdomsvoorzieningen, in 1950. Spant u niet de schimmel achter de stoomboot, door emoties te willen temmen waar gewone mensen vooral macht terugwillen over hun baan of buurt of pensioen?
- Het moet allebei. De samenleving eerlijker maken moet. En dat is ons de afgelopen jaren gelukt, in weerwil van wat mensen zeggen. Maar zonder gevoel gaat het niet. De kiezers gaan dat zien. Ik zal me niet laten verleiden over deplorables te spreken, zoals Hillary Clinton deed. Of de opstand van fatsoenlijke mensen uit te roepen, zoals Martin Schulz deed. Wij zijn springlevend.
Onder vriendelijke afscheidswoorden duwde Asscher Maigret zijn kantoor uit.

Het was de Commissaris zwaar te moede. Het was zeker de meest vreemde opdracht die hij ooit gehad had. Maigret dronk een cognac in de stationsrestauratie. In de tijd dat hij al nippend van zijn glas naar de treinen staarde, richtten energieke Nederlanders weer drie of vier nieuwe politieke partijen op die het verlangen van de gewone man verwoordden, wat neer leek te komen op de doodstraf terug voor iedereen die naar Bach luisterde of een moeilijke achternaam had. Was dat een antwoord op maatschappelijke vragen van nu? Of een gevolg van de onvermijdelijke gaten die ervaren bestuurders lieten vallen?
Daarop ging Maigret terug naar het hoofdbureau. Hij meldde zich bij de directeur-generaal.
- Weest u gerust, zei Maigret. U heeft zich vergist. De sociaaldemocratie leeft. Het is zoals wat de u ongetwijfeld niet bekende gitarist Frank Zappa zei over jazz. Die was volgens hem niet dood. Die rook alleen wat raar.

Ergens had hij nog wel hoop.

Menno Hurenkamp
Hoofdredacteur van het Nederlandse blad Socialisme & Democratie (S&D) en interim directeur van de Wiardi Beckman Stichting,het wetenschappelijk bureau voor de sociaaldemocratie, gelieerd aan de PvdA.

Nederland - verkiezingen - PvdA

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 10 (december), pagina 62 tot 67