Abonneer Log in

SPD en Merkel IV: een oud huwelijk, een nieuwe tijd?

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 3 (maart), pagina 48 tot 53

De SPD staat voor een keerpunt. Kan de partij met een regeringsdeelname de laatste strohalm grijpen en de socialistische gedachte via Europese hervormingen een nieuw elan geven of zien we de laatste grimas van een mastodont die voor een lange tijd van het politieke toneel dreigt te verdwijnen? Geen van beide hoeft het geval te zijn, maar het staat vast dat de toekomst van de SPD op losse schroeven dreigt te komen staan

LINKS IN EUROPA

Jeremy Corbyn wordt de volgende premier
Geeraard Peeters
Oppositie voeren tegen een ongrijpbare Macron
Frederik Dhondt
SPD en Merkel IV: een oud huwelijk, een nieuwe tijd?
Bjorn Gens

Wann wir schreiten Seit' an Seit' und die alten Lieder singen, und die Wälder widerklingen, fühlen wir, es muss gelingen: Mit uns zieht die neue Zeit, Mit uns zieht die neue Zeit.(SPD-partijlied)

Precies een jaar geleden werd Martin Schulz op het partijcongres in Bonn unaniem verkozen tot de nieuwe voorzitter en de absolute kopman van de SPD. Gotteskanzler Schulz was geboren en werd met overtuiging richting het Kanzleramt gelanceerd. Terwijl in maart 2017 de partijhymne nog luidkeels werd aangeheven als de start van een nieuw tijdperk, liggen de kaarten een jaar later volledig anders. Van een eensgezinde strijd is binnen de SPD al lang geen sprake meer; en het is nog maar de vraag of met hen ook de nieuwe tijd die ze bezingen aangebroken is. Wat kan de SPD de volgende vier jaar onder het leiderschap van Angela Merkel werkelijk betekenen? En kan de regeringsdeelname van de SPD de hefboom zijn die nodig lijkt om Europa uit het slop te trekken?

Het volstaat niet om enkel het coalitieakkoord erbij te nemen om die vragen te kunnen beantwoorden. Hoe kon de partij van een man die er eerlijk in geloofde bondskanselier te zullen worden zo uit verband gespeeld worden en alsnog mee de nieuwe regering vormen? Martin Schulz zal dan wel als pechvogel geboekstaafd staan, toch valt uit zijn ondergang ook veel te leren over de mogelijke rol van de SPD in de toekomst. De malaise die de oudste partij van Duitsland al jaren te beurt valt, kan immers niet alleen aan brute pech toegeschreven worden. Vanuit het Duitse verkiezingsjaar 2017 en de moeizame, bijwijlen pijnlijke coalitiegesprekken die daarop volgden, bekijken we hoe de SPD de komende vier jaar eerder niet dan wel nieuwe lijnen zal uitzetten in Duitsland en Europa.

VERKIEZINGSCAMPAGNE 2017: TRÄUME SIND SCHÄUME

Toen het eind 2016 duidelijk werd dat de gelauwerde EU-politicus Martin Schulz de overstap naar de nationale politiek zou maken, leek voor de SPD een ideaal scenario in de maak: een man met veel aanzien en een groot netwerk in Europa kon met kennis van zaken Duitse problemen oplossen via Europese hervormingen en de SPD naar een nieuw hoogtepunt in haar bestaan leiden. De vroege peilingen begin 2017 bevestigden de gemoedstoestand van de sociaaldemocraten: Schulz leek een goede kans te maken om Merkel van de troon te stoten, die ook binnen haar partij enorm werd bekritiseerd omwille van haar vluchtelingenpolitiek.

Vroeg op kop zitten terwijl de meet nog lang niet in zicht is, vraagt niet alleen in de sport om problemen. In plaats van een strategie te bedenken om de Union van Merkel te verslaan op basis van duidelijke verschillen, leek de SPD vooral bezig met het ontwerpen van een campagne die een mogelijke voorsprong kon consolideren. De grote ambities om Europa op haar grondvesten te doen daveren, werden andermaal opgeborgen voor een campagne die vooral het klassieke electoraat moest aanspreken: Zeit für mehr soziale Gerechtigkeit. Het was tijd voor meer sociale rechtvaardigheid en meer Europa, maar de kiezer vroeg zich vooral af: hoe en voor wie?

Dat de SPD die vraag zelf niet helemaal kon beantwoorden, toont het officiële campagnefilmpje van de SPD1 waarin spelende, blije kinderen worden opgevoerd in een huis dat van een gezin uit de hoge middenklasse moet zijn. Het ideologische plaatje klopt niet. Zowel de welvarende middenklasse als het oorspronkelijke doelpubliek werd niet bereikt met een boodschap die werft voor meer sociale rechtvaardigheid. De slogan van de conservatieve CDU had hier zelfs beter gepast: Für ein Deutschland, in dem wir gut und gerne leben. En dat vat ook het huidige kernprobleem van de SPD samen.Wie heeft het goed en voor wie kan de SPD iets extra betekenen?

Het opnemen tegen Angela Merkel als SPD-Spitzenkandidat is geen geschenk. Als geen ander weet ze hoe macht werkt en hoe ze haar tegenstanders onschadelijk kan maken. Bij de start van de vorige regering maakte ze van de realisatie van SPD-speerpunten zoals een minimumloon en een verlaging van de pensioenleeftijd voor bepaalde groepen een prioriteit, zodat een overwinning voor de SPD vooral ook een zege voor Merkel en een obstakel minder voor de CDU leek. Zo slaagde Merkel er nog tijdens de verkiezingscampagne in om één van de belangrijkste SPD-campagnepunten van tafel te vegen: de Ehe für alle, bij ons bekend als het homohuwelijk. Door het parlement vrij te laten kiezen, werd gestemd wat vroeg of laat toch gerealiseerd zou worden en verloor de SPD een belangrijke troef aan de vooravond van de verkiezingsfinale. De journalist van Der Spiegel die Martin Schulz de hele campagne volgde, Markus Feldenkirchen, omschrijft het probleem van de SPD op prangende wijze: toen ook het laatste (of enige?) wapen wegviel om tegenover Union het verschil te maken, zaten de sociaaldemocraten veelzeggend met de handen in het haar.

Toch moet worden opgemerkt dat Martin Schulz als SPD-leider tijdens de campagne niet boven zichzelf kon uitstijgen. Als volleerd eurocraat had Schulz geen noemenswaardige ervaring bij het campagnevoeren en dat uitte zich ook in een soms onhandig voorkomen in de media. De vage verkiezingscampagne die er te weinig in slaagde om duidelijke doelgroepen af te bakenen hielp hem niet om de tussentijdse verkiezingsnederlagen in Noordrijn-Westfalen en Saarland te boven te komen, waardoor zijn autoriteit binnen de partij zonder de beloofde wonderresultaten verder afkalfde. Eerder de angst om te veel potentiële kiezers af te stoten met duidelijke standpunten dan ze ermee te winnen heeft de SPD andermaal kiezers gekost in een digitaal tijdperk met een veranderende arbeidsmarkt die om nieuwe ideeën smeekt. Zoals elk SPD-politicus die bondskanselier wil worden, identificeerde hij zich nadrukkelijk met het legendarische SPD-icoon Willy Brandt, maar op het einde van zijn campagne blijft alleen het beeld over van een Martin Schulz die op een podium krampachtig naar de voorste rij jongeren schreeuwt dat ze 'Martin' moeten 'roepen', niet beseffend dat hij al enkele minuten live op antenne is. 'Willy wählen' werd 'Martin rufen'; de droom spatte als een luchtbel uit elkaar.

INNENLAND: PROLETARIAT VS. PREKARIAT?

Het is duidelijk dat de SPD-campagne op weinig bijval kon rekenen bij het grote publiek, ook niet bij het traditionele electoraat. Het historisch lage verkiezingsresultaat van 20,5% onderstreept dat alleen maar. De ideologische incoherentie die zich tijdens de verkiezingen tentoonspreidde, beperkt zich echter niet tot de campagne van de SPD, maar wordt zichtbaarder als we de impact van de SPD op de Merkel-regering voor de komende vier jaar proberen in te schatten. Voor wie worden welke maatregelen genomen?

In de vorige Grosse Koalition slaagde de SPD erin om de voornaamste strijdpunten gerealiseerd te zien. Onder kersvers SPD-voorzitter Andrea Nahles, toen minister van Arbeid, introduceerde de regering-Merkel in 2015 het langverwachte wettelijke minimumloon. Dat is niet zo vanzelfsprekend als het lijkt in een land dat zijn sterke positie voornamelijk aan export te danken heeft. Bovendien zijn de vakbonden in Duitsland vooral per sector verenigd, wat maakt dat ze vaker coalities sluiten met werkgevers binnen de eigen sector in plaats van samenwerkingen aan te gaan met vakbonden uit andere sectoren. Vakbonden zijn om die reden niet per definitie solidair, wat overkoepelende loonafspraken traditioneel erg moeilijk en vaak omstreden maakt in Duitsland.

De SPD slaagt er echter niet meer in om zulke resultaten in verkiezingstaal om te zetten en electoraal te verzilveren. Bekeken op lange termijn, kan worden gesteld dat de SPD al sinds het einde van de Schröder-regering in vrije val is en dat hoeft geen toeval te zijn. Een recent artikel gepubliceerd door de SPD-gelieerde Friedrich-Ebert-Stiftung2ziet een causale relatie tussen de door SPD-bondskanselier Schröder geïnitieerde Hartz-hervormingen en de huidige sociale crisis in Duitsland die gepaard gaat met de steile opkomst van rechts-populistische krachten zoals de Alternative für Deutschland. De Hartz-hervormingen, die onder de roodgroene regering van Gerhard Schröder in 2004 werden doorgevoerd, liggen immers aan de basis van de verankerde dualisering in de Duitse arbeidsmarkt. En net daar ligt zowel het probleem als de voor de hand liggende oplossing voor de SPD.

De grootschalige hervorming bestond uit een grote deregulering van de industriële relaties waarbij het loonbeleid geflexibiliseerd werd. Op die manier groeide in Duitsland exponentieel het aantal jobs waarbij mensen (al dan niet deeltijds) werken, maar niet de middelen verwerven om te kunnen voldoen aan de minimumvoorwaarden voor een menselijk en levenswaardig bestaan. Met de specifieke Hartz IV-hervorming werden tegelijk sociale hulpprogramma's geschrapt die bij deeltijds werk ontbrekend loon aanvulden. In plaats daarvan werd er een beperkte sociale bijstandgeïntroduceerd, die meestal begrensd is in tijd of er amper in slaagt om een bestaan voorbij de armoedegrens te garanderen. De Hartz-hervormingen hebben met andere woorden een groeiende groep working poor genormaliseerd en de scheiding groter gemaakt tussen de groep werknemers met onzekere, tijdelijke contracten in de dienstsectoren, het precariaat, en het traditionele proletariaat, dat zich meestal in de sterk beschermde industriële sectoren bevindt.

Het zou logisch zijn dat de SPD zich anno 2018 inzet om de gemaakte fouten structureel te herstellen en het geweer van schouder te veranderen, maar dat blijkt niet uit het coalitieakkoord dat op tafel ligt. Er worden weliswaar beloftes gemaakt om tijdelijke arbeidscontracten tot het minimum te beperken, meer te investeren in arbeidsmarktbegeleiding en opleidingen op te waarden, maar de algemene engagementen blijven vaag en het ontoereikende Hartz IV-systeem nagenoeg onveranderd. Het belangrijkste dat de SPD uit de brand gesleept lijkt te hebben, is het terugdringen van de maximale duur van een tijdelijk contract van 24 tot 18 maanden. Maar ook die maatregel zou wel eens een pyrrusoverwinning kunnen zijn. Kevin Kühnert, die als voorzitter van de Duitse Jongsocialisten Jusosde strijd tegen de SPD-regeringsdeelname leidde, zei daarover dat de maatregel nog meer onzekerheid zou kunnen veroorzaken bij jongeren als daar geen structurele hervormingen van de sociale bijstand en de arbeidsmarktregels tegenover staan. Dan is er immers gewoon 6 maand minder zekerheid van werk.

Wat opvalt, is dat andere speerpunten van de SPD in het coalitieakkoord voornamelijk bestemd zijn voor mensen die al goede, voltijdse jobs hebben, het traditionele proletariaat als de herkenbare SPD-kiezer: de wettelijke mogelijkheid om na een periode van deeltijds werken terug de voltijdse job op te eisen bij middelgrote bedrijven, meer geld voor een betere kinderopvang of het terugschroeven van de solidariteitstoeslag, de inkomensbelasting die vooral van werknemers met een voltijdse job een bijdrage vroeg om de kosten van de Duitse hereniging te kunnen dragen. Ook deze SPD-regeringsdeelname lijkt daarom te passen in de identiteitscrisis van de Europese linkse partijen die auteurs zoals Jan Rovny of Liesbet Hooge beschrijven: wie moet worden vertegenwoordigd? Een partij zoals de SPD is er zich nog niet bewust van dat ze niet langer alleen voor het traditionele proletariaat het verschil moet maken, maar vooral ook voor het precariaat. Voor de SPD geldt dat natuurlijk dubbel, omdat de partij door de Hartz-hervormingen onder Schröder mee aan de basis ligt van de exponentiële groei van die groep in Duitsland. Het feit dat het coalitieakkoord focust op de digitalisering van productieprocessen, maar nauwelijks aanraakt op welke manier arbeiders naar andere (precaire?) jobs of sectoren moeten worden begeleid, spreekt boekdelen.

EUROPA: BACK TO THE FUTURE?

Veel van de uitdagingen waar linkse partijen vandaag mee worstelen bevinden zich op Europees niveau, want ook daar worden er verschillende groepen winnaars en verliezers gecreëerd. Enerzijds scoren sommige landen beduidend beter dan andere, anderzijds zijn er ook verschillende soorten sectoren en werknemers die over de grenzen heen dezelfde uitdagingen en problemen ervaren. Hoe kunnen landen de eigen jobs veiligstellen of nieuwe werkgelegenheid aantrekken in een Europese interne markt waar de hoogste bieder met de minste belastingen meestal in het winnende kamp zit? Hoe kunnen de lonen verhoogd worden zonder de eigen export schade toe te brengen in een eurozone die nationale monetaire politiek overbodig maakt? Hoe kunnen slabakkende economieën investeringen aantrekken in een unie waarin kapitaal vrij kan wegstromen naar de meest secure en rendabele landen? En in welk Europees narratief kunnen mogelijke hervormingen passen?

Als land zit Duitsland duidelijk in het kamp van Europese winnaars in dit verhaal. De werking van de EU is van vitaal belang voor de succesvolle exportmarkt in Duitsland. Om die reden is het niet alleen interessant om te kijken naar de Europese positie van de SPD, maar is ze ook cruciaal om in Europa een sociale omwenteling tot stand te brengen, waar monetaire politiek ingezet kan worden om economisch beleid te ondersteunen waar nodig. Met zijn pleidooi voor een 'Verenigde Staten van Europa' effende Schulz in december 2017 alvast het pad voor een ambitieus Europa-plan in de Grote Coalitie. De analogie met het plan van de Franse president Emmanuel Macron is geen toeval, al zijn er wel duidelijke verschillen. Van de Europese minister van Financiën die Macron naar voren schuift, is er in het coalitieakkoord ook met de SPD geen sprake, wat niet verrassend is met een CDU die beducht is voor Europese 'transfers'.

In het initiële princiepsakkoord van de SPD, CDU en CSU lag de focus onmiskenbaar op Europa en was de hand van de SPD duidelijk zichtbaar. Het EU-budget mag een grotere Duitse bijdrage verwachten en er liggen plannen op tafel voor de oprichting van een Europees Monetair Fonds, dat bovendien aan parlementaire controle onderworpen zou moeten worden. De verwachtingen moeten echter sterk getemperd worden. Het EU-budget zal na het vertrek van het Verenigde Koninkrijk sowieso versterkt moeten worden en de oprichting van een Europese versie van het IMF is niet zo revolutionair als het lijkt. Zelfs de conservatieve minister van Financiën Wolfgang Schäuble (CDU) pleitte er eerder al voor om het Europees Stabilisatiemechanisme (ESM) om te vormen tot een EMF, wat vooral betekent dat het van de architectuur zal afhangen in welke mate een dergelijke hervorming de conservatieve monetaire politiek versterkt of een socialer Europa mogelijk maakt. Voor de focus op een sterkere parlementaire controle geldt hetzelfde: het hoeft niet te betekenen dat het Europees parlement meer betrokken zal worden bij de Europese monetaire politiek, dat kan ook bij monde van de nationale ministers van Financiën betekenen. Van een heus Eurozone-budget dat de beloofde sociale convergentie en monetaire stabilisatie zou kunnen bewerkstelligen, lijkt al helemaal geen sprake.

Het coalitieakkoord tussen SPD en Union, en de invulling van de ministerfuncties, geven intussen een beter beeld van de mogelijke Europese hervormingen die met de huidige Duitse regering mogelijk zijn. Veel analisten waren ervan overtuigd dat de SPD met het binnenhalen van de Duitse minister van Financiën wel eens een sleutelpion in handen zouden kunnen hebben bij het realiseren van ambitieuze Europese ideeën. Niets is echter minder waar. Wat opvalt in het coalitieakkoord is dat vooral het belang van het Stabiliteits- en Groeipact beklemtoond wordt als fundament van de Duitse Europapolitiek. Wie hoopt dat Olaf Scholz, burgemeester van Hamburg en de nieuwe SPD-minister van Financiën een plan heeft om het systeem van binnenuit te hervormen, is eraan voor de moeite. In officiële interviews gaf Scholz, die binnen de SPD tot de conservatieve vleugel wordt gerekend, aan dat hij niet van plan is om het macro-economisch beleid van Duitsland drastisch te veranderen. Een strikt begrotingsbeleid en een focus op de vermindering van de staatsschuld zullen zijn voornaamste bekommernissen zijn. Scholz verklaart zich met andere woorden schatplichtig aan het ordoliberale paradigma dat de Europese monetaire en economische politiek onder Duitse leiding sinds de eurocrisis domineert. De Schwarze Null blijft als kompas op het kabinet Financïen aanwezig.

Net zoals bij de binnenlandse vooruitzichten, bevestigt een blik op de toekomstige Duitse Europapolitiek de ideologische krijtlijnen waarbinnen de SPD denkt te moeten handelen. Zowel binnenlands als Europees ligt het zwaartepunt van de Duitse politiek op het faciliteren van de traditioneel belangrijke en lucratieve industriële sectoren, waar het klassieke proletarische electoraat van de SPD zich bevindt. Deze sectoren hebben belang bij een stabiele Europese omgeving met ruimte voor een flexibele organisatie van de industriële relaties. Daartegenover spelen de grootste sociale crisissen in Duitsland en Europa zich vooral af in de precaire dienstensectoren, die nood hebben aan investeringen en een sociaal en fiscaal beleid op Europees niveau.Het Karlsruher Institut für Technologie mag via een kwantitatieve tekstanalyse dan wel tot de conclusie gekomen zijn dat het coalitieakkoord uit 70% van het SPD-programma bestaat, de cruciale structurele hefbomen om tot een socialere politiek te komen, lijken bij voorbaat ontoereikend. Het kan dat mogelijke Europese hervormingen van de komende jaren de fundamenten kunnen leggen voor de sociale omwenteling die de Europese Unie nodig heeft, maar het is nog maar de vraag of de SPD er op dat moment dan nog deel van zal kunnen uitmaken.

Noten
1. SPD Wahlwerbespot - Bundestagswahl 2017. Geraadpleegd op 20 februari 2018: https://www.youtube.com/watch?v=M6aQxQH3KSw.
2. Betzelt, S. & Bode, I. (2017). 'Angst im Sozialstaat. Hintergrunde und Konsequenzen'.Friedrich-Ebert-Stiftung, Wirtschafts- und Sozialpolitik, 38/2017, pp. 1-4.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 3 (maart), pagina 48 tot 53