Abonneer Log in

Niemand zal hier slapen vannacht

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 6 (juni), pagina 77 tot 79

Niemand zal hier slapen vannacht

Rachida Aziz
epo, Antwerpen 2017

Niemand zal hier slapen vannacht is een krachttoer. Aan de hand van een aantal bepalende en treffend beschreven gebeurtenissen uit haar leven, analyseert Rachida Aziz vlijmscherp hoe onze samenleving posities toebedeelt en daarmee de vele mensen die niet aan de maatschappelijke norm beantwoorden geweld aandoet. 'Er werd niets van mij verwacht', schrijft Aziz, 'een waarzegster was niet nodig om mijn lot te voorspellen. Een blik op de statistieken volstond. Mijn leven zou zich afspelen in de marge […]' (p.13). In dit boek zoekt en vindt ze de woorden om haar conditie – 'mezelf en mijn plaats in de maatschappij' (p.15) – haarscherp te beschrijven en analyseren. Ze beschrijft het als 'mijn eigen dekolonisatieproces' (p.15), een volgehouden, maar uitputtende en pijnlijke reeks pogingen om zichzelf te bevrijden van de categorieën die de maatschappij voor haar bedacht heeft en die haar in een ondergeschikte positie houden. Daarvoor 'moest ze zelf de antropologe, historica, psychologe, filosofe en sociologe worden', om uit 'de pijn van 25 verstilde jaren' (p.16) de kennis te ontwikkelen die haar kan helpen zich te bevrijden van het gewicht van sociale structuren.

Als filosofe neemt Aziz eerst het Verlichtingsproject onder vuur, althans de dominante versie ervan die volgens haar doordrongen is van racisme en superioriteitsdenken. Rechten en vrijheden werden – en worden nog steeds – enkel toegekend aan zij die als 'beschaafd' gecategoriseerd worden. De echte Verlichting situeert Aziz bij diegenen die hun rechten opeisen tegen dit superioriteitsdenken in, of ze nu arbeider, vrouw of van kleur zijn. Als antropologe neemt Aziz witheid als maatschappelijke norm op de korrel. Ze toont met anekdotes uit haar eigen kindertijd aan hoe en wanneer ze zelf begon te beseffen dat ze in de ogen van de haar omringende witte samenleving 'de andere' is en trekt dit door naar hoe het concept van witheid de voorbije eeuwen door schrijvers, wetenschappers en politici gecreëerd is.

Als sociologe ontdekt Aziz het begrip institutioneel racisme. Ze stelt dat de regelmatig terugkerende collectieve afkeuring van stuitende gevallen van individueel racisme vooral als een zuiveringsritueel dienen om de aandacht af te leiden van meer diepgewortelde patronen van racisme in onze samenleving. Als feministe deconstrueert ze de geschiedenis van het feminisme zoals die in veel geschiedenisboeken terug te vinden is. Al te veel vrouwen die zich lang voor de officiële geboorte van het feminisme op het einde van de 19e eeuw tegen het patriarchaat verzetten, zijn weggewist uit de geschiedenis ervan. Zo is de Egyptische koningin Cleopatra geen manipulatieve, beeldschone vrouw, maar een belezen en welbespraakte intellectueel. Aziz bekritiseert ook een feminisme dat de strijd voor vrouwenrechten niet verbindt met de strijd tegen racisme. Ze haalt de historische 'mythe van de zwarte verkrachter' aan om te tonen hoe racisme zelfs de strijd van vrouwen ondermijnt.

In een bijzonder sterk hoofdstuk in het boek schrijft Aziz als dochter over haar vader. 'Als ik en mijn generatiegenoten inzicht willen krijgen in onze situatie, dan moeten we het lot van onze ouders begrijpen', stelt Aziz (p.179). Een normaal generatieconflict is onmogelijk voor kinderen van gastarbeiders. Kritiek op hun ouders en hun manier van opvoeding wordt door de dominante groep in de maatschappij omgebogen tot kritiek op een hele gemeenschap. Het komt neer op het zich desolidariseren van ouders die grote offers gebracht hebben om hun kinderen een betere toekomst te geven. Terwijl haar vader zorg droeg voor de thuiscultuur en droomde van terugkeren, zag Aziz als jongere die geboren en getogen is in België geen andere keuze dan hier haar plek in de maatschappij opeisen. Haar culturele referenties zijn anders dan die van haar vader, maar de thuiscultuur die hij cultiveerde bood desalniettemin een beschermende omgeving in een vijandige samenleving aan. Aziz schrijft: 'Terugkeren was zijn droom. Onze wortels zaten verstrengeld in zijn ontworteling. Wij hadden geen homeland. De twee maanden vakantie per jaar maakten van Marokko niet ons thuisland.' (p.185)

In een ander hoofdstuk, getiteld 'lijdend voorwerp', beschrijft Aziz hoe leeggezogen ze zich voelt na weer maar eens opgetreden te hebben in een publiek debat waar ze onophoudelijk gereduceerd wordt tot de vertegenwoordiger van een groep, van het 'moslimprobleem', en dus niet zoals anderen naar waarde geschat wordt als een individu met een eigen mening. 'Terwijl wij al tientallen jaren zwoegen om iets te verhelpen aan de onwetendheid van de witte dominante groep, vloeit onze energie weg', schrijft Aziz. En ze voegt er aan toe: 'Dat is ook net de bedoeling van die debatten. Onze inspanningen worden in die bodemloze put gestort en ondertussen hebben wij geen energie meer om onszelf te organiseren, om te bouwen aan alternatieven.' Voor Aziz is het een ongezonde, zelfs destructieve relatie, waar ze uit wil stappen. Geen eindeloze, zinloze debatten over pakweg de hoofddoek meer, want om bewijsvoering en argumenten draaien die discussies helemaal niet. Weglopen en alle energie in eigen projecten steken en de 'witte' wereld irrelevant maken, dat is volgens Aziz de manier om de krachtsverhoudingen te keren.

Aan het einde van een boekbespreking volgen doorgaans kritische bedenkingen. Niet deze keer. Je zou kunnen opwerpen dat de oproep van Aziz om alle energie te concentreren op eigen projecten weinig kans maakt gezien de machtsverhoudingen in een steeds verder verrechtsend politiek klimaat of dat het verschuiven van de demografie richting superdiversiteit niet automatisch resulteert in de voor die strategie benodigde kritische massa. Die bedenkingen miskijken zich echter op wat dit boek zichtbaar maakt. Het argument van Aziz om de 'witte wereld' – die voor alle duidelijkheid weinig te maken heeft met huidskleur maar wel met een maatschappelijke norm die uitsluit – de rug toe te keren, ontleent haar legitimiteit aan de persoonlijke en maatschappelijke strijd die ze meer dan 250 pagina's lang beschrijft. Wie de conclusie van Aziz betreurt, er een afwijzing of een terugplooien op de eigen groep in ziet, kan best de urgentie van haar analyse onder ogen zien. Spreken zal het vertrouwen niet herstellen, enkel handelen kan dat.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 6 (juni), pagina 77 tot 79