Log in

'Is dit nu de islam?'

Uitgelezen

Is dit nu de islam?

Khalid Benhaddou
Borgerhoff & Lamberigts, Gent, 2016

In het begin van het nieuwe jaar nodigde Bart Schols in De Afspraak op Canvas enkele mensen uit om een vooruitblik te geven op 2017. Eén van de genodigden was Khalid Benhaddou, imam in Gent en coördinator van het Netwerk Islamexperten dat in samenwerking met het departement Onderwijs de radicalisering van moslimjongeren in Vlaanderen aanpakt.

Zijn tussenkomst was zo verrassend fris, doordacht en gericht op het bouwen van bruggen tussen moslims en niet-moslims dat ik overtuigd werd om zijn boek Is dit nu de islam? te lezen. De ondertitel laat er trouwens geen twijfel over bestaan: Hoe ik als moslim voor nieuwe tijden ga: rationeel, Europees en verzoenend.

Het helder betoog dat hij in het boek brengt, is verweven met zijn eigen verhaal. Hij noemt zichzelf een zoekende moslim. Hij kreeg het geloof van thuis uit mee, volgde een opleiding in de Grote Moskee, kwam tot het besluit dat het salafisme hem niet ligt en verdiepte zich verder in islamitische en westerse filosofen.

Khalid houdt niet van termen als ‘Europese islam’, ‘Verlichte islam’ of ‘Gematigde islam’. Hij geeft de voorkeur aan het begrip rationele islam. Voor hem betekent het dat moslims op een rationelere manier moeten omgaan met hun context en hun realiteit en kritisch moeten denken.

De boeiendste stukken in het boek gaan over de analyse van de islam zelf en de verschillende interpretaties die aan de Koran worden gegeven. Zo legt de auteur haarfijn uit hoe de vereenzelviging van religie en (islamitische) staat tot veel misverstanden leidt. Hij analyseert ook het salafisme en het jihadisme. Zijn sterkte is dat hij dat doet vanuit Koranteksten, historische feiten en islamitische denkers.

Als coördinator van het Netwerk Islamexperten wijdt hij ook een hoofdstuk aan deradicalisering. Om te beginnen stelt hij dat radicalisme niet per se gewelddadig hoeft te zijn. Na een analyse van IS en hun propaganda reikt hij beleidsmakers vier clusters van oplossingen aan: maatregelen tegen jihadisten, jihadgangers en ronselaars (onder meer met voorwaardelijke straffen, financiële sancties); uitreis van kandidaat-jihadisten verbieden; uitwerken van een anti-discours op internet; actief betrekken van de doelgroep en het maatschappelijk middenveld. Alleen repressie werkt niet, stelt Benhaddou. Wel roept hij op tot dialoog. Hij kijkt ook in eigen boezem en vindt dat imams Nederlands moeten leren en dat ze gerust in ons land kunnen worden opgeleid. Hij vindt het onderwijs cruciaal en roept de leerkrachten op om ‘verbanden te leggen, om oorzaken van conflicten uit te leggen’.

Uiteraard wordt in het boek niet ontkend dat er ook sociaaleconomische oorzaken zijn waarom mensen met een migratieachtergrond die, omwille van discriminatie, niet aan een baan geraken ‘radicaliseren’.

De auteur heeft ook de westerse denkers gelezen, en komt tot de conclusie: ‘de waarden waar de islam voor staat, zijn voor mij ook de waarden waar het Westen voor staat’. De toetssteen is voor hem de rechtstaat met zijn wetten en basisprincipes. Reden waarom hij zich de vraag stelt welke wet het dragen van een boerkini verbiedt?

Khalid Benhaddou spreekt ook zijn ontgoocheling uit over een uitspraak van John Crombez waarin hij de islam problematiseerde. ‘Vergeet hij niet dat moslims ook links kunnen zijn?’, riposteert hij.

De kern van de boodschap die het boek uitdraagt, ligt besloten in de volgende zin: ‘Moslims moeten een rationeel islamitisch discours aangereikt krijgen, met een interpretatie van de geest van de islam, waaruit inspiratie kan vloeien om een meerwaarde te zijn in de samenleving, om zich in te schrijven in die samenleving’. De auteur wil daarvoor een bruggenbouwer zijn.

Het laatste hoofdstuk is misschien nog het boeiendste. Onder de titel ‘De Koran lezen naar de geest en de context van toen’ pakt de imam een aantal actuele omstreden thema’s aan. Hij pleit ervoor om de letterlijke interpretatie achterwege te laten en vooral naar de morele en metaforische betekenis van de Koranteksten te zoeken.

Achtereenvolgens behandelt hij: de jihad behoort niet tot de kern van de islam; Europa als nieuwe ummah (gemeenschap); het huis van de islam en het huis van de oorlog: weg met de dualiteit; Dawah is niet bekeren met geweld, is geen uitsluiting; het begrip islamitische staat: buiten alle proportie opgeblazen; doden van ongelovigen: dat zegt de Koran niet; islam, wetenschap en ratio; en vrouwen zijn gelijk aan mannen.

De bruggenbouwer komt sterk naar voor in het stukje over de Europese ummah. Hij stelt dat er drie vormen van ummah zijn in Europa: ofwel is er de enge betekenis van een gemeenschap met enkel moslims, die zich niet verbonden voelen met de Europese cultuur, ofwel vormt de moslimgemeenschap een ummah binnen de Europese gemeenschap (het is dan een terugkeer naar een verzuilingsscenario), ofwel beschouwen de moslims in Europa de multiculturele gemeenschap waarvan ze deel uitmaken als hun nieuwe ummah. Het is duidelijk dat Benhaddou voor de laatste optie kiest. Hij ziet wel tendensen naar het tweede scenario (o.m. de vraag naar eigen islamonderwijs). De laatste zin van dit thema stemt ongetwijfeld tot nadenken: ‘Wie met integratie assimilatie beoogt, krijgt segregatie als resultaat’.

Biedt het boek antwoord op alle vragen over de islam? Ongetwijfeld niet. Maar een zoekende moslim en imam opent een dialoog met de niet-moslims over normen en waarden en waar we elkaar kunnen vinden. Het is een verademing om een erudiete moslim te horen pleiten voor een rationele, Europese en verzoenende islam. Aan ons om de uitgestoken hand aan te nemen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 3 (maart), pagina 96 tot 98