Log in

Vilvoorde: nu niet versnellen, is schuldig verzuim

MIJN GEMEENTE, VK 14/10

Het is des te belangrijker dat de politieke spelletjes achterwege blijven en álle politici zich inspannen voor de stad.

Als ik mensen vertel dat ik in Vilvoorde woon, krijg ik blikken van onbegrip of afgrijzen. Het voorgeborchte van Brussel torst om meerdere redenen een slechte reputatie. De meeste industrie is er teloorgegaan, met als orgelpunt de sluiting van de Renaultfabriek in 1997, maar de stank is gebleven. De stad spant de kroon in bedenkelijke lijstjes die peilen naar onveiligheidsgevoel, mijdgedrag, gebrek aan fierheid, enzovoort. Er is niemand die Vilvoorde met 'bruisend' associeert, wél met 28 geradicaliseerde jongeren die naar Syrië zijn getrokken om er te strijden. Het centrum is soms letterlijk en figuurlijk leeg. En dat terwijl de Zennestad de snelst groeiende en snelst verkleurende stad van Vlaanderen is: de helft van de 43.000 inwoners heeft een migratieachtergrond. Van de Vilvoordse baby's die vandaag geboren worden, is drie op de vier van buitenlandse herkomst. Bref, u snapt de context.

De voorbije maanden heb ik mij ondergedompeld in mijn eigen stad, vanuit de insteek 'kennen we elkaar, of leven we feitelijk apart?' (zie www.standaard.be/apartheid). Conclusie? De meerderheid van de Vilvoordenaars vindt dat we in de praktijk veeleer naast elkaar leven in plaats van met elkaar. Het samenleven met de verschillende gemeenschappen leidt dikwijls tot spanningen en botsingen, de smeltkroes wordt niet automatisch als verrijkend ervaren. Toch is de reeks veel positiever geworden dan ik op voorhand gedacht had: onder de tientallen, misschien wel honderden mensen die ik gezien en gesproken heb, is er enorm veel bereidheid en goeie wil om het beter te doen. Om elkaar beter te leren kennen en een en ander van elkaar te verdragen. Die goeie wil mag niet verloren gaan.

Er zijn fantastische bruggenbouwers in de stad, die elke dag opnieuw cement leveren om tot een inclusieve samenleving te komen. Helaas zijn de meeste initiatieven erg kwetsbaar, omdat ze al te weinig ondersteund worden door de overheden. Ik heb het dan over financiële ondersteuning, jawel. Er moet veel meer geïnvesteerd worden in sociaal weefsel, en de stad moet leren loslaten en vertrouwen op haar burgers. Want waar iets goed werkt, is de stad Vilvoorde snel geneigd om het over te nemen of naar zich toe te trekken, en daar zijn die initiatieven niet altijd bij gebaat.

Wat ik ervaren heb in mijn eigen stad is dat de bottom-upinitiatieven levensvatbaarder blijken dat hun top-downtegenhangers. Een mooi voorbeeld is 1001 Schakels, een vereniging van moslima's die ten tijde van de radicaliseringsgolf de handen in elkaar sloegen om de jongeren van straat te houden. Intussen geven ze bijlessen, organiseren ze festivals en iftar, nodigen ze sprekers uit over de rijke Arabische cultuur, enzovoort.

Twee: de stadsontwikkeling moet álle burgers ten goede komen. Hen betrekken is de boodschap. Er zijn in Vilvoorde goeie en slechte voorbeelden, maar er is vooral nog veel werk aan de winkel. Een paar jaar geleden leek het centrum op de rand van de afgrond te staan, maar de kentering is ingezet. Het is nu toch al een tijd geleden dat er meerder handelszaken sloten op een week, de pop-upinitiatieven marcheren en er wordt veel georganiseerd om de mensen uit hun kot te lokken.

De heropleving van het handelscentrum blijft evenwel een uitdaging – het zwaard van Damcocles, genaamd Uplace, hangt nog steeds in de lucht –, evenals de aanpak van verpauperde, grijze wijken die geïntegreerd moeten worden in een groter project zoals de Watersite.

Er is een momentum. Na enkele héél moeilijke jaren lijkt de Zennestad stilaan op de juiste koers. Er hangen goeie vibes in de lucht, er broeit van alles, er hangen voelbaar kansen in de lucht. Het zou zonde zijn om die niet te grijpen.

Velen kijken naar Vilvoorde. Want al is onze stad Vlaanderen niet, het is wel een laboratorium voor wat Vlaanderen te wachten staat. Het is des te belangrijker dat de politieke spelletjes achterwege blijven en álle politici zich inspannen voor de stad.

Al maanden woedt er een felle concurrentiestrijd tussen de protagonisten op het terrein. CD&V profileert zich als 'frisse wind' en duikt al máánden werkelijk overal op in team, met de intussen gekende 'tsjeventruien'. Burgemeester Hans Bonte (sp.a) heeft Rode Duivel Yannick Carrasco gecharterd om zijn populariteit een boost te geven, Groen surft handig mee op de aandachtsgolf voor leefbaarheid van de wijken en luchtkwaliteit, N-VA en Open VLD claimen beide de voorzichtige heropleving van het handelscentrum. Allemaal hebben ze nieuwe, verrassende namen op de lijsten – het geheel voelt aan als een doorstart.

Wie er straks ook aan het roer zit, hij/zij (al zal het een hij zijn wegens gebrek aan vrouwelijke lijsttrekkers) mag niet berusten. Alle ingrediënten zijn aanwezig om een versnelling te plaatsen. De sokkel, de vibe, de schijnwerpers, de bereidheid in de samenleving. Politici die nú niet versnellen, plegen schuldig verzuim. Het is tijd om een volwassen centrumstad te worden en – naar analogie met de gevleugelde uitspraak van voormalig burgemeester Jean-Luc Dehaene – de problemen op te lossen als ze zich stellen.

Deze bijdrage verscheen in de reeks Mijn Gemeente, VK 14/10