Abonneer Log in

Meer huisbezit, minder armoede bij ouderen?

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 6 (juni), pagina 26 tot 27

Er is een beter alternatief dan brede fiscale steunmaatregelen voor woningbezit: verhoog het wettelijk pensioen.

In een recent artikel plaatsen Sarah Kuypers en Ive Marx, van het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck (UAntwerpen), de Belgische armoedecijfers in een nieuw kader. Door vermogen mee in hun analyse op te nemen, verdwijnt één van de voornaamste groepen armen nagenoeg volledig uit de cijfers, namelijk de ouderen. Echt nieuw is dit inzicht niet. Het is ook heel logisch. Met de pensionering valt het inkomen immers sterk terug. Wie dan een afbetaalde eigen woning heeft, kan het volledig pensioen gebruiken om van te leven. Maar voor wie geen eigenaar is (en meestal vroeger al een lager inkomen had en nu ook een lager pensioen dan de eigenaars), blijft de huur levenslang een bijzonder grote hap uit het inkomen nemen. Een zeer groot deel van hen leeft in armoede.

De conclusie lijkt dan ook voor de hand te liggen: geef iedereen de kans om eigenaar te worden en het armoederisico onder ouderen zal dalen. Kuypers en Marx zijn in hun conclusie iets voorzichtiger. En zelfs Bart Haeck, die het nieuws bracht in De Tijd (15/05), schreef het niet letterlijk zo. Maar velen hebben het wel zo gelezen. In De Standaard (23/05) versterkte Filip Michiels de mogelijke conclusie met het bericht dat volgens een OESO-studie de vermogensongelijkheid in België erg laag is in vergelijking met andere landen, dankzij … het breed verspreide woningbezit. Verwijzend naar het stuk van Lorenzo Terrière verderop in dit nummer is financiële steun voor eigen woningbezit alvast een mooie vis om uit te zetten in de vijver van de middenklasse. Een goede aanleiding om ons af te vragen of zo'n beleid werkelijk de armoede onder ouderen vermindert.

Een woning verwerven wordt in België al meer dan een eeuw lang gestimuleerd via een voordelige fiscale behandeling. Maar of het hoge aandeel eigenaars hier een verklaring in vindt, is wetenschappelijk sterk aangevochten. Collega's economie van de KU Leuven toonden reeds eerder aan dat fiscale steun in België zich vertaalde in prijsstijgingen en dus niet bijdroeg tot de betaalbaarheid van de woning, en zo mogelijk ook niet tot meer eigenaars. Voor de Verenigde Staten publiceerde het gezaghebbende American Economic Review recent een artikel dat zelfs een negatief effect van fiscale steun op eigendomsverwerving vaststelde.

Naast vragen bij de effectiviteit is er ook de verdelingskwestie. HIVA-collega Kristof Heylen berekende dat van de diverse fiscale voordelen voor een eigen woningbezit ongeveer 60 à 70% terechtkomt bij de 40% hoogste inkomens. De laagste inkomens blijven ervan uitgesloten, omdat ze zelfs ondanks deze voordelen geen eigenaar kunnen worden.

Voor meer gerichte steun, zoals bij sociale leningen, gaan beide kritieken minder op. De positieve effecten hiervan zijn aangetoond. Maar als het er over gaat armen kansen te bieden op een eigen woning, heeft ook dit instrument zijn grenzen. Zelfs met hoge overheidstussenkomst zal hun inkomen te laag zijn om een lening te kunnen afbetalen of de minimaal vereiste eigen inbreng op tafel te leggen. Ook die eigen inbreng zou de overheid in principe kunnen overnemen. Maar de kans is groot dat dan erg slechte woningen worden aangekocht en de eigenaars na de aankoop geen middelen meer overhouden om te renoveren. Daartegenover staat dat - als ze de afbetaling kunnen volhouden - die eigenaars wel woonzekerheid genieten, een luxe die arme huurders niet altijd gegund is.

De ongelijke fiscale behandeling van huur en eigendom heeft tot slot negatieve effecten voor de huurmarkt. De prijsstijgingen veroorzaakt door fiscale voordelen, zetten druk op de rendementen op verhuur. Alvast bepaalde types woningen (vooral grotere gezinswoningen) lijken hierdoor uit de huurmarkt te verdwijnen. De 'betere' huurders vertrekken uit de huursector en daarmee nemen de risico's verbonden aan verhuren toe. Wie gedwongen is te blijven huren, vindt mogelijk geen geschikte woning, of krijgt te maken met selectie door verhuurders. Opnieuw zijn vooral de meest kwetsbare huurders de dupe.

Als de vraag dus is hoe armoede onder ouderen kan worden verminderd, is er volgens mij een beter alternatief dan brede fiscale steunmaatregelen voor woningbezit: verhoog het wettelijk pensioen. In een land waar de pensioenen hoog genoeg zijn, is het niet nodig een woning te bezitten om op latere leeftijd nog goed te kunnen leven. Mensen zullen zich er vrijer voelen om te verhuizen wanneer ze elders een (meer) geschikte job vinden, wanneer hun woning te groot wordt of wanneer ze liever dichter bij familie of zorgvoorzieningen gaan wonen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 6 (juni), pagina 26 tot 27