Abonneer Log in

Out of the Wreckage

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 3 (maart), pagina 92 tot 95

Out of the Wreckage

George Monbiot
Verso, London-New York, 2017

George Monbiot is een Brits publicist en columnist bij The Guardian die als één van de eersten het belang van de campagne van Bernie Sanders tijdens de Amerikaanse voorverkiezingen van 2016 onderkende. Later voorspelde hij dat Labour onder Jeremy Corbyn electoraal zou doorbreken. De politieke roots van Monbiot liggen in het milieu-activisme. Het is niet zonder belang dat iemand met een dergelijke achtergrond uiteindelijk uitkomt bij politieke projecten die zich op het socialisme beroepen. Nochtans zal je in de index van Out of the Wreckage geen verwijzingen naar het socialisme of het marxisme aantreffen.

Dit boek moet samen worden gelezen met dat van Becky Bond en Zack Exley, Rules for Revolutionaries. How Big Organizing Can Change Everything, over de verkiezingscampagne van Bernie Sanders (SamPol 2018/1). De campagnes van zowel Sanders in 2016 in de Verenigde Staten als die van Corbyn in 2017 in het Verenigd Koninkrijk, leren dat links electoraal succes kan hebben als het twee zaken combineert: een programma dat een duidelijk alternatief inhoudt voor het neoliberalisme en het organiseren van een grote groep vrijwilligers, die zichzelf aansturen en die door de macht van het getal mensen kunnen overtuigen van dat duidelijke politieke alternatief.

Terwijl het boek van Bond en Exley bijna uitsluitend handelt over 'Big Organizing', het organisatorische aspect, gaat Monbiot in Out of the Wreckage op zoek naar een werkbaar alternatief politiek en maatschappelijk project dat mensen in beweging zet naar een betere samenleving. Het gaat volgens hem over het formuleren van een nieuw 'verhaal', dat in staat is de heersende neoliberale ideologie te vervangen. In de evolutie van het kapitalistisch systeem ziet hij twee momenten waarin een nieuw verhaal er in slaagde de samenleving en de economie te domineren, omdat dat verhaal op het juiste moment kwam en algemeen werd overgenomen.

Het eerste verhaal is dat van het Keynesianisme, dat het alternatief formuleerde voor het laissez-faire kapitalisme dat in de jaren 1930 tot een mondiale crisis en uiteindelijk tot een vernietigende wereldoorlog heeft geleid. De opvatting dat de markt zelfregulerend is, werd vervangen door een economische doctrine waarin sterk overheidsingrijpen in de economie ervoor moet zorgen dat crisissen worden opgevangen. Het Keynesianisme, waarbij de staat de actieve regulator van de kapitalistische economie moest zijn, was het dominante verhaal na de Tweede Wereldoorlog, waarin zowel arbeid als kapitaal zich engageerden.

Dat leidde tot het ontstaan van de welvaarstsstaat; en het werkte totdat het model op zijn grenzen botste in de loop van de jaren 1970. De oliecrisis zette een wereldwijde economische crisis in gang, gekenmerkt door massale werkloosheid en hollende inflatie. Op dat ogenblik lag er al een alternatief verhaal klaar, dat snel dominant zou worden in economie en politiek: het neoliberalisme. Aan dat verhaal, met Friedrich Hayek als geestelijke vader, was jarenlang gewerkt in door het grootkapitaal overvloedig gesponsorde denktanks. De blauwdruk lag klaar bij het uitbreken van de crisis.

In plaats van een door de overheid gestuurde economie, moest de markt volledig worden vrijgemaakt. De recepten die Hayek en de zijnen daarvoor uitschreven, waren onder andere: enorme belastingverminderingen voor de rijken, het breken van de vakbondsmacht, deregulering, privatisering van de overheidstaken. Precies dat programma brachten Margaret Thatcher in het Verenigd Koninkrijk en Ronald Reagan in de Verenigde Staten vanaf het begin van de jaren 1980 snel en brutaal in de praktijk.

Ook de sociaaldemocratie ging in dat dominante neoliberale verhaal mee. De zogenaamde 'Derde Weg' was een accommodatie aan het neoliberalisme. De sociaaldemocratie werd er minder sociaal en minder democratisch door. Met alle gevolgen van dien.

In 2007 maakte de wereldwijde monetaire crisis echter duidelijk dat ook het neoliberalisme op zijn limieten botste. Monbiot stelt vast dat er, in tegenstelling met het Keynesianisme in de jaren 1930 of met het neoliberalisme in de jaren 1970, ditmaal geen nieuw alternatief verhaal klaar lag. De banken werden op kosten van de belastingbetaler gered. Het systeem kon, gehavend weliswaar, blijven draaien. Het neoliberalisme, een economische doctrine die gezorgd heeft voor de puinhoop waarin de wereld zich nu bevindt, strompelt sindsdien voort naar de volgende crisis.

En dat terwijl de toekomst van de mensheid op het spel staat. Het neoliberalisme blijkt niet in staat om de klimaatcrisis af te wenden, de kloof tussen arm en rijk wordt steeds groter, ongecontroleerde migratiestromen en bloedige conflicten zorgen voor een instabiele wereld. Zelfs daar waar de welvaartsstaat nog heeft standgehouden, gaat de afbraak van het sociaal systeem hand in hand met toenemende vervreemding en maatschappelijk onbehagen.

Een nieuw verhaal is dus dringend nodig. En daar poogt Out of the Wreckage de aanzet toe te geven.

Monbiot stelt terecht dat een teruggrijpen naar het Keynesianisme niet aan de orde is. We kunnen hier niet naar terug omdat het een economisch groeimodel is. De aarde zit nu al aan haar limiet en kan geen verdere groei meer aan. Een nieuw verhaal vereist een nieuwe, op ecologie en duurzaamheid gebaseerde economie. Monbiot haalt daarvoor zijn mosterd bij Kate Raworth, die met haar 'donuteconomie' een niet op groei gebaseerde economische doctrine voorstelt.

Een economie in dienst van de mens moet samengaan met een ingrijpende democratisering van de samenleving. Monbiot haalt daarvoor het subsidiariteitsprincipe van onder het stof. Subsidiariteit betekent dat de beslissingsmacht over het beleid op het laagst mogelijke niveau moet liggen. Wat plaatselijk kan worden geregeld, moet niet door de natiestaat worden geregeld; wat nationaal kan worden geregeld, niet door bovennationale instanties.

Monbiot staat daarnaast ook een combinatie van representatieve en participatieve democratie voor. Een democratisch verkozen volksvertegenwoordiging wordt aangevuld met systemen van participatieve democratie.

Het meest centrale punt in het betoog van Monbiot voor een nieuw verhaal is zijn mensvisie. De bijzondere eigenschappen die de menselijke soort kenmerken zijn altruïsme, empathie en samenwerking. Die kenmerken maken het mogelijk zich een samenleving voor te stellen die een eind maakt aan aliënatie, grote eenzaamheid, stuurloosheid en depressie, die een op concurrentie gebaseerde neoliberale samenleving kenmerkt. Mensen moeten het gevoel krijgen 'erbij te horen' door, zoals hij dat noemt, 'politics of belonging'. Nationalisme en populisme vinden hun kracht in de nood die mensen in hun vervreemding aanvoelen om tot een groter geheel te behoren. Maar in tegenstelling tot het rechtse identitaire denken, dat ervan uitgaat dat een samenleving een afgesloten geheel is waar buitenstaanders worden geweerd, moeten mensen het gevoel krijgen opgenomen te zijn in een inclusieve gemeenschap die niet op concurrentie maar op samenwerking is gebaseerd.

'Belonging' kan het best worden gegarandeerd in democratisch functionerende lokale gemeenschappen. Dat inzicht sluit aan bij ideeën over communalisme en het belang van stedelijke gemeenschappen in een nieuwe maatschappelijke ordening, zoals die onder andere ook door Benjamin Barber en bij ons door Eric Corijn zijn beschreven.

Donuteconomie, een vernieuwde en actieve democratie, inclusieve gemeenschappen, het zijn elementen voor een nieuw verhaal dat de dominantie van het neoliberale denken kan doorbreken en dat, door het toepassen van de principes van 'Big Organizing', voor een politieke revolutie kan zorgen.

Zoals gezegd komen de ideeën van Monbiot niet voort uit een door het marxisme geïnspireerd socialistisch denkkader. En toch. Immanuel Wallerstein, de grote theoreticus van de wereldsysteemtheorie, stelt allang dat het kapitalisme als economisch wereldsysteem zich in zijn herfstfase bevindt en hoe dan ook aan zijn einde zal komen. Volgens hem moeten we ons voorbereiden op een moeilijke transitieperiode naar een postkapitalistische samenleving. Willen we dat die samenleving ecologisch duurzaam en meer gelijk zal zijn dan de wereld waarin we nu leven, moeten daar nu politieke instrumenten voor worden ontwikkeld. Dat mensen met verschillende achtergronden - de marxist en de groene activist - tot een gelijkaardige conclusie komen, is hoopvol. Het geeft uitzicht op een linkse consensus over waar de maatschappij naartoe moet.

De boeken Out of the Wreckage en Rules for Revolutionaries geven beide niet de definitieve blauwdruk voor het nieuwe vooruitstrevende, duurzame en succesvolle politieke project waaraan de sociaaldemocratie dringend nood heeft, maar ze betekenen wel een inspirerende bijdrage die ons een eind op weg helpt.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 3 (maart), pagina 92 tot 95