Log in

Kunnen coöperaties platformen temmen?

Politiek en middenveld zitten met de handen in het haar omwille van platformen als Deliveroo en Uber. Die zijn erg populair, maar hebben ook een hele reeks negatieve effecten. Platform cooperativism biedt echter een, vaak vergeten, alternatief: de beweging stelt voor platformen als coöperaties te besturen in een poging die zo ethischer te maken.

Begin dit jaar kwam de maaltijdleveraar Deliveroo onder vuur. De Britse start-up eiste dat hun Belgische koeriers zelfstandigen werden, wat op tegenstand stuitte bij die groep. Gedurende enkele weken lanceerden ze allerhande betogingen en acties om hun werknemerstatuut te behouden. Deliveroo is echter geen normaal bedrijf. Net als taxibedrijf Uber ziet het zichzelf als een platform en niet als een traditionele werkgever. Hun app moet simpelweg restaurants en zelfstandige koeriers met elkaar in contact brengen, en niet meer dan dat. Dat ze sterke, informele controle behouden over hun koeriers ondermijnt die claim, maar niettemin toont dit soort praktijken een trend aan.

Volgens denkers als Nick Srnicek zien we vandaag het ontstaan van een nieuwe fase in het kapitalisme. In zijn boek Platform Capitalism (2017) schetst de Canadees hoe in de nasleep van de financiële crisis van 2008 een nieuw type bedrijf dominant werd: het platform. In plaats van direct goederen of diensten te produceren, biedt het platform de digitale infrastructuur aan waarmee gebruikers met elkaar kunnen interageren. Dat model is uiterst geschikt om data te verzamelen, de brandstof van deze bedrijven.

Platformen nemen verschillende vormen aan. Facebook en Google zijn advertentieplatformen. Maar ook Amazon Web Services, dat een groot deel van de servercapaciteit in de wereld verhuurt, werkt als platform. Uber en Deliveroo zijn dan weer zogenaamde leanplatformen, die zoveel mogelijk uitbesteden. Zelfs industriegigant Siemens neemt, volgens Srnicek, eigenschappen van een platform aan.

Dankzij zogenaamde netwerkeffecten zijn platformen doorgaans ook monopolies. Zo zijn diensten als Facebook en Uber waardevoller naarmate ze meer gebruikers hebben. Je wil immers enkel het platform gebruiken waarop al je vrienden zitten of waarop er voldoende chauffeurs zijn.

PLATFORM COOPERATIVISM ALS DERDE WEG

Kritiek op platformen ontbreekt niet. Zo zouden ze een goede marktwerking hinderen. Google werd bijvoorbeeld al vervolgd omdat het een concurrerende zoekmachine moeilijk vindbaar maakte. Daarnaast worden de arbeidsomstandigheden van vooral leanplatformen, zoals Uber en Deliveroo, al een tijdje aangeklaagd.

Critici stellen vooral twee alternatieven voor. Enerzijds is er het traditionele antwoord van reguleren. Overheden dienen zo de macht van platformen in te perken, door bijvoorbeeld oneerlijke concurrentie te bestrijden en door consumenten en werknemers te beschermen. Een radicalere versie van deze visie stelt dan weer dat het nodig is om platformen in stukken te breken, zogenaamd trust busting. TheNew York Times, bezwaarlijk een radicale krant, kopte vorig jaar al: 'Is it time to break up Google?'.1

Anderzijds zijn er stemmen die het nationaliseren van platformen voorstellen. Zo zouden platformen doorgaans opereren in sectoren die neigen naar een natuurlijke monopolie, en kan louter reguleren negatieve spillovers niet altijd beperken. De voorstellen in deze categorie gaan van 'Khan Cars'2, de suggestie dat de stad Londen een eigen ride sharing dienst kan aanbieden, tot Brits journalist Paul Mason die stelt dat overheden de onderliggende datastromen van platformen moeten uitbaten en dat private bedrijven (mits condities) applicaties kunnen bouwen op die datastromen.3

Niettemin hebben beide aanpakken hun beperkingen. Platformen simpelweg reguleren is soms niet genoeg. Het verandert niets aan wie ze in handen heeft. Anderzijds is het onmogelijk dat de overheid alle soorten platformen, van Uber en tot Facebook, in handen neemt.

Platform cooperativism, of het voorstel om van platformen coöperaties te maken, vormt een vaak vergeten derde weg. De beweging errond stelt voor om democratische bedrijfsmodellen, en de ervaringen die voortkomen uit de coöperatieve beweging, toe te passen op platformen. Dat kan door coöperaties op te richten die met bestaande platformen concurreren, maar ook door van bestaande platformencoöperaties te maken.

Nathan Schneider en Trebor Scholz, de twee pioniers van platform cooperativism, beschrijven het kernidee van platform coöperaties in hun boek Ours To Hack and To Own (2017) als: 'Gedeeld bestuur en gedeeld eigendom van de machtshefbomen van het internet - de platformen en protocollen ervan'.4

DEELECONOMIE VALT DOOR DE MAND

Nathan Schneider en Trebor Scholz zijn dus de pioniers van het idee. Schneider is een journalist die over sociale bewegingen rapporteerde en vandaag professor is bij de Universiteit van Colorado. Scholz is dan weer professor aan de New School van New York waar hij arbeid in de platformeconomie bestudeert.

In 2014 legden ze de intellectuele grondslagen van het platform cooperativism. Dit kwam op een moment waar de deeleconomie door de mand aan het vallen was. Waar het concept aanvankelijk gebruikt werd om lokale deelinitiatieven en non-profits als Couchsurfing te beschrijven begon het toen steeds meer toegepast te worden op multinationals als Airbnb en Uber.

Deze bedrijven steunden nog weinig op het gedachtegoed van vrijwillig onderbenutte goederen delen, en commercialiseerden activiteiten die tussen gebruikers op hun platform plaatsvonden. Nieuwe spelers brachten ook een erg agressieve mentaliteit met zich mee, die groei boven alles stelde en frequent conflict zocht met allerhande overheden, concurrenten en maatschappelijke groepen.

Uber was daar het beste voorbeeld van. Met toenmalig CEO Travis Kalanick jaagden ze taxibedrijven en overheden tegen zich in het schild, kwamen ze onder vuur voor slechte arbeidsomstandigheden, leidden ze actief controleambtenaren om de tuin en bouwden ze een interne cultuur van machisme en seksisme. Uiteindelijk zorgde dat voor het ontslag van Kalanick in 2017.

Platform cooperativism stelt zich hier als ethisch en democratisch alternatief tegenover. Het steunt nog steeds heel erg op de mensen uit de originele deeleconomie en commons-beweging.

START-UPS EN HUN OBSESSIE MET KAPITAAL

Platform cooperativism past eveneens in een bredere kritiek op start-up denken. Start-ups zijn tegenwoordig hot en overheden proberen hun ontstaan te stimuleren. Zeker in de Verenigde Staten werden ze echter al gekoppeld aan minder ethische bedrijfspraktijken. Zo steunen dit soort bedrijven vaak op durfkapitaal, om dan pijlsnel te groeien en vervolgens een zogenaamde exit te maken: het overkopen van het bedrijf of naar de beurs gaan. De nadruk ligt hier dus niet op een duurzaam bedrijf op te bouwen, maar eerder op pijlsnelle groei en eruit springen met genoeg winst.

Verre van alle start-ups streven dit soort model na, zeker in België, maar in de Verenigde Staten is de obsessie met kapitaal ophalen en exits vaak nog groot.

Platformcoöperaties willen dan weer tragere, maar ook stabielere groei. Daarnaast zou hun democratische structuur de arbeidsproblemen, die platformen vaak hebben, kunnen vermijden. Coöperaties zorgen op die manier dus voor digitale bedrijven die duurzaam en ethisch zijn.

#BUYTWITTER

Een interessant wapenfeit van de mensen achter platform cooperativism was de #Buytwitter-beweging. Dit was hun poging om van Twitter een coöperatie te maken. Midden 2017 ging het immers niet goed met het sociale netwerk. Het bedrijf was naar de beurs gegaan in 2015 maar was twee jaar erna nog steeds niet winstgevend.

Op dat moment slaagden een aantal activisten erin om op de aandeelhoudersvergadering van Twitter een voorstel te laten stemmen dat, indien het slaagde, Twitter zou verplichten om een onderzoek te bestellen naar of ze een coöperatie konden worden.

Voorstanders stelden zo dat Twitter, als platform, een soort infrastructuur van het internet was geworden. Het wordt immers gebruikt door journalisten om informatie te verzamelen, door politici om standpunten te delen en door allerhande burgers om nieuws te vinden en te verspreiden. Ook vormden er zich vooruitstrevende gemeenschappen op het sociale netwerk, bijvoorbeeld #Blacktwitter dat racisme aankaart en cruciaal was in het ontstaan van de sociale beweging Black Lives Matter.

Een coöperatieve structuur, in handen van bijvoorbeeld een combinatie van gebruikers en werknemers, zou de druk om snel winst te maken weghalen en Twitter in democratische handen plaatsen. Het zou ook mogelijk een antwoord bieden op problemen zoals intimidatie op het platform omdat het gebruikers beter zou betrekken.

Het voorstel werd uiteindelijk weggestemd, maar de argumenten van toen kunnen vandaag evengoed toegepast worden op pakweg Facebook in de nasleep van het Cambridge Analytica schandaal.

OPGEPIKT DOOR LINKS

Ook in België krijgt de beweging voet aan wal. In Gent is er zo Partago, een app die je toelaat om een elektrische auto te gebruiken eens je lid bent van hun coöperatie. Of Molenbike, een koerierscoöperatie die ontstond toen Take Eat Easy, een Belgisch alternatief voor Deliveroo, failliet ging. Ook Febecoop organiseerde al verschillende evenementen over platformcoöperaties.

Platform cooperativism werd ook al opgenomen door Europees links. De Labour Party in het Verenigd Koninkrijk ziet het als één van de oplossingen voor de uitwassen van de digitale economie. Zo vermeldde de huidige leider van die partij, Jeremy Corbyn, het in 2016 in zijn Digital Democracy Manifesto.5 Daarnaast zet bijvoorbeeld het progressieve stadsbestuur van Barcelona in op het ontwikkelen van dit soort coöperaties.6

EEN ONDERSTEUNENDE OMGEVING IS CRUCIAAL

De meeste voorstanders van platform coöperaties hameren er wel op dat een ondersteunende omgeving cruciaal is om platformcoöperaties op te bouwen. Voor platformcoöperaties zou het dus nodig zijn om een zogenaamd 'ecosysteem' op te bouwen vergelijkbaar met hoe start-ups vandaag ondersteund worden. Ze zouden onder andere toegang moeten krijgen tot specifieke kapitaalinjecties, mentoren die democratische bedrijfsmodellen begrijpen en legale ondersteuning. Voor reguliere bedrijven is dit ecosysteem immers al erg goed uitgebouwd, maar coöperaties vallen nog vaak door de mand omwille van hun specifieke noden.

De reguliere coöperatieve beweging doet dit overigens al. Zo heeft de grote coöperatieve Mondragón groep in Spanje een eigen universiteit en een eigen bank. Niettemin begint dit ook stilaan op te komen voor platformcoöperaties. Zo stichtte de Britse coöperatieve groep Co-operatives UK recent Unfound, een accelerator voor platformcoöperaties. Ook in België kunnen incubatoren zoals Coopcity in Brussel stimulerend werken voor opkomende coöperaties.

GEEN VERVANGMIDDEL VOOR OVERHEIDSACTIE

Fundamenteel is dat platform cooperativism geen vervangmiddel is voor overheidsactie. Platformen moeten nog steeds gereguleerd worden. In bepaalde gevallen kunnen openbare alternatieven de betere optie zijn.

Niettemin hebben coöperatieve structuren ook hun plaats. Zo is het weinig realistisch dat overheden platformen als Deliveroo of Uber Eats in handen nemen, maar zou een coöperatief alternatief dat restaurants, koeriers en andere werknemers betrekt succes kunnen hebben. Daarnaast is het weinig aantrekkelijk dat de Amerikaanse staat, onder de Trump-administratie, beslissingsmacht krijgt over onze sociale media. Een model dat gebruikers en werknemers vertegenwoordigt is dan weer wel interessant.

De bottom line is dus dat coöperaties hun plek hebben in een breder streven naar een meer menselijke economie, naast vakbonden, sociale bewegingen en politieke partijen. Coöperaties zijn geen of-ofverhaal, maar een en-enverhaal.

De progressieve traditie zag dit al vroeg in, onder andere ten monde van socialistisch voorman Edward Anseele die in 1902 uitriep: 'De vraag is de volgende: werkt de coöperatie verenigd met het socialisme, werkt het socialisme verenigd met de coöperatie, ten nadele der werkende klasse of voor haar triomf? Ziedaar de vraag, en op die vraag antwoord ik onbewimpeld en stout: 'Ja, de coöperatie werkt voor haar triomf!'.7

Progressieven hebben geen monopolie op de coöperatie, ook de christelijke en liberale tradities hebben er hun geschiedenis mee. Niettemin kunnen we vandaag even 'stout en onbewimpeld' als Anseele antwoorden dat coöperaties een antwoord bieden op de hedendaagse uitdagingen die platformen ons stellen en dat ze een plek verdienen in het debat erover.

Eindnoten

  1. https://www.nytimes.com/2017/04/22/opinion/sunday/is-it-time-to-break-up-google.html.
  2. http://neweconomics.org/2017/09/new-economics-foundation-calls-khans-cars-mutually-owned-alternative-uber/.
  3. http://novaramedia.com/2018/03/19/choice-break-up-facebook-or-take-it-into-public-ownership-i-am-not-kidding/.
  4. Scholz, T. & Schneider, N. (2017), 'Ours to Hack and to Own', OR Books, p.12.
  5. https://d3n8a8pro7vhmx.cloudfront.net/corbynstays/pages/329/attachments/original/1472552058/Digital_Democracy.pdf?1472552058.
  6. https://blog.p2pfoundation.net/mayo-fuster-morell-barcelona-as-a-case-study-on-urban-policy-for-platform-cooperativism/2017/02/23.
  7. https://www.marxists.org/nederlands/anseele/1902/1902samenwerking.htm.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 5 (mei), pagina 34 tot 38