Abonneer Log in

Wie is Erdoğan?

boekessay

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 10 (december), pagina 86 tot 90

Turkije staat elke dag in de krant. Is het niet met een kop over de nieuwste vermeende aanslagen op de democratie van Sultan Erdoğan, dan wel op pagina 35 waar all-inreizen verpatst worden voor prijzen waarmee je nog geen weekend naar Antwerpen kan. Na de kranten verovert Turkije ook de boekenrekken. Op enkele maanden tijd verschenen niet minder dan vier Nederlandstalige boeken: Erdoğan in een notendop (Joost Lagendijk), Turkije, de terugkeer van de sultan (Dirk Rochtus), Wat u niet mag weten over Turkije (Dries Lesage) en Erdoğan. De nieuwe vader van Turkije? (Nicolas Cheviron & Jean-François Pérouse). Hoog tijd voor een bespreking.

We worden als Nederlandstalig lezerspubliek verwend met zoveel goeds over dit zeer nabije, maar op vele vlakken toch zo exotische land. Om de 1.200 pagina’s aan informatie bevattelijk te maken, gaan we eerst even door elk boek. Daarna blijven we stilstaan bij enkele thema’s, zoals: hoe zit het nu met die Gülen-beweging, hoe terugkijken op de Gezi-protesten en, natuurlijk, wat moeten we denken over Erdoğan en de democratie?

VIER TURKIJE-BOEKEN

Als dit je eerste kennismaking is met Turkije als leesonderwerp, begin dan met Turkije, de terugkeer van de sultan van Dirk Rochtus. Het boek gaat vlot door de relevante geschiedenis en bespreekt daarna enkele hete hangijzers: de Armeense, Griekse (inclusief Cypriotische) en Koerdische kwesties. Het boek probeert daarbij ‘objectiviteit, maar geen neutraliteit’ na te streven. Volgens mij slaagt het boek goed in zijn opzet: achtergrond en overzicht schetsen via een robuuste structuur. Als toemaatje krijgt de lezer nog een portie buitenlands beleid en een noodzakelijke (maar soms als overbodig aandoende) discussie over de kwestie of Turkije wel of niet bij de EU moet.

Het boek van Dries Lesage, UGent professor (en echtgenoot van Meryem Kaçar, gewezen Groen-senator), heeft een zeer andere insteek. De titel, Wat u niet mag weten over Turkije, suggereert geen droog historisch of academisch werkstuk, maar eerder een bevlogen traktaat. En dat is het ook geworden. Professor Lesage stelt duidelijk dat je over een passioneel thema als Turkse politiek helemaal niet objectief kan zijn. De bedoeling van dit boek is duidelijk: een tegengeluid bieden aan de eenzijdige westerse berichtgeving over Turkije. Een doelstelling waarmee ik sterk sympathiseer. Ik deel ongeveer dezelfde persoonlijke band met het land als de professor en voel me vaak ongemakkelijk met de westerse berichtgeving over zaken die de Turken helemaal anders zien. Lesage wil het beeld corrigeren dat Erdoğan de (enige) baarlijke duivel is die de democratie onder vuur neemt. Zijn boek surft door de recente geschiedenis van Turkije (denk: AKP-opkomst, Gezi, pacificatie en heropkomst van de Koerdische kwestie, verkiezingen en couppoging) en gebruikt een zondvloed van gegevens om alles wat ‘in perspectief’ te zetten.

Joost Lagendijks boek, Erdoğan in een notendop, kijkt vooral naar de figuur Erdoğan. De auteur is ex-Europees Parlementslid voor het Nederlandse GroenLinks, was verbonden aan verschillende Turkse universiteiten, maar ook ex-columnist van de aan de Gülen gelieerde (en opgedoekte) krant Zaman. Lagendijks boek geeft een persoonlijke geschiedenis van Erdoğan, bespreekt zijn opgang, glorieperiode en daaropvolgende omslag tot autoritaire leider.

Het boek van de Franse auteurs Nicolas Cheviron & Jean-François Pérouse, Erdoğan, de nieuwe vader van Turkije?, heeft hetzelfde opzet als het boek van Lagendijk maar is allesbehalve een notendop. In dit werk van zo’n 400 pagina’s wordt de opkomst van de figuur Erdoğan uitvoerig besproken. Het boek is een ware biografie die, alweer in tegenstelling tot Lagendijks notendop, vele bronnen bevat en verschillende versies en interpretaties van evenementen naast elkaar legt. Het boek is een vertaling, maar leest toch weg zoals je een Netflix-serie wegkijkt: het verhaal is complex, rijk aan details, maar je blijft geboeid en je begint zelfs mee te voelen met de protagonisten.

De boeken verschillen op vele punten radicaal van inhoud en vorm. De vreemde eend in de bijt is zonder twijfel het boek van Dries Lesage. De drie andere werken zijn zacht van toon en eerder beschrijvend, het boek van Lesage is emotioneel. De verklaring ligt voor de hand. De analyse van Rochtus, Lagendijk en Cheviron & Pérouse liggen dicht bij de algemeen geldende consensus in het Westen: het gaat de verkeerde kant uit met Erdoğan. Ze plaatsen daarbij allerlei nuances die welgekomen en correct zijn, maar fundamenteel blijven ze in de ‘mainstream’ opinie hangen. Ze zeggen met andere woorden ‘ja, maar’. Ja, Erdoğan gedraagt zich als een halve despoot en de democratie staat onder druk. Maar, hij en zijn AKP hebben ook veel goeds gedaan voor het land.

De reactie van Lesage is helemaal anders en kan beter omschreven worden als ‘kan zijn, maar’. Ook Lesage denkt dat Erdoğan zwaar over de streep gaat, maar onderstreept vooral hoe de andere partijen in het debat zo mogelijk nog meer over de streep gaan. Dan gaat het vooral over de antidemocratische tendensen in de Kemalistische oppositie, de traditie van geweld bij de PKK en de daaraan gelinkte partij HDP, en het twijfelachtige democratische karakter van de Gülen-beweging. Deze analyse is terecht, zeker onderbelicht en vaak confronterend. Dat wekt opvliegende reacties op en Lesage heeft daar zijn deel al van gekregen in het publieke debat.

DE GÜLEN-BEWEGING

Alle boeken in detail bespreken kan hier niet, dus kies ik enkele thema’s. Een eerste thema is een zeer actuele: wat moeten we denken over de Gülen-beweging en vooral, waarom zijn deze oude geallieerden nu verwikkeld in zo’n harde strijd? De Gülen-beweging komt in alle boeken voor, maar neemt nergens een prominente plaats in. Zeker in het boek van Cheviron & Pérouse wordt veel meer over andere broederschappen gesproken dan over de Gülen-beweging. Alle auteurs zijn het erover eens dat de AKP de Gülen-beweging nodig had in de beginperiode voor hun rijk netwerk in verschillende delen van de staat. De alliantie versterkte verder de greep van de Gülen-beweging op de staat, en nu wil Erdoğan daarmee komaf maken.

De vraag naar het waarom van deze omslag krijgt in geen enkele van de boeken een uitgebreid antwoord. Het is zoeken tussen de regels, maar enkele hoofdlijnen zijn duidelijk: Gülen eiste een aantal mandaten die ze niet kregen, Gülen was niet opgezet met de hardere houding van Turkije tegenover Israël, Gülen was boos over de brutale aanpak van de Gezi-protesten, Gülen was niet akkoord met de PKK-politiek waarin gepraat en onderhandeld werd met Abdullah Öcalan. Cheviron & Pérouse voegen hieraan toe dat de benoeming van Hakan Fidan aan het hoofd van de Turkse inlichtingendienst ook moeilijk lag wegens zijn banden met Iran. Maar er is ook een eventuele internationale dimensie. Dat de banden tussen Turkije, Israël en het Westen recent onder druk staan is geen geheim. Volgens sommigen zouden die de Gülen-beweging sponsoren en hen aangezet hebben tot een kritischere koers. Wat er ook van zij, eens de gemeenschappelijke vijand (de Kemalistische elite, het leger) verslagen was, werd snel duidelijk dat er geen plaats was voor twee kapiteins. Wat daarna volgde was een ongemeen harde oorlog van slaan en terugslaan. Gülen-scholen werden gesloten en verkocht, processen rond corruptie opgestart, banken en kranten gesloten en als kers op de taart zou Gülen achter de coup van 15 juli zitten. Daarover bestaat er trouwens unanimiteit, maar eigenlijk weinig hard bewijs.

En dan een punt van kritiek op alle boeken, maar in mindere mate Cheviron & Pérouse. Bijna alle auteurs delen het Turkse volk op in drie grote groepen: de witte Turken, de zwarte Turken en de Koerden. De witte Turken, dat zou de oude Kemalistische elite zijn. De kleine groep westerse welgestelden die het lang voor het zeggen hadden en hun macht nu zien wegdeemsteren door Erdoğan, de vertegenwoordiger van de zwarte Turken. Die zwarte Turken, dat zouden de conservatieve plattelands Turken zijn die recent naar de steden immigreerden. Lang zouden deze geen vertegenwoordiging gehad hebben en het is die ontvoogdingsstrijd waarvan Erdoğan zichzelf graag als roerganger ziet. De Koerden zijn de belangrijkste minderheid in Turkije. Vanwege hun andere talen botsten ze met een homogeniserende Turkse staat.

Deze opdeling gaat volgens mij te kort door de bocht. Ze speelt in de kaart van de AKP, de zelfverklaarde vertegenwoordiger van de meerderheid die het gevecht met het establishment aangaat. Zo is er een relatief grote groep Turken uit de (lagere) middenklasse die geen deel uitmaken van de ‘elite’, helemaal niet exclusief westers zijn, helemaal niet voor een militair ingrijpen zijn, maar wel voor een seculiere staat staan. Deze vormen een groot deel van de CHP- en MHP-stemmers (de twee grote oppositiepartijen, naast de Koerdische HDP). Het is daarbij ook goed te herhalen dat de AKP eigenlijk nooit een meerderheid (in de zin van \>50% van de stemmen) heeft gehaald. Alle tegenstanders van de AKP elitair noemen, is dus een grote misvatting.

DE GEZI-PROTESTEN

En die misvatting zien we duidelijk in de evaluatie van de auteurs over de Gezi-protesten (2013). Volgens mij was Gezi de politieke ontvoogding van Turken van mijn generatie. Jonge twintigers die hebben genoten van de economische ontwikkeling onder Erdoğan, de verbeterde scholing, een idee hebben over het buitenland en de democratisering onder Erdoğan willen beschermen tegen hemzelf. Hun protest was van wereldklasse in termen van creativiteit en dynamiek. Zeker, oppositie met twijfelachtige bedoelingen hebben het politiek willen recupereren. Maar mijn eigen ervaring en studiemateriaal wijzen erop dat de beweging zich niet liet recupereren (maar dan ook helaas uitdoofde). Lesage is in zijn bespreking van de Gezi-protesten het hardst. Hij zet ze op één lijn met de (volgens hem) coupgezinde republikeinse marsen van 2007 en beschuldigt ze van een ‘elitaire mentaliteit’. Lagendijk en Rochtus bespreken de kwestie eerder neutraal. De beste bespreking komt, volgens mij, van Cheviron & Pérouse. Zij zijn ook de enigen die het schaarse onderzoek rond de Gezi-protesten bespreken en de discussie dus wat trachten te objectiveren. Dat onderzoek van de Bilgi Universiteit vond dat amper 6,6% van de Gezi-protestanten openlijk opkwam voor een militaire coup en de meesten (70%) partijongebonden waren. Chéviron & Pérouse halen ook cijfers aan van het ministerie van binnenlandse zaken die stellen dat in totaal meer dan 3,5 miljoen mensen deelgenomen hebben aan het protest. De evaluatie van Lesage van Gezi (ondemocratisch, elitair en haatdragend) is volgens mij dus te grof. Uit eigen ervaring kan ik ook melden dat oproepen tot ontslag van Erdoğan niet bij iedereen op instemming konden rekenen.

Maar ook Lagendijk en Rochtus gaan voorbij aan een belangrijk element in het Gezi-verhaal en dat is voetbal. Voor het eerst, en volgens mij ook voor het laatst, zetten de voetbalsupporters van Fenerbahçe, Galatasaray en Besiktas hun diepe verdeeldheid aan de kant en schaarden ze zich achter het protest. Dit was pas bedreigend voor Erdoğan omdat dit over het volk gaat. Het volk dat hij normaal gezien op de hand heeft. De nogal klungelige namaaklogo’s van de beruchte supportersvereniging ‘Besiktas Çarşi’ op een AKP-meeting enige tijd later tonen aan hoe bedreigend dit was voor de partij en hoe weinig grip de AKP had over dit deel van het volk.

ERDOĞAN EN DE DEMOCRATIE

Hoe moeten we, na 1.200 pagina’s leesvoer, nu denken over de staat van de democratie in Turkije en de rol van Erdogan? Voor mij is dat alvast duidelijk: niet goed. Ik heb Turkije leren kennen in de hoogdagen van de AKP en Erdoğan, de periode 2006-2007. De invloed van het leger werd beperkt, de economie deed het goed en alle AKP-hervormingen waren zonder meer democratisch. Maar vooral, het maatschappelijk debat was springlevend. Dat is helaas niet meer het geval. Exemplarisch hiervoor is het feit dat ik voor het eerst in mijn leven een boek gekaft heb om het te lezen in het Turks openbaar vervoer (Rochtus) en dat ik (naast de mini-vakbondskrant Birgün) geen enkele van mijn favoriete kranten en tijdschriften nog kan krijgen. Akkoord, Dries Lesage heeft een punt als hij zegt dat ‘als Erdoğan een democratie aan het uithollen was, dan was dat de democratie die hij in 2002-2007 zelf had ingevoerd’ (p. 78). Maar dat maakt hem daar niet minder verantwoordelijk voor. De beste verklaring hiervoor is volgens mij een relatief eenvoudige. Eén die we al sinds jaar en dag kennen en waarvoor we zelfs iets hebben uitgevonden als een grondwet: macht corrumpeert. Of zoals Lagendijk het zegt: alles wat Erdoğan momenteel kenmerkt is typisch voor een politicus die te lang aan de macht is geweest en daardoor het zicht op de werkelijkheid wat dreigt te verliezen (pp. 89-90).

Die analyse is volgens mij de enige correcte. En die is ook het antwoord op een onbehaaglijk gevoel dat ik denk te delen met ongeveer alle auteurs. Allemaal zijn we lang geen virulente tegenstanders van Erdoğan. Allemaal hebben we lacherig gedaan over de geruchten over ‘geheime agenda’s’. Allemaal hebben we goedkeurend geknikt naar de vele democratische hervormingen die de AKP erdoor duwde. Maar één voor één hebben we moeten inzien dat na de uitdieping van de democratie de uitholling kwam. En één voor één hebben we onze mening moeten bijstellen of radicaal omgooien, en dat is nooit fijn.

TOT SLOT

Om te eindigen met een klein lezersadvies het volgende. Op zoek naar een eerste inleiding tot het onderwerp Turkije, lees Rochtus. Op zoek naar wat achtergrond over Erdoğan, lees Lagendijk. Op zoek naar een echt tegengeluid en andere stem over dit onderwerp, lees Lesage. Op zoek naar een naslagwerk over de huidige president, lees Cheviron & Pérouse. En vooral: geniet ervan.

Stan De Spiegelaere
Onderzoeker aan het Europees Vakbondsinstituut en kernlid van denktank Minerva




Joost Lagendijk
Uitgeverij Prometheus,
Amsterdam, 2016

Dirk Rochtus
Uitgeverij Vrijdag,
Antwerpen, 2016

Dries Lesage
Uitgeverij Lannoo,
Tielt, 2016

Nicolas Cheviron en
Jean-François Pérouse
Uitgeverij Historiek, Ermelo, 2016

Turkije - Gülen-beweging - Erdoğan Recep Tayyip

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 10 (december), pagina 86 tot 90