Log in

Aalst: hoofdstad van de humor

MIJN GEMEENTE, VK 14/10

Als we de nieuwssites mogen geloven staat de wereld in brand. Laat Aalst hem dan blussen met wat deugddoende humor!

Onlangs lieten we met Over.morgen, het collectief van een groep inwoners die proberen een langetermijnvisie rond Aalst te ontwikkelen, ons licht schijnen over citymarketing. Ondanks het feit dat er in Aalst heel wat beweegt zit de perceptie in de rest van Vlaanderen nog lang niet goed. Aalst is de stad van carnaval, alcoholmisbruik, sociale wantoestanden en De Helaasheid Der Dingen. Dat imago strookt alsmaar minder met het huidige Aalst. De stad zit in een stroomversnelling en dus dachten we: laat ons eens nadenken over een juist imago voor Aalst. Eentje dat onze stad verdient. Steden met een sterk imago zetten in op één ding. Om daar dan voluit voor te gaan. Niemand kende Bilbao tot wanneer er een prachtig museum gebouwd werd. Wie zou er naar het midden van de Nevadawoestijn willen trekken als er geen stad was waar je dag en nacht kon gokken? Wat valt er in Cannes te beleven buiten het filmfestival? Elke stad heeft vele troeven maar het is belangrijk om om op één facet in te zetten en dat maximaal te exploiteren. Aalst is een stad met vele pijlers: zorgstad, sociale stad, shoppingstad, stad met de mooiste bib van Vlaanderen, enzovoort.

Maar Aalst onderscheidt zich van de rest van de wereld door het feit dat er in de stad met alles en iedereen gelachen mag worden, en in de eerste plaats met zichzelf. Dat zit in het DNA van de Aalstenaar. Lachen want anders gaan we wenen. Historisch gezien is Aalst een fabriekstad waar de omstandigheden voor arbeiders vaak niet goed waren. Op het Belfort prijkt al eeuwenlang de leuze Nec spe, nec metu (Hoop noch vrees). Het leven was hard, dus konden we er maar beter om lachen want anders werd het ondraaglijk. Humor als zuurstof voor het leven. En dat is wat de Aalstenaar uniek maakt. Satire en zelfspot als sterkste wapen. En als we daar nu eens ons unique selling proposition van maken? Aalst, stad van de humor. De bekendste uiting vandaag is het carnaval waarin niets of niemand gespaard blijft van een satirische blik. Cirk is een geestig straatcircus-festival in augustus dat jaarlijks groter wordt. Waarom geen festival van de komische film in Aalst? Of een onnozele sportwedstrijd van staatsbelang? In de Tjechische stad Brno organiseren ze jaarlijks een Silly Walk March in de beste Monty Python-traditie. In Aalst kunnen wij dat beter. In Schotland is er de jaarlijkse 'Fret in Broek'-wedstrijd waarin deelnemers zo lang mogelijk een Fret in hun broek moeten verdragen. Het record staat op vijf uur en dertig minuten. In Aalst doen we veel beter. Aalst kreunt over een tekort aan toeristen. Terwijl het tussen Brussel en Gent ligt, en op weg naar Brugge.

Als toeristen weten dat ze in Aalst de tijd van hun leven kunnen hebben door eens goed met alles en iedereen te lachen gaan we hopelijk hotels moeten bijbouwen. Als toeristen even checken wat de 'must sees' en 'must do's' wat een stad zijn zit daar steevast een monument of beeld met bijgeloof bij. Denk maar aan de Trevi-fontein in Rome waar je geld moet ingooien om geluk in de liefde te hebben en in Brussel wrijft iedereen over de gouden arm van t'Serclaes. Als je over de neus van het Albert Einstein Memorial in Washington wrijft zou je slimmer worden. Zoiets hebben wij ook in Aalst nodig. De stad heeft altijd een volks karakter gehad en waarom dat niet omarmen door een prachtig monument? Vele volksfiguren zijn lang uit het straatbeeld verdwenen. Maar mensen boven de 50 herinneren zich allemaal nog de Poesjkapelle: een volkse vrouw die met twee stokken liep, alles en iedereen uitschold en vervolgens in haar broek plaste. Als we daar nu eens een mooi bronzen beeld van maken dat iedereen uitscheldt in het Oiljsters? Vanop de terrassen kan je zien hoe toeristen uitgescholden worden door een vervlogen volksfiguur die nadien eens goed in haar broek doet. Je kan tegenwoordig prachtige dingen doen met fonteinen, denk maar aan Manneken Pis in Brussel.

Om te zorgen dat er in elke communicatie van de stad, hulpdiensten, horeca, middenstand… humor zit is er een humorraad die waakt over de dosis humor in de stad. Niemand krijgt graag een parkeerretributie. Als daar iets geestigs op te lezen staat is de pijn al 20 procent minder. Die humorraad wordt voorgezeten door een jaarlijkse stads-humorist. En die reiken elk jaar de 'Gouden Odillonekes' uit. Prijzen voor één ieder die humor in zijn leven gebruikt heeft om de wereld rondom hem of haar aangenamer te maken. De prijs voor beste komische duo zou dit jaar naar Trump & Kim Jung Un kunnen gaan.

In een wereld die kreunt onder gebrek aan relativering zou Aalst het mondiale voorbeeld kunnen zijn. Als we de nieuwsites mogen geloven staat de wereld in brand. Laat Aalst hem dan blussen met wat deugddoende humor! Altijd welkom om eens met onze stad te komen lachen. Want wie laatst lacht, woont tegenwoordig in Aalst.

Deze bijdrage verscheen in de reeks Mijn Gemeente, VK 14/10