Log in

Ninove: oude stoute wijze stad

MIJN GEMEENTE, VK 14/10

De Ninovieters moeten zich gelukkig achten dat ze onder de zachte en beschermende vleugels van een vrouwelijke burgemeester leven.

Antonius Sanderus, in 'mooi' Nederlands gewoon Antoon Sanders, stelde in zijn in de 17e eeuw geschreven cartografisch en encyclopedisch meesterwerk Flandria Illustrata dat Ninove, waar ik al een kleine eeuwigheid graag de eerste stadsdichter van ben, de 'oudste, stoutste en wijste der steden' is. Over de invulling van al deze hooggeprezen kwaliteiten valt uiteraard te discussiëren. Sanderus zat blijkbaar in een fase van opgefokte superlatieven toen hij dat regeltje met ganzenveder op perkament krabbelde. We gunnen hem postuum zijn extreme kwalificaties. Over de goedmenende doden niets dan goeds; priester Antoon rust al eeuwenlang ergens in Affligemse grond en we willen hem daar niet storen.

Deze introductie om duidelijk te maken dat Ninove niet zo maar een Oost-Vlaams provinciestadje is dat zich lui uitstrekt langs de oevers van de Dender. Deze stad heeft een en ander te bieden, de legendarische melaatsendokter Frans Hemerijckx op kop. Ik wil ook twee markante lokale helden van de Grote Oorlog niet vergeten, dokter Maurice Lievens en toneelauteur Paul de Mont; deze laatste keerde zwaar invalide – hij verloor beide benen bij een explosie – terug naar zijn geboortestad.

En ja, ere wie ere toekomt, er staat sinds kort ook een vrouw op mijn 'erelijstje' van prominente Ninovieters, Catherine De Bolle, jarenlang aan het hoofd van de Belgische politie en recent benoemd tot hoofd van Europol, het overkoepelend Europees politieorgaan.

Via de charmante Catherine kom ik haast automatisch bij de dame die al een paar jaar burgermoeder van Ninove is, het predicaat 'vader' zou haar misstaan want Tania De Jonge (Open VLD) is te veel puur vrouw om tot man omgeturnd door het leven te gaan.
In feite moeten de Ninovieters zich gelukkig achten dat ze onder de zachte en beschermende vleugels van een vrouwelijke burgemeester leven. Politiek is immers nog altijd in ruime mate een mannenbastion en het is frappant dat heel wat vrouwelijke politiekers zo te zien en horen over een teveel aan mannelijk testosteron beschikken en dus aanvallend en keihard uit de hoek komen, alsof ze hun mannelijke collega's willen overtreffen of op zijn minst evenaren. Zo zie ik momenteel in ons ministaatje Vlaanderen een paar dames aan het roer van ministeriële departementen staan met wie ik eindeloos ruzie zou maken en met wie ik zeker niet tafel of bed zou willen delen; de tijd van de gendarmes ligt al een tijdje achter de rug. Zo houden, zou ik zeggen. Let wel: ik pleit hier heus niet voor of tegen een of andere partij, ik wil alleen maar zeggen dat 'normale' vrouwen echt nodig zijn om aan het politiek reilen en zeilen een menselijk gelaat te bezorgen, vrouwen zijn nu eenmaal bedachtzamer en zachter in hun optreden en het nemen van beslissingen. Sta me toe dat ik deze vaststelling gekoppeld aan een wens doorstuur naar de bewoners van alle gemeenten en steden in de hoop dat ze als kiezer in het stemhokje extra aandacht besteden aan valabele vrouwelijke kandidaten, het kan de lokale besturen alleen maar ten goede komen.

Voilà, mijn bescheiden feministisch discours staat op papier, het zelfverklaard Antwerps keizertje moet me in deze gewoon gelijk geven want hij weet dat 'verba volant' maar 'scripta manent'.

Voor het overige wens ik dat Ninove een veilige thuishaven mag worden of zijn voor alle overtuigingen, godsdiensten en kleuren. Vooral via het onderwijs zie ik naar de toekomst toe positieve dingen gebeuren, een spontane toenadering en samenleving die onze bedreigde planeet leefbaar houdt, ver weg van de gekke en dikwijls ook gevaarlijke capriolen van een Amerikaans president die de wereld rond zijn opgeblazen navel ziet draaien en huizenhoge dikke handtekeningen zet die duidelijk maken dat er iets mis is met deze megalomane en narcistische vent, een sujet dat in mijn ogen zelfs niet capabel is om een Belgische gemeente van pakweg 15.000 inwoners te besturen.

Deze bijdrage verscheen in de reeks Mijn Gemeente, VK 14/10