Abonneer Log in

Bezorgt Pedro Sánchez PSOE een nieuw elan?

LINKS IN EUROPA

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 6 (juni), pagina 65 tot 69

In de Spaanse PSOE veroverde de gedefenestreerde secretaris-generaal Pedro Sánchez vorige maand opnieuw de leiding maar rijzen er grote vragen over wie zijn bondgenoten binnen de partij zullen zijn, en hoe en met wie hij zijn aangekondigde verlinksing zal willen realiseren.

LINKS IN EUROPA

Hoe links is Emmanuel Macron?
Amandine Crespy
Martin Schulz, het vuurwerk dat te snel afging
Rik Tyrions
Na de oorveeg, de comeback van Matteo Renzi
Marc Leijendekker
Bezorgt Pedro Sánchez PSOE een nieuw elan?
Vincent Scheltiens

Eind vorige maand won underdog Pedro Sánchez ietwat verrassend de strijd om het leiderschap van de Partido Socialista Obrero Español (PSOE), nog steeds de tweede grootste partij van Spanje. De voormalige algemeen-secretaris versloeg de gedoodverfde kandidate Susana Díaz met een linkse kritiek op de huidige partijpositionering, dankzij een mobilisatie van de partijbasis en dankzij het inzicht van een deel van het partijapparaat dat alleen een 'outsider' voor nieuwe geloofwaardigheid kan zorgen. Zal zijn verkiezing de open oorlog in zijn partij met een consensuele vrede kunnen beëindigen? En zal de nieuwe 'sterke' man in staat blijken om de partij een broodnodig nieuw elan te bezorgen?

In de rechtstreekse verkiezingen, primarias, voor het partijleiderschap die op zondag 21 mei gehouden werden, heroverde de 45-jarige Pedro Sánchez met meer dan 74.000 stemmen de post van algemeen-secretaris die hij eerder al van 2014 tot 2016 bekleedde. De zege van Pedro Sánchez lijkt met 50,21 procent niet overdonderend, maar de Madrileen wint wel in alle autonome gemeenschappen, behalve in Andalucía en Euskadi, de respectievelijke bolwerken van zijn twee concurrenten. Susana Díaz, leidster van de machtige Andalusische sociaaldemocraten en minister-president van deze autonome gemeenschap, eindigde tweede met een goede 59.000 stemmen (40 procent). Hekkensluiter werd Patxi López, de sterke man van de Baskische socialisten en voormalig lehendekari van de Baskische regering, met iets meer dan 14.000 stemmen (9 procent).

DEFENESTRATIE

Vorig jaar werd Pedro Sánchez nog politiek dood verklaard nadat er vanuit zijn onmiddellijke entourage een machtsgreep tegen hem georganiseerd werd. Pedro Sánchez weigerde dat zijn Kamerfractie de stemmen zou aanreiken om een minderheidskabinet van de rechtsconservatieve Partido Popular (PP) op de been te brengen. PP kon al rekenen op de stemmen van Ciudadanos, die daarmee aantoonde dat ze helemaal niet voor politieke vernieuwing stond, maar had ook de PSOE-gedoogstemmen nodig voor de regeringsinvestituur. De zaak werd dringend. Na twee verkiezingen op rij had Spanje nog steeds geen regering. Zowel na de kiesgang van 20 december 2015 als die van 26 juni 2016 was Pedro Sánchez er zelf niet in geslaagd een meerderheid te vormen. Hij had een akkoord op zak met Ciudadanos maar slaagde er niet in het linkse Podemos mee in bad te trekken. Daar wilde men weliswaar maar al te graag in zee met PSOE, maar zonder Ciudadanos dat te rechts bevonden werd. Pedro Sánchez hield voet bij stuk met wat hij een gobierno del cambio noemde mét Ciudadanos en het kleine Coalición Canaria. Intussen had uittredend premier Mariano Rajoy, die aanvankelijk door iedereen uitgespuwd werd, de kat uit de boom gekeken. In naam van de stabiliteit - ook en vooral naar de Europese instellingen toe - en met het schrikbeeld van nakende chaos wist hij makkelijk Ciudadanos te overtuigen en vervolgens ook… de fine fleur van PSOE.

Binnen de kernleiding van PSOE werd een putch gepleegd: de tegenstanders van Pedro Sánchez namen collectief ontslag uit het federaal secretariaat waardoor de algemeen-secretaris over geen quorum meer beschikte. Vermits men daarop zijn eis weigerde om stante pede een partijcongres bijeen te roepen, restte Pedro Sánchez niets meer dan verbitterd op te stappen.

Het was voor niemand een geheim dat de 43-jarige presidente van de Junta de Andalucía, Susana Díaz, de kwade genius achter deze defenestratie was. Díaz kon rekenen op de meeste partijbaronieën én op de oude maar invloedrijke partij- en regeringsleiders Félipe González, José Luis Rodríguez Zapatero, Alfredo Pérez Rubalcaba. Op 31 oktober 2016 legde Mariano Rajoy de eed als minister-president af. Parlementslid Pedro Sánchez weigerde de PSOE-kadaverdiscipline om 'ja' op de investituur van de PP-regering te stemmen. Niet dat hij tegen stemde: enkele uren voor de stemming maakte hij bekend dat hij afstand deed van zijn parlementszetel.

PARIA

Ook nu in de open oorlog om het leiderschap van de partij schaarden alle zwaargewichten zich achter Susana Díaz. Na zijn defenestratie had Pedro Sánchez zich nog verder in de partijcenakels en de Madrileense politieke salons geïsoleerd door in het veelbekeken tv-programma Salvados een soort van omerta te doorbreken. In een intimistisch opgezet interview met journalist Jordi Évole Requena bekende hij dat hij onder druk was gezet door bepaalde machten om geen meerderheid met Podemos te vormen. Er werd gealludeerd op een aantal internationaal sterke economische spelers als de Banco Santander, telecomgigant Telefónica en mediareus Prisa met El País dat door Pedro Sánchez bij naam genoemd werd. Het in het buitenland prestigieuze dagblad El País is een product bij uitstek van de vreedzame transición van franquistische dictatuur naar parlementaire monarchie, een midden jaren 1970 vanuit het hart van de dictatuur gestuurde operatie. Vanuit de redactielokalen van El País - en ook die van het concurrerende dagblad El Mundo - werd Podemos constant onder vuur genomen met aantijgingen over een illegale Venezolaanse partijfinanciering waarover geen enkele rechtbank een zaak heeft kunnen maken.

Ook Pedro Sánchez werd kop van jut bij El País, en dat is tot op de dag van vandaag niet gestopt. De krant vergeleek zijn zege in de primarias met de brexit, een populistische draai naar de afgrond. Die zege is enkel te verklaren, aldus het edito van the day after, door de crisis van de representatieve democratie waarbij populisten allerhande - van Donald Trump, over Podemos tot Pedro Sánchez, allen in één adem genoemd - garen bij spinnen. Dit kan enkel dankzij 'demagogie, halve en hele leugens en loze beloften'. Straffe tekst voor een dagblad dat voorheen in het Spanje van het bipartidismo - waar PP en PSOE decennialang afwisselend regeerden - evenzeer met de PSOE-top geassocieerd werd als het El Mundo van de flamboyante en niet onbesproken Pedro J. Ramírez met die van PP.

CON O SIN PODEMOS? DAT IS DE VRAAG

Diezelfde dag als Pedro Sánchez door de PSOE-basis terug op het schild gehesen werd, organiseerde Unidos Podemos, inmiddels de derde politieke kracht van het land, een massamanifestatie op de symbolische Puerta del Sol in Madrid, waar op 15 mei 2011 de massale pleinbezettingen opstartten en de indignadobeweging geboren werd (vandaar de Spaanse benaming 15-M). Doel was de parlementaire motie van wantrouwen tegen het PP-minderheidskabinet met extraparlementaire druk kracht bij te zetten.

Enerzijds past dit in de snoeiharde oppositie die de amper drie jaar oude formatie in het parlement voert tegen PP, met het accent op een messcherpe denunciatie van de aanhoudende corruptieaffaires. Anderzijds beantwoordt de actie ook aan een wens die geuit werd op het tweede Podemos-congres, Vista Allegre II (naar de naam van de voormalige stierenarena waar de partij op 12 februari van dit jaar meer dan 10.000 mensen bij elkaar bracht). Daar trachtte de linkse partij de wonden te helen die ontstaan waren door meningsverschillen ten overstaan van de strategie van Pedro Sánchez. Een groep kaders en militanten, aangevoerd door de politicoloog Iñigo Errejón had oren naar het aanbod van Pedro Sánchez om toch in een regering te stappen met PSOE én Ciudadanos. Iñigo Errejón is binnen Podemos een zwaargewicht. Hij leidde de opeenvolgende verkiezingscampagnes, was verantwoordelijk voor het politiek programma, werd fractieleider in de Kamer en, van in zijn studententijd geïnspireerd door de Argentijnse politicoloog Ernesto Laclau, tekende hij voor de links-populistische smoel van de partij. Onlangs nog publiceerde hij samen met Chantal Mouffe het veelzeggende Construir Pueblo.

Het onderlinge gekibbel in de media en de al te snelle vormelijke institutionalisering werkten veel irritatie in de hand bij een Podemos-basis die grotendeels uit de pleinbezettingen komt en voor wie 'anders aan politiek doen' geen holle slogan is. Met het congres werd weliswaar de sterk verticalistische, quasi caesaristische organisatie van Podemos niet teruggedraaid maar werd wel een linkse opstelling verduidelijkt en wat meer zuurstof gegeven aan intern debat (onder meer door de verschillende stromingen binnen de organisatie een plaats te geven in de nationale leiding). Iñigo Errejón en de zijnen werden - in de Kamer letterlijk - een bank achteruit geschoven. Iglesias-vertrouwelinge Irene Montero neemt voortaan het fractieleiderschap waar.

Zoals Podemos van in het begin besefte dat een linkse regering in Spanje slechts mogelijk is mét PSOE, zo moet ook Pedro Sánchez beseffen dat een afslag naar links slechts mogelijk is mét Podemos. Tot nader order deinst Pedro Sánchez daar voor terug.

Dat heeft drie redenen. De eerste, reeds genoemde, is dat het een breuk veronderstelt met een aantal grote economische machten. De tweede is dat Podemos de postfranquistische consensus van de transición in vraag stelt (vandaar dat het in El País zo'n fervente vijand vond). Meer bepaald de straffeloosheid van de misdaden van de dictatuur - een internationale anomalie - kunnen niet door de beugel, aldus Pablo Iglesias en de zijnen. Ook de machtsdeling die daarop gebaseerd is - en waarvan het bipartidismo de politieke uitdrukking was - wordt door Podemos verworpen. De derde reden is de staatkundige. Tegenover de drang van rechts én links in Catalonië om te streven naar onafhankelijkheid, doorbreekt Podemos de españolistische consensus door het principe van zelfbeschikkingsrecht te verdedigen: Catalanen hebben het recht om zelf te beslissen en moeten niet, zoals nu, daarvoor gecriminaliseerd worden. Wel pleit Podemos ervoor dat de Catalanen blijven, maar dat Spanje zijn grondwet herziet en evolueert naar een meer uitgesproken 'estado plurinacional'. Die drie redenen bemoeilijken een 'Portugees scenario' - een links minderheidskabinet gedoogd of zelfs met deelname van andere linkse partijen.

HET DILEMMA VAN SANCHEZ

Pedro Sánchez staat voor een dilemma. Om zijn troon te heroveren draaide hij verbaal naar links en creëerde hij verwachtingen bij een ontredderde basis die zich mobiliseerde. Maar zo een bocht is vooralsnog niet doorsproken met partijgeledingen waar hij nu steun moet zoeken: bij bepaalde baronnen en in zijn eigen Kamerfractie. Van een aantal 'verlichte' baronnen kreeg hij steun, ingegeven door de idee dat vormelijke verandering noodzakelijk is om alles bij het oude te houden en dat oude te redden. In die kringen juicht men toe dat een uitgesproken kind van het apparaat als Pedro Sánchez nu overkomt als 'outsider' en zo de partijgeloofwaardigheid kan herstellen, de partij niet laat isoleren of laat kannibaliseren door Podemos.

Anderzijds moét Pedro Sánchez wel een min of meer radicale breuk met het partijverleden doorvoeren. Hij moet zijn basis tonen dat het hem menens is. Toen de bankencrisis in 2008 toesloeg draaide de tot dan vrij populaire José Luis Rodríguez Zapatero het roer om en organiseerde hij een soberheidsbeleid dat harder en brutaler was dan wat de 'Zweedse' coalitie ons hier voorschotelt. Het was nota bene onder socialistisch bewind dat een generatie jongeren de straten en pleinen bezette en het politieke regime als 'PPSOE' omschreef: de tweekoppige draak van soberheid en corruptie. Er moet toch geen tekening bij gemaakt worden dat je als socialisten een huizenhoog probleem hebt als progressieve jongeren massaal de straat optrekken tegen je beleid en je dit - zoals Susana Díaz - afdoet als het baldadig gedrag van 'verwende kinderen die in plaats van één keer per maand elke week willen gaan stappen'? Het is van een wereldvreemdheid die wat doet denken aan de reacties van de stalinistische PCF toen in het Parijs van mei '68 studenten de straat optrokken…

Toch is Spanje vooralsnog Griekenland niet. In de peilingen houdt PSOE de tweede plaats bezet. Een 'pasokificatie' lijkt niet meteen aan de orde. Voorlopig is het bij PP dat het corruptieaffaires blijft regenen. Dankzij wat we een 'sociologisch franquisme' noemen, dat in Spanje altijd minstens tussen een kwart à een derde van de stemmen telt, tast dit PP niet verder aan. Bovendien zwaait Mariano Rajoy met verbeterde economische groei - de verzwakking van de wereld van de arbeid doet hier haar werk - en is hij er deels in geslaagd mensen bang te maken voor de chaos en de afgrond, voor 'Griekse toestanden' mocht Podemos - de facto in coalitie met PSOE - aan de macht komen. In die optiek blijft PSOE voor vele Spanjaarden 'het minste kwaad' van een onafwendbare lijdensweg die Europa nu eenmaal na de bankencrisis uitgetekend heeft. Ook de demonisering van Podemos in de massamedia én bij PP en PSOE heeft haar werk gedaan. De partij botst voorlopig op een electoraal plafond en heeft geen hefboom in handen om PSOE naar links te dwingen.

Van 16 tot 18 juni hield PSOE in de hoofdstad haar federaal congres. Daar formaliseerden de afgevaardigden - netjes bepaald door de uitslag van de primarias - de verkiezing van Pedro Sánchez. Wat intussen, op 13 juni, ook niet is gebeurd, is dat Pedro Sánchez de motie van wantrouwen van Podemos ten aanzien van het PP-minderheidskabinet heeft gesteund of overgenomen. Pedro Sánchez zal, met andere woorden, nog een tijdje met zijn dilemma blijven worstelen…

Vincent Scheltiens
Doctor in de geschiedenis (Power in History, Centrum voor Politieke Geschiedenis van de Universiteit Antwerpen)

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 6 (juni), pagina 65 tot 69