Log in

Donuteconomie

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 4 (april), pagina 94 tot 95

Donuteconomie

Kate Raworth
Nieuw Amsterdam, Amsterdam, 2017

Kate Raworth werkt als economist aan de universiteit van Oxford. Zij vindt dat er een revolutie nodig is in het economisch denken. De oorspronkelijke idee van 'huishoudkunde' moet worden uitgebreid naar de gehele planeet en er moet vooral worden gedacht op de lange termijn. Groei is dan niet langer een doelstelling. Waar het om moet gaan, is welzijn. De auteur gebruikt daarvoor het beeld van een donut, die op papier kan worden gezet als twee concentrische cirkels. Het zijn gewoon twee grenzen. De binnenste ring geeft de grens aan van wat sociaal aanvaardbaar is. Alles wat daarbuiten gaat wijst op ontbering: honger, gebrek aan scholing, enzovoort. Wat buiten de buitenste grens valt, bedreigt de planeet: klimaatverstoring, uitputting van grondstoffen, enzovoort. Een leefbare samenleving situeert zich binnen de twee cirkels. Het is de omgeving waar, binnen de beperkingen van de planeet, voldaan kan worden aan ieders behoeften.

Deze idee ontwikkelt Raworth in zeven stappen om te gaan naar een economie voor de 21e eeuw, zoals de ondertitel van haar boek luidt.

Een. Stop om te denken in termen van bnp. Dat is een soort koekoek, die zijn eieren in het nest van andere vogels legt. Alle doelstellingen worden verdrongen door die ene obsessie van groei. Het echte doel moet zijn om een kompas te bouwen dat alle mensen toelaat in welvaart te gedijen. Tegelijk moet je verzekeren dat de planeet de last kan blijven dragen. Vandaag staat die onder hevige druk, maar alle grote vraagstukken moeten een oplossing krijgen vooraleer je welvaart kunt verzekeren.

Twee. Kijk verder dan je neus lang is en houd het grote plaatje voor ogen. De economie is ingebed in de samenleving én in de natuur, en wordt aangedreven door de zon. Weliswaar is de aarde een gesloten systeem, maar daarbinnen heeft de economie constant gevolgen voor materie en energie. Na de paradigmashift moet de economie berusten op vertrouwen, normen en een zin voor wederkerigheid.

Drie. De homo economicus heeft afgedaan. Mensen zijn niet koel rationeel uit op hun eigen belang. Ze zijn sociaal en gericht op wederkerigheid; zij staan voor waarden die kunnen veranderen; ze zijn niet autonoom maar afhankelijk van anderen; ze zijn helemaal niet uitsluitend berekenend. Mensen maken deel uit van de wereld rondom hen, en dat zijn niet uitsluitend blanke en hooggeschoolde westerlingen.

Vier. De nieuwe economie moet denken in termen van systemen of organismen. Daar zijn ondertussen al veel voorbeelden van, maar misschien was het eerste rapport van de Club van Rome, Limits to growth (1972), wel het eerste. Men heeft het vaak afgedaan als een voorspelling, maar het probeerde eigenlijk vooral een complex systeem dat voortdurend in beweging is te begrijpen.

Vijf. De klassieke economie gelooft dat als er maar voldoende groei is, op de duur wel voor iedereen welvaart zal worden gecreëerd. Raworth denkt dat dit fout is en dat je herverdeling in je systeem moet inbakken. De groeiende ongelijkheid op wereldniveau is geen toeval, maar een falen van de economische design. De distributie van inkomen, maar ook van rijkdom, moet anders.

Zes. Datzelfde geldt eigenlijk ook voor de impact op het milieu. Denk vooral niet: we moeten de economie laten groeien en zullen later wel de smurrie opruimen. Je moet je economisch mechanisme zo bouwen dat alles wat gebruikt wordt ook hergebruikt kan worden. Het moet in de design van de economie zitten. Economie hoort circulair te zijn, aan te sluiten bij de regeneratieve kracht van het leven.

Zeven. Wees agnostisch over groei. Groei is geen doelstelling, maar welvaart. Je moet die realiseren met of zonder groei. Alleen moet je ook beseffen dat de groei tot nu voor een groot stuk gebaseerd was op goedkope fuel en dit is niet langer mogelijk.

Ik besef dat de korte samenvatting te veel weglaat, maar aan de andere kant vind ik niet dat Kate Raworth heel veel nieuws te vertellen heeft. The Guardian noemt haar de Keynes van de 21e eeuw, mij lijkt dat een beetje overdreven. Toch is het belangrijk de grenzen duidelijk te trekken en vooral te blijven herhalen dat er geen enkel automatisme is dat die grenzen zal bewaken. Maar even belangrijk is de idee dat een ander economisch paradigma een zaak van keuze is. Nu de economie weer lijkt aan te trekken, vervallen we toch zo gemakkelijk in onze groeiverslaving. Raworth waarschuwt er terecht voor dat welvaart geen automatisch gevolg van groei is. De auteur heeft met een donut een mooi beeld gevonden om de grenzen van een economie aan te geven. Maar eigenlijk is haar beeld van de koekoek, die alle andere doelstellingen dan die van de groei wegduwt, misschien nog wel beter dan dat van de donut.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 4 (april), pagina 94 tot 95