Log in

De terugkeer van de oude CVP

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 6 (juni), pagina 42 tot 47

CD&V heeft het niet onder de markt. Binnen de Vlaamse en vooral de federale regering slaagt ze er onvoldoende in het verschil te maken en op lokaal vlak wordt haar machtspositie uitgedaagd door N-VA. Ook intern neemt de zenuwachtigheid toe, getuige enkele recente incidenten omtrent het identiteitsvraagstuk. Maar is de positie van CD&V wel zo benard als ze op het eerste zicht lijkt? Er zijn goede redenen om daaraan te twijfelen, want de huidige CD&V begint op strategisch vlak steeds meer op de oude CVP te lijken. Zowel in de Wetstraat, op het Schoon Verdiep als aan het Schumanplein.

WETSTRAAT

De middenstand regeert het land
Lorenzo Terrière
N-VA-ministers: tussen tweet en daad
Jan Cornillie
De terugkeer van de oude CVP
Steven Van Hecke

CD&V heeft het niet onder de markt. Binnen de Vlaamse en vooral de federale regering slaagt ze er onvoldoende in het verschil te maken en op lokaal vlak wordt haar machtspositie uitgedaagd door N-VA. Ook intern neemt de zenuwachtigheid toe, getuige enkele recente incidenten omtrent het identiteitsvraagstuk. Maar is de positie van CD&V wel zo benard als ze op het eerste zicht lijkt? Er zijn goede redenen om daaraan te twijfelen, want de huidige CD&V begint op strategisch vlak steeds meer op de oude CVP te lijken. Zowel in de Wetstraat, op het Schoon Verdiep als aan het Schumanplein.

Eerst een bekentenis. De openingszin van de inleiding is een autocitaat. 'CD&V heeft het niet onder de markt' was het zinnetje waarmee ik een opiniebijdrage over de Vlaamse christendemocraten begon in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van … 2012, exact zes jaar geleden. Bij de parlementsverkiezingen van 2010 had de partij haar marktleiderschap verloren aan N-VA en in de tripartite coalitie van Elio Di Rupo kwamen de christendemocraten maar moeilijk uit de verf. In de aanloop naar de lokale stembusslag beukten de Vlaamse nationalisten genadeloos in op de zogezegde belastingsregering. Veel lijkt dus hetzelfde te zijn gebleven, toch aan de zijde van christendemocraten. De critici die toen de spoedige ondergang voorspelden, zullen niet graag aan hun woorden worden herinnerd. Maar diegenen die een plotse heropstanding vermoedden, waren er eveneens aan voor de moeite. Toegegeven, CD&V hield op lokaal vlak weliswaar stand in 2012 maar dat N-VA het Antwerpse stadhuis veroverde, bepaalde de perceptie van overwinnaars en verliezers. Bart De Wever kon burgemeester van de grootste stad van Vlaanderen worden, onder meer dankzij de enkele CD&V-zetels. De coalitie zou een voorafspiegeling worden van de Vlaamse en federale formaties van 2014.

Dat is meteen ook een eerste les uit een niet zo ver verleden: niet alles wat we vandaag als uniek, exclusief, ongezien of historisch bestempelen in de politiek (en in de Wetstraat in het bijzonder) is dat bij nader toezien ook.

Neem nu het verwijt dat de CD&V-excellenties onvoldoende uit de verf komen. Ten eerste is dat geen homogene groep die ofwel goed of slecht scoort, net zomin als dat voor de N-VA- of de Open VLD-ministers geldt. Ten tweede wisselt de perceptie over de bestuurskracht voortdurend. Het kneusje van gisteren is de held van vandaag, een breed draagvlak bij de publieke opinie incluis. Drie belangrijke criteria om ministers te evalueren zijn wel relevant (maar daarom nog niet politiek sexy): loyaliteit binnen de regering, trouw aan het partijprogramma en het oordeel van de oppositie. Dit laatste is te verstaan als: laat een minister de politieke tegenstrevers koud, of roept haar of zijn beleid ofwel weerstand ofwel bijval op? Interessante vragen dus voor respectievelijk de premier en de minister-president, de factcheckers en de experten van de verschillende beleidsdomeinen. Uitkijken dus naar alle rapporten die in de aanloop naar de volgende stembusslag zullen verschijnen. Ik heb een sterk vermoeden dat partijvoorzitter Wouter Beke nauwgezet zal meelezen, want dat zijn partij ook na 2019 nogmaals met hetzelfde politiek personeel - versta: de ministers van 2011-2014 - op de proppen zal komen, gesteld dat ze opnieuw toetreedt tot de regeringen, lijkt eerder onwaarschijnlijk.

EEN PARTIJ ALS EEN ANDER

CD&V is evenmin de enige partij die te lijden heeft onder de door N-VA aangevoerde polarisering van het politieke debat. Migratie en identiteit zijn ook voor de andere traditionele partijen - Open VLD en sp.a - heikele thema's waarbij nauwelijks (electoraal) te winnen valt. Voor CD&V is dit weliswaar extra uitdagend aangezien compromis en verzoening van tegengestelde belangen tot het DNA van de christendemocratie behoren. En hoe kleiner de partij, hoe minder ver dat interne compromis draagt. Wat baat het immers dat in de schoot van CD&V vertegenwoordigers van de verschillende sociaaleconomische standen tot een akkoord komen - pakweg over het probleem van de lage arbeidsparticipatie bij dat deel van de beroepsbevolking met een migratieachtergrond - als ze daarmee niet kan wegen op het maatschappelijke debat, bij gebrek aan eigen soortelijk gewicht.

Dat is ooit wel anders geweest. Net door haar electorale sterkte kon CVP destijds haar interne compromissen opleggen aan de bredere samenleving. Dat werd ook in zekere zin aanvaard, net omdat ze een centrumpositie innam. Tegelijk werd het uiteraard bevochten door de politieke tegenstanders maar na verloop van tijd niet meer ongedaan gemaakt zoals dat in een meerderheidsdemocratie het geval is. Aan die consensuscultuur kwam voortijdig een einde toen CVP voor het eerst naar de oppositiebanken werd verwezen. De kracht van de paars(groen)e regeringen lag er precies in dat ze een alternatief konden brengen, los van en buiten de vermaledijde christendemocraten. Die electorale centrumpositie heeft CD&V nooit meer kunnen heroveren, de kartelperiode enigszins uitgezonderd.

De tijd van de oude CVP komt dus niet meer terug. De Vlaamse christendemocraten waren electoraal zo sterk dat ze hun coalitiepartners voor het kiezen hadden, tot grote frustratie van de andere partijen. Die situatie komt vandaag alleen nog op lokaal vlak voor, en dan vooral in de meest landelijke gebieden. Intussen heeft CD&V zodanig veel kiezers verloren dat ze nu een partij is als een ander.1 (Maar niet altijd in de electorale perceptie. Een CD&V-score zou voor pakweg de groenen een overwinning zijn, maar de christendemocraten worden uiteraard altijd herinnerd aan hun betere scores uit het verleden. Cijfers worden immers relatief geïnterpreteerd, ook en vooral tijdsrelatief.) N-VA lijkt de rol van electorale marktleider te hebben overgenomen. Of ze daarmee ook een volkspartij is geworden, is een andere vraag maar louter rekenkundig dient nu meer dan ooit met de Vlaams-nationalisten rekening te worden gehouden. Alleen op lokaal vlak weegt de N-VA nog niet zwaar genoeg. En dat is precies de inzet van 14 oktober aanstaande: wie is de grootste?

CD&V

DE TERUGKEER VAN DE OUDE CVP

Hoewel. De huidige CD&V begint steeds meer op de oude CVP te lijken. Niet electoraal, maar strategisch. In scherp contrast met de oude CVP kiest N-VA voor een polarisatiemodel. Ze vaardigt namelijk exclusieven uit. Er zijn partijen waarmee ze niet wil regeren, zoals de socialisten en de groenen (naast Vlaams Belang, maar daarmee wil geen enkele partij in zee). Tegelijk heeft ze een voorkeur voor coalities met de christendemocraten en de liberalen, terwijl ze die electoraal sterk bekampt. Die strategie is dus zowat het tegenovergestelde van de oude CVP. CVP hield strategisch net iedereen te vriend zodat ze naar hartenlust een meerderheid kon vormen. Daarin werd ze natuurlijk geholpen door haar al eerder genoemde centrumpositie in het politieke landschap. Pas toen ze electoraal te veel pluimen had gelaten en haar relatieve meerderheidspositie verloor, viel die strategie in duigen. Enter paars.

De ironie wil nu dat N-VA een grote afkeer heeft voor het paarse 'experiment' maar tegelijk een gelijkaardige communicatie ontwikkelt: verandering door komaf te maken met de gebruiken uit het verleden. En los van de klassieke machtscenakels het beleid voeren dat op de steun van de bevolking kan rekenen. Die stijl spaart niemand en levert N-VA behoorlijk wat vijanden op, to say the least. Die rekening wordt mogelijks al eind 2018, uiterlijk midden 2019 gepresenteerd, als het van haar politieke tegenstrevers afhangt. Het antwoord van N-VA ligt klaar: bij een overwinning (versta: Bart De Wever blijft op het Schoon Verdiep) zal de partij een mandaat vragen voor de verderzetting van haar beleid dat alleen kan worden gegarandeerd met een electoraal voldoende sterke N-VA. Bij verlies wentelt de partij zich in haar slachtofferrol en is het tot aan de volgende verkiezingen meer dan ooit één tegen allen.

Door de afkalving van de socialisten en de liberalen is paars echter geen alternatief voor N-VA. Alleen samen met de christendemocraten kan er weerwerk worden geboden tegen de Vlaams-nationalisten. Tegelijk is door haar electorale afkalving CD&V allang geen bedreiging meer voor de andere traditionele partijen. Idem voor verschillende levensbeschouwelijke standpunten. Sterker, wat zouden sp.a en Open VLD beginnen zonder N-VA én zonder de christendemocraten? Conclusie: CD&V heeft momenteel alleen vrienden in de Wetstraat. Ze dienen weliswaar als gemakkelijke schietschijf maar ook N-VA kan zonder de christendemocraten niet deelnemen aan de macht. Tegelijk is er geen enkele andere partij die het onmogelijk acht om met CD&V te regeren. Zelfs de groenen niet, die ooit - net zoals de Volksunie destijds - mede ontstaan zijn uit verzet tegen de door CVP gedomineerde zuilenpolitiek. Met dank aan N-VA en haar verloren kiezers lijkt de huidige CD&V van vandaag op de oude CVP: de aloude king maker die het politieke schaakbord domineert. De post-electorale positie van CD&V is met andere woorden benijdenswaardig. Daarmee is echter geenszins de pertinente pre-electorale vraag beantwoord: waarom vandaag op CD&V stemmen? (Hetzelfde geldt trouwens voor Open VLD) Wie op Vlaams of federaal niveau de verderzetting van het huidige beleid voorstaat of een machtswissel beoogt, weet dankzij de exclusieven van N-VA waar aan te kloppen.2

HERUITZENDING VANUIT ANTWERPEN

Terug naar 2012. De keuze die CD&V toen in Antwerpen heeft gemaakt, is cruciaal gebleken voor de rest van Vlaanderen en België. In weerwil van zijn verkiezingsoverwinning kwam Bart De Wever enkele zetels tekort om een alternatieve meerderheid het Schoon Verdiep binnen te loodsen. Dankzij de Stadslijst met sp.a (meer zetels dan de christendemocraten louter mathematisch recht op hadden) en de keuze van havenschepen Marc Van Peel (om de Stadslijst op te breken), bracht CD&V N-VA aan de macht. Naar verluidt deed Van Peel dit zonder het partijhoofdkwartier in Brussel te raadplegen. We spreken hier immers over de Antwerpse metropool, nietwaar. Maar de gevolgen waren wel ver daarbuiten merkbaar. N-VA kon vanuit het Schoon Verdiep de regering-Di Rupo aanvallen en aan de kiezers een mandaat vragen om de verandering ook buiten Antwerpen waar te maken. (Merk op dat N-VA bij de provincieraadsverkiezingen door de traditionele partijen, die dus samen de regering-Di Rupo vormden, overal uit de bestendige deputaties werden gehouden, behalve in Antwerpen waar het rekenkundig onmogelijk was.) In 2014 slaagde De Wever glansrijk in die opdracht: de Vlaamse en de federale regering werden een afspiegeling van zijn Antwerpse coalitie.

In het binnenloodsen van N-VA had Marc Van Peel evenwel niet de primeur. Dat was reeds bij de Vlaamse formatie in 2009 gebeurd. Zeer tegen de zin van de toenmalige premier, Herman Van Rompuy, koos CD&V niet voor haar federale coalitiepartners maar voor haar voormalige kartelpartner N-VA. De architect van dienst was… toenmalig minister-president Kris Peeters. Daarmee kan natuurlijk geen voorschot gegeven worden op diens keuze wat coalitiepartners betreft in Antwerpen dit najaar, maar het bevestigt wel dat in diens handen en met een zekere overdrijving het lot van Vlaanderen en België rust, net zoals dat bij Van Peel het geval was in 2012. Want tot spijt van wie (buiten Antwerpen) het benijdt, het is zonneklaar dat de samenstelling van de Antwerpse coalitie en met name de burgemeestersfiguur de toon van de campagne van 2019 zal bepalen, zo niet de voorafspiegeling van de nieuwe coalities op Vlaams en federaal vlak. Is de komst van federaal vicepremier Peeters naar Antwerpen daarom inderdaad een regelrechte aanval op huidig burgemeester De Wever, zoals de betrokkene al meermaals zelf heeft laten uitschijnen? Geenszins. Zonder Peeters dreigt CD&V in Antwerpen electoraal irrelevant te worden, terwijl de N-VA-voorzitter de zetels van de christendemocraten absoluut nodig heeft om zijn meerderheid te behouden. Want stemmenverlies voor CD&V zou wel eens eerder de partijen van de oppositie dan die van de uittredende meerderheid ten goede kunnen komen. Tenzij ze door de kiezers nog verder worden afgestraft, is zelfs in Antwerpen een strategische terugkeer van CVP niet ondenkbaar.

EUROPESE MACHTSPOLITIEK

De oude CVP duikt zelfs op in Europa, met name in de gedaante van de Europese Volkspartij (EVP). Op Europees vlak hebben de christendemocraten, samen met de conservatieven en hun andere partijgenoten, wel nog voldoende electorale sterkte om incontournable te zijn. Dat is alleszins het geval voor haar fractie in het Europees Parlement maar het toont zich ook in de talloze machtsposities die ze momenteel bezet. Ooit is ze nog belangrijker geweest, toen ze meer staatshoofden en regeringsleiders tot haar rangen mocht rekenen, maar dat is eigenlijk minder relevant. Want macht is relatief: de EVP heeft haar centrale positie ook te danken aan haar zwakkere en verdeelde tegenstanders. Na 2019 zal daar trouwens niet snel verandering in komen. De tweede grote familie, die van sociaaldemocraten en socialisten, gaat er wellicht op achteruit en met de Brexit krijgt de EVP er een extraatje bij. Omdat ze niet vertegenwoordigd is in het Verenigd Koninkrijk kan ze er ook geen europarlementsleden verliezen, in tegenstelling tot de meeste andere fracties van het Parlement.

Zo'n machtspositie houdt natuurlijk een grote verantwoordelijkheid in – slaagt de EVP erin het verschil te maken in Europa? – en maakt haar een gemakkelijk maar niet onlogisch voorwerp van dikwijls scherpe kritiek, een beetje zoals de strijd tegen de CVP-staat van weleer. Dat is zeker het geval als het aankomt op het gedrag van enkele van haar boegbeelden (Silvio Berlusconi) of het spagaat tussen de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Hongaarse premier Viktor Orbán. Dat de EVP Orbán niet dumpt, is volgens critici het bewijs dat, ook net zoals bij CVP, de EVP alles om het even is, inclusief anti-Europees populisme in eigen schoot, behalve de macht.3 Afgezien van de even lastige vraag waarom Orbán per se bij de EVP wil blijven met wie hij zo regelmatig op ramkoers zit, is het voor CD&V niet eenvoudig om hier weerwerk te bieden. De traditionele christendemocraten staan binnen de EVP niet meer zo sterk als voorheen en het helpt niet dat uitgerekend haar grote belager N-VA regelmatig de vinger op de wonde legt. De Vlaams-nationalisten kunnen dat politiek nagenoeg kosteloos doen want kritiek leveren vanuit het Europees Parlement op alles en iedereen die zich tot de pro-Europese zijde bekent, heeft voorlopig weinig of geen repercussies (op de posities van de regeringen waarvan N-VA deel uitmaakt) op Vlaams en federaal vlak, al zet dit sinds de Catalaanse kwestie vooral premier Charles Michel onder druk. De kleine, meer naar de linkerzijde van het politieke spectrum neigende CD&V die onmogelijk in staat is haar stempel te drukken binnen de grote eerder rechtse EVP maar zich toch genoodzaakt voelt loyaal het palmares van de EVP-kopstukken en hun Europees beleid te verdedigen, doet onmiskenbaar parallellen oproepen met haar positie in de federale regering. Zich onttrekken aan dat spagaat wordt hopelijk het meest spannende en leerrijke wat de Wetstraat en het Schumanplein ook na de stembusslag van oktober te bieden heeft.

Voetnoten

  1. Steven Van Hecke (2014). 'Een partij als (g)een ander. De Vlaamse christendemocraten tussen gisteren en vandaag'. In: Stemtest. Wegwijs in de politieke partijen van België van 1830 tot heden, Averbode: Uitgeverij Averbode, pp. 13-17.
  2. Evenmin is daarmee een antwoord gegeven op de vraag naar het ideologische verschil. Dat is weliswaar elders en eerder gedaan: Dries Deweer & Steven Van Hecke (reds.), 'Demens centraal. Essays over het personalisme vandaag en morgen', Kalmthout: Pelckmans, 2017. Zie de recensie van Niels Morsink verderop in dit nummer.
  3. Steven Van Hecke & Alex Andrione-Moylan (2018). 'Between Collaboration and Demarcation. The European People's Party and the Populist Wave'. In: Günther Pallaver, Michael Gehler & Maurizio Cau (eds.) Populism, Populists, and the Crisis of Political Parties. A Comparison of Italy, Austria, and Germany 1990-2015, Bologna: Il Mulino; Berlin: Duncker & Humblot, pp. 239-258.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 6 (juni), pagina 42 tot 47