Abonneer Log in

Bart De Wever, burgemeester en schaduwpremier

Figuur in de kijker

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 1 (januari), pagina 65 tot 67

Geachte heer burgemeester,
Beste Bart,

Wij hebben meer gemeen dan ons beiden lief is. We zijn in Mortsel geboren en liepen school op een boogscheut van elkaar, u in het Onze-Lieve-Vrouw-van-Lourdescollege van Edegem en ik in het Koninklijk Atheneum van Mortsel. Dat verklaart veel, hoor ik u denken en wellicht is dat ook zo. Die randstedelijke omgeving uit de jaren 1970 heeft ons gekneed tot de mannen die we vandaag zijn. Mortsel en Edegem waren bolwerken van katholicisme en Vlaams-nationalisme in de schaduw van een socialistische stad. Mijn broer en ik werden scheef bekeken omdat we naar het atheneum gingen - de school voor de domme kindjes zoals mijn buurjongens uit het college schamperden - en zo mogelijk nog schever telkens mijn ouders de verkiezingsaffiches van de BSP uithingen. De segregatie liep toen langs levensbeschouwelijke lijnen, pijnlijke littekens van een niet verteerde schoolstrijd.

Nochtans drong de geest van de jaren 1960 ook binnen in de jeugdhuizen naast en onder de parochiezalen van de randstad. De parka’s waren groen, het haar langer dan betamelijk en hoewel de wiet lang niet het THC-gehalte van vandaag had, werd de sfeer er toch ontspannender. Toen ik op mijn achttiende naar Gent vertrok, was u tien en moesten uw avonturen nog beginnen. Ik vernam later van oude makkers dat u dezelfde jeugdhuizen frequenteerde maar er nooit echt op uw gemak leek te zijn. Het verklaart misschien de afkeer die u tot vandaag hebt voor de ‘laissez-faire’-sfeer die de soixante-huitards ingang hadden doen vinden.

Er is veel te zeggen over die generatie en voorzeker ook kwalijke dingen, maar ze heeft onmiskenbaar bijgedragen tot de emancipatie van heel wat bevolkingsgroepen, tot een tolerantere samenleving waarin zelfontplooiing mogelijk werd en creativiteit eerder gestimuleerd dan afgeremd werd. U onthoudt er vandaag enkel van dat het morele kompas verdween omdat plots alles mogelijk werd. Eigenlijk zei u: ‘omdat plots alles mocht’. Er is een subtiel verschil. Niet alles wat mogelijk is, mag ook. Vrijheid zonder grenzen is een gesel voor goden en mensen. Onze vrijheid ligt in het nauwgezet afbakenen en consequent naleven van de keuzen die we willen maken. Vrijheid is kiezen. Misschien ligt daar het verschil. Dat alles mogelijk werd, betekende voor mij niet dat daarom alles zomaar mocht. U vreesde dat omdat alles mocht, op de duur niets meer mogelijk was. Daarmee is ook het verschil tussen een progressief en een conservatief geschetst.

Toen ik naar Gent trok, heb ik voor de stad en de wereld gekozen, urbi et orbi. Ik besefte het onvoldoende, maar dat zijn vandaag de twee bestuursniveaus die er toe doen. Terwijl natiestaten verkruimelen onder het gewicht van de tijd, zijn de stad en de wereld eindeloos. Terwijl het ene een verzinsel is, een construct van de geest, zijn de twee anderen tastbaar in hun aanwezigheid. Het verschil tussen een imaginaire wereld en de werkelijkheid.

Jij hebt voor Vlaanderen gekozen, niet het graafschap, niet een of andere provincie, niet eens een gewest of een gemeenschap, maar een natiestaat die nog moet worden opgericht, een toekomst die in het verleden uitgevonden werd. Precies omdat dat een imaginaire wereld is, kan je er over vertellen wat je wil. Je kan het roemrijk en welvarend bedenken, ingebed in voor jou geruststellende normen en waarden, een utopische samenleving van gelijkgestemden die elkaar onder een wapperende leeuwenbanier in de armen vallen. Je kan met gestrekte wijsvinger over de grens naar de vijand wijzen en ons waarschuwen dat hij al binnen de poorten van de stad is gedrongen. De grote boze buitenwereld en de vuile, gevaarlijke stad, het zijn de constanten geworden in uw discours.

We wonen nu beiden in Antwerpen. Ik herinner me de avond waarop u mijn burgemeester werd, als een veldheer naar het schoonverdiep trok en de roemruchte woorden uitsprak: ‘Zet die ploat af’. Ik heb ze altijd gelezen als een metafoor voor het einde van iets, niet voor het begin van een nieuw tijdperk. Dan had het ‘zet die ploat oep’ moeten zijn. Die revanchistische toon is gebleven, zowel in het stedelijke beleid als op Vlaams en federaal niveau. Het is pay back time, alsof er u en uw geestesgenoten groot onrecht is aangedaan en u genoegdoening moet krijgen. U moet me bij gelegenheid eens uitleggen hoe een van de meest welvarende en veilige samenlevingen op de planeet er in geslaagd is u zo diep te kwesten, dat u op alles en iedereen boos bent geworden. Uw beleid is inmiddels gericht op de afbraak van die sociale welvaartsstaat, niet op de versteviging van haar vestingen of de opbouw van haar torens die ons toelaten naar de toekomst uit te kijken.

Dat negativisme sluipt als een gif doorheen de samenleving, zet mensen tegen elkaar op, verdeelt het ‘volk’ waar u zo op gesteld bent in elkaar bekampende fracties, voedt het wantrouwen en verhoogt het onbehagen eerder dan het weg te nemen.

Ik kreeg onlangs een reeks eindejaarsvraagjes voorgelegd waarin er gepolst werd naar de belangrijkste beleidsbeslissing van het Antwerpse stadsbestuur van de afgelopen drie jaar. Ik heb me suf gepiekerd, maar ik kon er geen enkele bedenken. Dat was een angstaanjagende vaststelling, wetende dat de uitdagingen voor de stad - elke stad - gigantisch zijn. Ik weet dat u zult zeggen dat de criminaliteitscijfers zijn gedaald, maar met uw beleid van de afgelopen 3 jaar heeft dat niet zoveel te maken. Ze dalen immers in heel Europa al meer dan een decennium en ze dalen om allerlei redenen vooral sterk in de steden. Ook op Vlaams en federaal niveau zie ik de nieuwe dageraad die u hebt beloofd nergens boven de horizon uitstralen. U zal het me vergeven dat ik de grootste fiscale hervorming sinds 1963 die ons 50 euro meer nettoloon zal opleveren - een bedrag dat we meteen in veelvoud moeten uitgeven aan onze energiefacturen - bezwaarlijk als het krachtige licht van de Verandering kan beschouwen. Ik weet dat ik u nu onheus bejegen met een lepe politieke sneer. De geschiedenis zal het niet over de 50 euro hebben waarmee u uw beleid verdedigt.

Ze zal het hebben over de vraag of u de omslag hebt helpen maken naar een koolstofarme economie, of u de groeiende ongelijkheid hebt kunnen keren en of u ertoe hebt bijgedragen dat mensen die véél van elkaar verschillen vredig met elkaar kunnen samenleven. Ze zal zich afvragen of de Kracht van Verandering erin geslaagd is een arrogant, vernietigend en op hol geslagen economisch model drastisch te keren zodat het bescheiden ten dienste kan staan van de gemeenschap. Onze kinderen zullen binnen dertig, veertig jaar spreken over deze tijd, zoals wij spreken over de jaren 1970 en 1980. Ze zullen de grote omwentelingen zien. En de rol die wij, kinderen van onze tijd, daarin gespeeld hebben.

Ik kan niet ontkennen dat een zekere somberheid zich de laatste jaren van mij heeft meester gemaakt, zelfs al zie ik bemoedigende tekenen van hoop bij mensen die elkaar opnieuw vinden en alternatieven uitdokteren, bij wetenschappers en kunstenaars die op briljante ideeën tobben of bij gewone mensen die soep koken voor de zieke buurvrouw. Ik geloof dat het niet te laat is. Maar ik weet zeker dat het met uw beleid niet zal lukken. Dat zeg ik niet met het leedvermaak van iemand die dat beleid dag na dag ziet falen, maar met het ongeduld van iemand die uitkijkt naar de politieke leiders van morgen die de harde noten wel zullen kraken.

Jan de Zutter
Publicist, schrijft in eigen naam

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 1 (januari), pagina 65 tot 67