Log in

De Wandelaars van Calais

Emile Zola Prijs 2018 – 1e laureaat

Ik dwaal soms door steden met Google Street View. Ik vraag mij dikwijls af hoe de wereld er uitziet. Twee weken geleden wilde ik Calais en haar buitenwijken zien. Ik hoef mijn schoenen niet aan te doen, de realiteit wordt voor mij ogen geladen.

EMILE ZOLA PRIJS 2018

De Wandelaars van Calais
Gena Kagermanov
Internet en sociale media: speelveld van democratie?
Pieter Velghe
Allez allez changez!
Diego Latruwe

Het is raar hoe de naam van een kleine provinciestad een heel exotische plek kan resoneren. Er is geen oerwoud in Calais. Er zijn geen apen, geen olifanten, geen lianen. Er is veel wind. De wolken bedekken de zon met een raster en de hekken sluiten alle plaatsen hermetisch af, zelfs de meest oninteressante. Een nieuwe stad ontvouwt zich voor de kijker. Je kiest een willekeurige straat of typt 'calais jungle' in om automatisch naar de meest relevante plaats te gaan. Een massa aan informatie dringt zich op. Woorden verschijnen op het asfalt, de gebouwen, de lucht. Alles is helder. Het oog leest de beelden zonder een duidelijke kijklijn. Net daarom dwingt de … (term onvindbaar) de kijker zuinig te zijn met zijn blik. De toegenomen openheid maakt onze ogen moe. Niet alleen op Google Street View. Een vriendin uit Tbilisi toonde gisteren hoe ze repeteerde voor haar balletvoorstelling / S. had het hoesje van een hiphopalbum gefotografeerd om te tonen dat hij ernaar luisterde / acht mensen woonden een Halloweenfeest bij / twee kinderen in een draaimolen / reclame voor koffie omdat ik een artikel had gelezen over Samusocial en de tienduizend euro die de directie besteed zou hebben aan koffie.

Ongelijkheid, hier en in de Derde Wereld + nieuws over ongelijkheid hier en in de Derde Wereld = reclame van bedrijven die mensen hier en in de Derde Wereld uitbuiten, gestuurd naar mensen die erover lezen.

De bovenstaande formule van onverschilligheid wordt hier ontmaskerd door een programma bedoeld om reclame te genereren op basis van woorden. Niet hun inhoud, maar de juiste volgorde van tekens drijft dit perpetuum mobile voort. De volgorde van tekens is de ziel van de machine. Haar massa echter bestaat uit objecten waar we niet op letten als we door de industriële wijken van Calais en andere globale steden lopen:

snelwegen
prikkeldraad
bewakingscamera's
beton
staal
containers
schoorstenen
roetfilters
bestelwagens
zwerfvuil
panelen
flitspalen
vangrails
fabrieken
regenafvoer
hijskranen

Als Caspar David Friedrichs Wandelaar vandaag had geleefd, zou hij twee gedaantes hebben aangenomen. Hij zou ofwel een migrant zijn, ofwel iemand wiens blik doelloos over een scherm dwaalt, vol ontzag voor al die landschappen die binnenkort zonder mensen zullen kunnen bestaan. Een zichzelf reproducerend systeem dat niet meer gebaseerd is op vraag en aanbod, maar puur op de reproduceerbaarheid van zichzelf. Een kopie van het origineel, gevolgd door een update, gevolgd door een kopie ervan. De autonomie van het geheel hoeft in dat geval niet meer af te hangen van de mens en zijn grillige, onvoorspelbare oppervlakte. Zolang overtolligheid een belangrijke factor van de economie blijft, zullen we dolende, onthechte mensen blijven zien.

De onverschillige structuren lijken hun energie uit te stralen op de mensen die te dicht in de buurt komen van hun hekken. Ik ben mijn tocht begonnen in de buitenwijken van de stad, waar industrie en flarden natuur elkaar onregelmatig afwisselen. Naast de opgesomde massa zie ik af en toe ook mensen, vastgelegd terwijl ze onderweg zijn, stilstaan, zitten. Ze zien er niet uit als Fransen. In feite zijn er amper Fransen te zien op deze wegen. Wie we wel zien, zijn Afghanen, Pakistanen, West-Afrikanen die er maanden, soms jaren verblijven. Mensen die weten waar ze water kunnen vinden. Mensen die weten waar ze naartoe kunnen als ze een beetje privacy willen. Mensen die weten waar de zon het langst blijft schijnen omdat hun kleren snel moeten drogen met het wisselvallige weer. Mensen die hun plaats in de geschiedenis verloren lijken te zijn. Misschien is het daarom dat de permanent tijdelijke bewoners van Calais er verward, apathisch en doelloos bijlopen. Iedereen blijft op iets wachten terwijl de kijker steeds verder klikt en zich verplaatst doorheen deze straten, wijken, steden. De filter is steeds inwisselbaar. Er zijn miljoenen websites waarin kleur en vorm vechten om het oog weer uit zijn slaap te sleuren, maar er is wel gelijkheid van vorm en kleur in de werkelijkheid die we via Google Street View ervaren. De gepixelde hemel en het groene gras, de toevallige passanten, de straten waarover de camera zich beweegt. Alles en iedereen straalt dezelfde esthetiek uit, gesegmenteerd en voorzien van een logo.

Calais staat nochtans niet alleen bekend om de tunnel naar het Verenigd Koninkrijk. Meer dan honderd jaar geleden maakte Rodin zijn 'Burgers van Calais' voor de stad. Het beroemde beeldhouwwerk toont ons enkele hoogstaande burgers die halfnaakt, met een touw rond hun nek, naar buiten lopen om de sleutels van hun stad aan de Engelsen te overhandigen, zodat de resterende bewoners zouden blijven gespaard. De gebeurtenis vond plaats tijdens de Honderdjarige Oorlog. Maar in hoeverre is die nog van belang voor wat er nu gebeurt in Calais en op zoveel andere plaatsen langs de kustlijn tussen Europa en het Verenigd Koninkrijk? Daar, waar tankstations worden afgesloten met hekken en prikkeldraad, waar minderjarige migranten zich verstoppen tussen de bagage van low cost toeristen, waar de toenemende paranoia op iedereen overslaat. Onze landschappen worden versnipperd en verdeeld, waarbij zij die niets hebben de stukjes groen mogen bewonen, terwijl de rest zich via beveiligde wegen zorgeloos kan verplaatsen tussen pittoreske, beveiligde steden.

Het verhaal van de 'Burgers van Calais' is een leugen verpakt als waarheid. Wat wij vandaag vooral zouden moeten doen, is het inverteren van mythes om hun ware leugen te kunnen omarmen. Niet de constructie erachter, maar vooral de inhoud zelf is meer dan ooit belangrijk: het idee van menselijkheid, solidariteit en ja, zelfopoffering, ongeacht de lading die het woord dekt. Hier kan echter geen sprake zijn van zelfglorificatie. Hoe kunnen we met zijn allen van ons voetstuk afdalen en werkelijk de nieuwe Burgers van Calais worden in plaats van Giacometti's Woud? Hoe vinden we onze levens opnieuw uit? Hoe brengen we onszelf en de Andere in beeld zonder een autoritaire blik – die meestal naar beneden gericht is - te hanteren? Zelfs Google Street View, schijnbaar het meest objectieve instrument van onze ogen, is niet onschuldig. De camera registreert alles vanop een hoogte van gemiddeld 2,4 meter, terwijl de auto rustig voorbijrijdt. Onverschillig voor omgeving, armoede en onrechtvaardigheid lijken deze beelden de meest extreme en de meest objectieve manier om de wereld in beeld te brengen. Het gebrek aan montage, close-ups en vooral de afwezigheid van een levend wezen achter de camera maken de betekenaar uniform en onpartijdig. Maar deze extreme objectiviteit is zodanig pervers dat het moeilijk is om je ogen hierop gericht te houden. Waarom dan? Wat we zien, is een documentatie van de wereld zoals we die kennen. Als kijker geloven we in de beelden die we zien. Maar wordt het zien als handeling niet problematisch als we geconfronteerd worden met een werkelijkheid die we niet verwacht hadden? We beseffen plots dat het hier niet gaat om een documentaire op de televisie of een tentoonstelling in een museum. De kijker transformeert hier in een toerist die op zijn beurt een indringer wordt. Hij beseft dat hij verder is gegaan dan hij oorspronkelijk gepland had. De blik valt op immobiele, overbefilmde mensen die zelfs daar, op die site statischer zijn dan de kijker die langs hen kan rijden, vooruit en achteruit in de verleden tijd. In augustus 2016 hangen er nog droge kleren aan de hekken. Als je een beetje achteruit rijdt, kom je in oktober 2016 terecht, waar de zomer plaats heeft moeten maken voor de herfst. De plaats waar men in de zomer water komt halen, is nu verlaten. Het lezen van deze beelden wordt met de seconde pijnlijker. Niet de betekenaar, maar de betekenis zelf grijpt de kijker bij de keel. Haar referentiële functie roept beelden op die je niet letterlijk kunt zien of horen: uitbuiting, corruptie, oorlogsmisdaden, onthechting, politiesirenes. De mensen die je ziet, verpersoonlijken nu elk een kleine geschiedenis die ze in zich dragen. Ze worden binnenstebuiten gekeerd waardoor ze, onwetend en onwillend, hun hele leven aan ons blootstellen. Een onophoudelijke peepshow

Deze anonieme mensen bevinden zich in CALAIS. Zij lopen er rond, nemen soms de fiets om boodschappen te doen of om water te gaan halen. Zij wachten. Zij slapen er niet. Slapen doen ze in de 'Jungle', een naam waarvan de oorsprong mij tot nu toe onbekend is. De 'Jungle' is een plaats waar men officieel geen dak mag hebben. Het is een transitplaats die bestaat uit lucht en aarde.

De vrijwilligers die er medische en juridische bijstand verlenen, moeten kiezen tussen 'mededogencriminaliteit' en 'mensensmokkel' wanneer ze vertellen wat ze er doen. Zij die geholpen worden, voeren dagelijks dezelfde semantische strijd. Een migrant is geen vluchteling. Een vluchteling is wel een migrant. Oorlog is een geldig excuus om te migreren, uitbuiting niet. Evenmin zijn er excuses om de 'Jungle'naar hier te exporteren. Die moet beperkt blijven tot een groen stuk land dat de hele werking van onze wereld reflecteert, maar niet begrepen wordt. De 'Jungle' creëert een onnodige semantische strijd tussen ons, in onszelf. Deze semantische strijd is een verspilling van grondstoffen. Ze geeft een slechtere smaak aan onze koffie.

And here is the 'Jungle': a forest. Trees. In English, the lingua franca between migrants and volunteers – a language which few migrants speak and in which hardly anyone is fluent – a forest is a 'jungle' if it is Kipling's forest. But in Persian, Dari, Pashto, Urdu and in Hindi, the forest, be it the Rambouillet Forest or that of tigers, is the same word, jangal, jungle. When volunteers ask the Afghans (the majority of migrants at the time) where they sleep, they say 'in the jungle', the first word that comes to their mind, without realizing its impact: a slight misunderstanding.(Haydée Sabéran, Ceux Qui Passent)

Een misverstand waardoor de media en wijzelf de 'Jungle' als een duistere, onbegrijpelijke en chaotische plaats zijn beginnen zien. Kipling en Joseph Conrad beschreven zulke plaatsen meer dan een eeuw geleden. Hun teksten maken ons bewust van de structurele openheid van onze ruimtes, haaks op de dichtheid van de jungle. Wij waren in de 15e eeuw in staat om koningen te defenestreren en in de 20e eeuw deden we hetzelfde met piano's. Heersers kunnen worden vervangen, kunst kan worden vernieuwd. Mist trekt hier na één of twee dagen meestal wel weg. Er is geen ruimte voor impasse. In de jungle is impasse het sleutelwoord, of er nu mensen leven of niet. Er is altijd mist. Men krijgt er geen zicht op de realiteit. Het is fysisch onmogelijk om er iets te veranderen. De ontdekkingsreizigers wezen er al op in de 19e eeuw. Hoe dieper je gaat, hoe meer je paradigma's onder druk komen te staan. Ook in Calais is de 'Jungle' helemaal geen lap grond tussen twee wegen. Het bevindt zich helemaal niet in Europa, maar in een verre uithoek van ons bewustzijn. Daar waar begrip niet bestaat. De naam van deze plaats is in de eerste plaats bedoeld om afstand te scheppen tussen subject en object. Onze concepten van verantwoordelijkheid, empathie en menselijkheid verliezen ook hier hun bodem zodat we enkel nog kunnen kijken zonder iets te moeten voelen.

De 'Jungle' is een ondoordringbaar oerwoud, bevolkt door hen die gestraft zijn door God. Niemand weet echter waarom zij net op deze plaats zijn neergestreken. Het is ook onzeker waarom ze gestraft zijn. Wat wel vaststaat, is dat ze een verboden zone proberen te betreden. De jungle uit. Ze willen een plaats bereiken waar hun dromen zullen uitkomen. Maar er zijn elektrische hekken, camera's, politiesirenes. De kansen zijn klein. Ze beseffen dat hun tocht begint samen te vallen met de bestemming. Het grijs van verstedelijking graait hen mee in een maalstroom van woorden en beelden, prikkeldraad en reclame. Maar de onbeweeglijkheid van hun situatie duwt hen zacht, maar kordaat weg. Er is geen duidelijk begin noch einde meer. Alleen een besef dat mythes sterker zijn dan de zwaartekracht. En als ze er al in slagen om de hekken te overstijgen, zullen ze ontdekken dat de Jungle zich eindeloos veel verder uitstrekt dat ze gedacht hadden.

Bronnen
- Jurich, J., 'What do Subjects want?', 2013.
- Rancière, J., 'Contemporary Art and the Politics of Aesthetics', 2009.
- Sekula, A., 'Dismantling Modernism, Reinventing Documentary' (Notes on the Politics of Representation), 1978.
- Sentilles, S., 'How we should respond to photographs of suffering', 2008.
- Zizek, S., 'A Holiday from History, and Other Real Stories', 2007.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 3 (maart), pagina 58 tot 63