Log in

'Zolang er verzet is, is er hoop'

Samira Atillah komt uit een gebroken gezin, getroffen door de sluiting van de Genkse mijnen en verscheurd door drugsverslaving, maar liet zich niet kisten. Haar thuissituatie is de brandstof voor haar maatschappelijk engagement. Een korte passage als parlementair medewerker bij Meryame Kitir leerde dat de partijpolitiek niets voor haar is. Het activisme daarentegen des te meer. Daar kan ze terug naar de basis, naar het menselijke. "Zolang er verzet is, is er hoop."

Samira Atillah is nog maar 29, maar heeft al een bewogen leven achter de rug. Toen ze 6 was, verloor ze haar vader aan drugs. Niet veel later verdween ook haar mama uit beeld. Haar ene broer stierf twee jaar geleden aan de gevolgen van een drugsverslaving en haar andere broer belandde erdoor in de gevangenis. Haar diploma haalde ze met een leefloon van 432 euro per maand. Het was een periode van bittere armoede, van opboksen tegen structuren en vooroordelen ook. De jeugdrechter beet haar toentertijd toe dat 'meisjes zoals zij' niet studeerden. "Wat zou ik de man vandaag graag terugzien," zegt ze verderop in het gesprek. "Ik ben trots dat ik als parlementair medewerker tot in de Kamer ben geraakt."

De Genkse weet wat het is om op de rand van de maatschappelijke afgrond te staan en hoe weinig er nodig is om mensen er helemaal in te duwen. Haar thuissituatie is de brandstof voor haar activisme. Vandaag springt Atillah vooral in de bres voor vluchtelingen. Ze is erg actief in het Brusselse Maximiliaanpark en in de vluchtelingenkampen van Calais en Duinkerke. In Frankrijk maakte ze schrijnende toestanden mee en zocht ze af en toe zelfs de schemerzones van de wettelijkheid op om mensen te helpen; deze zomer verschijnt daarover haar verhaal bij uitgeverij Houtekiet.

Uiteindelijk behaalde Samira Atillah haar diploma als pedagoog. Een tijd lang werkte ze als pleinwerker met moeilijke Genkse jongeren. Toen ze steeds meer tegen de schenen van politici begon te schoppen, was de overgang naar de partijpolitiek, en dan meer bepaald de parlementaire fractie van gouwgenoot Meryame Kitir, een logische volgende stap. Ze volgde er de commissie Sociale Zaken en de onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart 2016, maar al gauw bleek de Wetstraat niets voor haar. Op de kop één jaar heeft ze er gewerkt. "Ik heb er veel geleerd, maar uiteindelijk namen de frustraties de bovenhand. Ik moest er weg."

Welke frustraties bedoelt u precies?

"De partijpolitiek is niet zo gemakkelijk als veel linkse activisten denken, dat werd me tijdens mijn korte passage wel duidelijk, maar het verschil tussen de vluchtelingen zonder kleren in de kampen en de politici in maatpak in de Kamer was voor mij uiteindelijk te groot. Toen ik eind vorig jaar na een paar heftige dagen in Calais op de terugweg op de radio politici hoorde spreken over de mensen die ik net eigenhandig had gevoed en wiens wonden ik had verzorgd, wist ik dat mijn werk als parlementair medewerker afgelopen was. Het was alsof ik mezelf aan het verraden was door in die bubbel aan de slag te zijn."

Voelde u als fractiemedewerker ook op inhoudelijk vlak frustraties?

"Toch wel. Alles wat een oppositiepartij in de Kamer aanbrengt wordt sowieso afgeketst. Dat is best lastig. Ook stond ik niet meer 100% achter de partijlijn. Samen met mijn collega's verzetten we bergen werk, maar altijd was er wel iemand binnen sp.a die het 'verklootte' voor de rest.

Misschien ben ik wat te links voor sp.a. Op partijpolitiek vlak vind ik momenteel nergens echt mijn gading. PVDA zijn populisten zonder oplossingen; ik heb Raoul Hedebouw vaak genoeg bezig gezien in de Kamer. En Groen is voor mij geen linkse partij; Kristof Calvo is een liberaal."

Waarom slaat het verhaal van sp.a niet aan?

"Op sociaaleconomische thema's staat sp.a erg sterk, met een goede studiedienst. Maar ikzelf miste een verhaal over normen en waarden. Dat is nodig om overgelopen kiezers op rechts terug te halen. Socialisten hebben onvoldoende antwoord op vragen over identiteit. Je kan dat thema niet langer negeren."

Volgens sommigen kunnen de socialisten de verkiezingen van 2019 enkel winnen als de campagne over de pensioenen en de sociale zekerheid gaat.

"Een factuuroppositie is niet genoeg. In de politiek moet je niet praten over centen, maar over waarden. Het klopt dat N-VA wel eens een relletje durft te starten over een of ander zogenaamd samenlevingsprobleem als de begroting weer eens niet in orde is. Maar het identiteitsverhaal is allang geen afleiding meer. Ondertussen gaat het politieke gevecht al jaren over normen en waarden en worden wetsvoorstellen ingediend die vluchtelingen viseren. Dit gaat verder dan afleiding. Gaat sp.a daar echt geen duidelijk standpunt over innemen?

Groen heeft wel een scherp alternatief. Zowel in de Kamer als in het publieke debat komt de partij radicaal op voor vluchtelingen. Mensen ter linkerzijde missen dat bij sp.a."

Kunnen socialisten met zo'n verhaal kiezers terughalen op rechts?

"Sp.a moet rond identiteitskwesties, rond vluchtelingen, rond moslims een alternatief verhaal brengen voor rechts dat de Vlaamse arbeider of bediende aanspreekt. Naar hen wordt vandaag te weinig geluisterd; er wordt enkel geoordeeld óver hen. Ondertussen zijn ze allang weggeglipt naar rechts. We kunnen die enkel terughalen door naar hun grieven te luisteren."

Een aantal regeringsmaatregelen treft precies die mensen in hun portemonnee; toch blijft N-VA in de peilingen comfortabel boven de 30%. Doet die partij dat dan wel?

"N-VA heeft de Vlaamse normen en waarden weer op de agenda gezet. Ze communiceert voortdurend met die mensen. De partij heeft meer mensen op de communicatiedienst dan op de studiedienst; het tegenovergestelde van sp.a. Ze bespeelt de onderbuik van die mensen met een verhaal over zondebokken. En het is helaas makkelijker om te verdelen dan te verbinden.

Ondertussen gaat de verrechtsing sluipend verder. Steeds meer punten van het beruchte 70-puntenplan van het Vlaams Blok worden gerealiseerd: uitwijzing van criminele vreemdelingen, bestraffing van illegale vreemdelingen die weigeren hun identiteit bekend te maken, verhoging van het repatriëringsbudget, uitreiking van een terugkeerpremie, samenwerking met Noord-Afrika verbeteren, … het is ondertussen allemaal beleid geworden."

Op sociale media beweerde u onlangs dat we stilaan in een pre-fascistisch tijdperk zitten. Is dat niet wat overdreven?

"Helemaal niet. Misprijzen van mensenrechten, obsessieve drang naar nationale veiligheid, bescherming van bedrijfswereld, onderdrukking van de vakbonden, misprijzen van intellectuelen, geleidelijke afbraak van de rechtsstaat, … het zijn allemaal vroege alarmsignalen van het fascisme."

Bart De Wever vergelijken met Adolf Hitler is natuurlijk niet het sterkste argument in een debat.

"Zo'n vergelijkingen zijn contraproductief, dat klopt. Toch moeten we durven benoemen dat er vandaag wel degelijk zaken aan het gebeuren zijn die vergelijkbaar zijn met de jaren 1930. (fel) Of vindt u het normaal dat vluchtelingen zich op zolders moeten verstoppen en dat huizen van vrijwilligers die hen helpen worden doorzocht?"

Voor veel mensen is de vluchtelingencrisis een ver-van-mijn-bedverhaal.

"Calais en Duinkerke is iets vanop televisie. Enkel aan het Noordstation in Brussel is de situatie tastbaar. Mensen komen terug van hun werk en zien daar mensen op de grond liggen in een vuilnisbelt. Logisch dat ze kwaad worden. Dat gevoel wordt verder opgepookt door Theo Francken op Twitter. Terwijl hij net diegene is die asielcentra voor die mensen gesloten heeft. Cynisch."

Politici als twittertrollen, is dat het nieuwe normaal?

"Blijkbaar. Anderzijds moeten we de impact van Twitter niet overschatten. Journalisten, politici en academici steken er elkaar de loef af met een opbod aan argumenten en cijfers, maar daar win je het politiek gevecht niet mee. Ikzelf zit vooral op Facebook. Daar zitten de echte mensen, niet enkel de experts.

Los van het getwitter van Theo Francken telt hetgeen wat gebeurt in het veld. Terwijl de staatssecretaris haat zaait om zijn eigen falend beleid te kunnen verbergen, zijn het wéér vrijwilligers die vluchtelingen hebben opgevangen en voorzien van kleren en voedsel. In stilte, zonder schouderklopjes en met succes. Ze verdienen ons respect."

Wat haalt u uit het activisme dat u uit de partijpolitiek niet hebt kunnen halen?

"De basis. Het menselijke. Wat bizar is, want partijpolitiek zou over mensen moeten gaan. Ik geef een voorbeeld. Toen bleek dat door een maatregel van Maggie De Block zieken die terug deeltijds gaan werken geld zouden verliezen, was er in de Kamer een technische discussie. Dat is nodig. Ikzelf schreef echter een open brief aan de minister, een persoonlijk verhaal over een vriend van me die eronderdoor was gegaan en door de maatregel was getroffen. De brief ging binnen de kortste keren viraal. Dat is voor mij activisme: een gezicht plakken op een technische materie."

Is dat ook wat u met uw activisme in de vluchtelingenkampen van Calais en Duinkerke probeert te doen?

"Ik probeer voor die mensen iets te betekenen. Eerst door daar de handen uit de mouwen te steken en nadien door hun verhalen bloot te leggen. Mensen weten niet wat voor drama's zich in de Jungle van Calais afspelen. Ik schrijf die op. (Leest een paar notities voor met persoonlijke verhalen en wordt emotioneel) Ik heb mensen zien vechten voor een bakje rijst, met een zak over hun hoofd zien oefenen om te kijken hoelang ze hun adem kunnen inhouden voor de oversteek naar Groot-Brittannië, de polsen zien oversnijden. Onmenselijke toestanden. Als we binnen 30 jaar terugkijken op deze tijd, zullen dat de zwarte pagina's uit onze geschiedenisboeken zijn."

Het is erg nobel om dekens uit te delen aan mensen die kou lijden, maar haalt het ook iets uit?

"Het is het minste dat we kunnen doen. De grote verandering zullen we daarmee niet bewerkstellingen. Dat weet ik. Maar we kunnen hulpgoederen uitdelen, verhalen aan het licht brengen, druk uitoefenen. We laten zien dat, ondanks het dominante discours, er nog altijd mensen zijn die solidaire handelingen stellen op het terrein. N-VA sluit daarvoor de ogen; ze wil dat niet zien. Maar steeds meer burgers organiseren zich.

Het klopt overigens niet dat ons activisme niets uithaalt. Natuurlijk zijn er selfieactivisten en die kunnen we missen als kiespijn. Maar wij zaten in Duinkerke wel samen met de plaatselijke burgemeester en ontmoetten er Jeremy Corbyn. Men lacht soms met mij – zie haar gaan, die zotte activiste – maar ik zat wel mee aan de onderhandelingstafel met een stapel aanbevelingen onder de arm. Als men later op deze periode terugkijkt, zal men zien dat er mensen waren die niet hebben weggekeken en iets hebben proberen doen. Zolang er verzet is, is er hoop."

Op lange termijn is de erfenis van activisme vaak ontnuchterend. De Occupybeweging bijvoorbeeld heeft nauwelijks iets verwezenlijkt.

"Overal waar er onrecht is, komen mensen in verzet. Soms leverde dat niet veel op, zoals de Occupybeweging. Soms maakte het een wereld van verschil, zoals de strijd van priester Daens nu precies 125 jaar geleden of die om de achturendag vanaf eind de 19e eeuw. We moeten dankbaar zijn voor élke strijd. Veel van onze verworvenheden zijn een vanzelfsprekendheid geworden.

Dat is overigens nog een vergelijkingspunt met begin de jaren 1930: de intimidatie van het georganiseerde verzet. Voor N-VA moeten de vakbonden rechtspersoonlijk krijgen en de vakbondspremies omlaag. Lidl-werknemers die het werk neerleggen, worden weggezet als 'krapuul'. Schild & Vrienden steelt op 1 mei in een Gents vakbondsgebouw een vlag. Heel akelig allemaal."

Vanwaar die fixatie op de vakbonden?

"Ze zijn, veel meer dan de oppositiepartijen, de echte tegenmacht in ons land. Het ABVV telt meer dan anderhalf miljoen leden; dat zijn er ontiegelijk meer dan N-VA partijleden heeft. De vakbonden slagen er nog steeds in zaken binnen te halen. Ik kan dus begrijpen waarom men hen monddood wil maken.

De vakbond heeft alles in de handen om het verzet in de toekomst te blijven vormgeven. Maar ze moet ook kritisch zijn voor zichzelf. Ze heeft een imagoprobleem. Ze is te veel deel van het establishment. De vergoedingen voor haar bestuurders zijn te hoog. En het zijn toch vooral wat oudere, blanke mannen die er de plak zwaaien. Ik ben blij dat er met Miranda Ulens en Caroline Copers nu twee vrouwen aan de top staan van het ABVV."

Hoe moet de vakbond van de 21e eeuw er uitzien?

"De vakbonden moeten nog meer haar eigen nieuws maken, zoals ze nu al doen met hun pensioenkrant. Ze moeten niet wachten op het gescheld van de rechterzijde en nog meer inzetten op de eigen verworvenheden. 'Een feestdag? U aangeboden door de vakbond'. Nog meer dan nu het geval is moeten ze, naast individueel dienstbetoon, inzetten op collectieve strijd. Want ook diegenen die nu afgeven op de vakbond genieten wel mee van haar verworvenheden. Willen die echt terug naar een trek-je-plan samenleving?"

Is N-VA niet eerder voorstander van een samenleving met een meer restrictieve sociale zekerheid enkel voor mensen die ertoe hebben bijgedragen, dan voor een echte trek-je-plan samenleving?

"(fel) Dat blijkt dan toch niet uit het beleid. In de sociale zekerheid bespaart men op kap van gepensioneerden en zieken, dat zijn mensen die wel degelijk hebben bijgedragen. Uw stelling klopt dus niet. Iedereen heeft in zijn leven ooit op één of andere manier meegebouwd aan onze sociale zekerheid.

En wat de vluchtelingen betreft. Die hebben niet eens papieren, laat staan dat zij iets kunnen afpakken. Onze sociale zekerheid wordt niet bedreigd door vluchtelingen. Die vallen buiten onze maatschappij. Ze zitten, letterlijk, op de grond aan het Noordstation in Brussel."

Uw strijdvaardigheid werkt aanstekelijk. Want binnen de linkerzijde is een zeker defaitisme geslopen.

"Ook ik heb momenten waar ik me afvraag wat het allemaal oplevert. Activismemoeheid is normaal. Om dat gevoel tegen te gaan, grijp ik terug naar tastbare solidaire handelingen. Ze geven me kracht en hoop. Alleszins meer dan het parlementaire werk dat ik deed in de Kamer.

Weet u, ik maak me oprecht veel zorgen over de verrechtsing van de politiek. Als ik rondkijk in mijn directe omgeving, zie ik dat mensen het nu al heel moeilijk hebben. We kunnen ons dit hardvochtige beleid gewoonweg niet permitteren."

Ook u komt uit een moeilijke thuissituatie met bittere armoede.

"Mijn opa werd met een foldertje geronseld in Marokko om te komen werken in de mijnen. Ook mijn vader heeft in de mijnen gewerkt. Toen de mijnen dichtgingen, was terugkeren naar Marokko geen optie. Ander werk zoeken was lastig aangezien mijn vader geen Nederlands kon. We woonden in een probleemwijk. Op een gegeven moment begon mijn vader drugs te verkopen, waar hij jammer genoeg zelf ook verslaafd aan geraakte. Net als mijn mama, mijn broers en zussen. Toen ik 6 was, stierf mijn vader aan zijn drugsverslaving. Niet veel later verdween ook mijn moeder uit beeld. Ik heb niet echt een makkelijke jeugd gehad."

Hoe heeft u zich daaraan onttrokken?

"Ik heb altijd mijn eigen weg gevolgd. Op mijn 16e ging ik alleen wonen als zelfstandig student met een leefloon van 432 euro. Het was vechten tegen systemen en vooroordelen. De jeugdrechter zei me dat 'kinderen zoals ik' niet verder studeren. Wat zou ik de man vandaag graag terugzien. Ik ben trots dat ik als parlementair medewerker tot in de Kamer ben geraakt."

Jouw broers en zussen hadden minder geluk.

"We zijn met 5 thuis; ik ben de enige die niet in het web van drugs verstrikt is geraakt. Mijn ene broer zit in de gevangenis. Mijn andere broer is twee jaar geleden onder invloed op straat gestorven. Hij was 30. Mijn zussen hebben ook een moeilijk parcours afgelegd. Puur statistisch kan dus 1 op 5 in mijn familie een normaal leven leiden (lacht flauw)."

Is uw familie trots op u?

"Mijn opa wel, ja. Met de rest heb ik niet zoveel contact meer. Het is allemaal wat moeilijk. Als ik mijn broer in de gevangenis opzoek, zegt hij wel dat hij trots is op wat ik doe. Maar ergens voel ik me schuldig dat ik mijn leven heb, en dat hij dat niet kan hebben."

Wie zich ook heeft kunnen opwerken uit uw wijk, is Zuhal Demir. Toch is haar pad helemaal anders dan dat van u.

"Elke familie is anders, natuurlijk. Maar ik vraag me af wat haar drijfveer is. Ik denk ambitie. Een paar jaar geleden was Genk nog het getto voor haar; nu keert ze terug voor de verkiezingen. Ik snap het niet. Zuhal Demir wil, met haar partij, de sociale voorzieningen afbouwen. Voorzieningen waar haar eigen mama van gebruik heeft gemaakt, wat Demir in staat stelde om verder te studeren en de persoon te worden die ze nu is. In onze wijk noemen we mensen zoals zij een Bounty: wit van binnen, zwart van buiten."

Zij kijkt neer op de mensen uit haar wijk?

"Dat vind ik wel. Ik probeer het tegenovergestelde te doen: mijn afkomst gebruiken om mensen moed te geven. Ik vergeet nooit waar ik vandaan kom. Regelmatig geef ik nog lezingen in Genk. Als een jongere me komt vertellen dat de overheid de pot op kan of dat hij drugs wil verkopen, dan neem ik hem mee naar de gevangenis of naar het kerkhof. Ik probeer een inspirerend verhaal te vertellen. Maar het klopt: je krijgt het niet cadeau. Je moet wilskrachtig zijn. Niet iedereen is in staat om te studeren of om zich te onttrekken uit dat milieu; voor die mensen moet er een vangnet zijn."

Heeft uw afkomst ertoe bijgedragen dat u er zo snel de brui aan hebt gegeven in de Wetstraat?

"Absoluut. Ik heb te veel meegemaakt om aan die – vergeef me het woord – 'bullshit' mee te werken. De partijpolitiek was niets voor mij; ze frustreerde me. Ik moest terug naar de basis. Naar het menselijke. Ieder zijn rol. Je hebt mensen nodig in de partijpolitiek, maar je hebt ook mensen nodig aan de rand van de beweging. Ik dacht die twee te kunnen combineren, maar dat bleek onmogelijk."

Foto's: Theo Beck

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 5 (mei), pagina 18 tot 25