Log in

Deurne: district zonder centrum, pleisterplaatsen of sociale mix

MIJN GEMEENTE, VK 14/10

Hoewel ik nergens langer heb gewoond, voel ik mij niet echt een Deurnenaar en ik weet niet of dat ooit zal lukken.

Ik ben in Deurne aangeland in 2001, verliefd geworden op een vervallen kasteeltje dat ik met een groepje vrienden heb gekocht. Het 19e eeuwse neorenaissancekasteel, met koetshuis, remise en grote tuin, werd door de stad Antwerpen verkocht voor weinig geld en het bood de kans een cohousingproject vorm te geven. De vijf gezinnen die de sprong waagden, wonen er nog steeds en hebben het zich het nog geen moment beklaagd. Ondanks Deurne.

Hoewel ik nergens langer heb gewoond, voel ik mij niet echt een Deurnenaar en ik weet niet of dat ooit zal lukken. Wat is er dan mis met dit Antwerpse district, volkrijker dan de meeste Vlaamse steden?

Ten eerste heeft Deurne niet echt een centrum. Zijn districtshuis ligt in het Rivierenhof, het grootste park van Antwerpen dat Deurne opsplitst in Zuid en Noord. Deurne-Zuid is over het algemeen residentiëler met mooie eengezinswoningen, rustige straten en tuinwijken zoals Unitas. Deurne-Noord, dat is de urbanistische puinhoop van het Sportpaleis, troosteloze stedelijke canyons als de Bisschoppenhoflaan, uitgeleefde hoogbouw als de Bosuil met een al even afgeleefd voetbalstadion, dat zijn wijken zoals de Confortawijk met huizen die klein maar ook betaalbaar zijn. Steden met twee gezichten zijn er genoeg, maar meestal hebben die een kern die smoel en soms ziel geeft aan het geheel. Deurne heeft dat niet.

Ten tweede heeft Deurne, en zeker het Noorden waar ik woon, geen pleisterplaatsen die mij aantrekken. Er zijn omzeggens geen cafés, restaurants, musea of cultuurplekken waar ik naartoe kan of wil. Het is op dat vlak zowat het tegendeel van Zurenborg, met zijn Dageraadplaats – centrum en hart van de buurt − en andere places to be, zijn mooie herenhuizen, zijn uitstekende middenstand, zijn fancy straatfeesten, zijn nette straten. Ik heb er een tiental jaar gewoond voor ik naar hier verhuisde. De bondage lukte er wel.

Ten derde de sociale samenstelling van de wijk. Geen bakfietsende gutmenschen zoals op Zurenborg, hagelwit, burgerlijk, goed verdienend en met een hart voor hoge cultuur. Deurne-Noord is heel veel diverser. De bewoners komen uit alle windstreken en velen zijn arm. Grote gezinnen in kleine huizen. De druk op de openbare ruimte is er groot. De straten en pleinen zijn plaatsen van sociaal contact, maar ook van conflict. Ze liggen er dikwijls vuil bij, hoe goed de reinigingsdiensten ook hun best doen. Er worden veel drugs gedeald en ook al eens een granaat gesmeten. Ik wil deze dark side van grootstedelijkheid niet overdrijven, het blijft tenslotte Antwerpen waar alles goed overzienbaar is, maar beleidsvoerders zijn het erover eens dat door de gentrificatie van delen van Antwerpen binnen de Singel de sociale druk in Deurne-Noord alleen maar zal toenemen.

Welk beleid moet daar tegenover staan? De verleiding is groot om te denken aan een grotere sociale mix. Meer Zurenborg in Deurne-Noord. Maar mijn buren zijn niet geholpen met wat onvermijdelijk een proces van gentrificatie zal op gang brengen als er niet ook betaalbare en degelijke woningen komen. Het instrument daarvoor is bekend: sociale woningen. Niet bepaald een prioriteit voor het huidige stadsbestuur, zoals mijn buurtgenoten sowieso weinig cadeaus hebben gekregen. Waarom zijn bijvoorbeeld de buurtcoaches en pleinwerkers die er vroeger waren door het huidige bewind de laan uitgestuurd? Zij zouden echt iets kunnen betekenen voor de vele kinderen en jongeren die hun plan moeten trekken met wat hun buurt te bieden heeft. Een openbare bibliotheek bijvoorbeeld, wellicht de meest laagdrempelige cultuurinstelling van onze maatschappij. Deurne-Noord heeft gelukkig een uitstekende openbare bibliotheek, na Permeke de grootste van Antwerpen trouwens. Maar zij heeft behoefte aan ondersteuning als eerstelijnszorgers voor jongeren die een plek zoeken om te kunnen studeren, voor burgers die hun weg niet vinden in het digitale bestuur met zijn e-loketten, voor mensen die onze taal niet machtig zijn, voor de boys & girls from the hood die er gratis internet vinden en een plek om te chillen (en dus lawaai te maken). En ja, stuur nog maar wat extra witte tornado's, want het vuil blijft maar komen.

Maar bovenal, beste toekomstige stadsbestuurders, zet meer middelen in om armoede te bestrijden. De kinderarmoede zie je hier gewoon op straat. En als je hardere parameters zoekt, dan vind je die via deze link: de helft van mijn buurtgenoten heeft een netto jaarinkomen onder de 10.000 euro. Dat verdien ik, en velen van de Zurenborgers, op pakweg drie maand. Ik erger mij ook aan de simplismen die je daarover wel eens hoort bij bakfietsende gutmenschen. Maar hoe je het ook keert of draait, de welzijnsbarometer van een stadsdeel begint bij de welvaart van de mensen die er wonen. De rest is kurieren am symptom.

Deze bijdrage verscheen in de reeks Mijn Gemeente, VK 14/10